Droomvlucht

Koers 210 in zuidwestelijke richting, inmiddels zitten we op 30.000 voet hoogte boven de Botnische Golf, langs de Zweedse oostkust. Een klein halfuur nadat we zijn opgestegen kijk ik het vluchtplan nog eens na. We zullen straks het Zweedse vasteland oversteken, waarna we over Jutland koersen om daarna in zuidelijke richting af te buigen.
Ik ben blij, eindelijk weer eens een wat zuidelijker bestemming. Mijn 10″ Dob kan gelukkig mee want voor personeel doet de maatschappij niet moeilijk over omvang en gewicht. En al begint bij ons de astronomische duisternis morgen weer – welgeteld één uur rond middernacht – toch ben ik blij dat ik nu even naar een plaats ga waar inmiddels zes uur volledige duisternis is, vanaf elf uur al. Amsterdam, nadat ik deze zomer alleen maar binnenlandse vluchten heb gedaan plus enkele op Zweden en Noorwegen. Ik snak naar weer eens een goede deepskysessie.

In de toekomst hoop ik ooit eens op La Palma te vliegen. Of Australië… ik word al helemaal enthousiast bij het idee. Maar voor nu ben ik al heel blij met mijn huidige bestemming.

Nederland. Eigenlijk weet ik maar weinig van dat land, terwijl het toch niet heel ver bij ons vandaan ligt. Het enige wat me bijstaat is dat het met een oppervlakte van een achtste van ons land dichtbevolkt is, met drie keer zoveel inwoners. En dat een donkere plek dus moeilijk te vinden is. Het noordelijke deel schijnt het best te zijn.

In overleg met de co-piloot schakel ik de autopilot in. Tijd om even op adem te komen. Koortsachtig heb die avond mijn bagage ingepakt plus de Dob, die ik stevig met spanbanden aan de achterbank heb vastgesjord. Ik moet op weg naar het vliegveld tenslotte nogal eens vol in de ankers voor een schielijk overstekend rendier. Tijd om een waarneemlijst te maken heb ik niet meer gehad, het was briefing, checklist nalopen en wegwezen. Het toestel heeft juist afgelopen week een onderhoudsbeurt gehad dus de instrumenten zouden piekfijn moeten werken.

Speaking of which. Terwijl ik mijn oog vluchtig laat gaan over het instrumentenpaneel zie ik dat er iets niet klopt. Ik kijk nog eens en nog eens. Dan slaat mijn hart een slag over. Wat is dit? Even denk ik dat ik het me verbeeld, maar mijn ogen bedriegen me niet.

dreamflight1

Heeft iemand een grap uitgehaald? Als het niet om de veiligheid ging zou dit een briljante practical joke zijn van de onderhoudsmonteurs, maar dit gaat wel heel ver. De meeste meters en displays werken normaal, maar sommige…
“Is er iets?”, vraagt mijn collega. Ik begin aan mezelf te twijfelen en antwoord ontwijkend. Hij zou eens denken dat ik dingen zie die er niet zijn. “Even de instrumenten checken”. Om mijn antwoord kracht bij te zetten pak ik het onderhoudslog erbij en begin er doorheen te bladeren. 7 september 2016: hoogtemeter vervangen, reparatie hoofddisplay. Controle Verticale snelheid en communicatiepaneel. NGC6520: Goed te zien, maar door het licht aan de horizon weinig detail waarneembaar. Opnieuw stokt mijn hart. Wat? Dit begint bizar te worden, en de afbeelding bij de tekst helemaal.

ngc6520

Ik lees verder. Ik zie een afbeelding van de kunstmatige horizon, totdat deze vervaagt en het volgende beeld verschijnt:

palomar11

Een twijfelgeval dit. Ik denk even een hele vage gloed te zien, ergens op de plaats waar ik hem verwacht, in een gelijkbenige driehoek tussen de dubbelster en de heldere ster daar links van. Op het moment denk ik dat ik het me verbeeld en dat ik hem niet zie. Controle in Aladin bevestigt echter de waarneming.  Het lijkt of ik in trance raak, het ene na het andere deepskyobject verschijnt in het log.

ngc6704

Dit open cluster in Scutum werd op 2 juli 1854 ontdekt door de Duitse astronoom Friedriech August Theodor Winnecke, die in het object een kattekop zag en het daarom de bijnaam Oetie gaf, naar een huiskat (felis catus) waarvan de eigenares het object anderhalve eeuw later herontdekte in het land van de oorspronkelijke ontdekker. Tsjonge, wat een fantasie had die man, denk ik nog, terwijl ik me steeds harder afvraag wie van de monteurs mij deze poets heeft gebakken. Veel tijd om na te denken heb ik niet want bij het hoofddisplay vind ik de volgende afbeelding en tekst.

jones1

Jones 1 in Pegasus werd in 1941 ontdekt door Rebecca Jones op Harvard Observatory. De planetaire nevel is ook wel bekend als PK104-29.1, naar het Tsjechische astronomenduo Perek-Kohoutek dat een catalogus van planetaire nevels opstelde. Het object is nauwelijks te zien, laat staan dat ik enig detail kan ontwaren. Maar gelukkig staat de Buurman en Buurman-nevel hoog aan de hemel, dus zien doe ik hem. A je to!
Inmiddels begin ik mezelf ernstig achter de oren te krabben. Is er iets mis met de instrumenten van het toestel of met die van mijzelf? Op de volgende pagina vallen de wijzers van de snelheidsmeter net als die van de voorgaande instrumenten uiteen tot witte stippen. Vanuit één van die stippen loopt een hele vage langgerekte gloed naar beneden, bijna onzichtbaar.

ngc247

Midden in de lichtsoep aan de horizon zoek ik tegen beter weten in het sterrenstelsel NGC247 in Cetus op. Ik denk een hele vage lange gloed te zien maar ben niet overtuigd. Toch besluit ik hem te schetsen, just in case. Controle tegen Aladin bevestigt dat het hem is; de richting van de gloed klopt.

Gelukkig was de afspraak dat de co-piloot de vlucht voor zijn rekening neemt tot de afdaling. Ik zie op dit moment slechts toe, dus ik hoop weg te komen met deze verstandsverbijstering. Om mezelf bij de les te houden probeer ik na te gaan wie van de grondtechnici bezig is met astronomie maar ik kan er zo gauw niet opkomen. In elk geval is NGC288 in Sculptor hem die keer niet gelukt. Nabijgelegen bolhoop NGC288 in Sculptor staat nu echt te laag en midden in het licht van de schijnwerper onderaan de dijk. Die sla ik dit keer dus wijselijk over. Ik besluit dan ook om het hogerop te gaan zoeken, terug in Cetus, want deze avond is tot nu toe wat moeizaam verlopen. Gelukkig heb ik hier meer succes, want ik vind hier vier mooie galaxies vlak bij elkaar.

ngc584

ngc596

ngc615

ngc636

Nog hoger in de Walvis vind ik het mooie heldere stelsel NGC936. Deze vijf stelsels maken mijn avond meer dan goed, als er al iets mis mee was.

ngc936

Dan leg ik het log weg en kijk op de instrumenten. Tot mijn opluchting laten deze allemaal weer zien wat ze moeten laten zien. Heb ik het me verbeeld?  Inmiddels zijn we Jutland gepasseerd en neem ik de vlucht weer over. Ik zet de daling in en niet veel later zijn we op 5000 voet, in zuidelijke richting. We naderen Nederland.

Heel in de verte zie ik een gloed, maar dichterbij zie ik wat lichten van auto’s, die midden op zee lijken te rijden. Nadat ik het motorvermogen heb opgevoerd en de flaps op 15%  heb uitgeklapt, volg ik de opdracht van de verkeerstoren van Amsterdam op om koers te zetten op baan 18R, die blijkbaar “Polderbaan” heet. Dan vraag ik aan de co-piloot om het heel even over te nemen. Ik pak mijn verrekijker erbij en kijk eens goed. Ik zie een soort dam met een snelweg, dwars door zee. Het doet me wat denken aan de lange brug tussen Denemarken en Zweden maar ik wist niet dat hier ook zoiets was. Ook zie ik een kleine haven waar net een schip naar binnen vaart, dat met een schijnwerper de oever aftast om aan te meren. In het schijnsel zie ik een rij geparkeerde auto’s en op de kade zie ik een groep mensen. Ik kijk nog aandachtiger. Zie ik dat nou goed? Een rij telescopen? Dat is ook frappant. Ik hoop maar voor die mensen dat de schipper straks zijn lichten uitdoet als hij eenmaal voor anker is. In elk geval ga ik straks opzoeken hoe die plaats heet, want het is er verder goed donker.

Een goed uur later sta ik met mijn bagage en de Dob voor de aankomsthal. Tjonge zeg, wat een end taxiën is het vanaf die Polderbaan. Enfin, ik kan nu twee dingen doen. Of ik ga direct naar mijn hotelkamer, of ik doe gek en zoek meteen die plek op, op die dam die “Afsluitdijk” blijkt te heten nadat ik Google Maps heb geraadpleegd op mijn smartphone. Ik kies voor het tweede en voer “Breezanddijk” in in de navigatie van mijn huurauto, want zo heet die haven dus.

Na een vlotte rit rijd ik het terrein op. De meeste anderen zijn er al, en snel zet ik mijn Dob op. Op dat moment komt er een schip binnenvaren met groot licht. Ik hoop maar dat de schipper straks zijn licht uitdoet, denk ik, maar ik heb alle vertrouwen dat dat wel goedkomt. Ondertussen richt ik de Dob op de ondergaande halve maan en maak een snapshot met de smartphone. Leuk, de Brilkrater Cyrillus-Catharina is mooi te zien met monocle Theophilus daar bovenop.

20160907_215408

Ik verheug me al op de komende deepskysessie. Eindelijk weer, verzucht ik, terwijl ik de ondergaande maan gadesla. Een meteoor schiet door de hemel.
Een vliegtuig komt over. Zouden zij ons ook zien?

 


Cloudbusting

Het is alweer even geleden. Een week is tenslotte een eeuwigheid als het alweer zolang geleden is dat je hebt waargenomen. Maar omdat dinsdag de impact van vrijdagavond nog fysiek nadreunde heb ik die starparty deze keer voorbij laten gaan, met het oog op gezin en andere hobby’s die ook tijd kosten. Dus helaas heb ik die mooie nacht met janbstar, hansweijers, gixer en cloudbuster gemist. Gelukkig kan ik nog altijd terugkijken op de vrijdagavond daarvoor.

Daar misten we cloudbuster dan weer (zie topictitel). Die had namelijk wat anders te doen:

En dat was maar goed ook want tegen middernacht lijkt de situatie tamelijk hopeloos. Zodanig dat ik na verwoed zoeken naar Stephan’s Quinter, die keer op keer weer wordt opgeslokt door een nieuwe vlaag bewolking, dreig de handdoek in de ring te gooien. Dat laatste leidt tot een ontzette reactie van Esther, die echter op dat moment nog niet weet dat “de handdoek in de ring gooien” op z’n Rem slechts een tijdspanne omvat van ten hoogste vijftien minuten. En dat blijkt lang genoeg want de noeste arbeid van onze Cloudbuster blijkt effect te sorteren. Believe it or not, maar op een gegeven moment is het snaarstrakknijterkraakretehelder. De missie naar Stephan’s Quintet kan worden hervat.

Maar laten we even terugspoelen naar het begin. En dat begin is een dag eerder, thuis in Leiden. Nu ben ik helemaal geen Leienaar maar ik begin me te realiseren dat astronomie best leuk klinkt in het Leids. Ik rwricht me kijkert op een sterw in Andrwromeda. Kijkerwris, het lijkt wel een rwrooie rwreus. Aas gaat ie explodeerwe hóórwr. Teerwring, het zijn er twee. Juh, het lijkt Albirwreo wel.
Nu had ik Almach al eens eerder bekeken maar dit is een goede gelegenheid om de nieuwe refractor (ook een leuk woord in het Leids) eens uit te proberen op dubbelsterren. En dan valt niet tegen, het ding geeft mooie scherpe beelden. Ook de naburige 59 en 56 And gaan voor de bijl.

59And

56And

56 Andromedae is een drievoudig systeem maar de derde component C is met een magnitude van bijna 12 te zwak. Daar blijkt ook meteen de beperking van zo’n refractor; de relatief kleine opening betekent toch dat zwakkere componenten verborgen blijven. Datzelfde had ik eerder al ontdekt bij Otto Struve 525 in Lyra, waarbij de C-component ook onzichtbaar bleek. Hier legt de refractor het dus onverbiddelijk af tegen de Dobson met zijn opening van 25 cm. Dat gezegd hebbend ben ik benieuwd hoe de refractor het gaat doen op het Trapezium in Orion en op Sirius B. Ik verwacht dat de E- en F-ster van het trapezium eveneens te zwak zullen zijn voor Frakkie, maar de 8e magnitude-Pup van Sirius moet ie kunnen hebben. En daar zou het ontbreken van diffractiespikes  wel eens in het voordeel van de lenzenkijker kunnen zijn.

Maar nu is het nog altijd zomer en ook vrijdag ziet het weer er mooi genoeg uit voor een rit naar Breezanddijk. Daar is het al snel een gezellige drukte met Jan, Hans, ArnoM, Esther-met-Foliafotograaf-Daniel en RienH. Ook de kersverse 102/1000 refractor is van de partij, want ik wil natuurlijk wel mijn nieuwe speelgoed aan mijn vriendjes en vriendinnetjes laten zien als we buiten gaan spelen. Mars is een roze ei, dus die laat ik snel voor wat hij is. Te laag, te ver weg, maar toch nog een hint van een donkere structuur op het eioppervlak. Saturnus daarentegen staat er strak en fraai bij, inclusief equatorial band en Cassinischeiding. Maar toch is ie in de Dob net effe mooier, net als in de scorpioscoop die Esther mee heeft. Ook bij M13 staat de refractor zijn mannetje maar net als bij Saturnus wint ook hier de Dob. Dus bied ik de lenzenkijker maar meteen te koop aan. Nee hoor, de refractor wint het al op één punt: als zonnekijker verslaat hij met 10 cm opening de 9 cm off-axis-opening van de Dobson, en is ook nog eens iets meer grab-and-go om even van de zon te genieten.

Inmiddels is de zon al een heel eind onder de horizon en ik neem mijn gevechtspositie in achter de Dob. Dan zie ik een flits, en nog een en nog een. Het zal toch niet? Vorige maand was er ook al onweer in de verte. Maar nee, het blijkt dat Daniel de fotograaf van Folia, het blad van de Universiteit van Amsterdam foto’s aan het nemen is van aardse objecten. Gelukkig sommeert Esther hem al snel om zich op de hemel te richten, wat uitstekend blijkt te lukken gezien de mooie foto’s en timelapse die hij maakt deze avond.

Vanavond is mijn plan om Stephan’s Quintet op de korrel te nemen, in de volksmond ook wel bekend als Hickson 92. Dat blijkt echter een taaie klus want mijn Deepsky Hunter Atlas, die toch sterren tot magnitude 10 laat zien, blijkt toch niet gedetailleerd genoeg. De starhop eindigt dan ook op het punt tussen twee magnitudetieners op ongeveer 0.4 x de afstand vanaf de linkerster. En dan turen maar. Juist ja. Binnen een scheve driehoek lijkt wat rommeligheid zichtbaar maar overtuigend is het niet. Zit ik wel goed?
Ook buurman Jan, die hetzelfde plan heeft als ik, raakt de weg kwijt. Maar gelukkig schiet Esther te hulp met het boek Cosmic Challenge van Philip Harrington. Hierin staat een gedetailleerde zoekkaart. Als Jan het galaxycluster met succes in beeld heeft gezet geeft hij het boek aan mij door. Ik zet het boek ondersteboven op de muziekstandaard en dan blijkt dat ik op de goede plek zit. Helaas gooit bewolking roet in het eten. Net als ik iets denk te zien is het einde oefening. En daar gaat de handdoek in de ring. Heel even.

Terwijl de koffie ons uitstekend smaakt maken we even van de gelegenheid gebruik om bij te kletsen. Rien is bezig met zijn powerrefractor op monstermontering – Tjonge, wat een ding. Daniel laat het resultaat zien van het mikken op Deneb-Zuidoost: een beauty van een Noord-Amerikanevel. Ondertussen worden er in Almere overuren gedraaid door de wolkenverjager. En met succes, want tegen alle verwachting in is het tegen een uur of één kraakhelder. En dan is dit wat het oculair laat zien:

StephansQuintet

Nou ja, quintet, ik ben tevreden met een kwartet. NGC7318A en -B zijn niet van elkaar te onderscheiden, ik zie één geheel. NGC7317 laat zich zien als een pluzige ster; in werkelijkheid staat hij vlak naast een ster. NCG7319 is het lastigst te zien; hier is echt hardcore perifeer kijken voor nodig. NGC7320, die niet bij de groep hoort maar er toevallig voorstaat, op eenvijfde van de afstand, is het duidelijkst. Een heel leuk object, ik ben wel gecharmeerd van dit soort galaxygroepen.

Het is nog steeds kraakhelder en Andromeda staat hoog. Nu kan ik mijn plan uitvoeren om G1 nog eens opnieuw te bekijken, want die heb ik vorige keer alleen maar stellair gezien, terwijl blijkt dat er meer in moet zitten. De starhop is inmiddels wel pittig maar niet meer helemaal nieuw dus al snel heb ik de driehoek ster-dubbelster-G1 in beeld. En nu trek ik alle registers open: de 8 mm planetary met 2.25x Barlow, goed voor een vergroting van 350 keer. Hatskidiflatski. Deze vergroting blijkt goed voor een wat onrustig beeld maar bij vlagen van goede seeing onderscheid ik toch echt twee speldenprikken en een pluisie. Mission complete.

G1

Voordat de maan opkomt is er nog tijd, dus nu ik toch op Breezanddijk ben kan ik net zo goed eens lekker afzakken naar het zuiden. In mijn PSA figureert in Cetus een planetaire nevel waarvan ik best eens wil weten hoe die er in het echt uitziet. Een starhop brengt me op een plaats waar ik wel wat zie, maar na inzoomen blijkt het om een groep van vijf sterren te gaan. Verder niets. Oh ja, verhip, ik heb ook nog filters. Nu zegt een eeuwenoude volkswijsheid dat planetaire nevels het vaak goed doen met OIII, dus schroef ik dit filter in het 8 mm-oculair. En lo and behold, rondom de driehoek, gevormd door de onderste sterren van de groep, verschijnt een ronde gloed.

NGC246

Hij lijkt me nogal groot, maar wanneer ik de Herschel 400-lijst raadplaag bijken die afmetingen te kloppen. Beet.
Aangemoedigd door dit resultaat zak ik verder af in Cetus op jacht naar galaxy NGC247. De atlas is hiervoor gedetailleerd genoeg, dus ik weet dat ik op de goede plek zit. Maar helaas, geen galaxy. De lichtvervuiling aan de horizon blijkt teveel voor het stelsel, ook met CLS-filter. Misschien moet ik het de volgende keer nog eens proberen, wanneer Cetus wat hoger staat, want het object staat nog in het zuidoosten.

Tegen beter weten in zak ik nog verder af, over de grens met Sculptor. Ook hier vind ik vrij snel de juiste plek, maar curieus genoeg biedt het CLS-filter hier wel uitkomst. Ook al is de vage streep die te zien is, geen schaduw is van hoe mooi het Sculptorgalaxy moet zijn, toch is hij te zien. Onmiskenbaar is de langwerpige kern van het dito stelsel te zien.

NGC253

Inmiddels is de geelachtige halve maan boven de horizonbewolking in het oosten uitgekomen en het wordt tijd om eens op te breken. In de kofferdob van Esther mag ik nog een mooie Barnard’s E bekijken. Ik heb wel gemerkt dat donkere nevels een andere waarneemtechniek vereisen dan “lichte” deepskyobjecten, maar na enig turen is hij duidelijk te zien.

Het is tegen half drie, tijd om op te breken. Ook deze avond heeft de helderheid het weer gewonnen van de bewolking. Cloudbuster, dank!


Postperseïdale depressie

Dat lagedrukgebied is mooi uitgebleven, het is best mooi weer geweest sinds de Perseïdenparty op de Afsluitdijk. Zoals gisteravond, toen heb ik meteen mooi door mijn nieuwe… waarover later meer.

VenusBelt

Onderweg naar de Afsluitdijk: de Venusgordel (oranje band) met daaronder de schaduw van de aarde (donkerblauw), tijdens zonsondergang.

De Perseïden, afgelopen zaterdag. Daarover is al veel geschreven door verschillende mensen, dus heel veel heb ik daar niet aan toe te voegen. Kort en bondig: het is supergezellig en zoals anderen al hebben gezegd, de meest relaxte star party ever. Een ligstoel is nu eenmaal comfortabeler dan een strijkstoel. En al zijn de meteoren niet talrijk, alleen die ene groene bij Auriga is al spektakel genoeg om de avond geslaagd te maken. En dan is er nog de Sluiernevel in de widefieldelf en M13 in de 11″ Dob van André.

Maar vooral het prachtige uitzicht op de Melkweg zal me bijblijven, vooral later in de nacht wanneer het kraakhelder wordt. Het Dubbele Cluster strijdt met het Andromedastelsel om de aandacht van het blote oog. Beiden blijven in het oog springen. En vanavond valt me voor het eerst ook het “Zwaard van Cepheus” op, zoals ik het maar noem: een langwerpige uitloper van de Melkweg die van linksonder in Cepheus naar het midden loopt. Op Melkwegfoto’s die van dit gebied zijn genomen is dit te zien. Bij nader inzien blijkt het gewoon een extra sterrijk gebied te zien, dat inderdaad wel in een uitloper van de Melkweg ligt. Kortom, met vele anderen heb ik genoten van deze nacht.

En dan is het tegen volle maan, we moeten weer even wachten. Op zo’n moment kun je in een diep gat vallen en wordt alles zwart om je heen. Dan is het goed om een opbeurend woord te ontvangen van één van je waarneemmaten. Zo van: “Weet je wel dat er een 10 cm refractor te koop staat voor een hele mooie prijs?” In plaats van de gemeente aansprakelijk te stellen voor het ontbreken van een putdeksel rijd ik daarom naar het verkoopadres op een steenworp afstand van huis.

TelescopeLabel

O wee, wat doe ik nu

En zo komt met een bescheiden tijdsvertraging van veertig jaar een jongensdroom alsnog uit. Een heuse Echte Telescoop van 10 cm (even afgezien van mijn nog veel echtere 25 cm Dobson). Een obstructieloos contrastkanon. Een collimatievaste planetenvanger. Een comavrije openclusterspeldenprikker. Skylux heeft een grote broer gekregen. Om precies te zijn: een Skywatcher 102/1000. Op een EQ3-montering. En hij is blauw, net als zijn kleine broer.

 

Skywatcher-2

Eenmaal donker, tegen tienen, moet Saturnus eraan geloven. De ringplaneet staat laag, maar ik ben aangenaam verrast over het beeld van de klassieker. Dit beeld doet weinig onder voor dat van de Dobson. Bij 150x is de Cassinischeiding duidelijk te zien, net als de scherpe schaduw van de planeetbol op de ring. Ook is de equatoriale band mooi zichtbaar. Het is wel mooi planetenweer; weinig wind en een beetje heiig. Maar Saturnus staat ook laag. Ik verkas naar het grasveld/speeltuin voor de deur om Saturnus langer te kunnen zien.

Deepsky? M13 doet het mooi in de kijker, hij is net niet opgelost maar dat is ook niet zo gek onder de stadshemel. Albireo dan: wat een mooie fijne sterren, en de geel/blauwe kleur komt er mooi uit. Maar ook de omringende zwakkere sterren zijn prachtige fijne speldenprikken. Bewolking onttrekt het Dubbele Cluster aan het zicht, dus ik zet Sadr in Cygnus in beeld. Een scherpe M29 verschijnt in beeld, en even verderop een ragfijne NGC6910. Inmiddels is de maan achter de dakrand vandaan gekomen. Scherp tekenen de kraters, maria en rillen zich af terwijl ik het maanoppervlak aftast. Wat is dit genieten, van deze aankoop heb ik geen spijt.

Skywatcher-1

Na een stuk of vijf meridiaanflips ben ik ook vertrouwd met de montering, gelukkig heb ik al kunnen oefenen met de Skylux. De buurman komt langs met de hond en ook hij is onder de indruk van Saturnus, net als een overbuurman die op blote voeten komt aanrennen om ook een blik te werpen. Ja, het valt best op wanneer je met een 10 cm refractor in het speelveld gaat zitten.

 

Zo. Ik kom de volle maanperiode wel door. En nu heb ik tenminste net zoveel telescopen als kinderen. Mochten ze nog eens interesse krijgen in deze hobby, dan hoeft niemand op zijn beurt te wachten. Dan geniet ik ondertussen wel met het blote oog van het Zwaard van Cepheus.

 

 


Circumradiant Dawn

Mijn blik dwaalt over de Melkweg. Van Sagittarius tot Perseus strekt de zilveren rivier zich uit, met hier en daar donkere eilanden en landtongen. Le Gentil 3 tekent zich scherp af voorbij Deneb terwijl de rivier zich aan de andere kant in tweeën splitst. Een meteoor doorklieft de zuidwestelijke hemel en laat een tel lang een lichtend spoor achter.

Breezanddijk, ik hou van deze plaats. Het is alsof je alles hier intenser beleeft. Alsof deze desolate plaats een extra dimensie toevoegt aan de prikkels die je zintuigen bereiken, terwijl je tegelijkertijd wordt uitgenodigd de tijd te nemen om daarvan te genieten. En genieten doe ik, achter het oculair maar ook zeker met het blote oog, waar de jaargetijden zich uitstrekken van het voorjaar in het noordwesten tot de winter in het oosten.

Terwijl ik over de Afsluitdijk suis lijken de wolken me tegemoet te komen. Nee toch? Gelukkig blijkt dat mijn auto gewoon harder rijdt dan de wind de wolken kan wegvoeren, maar eenmaal ter plekke is het al vrijwel helemaal helder. Een smalle maansikkel kondigt een mooie waarneemavond aan om daarna te verdwijnen in het westen en daarmee de sterren aan het woord te laten. Als prelude op de duisternis pronken Mars en Saturnus nog in het zuiden. Mars staat laag en wappert in de seeing maar er is nog steeds een donkere structuur te zien op de eivormige planeetschijf. Saturnus staat er een stuk mooier bij en laat opnieuw zijn equatoriale band zien bij vlagen een scherpe Cassinischeiding, terwijl de schemering niet kan beletten dat er een aantal manen en misschien ook veldsterren te zien zijn.

Omdat geduld niet mijn sterkste kant is probeer ik bolhoop NGC6235, laag in Ophiuchus, te grazen te nemen voordat hij achter een boom verwijnt, zoals de vorige keer in het Dijkgatsbos. Al zou die boom hier een stapel basaltblokken zijn. Ik zie niks, nog steeds niks, verdikkie ken het effe donker worden, nog niks, hee, wel wat meer sterren, nog meer sterren, zie ik nou wat? het lijkt toch wel dat ik wat zie, ja ik zie wat, hebbes. Een mooie ronde pluis midden in een sterrendriehoek.

NGC6235

Een goed begin is het halve werk en ik besluit een gooi te doen naar de nabijgelegen planetaire nevel IC4634. Tien tegen één dat ik hem gezien heb ook, ik weet alleen niet welke het is. Sterren genoeg, en één daarvan zal hem zijn. Helaas is mijn atlas niet gedetailleerd genoeg om aan te wijzen welke. De moraal van dit verhaal: spontane acties laten zich lastig voorbereiden. I’ll be back, met een deugdelijke zoekkaart.

Tijdens een adempauze valt me op dat de Theepot van Sagittarius goed is te zien, tot onderaan toe. Zo mooi had ik hem nog niet gezien in Nederland. Ik herinner me de zoektocht naar de lage bolhopen M69-70-54-55, waar ik vorig jaar diverse vruchteloze pogingen aan heb besteed vanuit deze plaats. Later in Frankrijk was het zwieperdepiep hoera, maar gewoon voor de fun wil ik eens zien of het deze keer wel gaat lukken vanuit de kleidelta. Ondertussen zijn de starhops wat weggezakt dus ik raadpleeg weer even de PSA, maar dan ontwaar ik een vage pluis die een L maakt met twee heldere sterren rechtsonder in het serviesgoed. Wel heb je ooit, M69. Hopperdiepop, in het oculair omhoog en rechtsaf, en ja hoor, M70. Verderop gaat de kleine M54 voor de bijl en na enig gezoek dient grote broer M55 zich aan. Ha! Het kan dus wel. Dat wist ik al van Jan, die vorig jaar al M69-70-54 te pakken had vanuit Breezanddijk, en zojuist ook M55 heeft bijgezet in de vitrinekast.
Niet dat het veel uitmaakt maar zo vindt de Messierlijst, die ik in eerste instantie heb afgemaakt met de Franse slag, ook een degelijke vaderlandse grond.

Na deze ongeplande expeditie naar het zuiden richt ik mijn blik weer iets hoger voor mijn volgende revanche op de Dijkgatsbos-“deceptie” van afgelopen zondag. Barnard’s Galaxy NGC6822 komt opnieuw onder vuur te liggen van kaliber 10″, maar deze keer slaat de balans van de twijfel wat mij betreft om naar de kant van de zekerheid. Ik heb wel lang zitten turen maar steeds zie ik toch weer opnieuw die gloed op de plaats waar volgens mijn informatie het galaxy moet zijn. En dat is een flinke jongen, hoewel ik de precieze omvang niet kan onderscheiden. Het blijft bij een vormeloze verheldering van de achtergrond. Maar meer schijnt er vanuit deze contreien niet in te zitten. Ik ben dus een dik tevreden mens.

NGC6822

Net als in het Dijkgatsbos gaat de reis verder noordwaarts over de grens met Aquila, naar NGC6814. En ook deze keer ben ik een stuk zekerder van mijn zaak. De pit die ik daar zag is nu onmiskenbaar; het galaxy staat perifeer maar duidelijk in beeld.

NGC6814

De naburige Palomar 11 sla ik over (lees: ben ik straal vergeten). Vorige keer in het Dijkgatsbos heb ik die wel geprobeerd maar zonder resultaat, wat gezien de aard van het object niet vreemd is. Misschien een leuke voor een keer in Zuid-Europa.
In plaats daarvan besluit ik even te gaan genieten van een iets heldere bolhoop in de buurt. Indrukwekkend vult M22 een half beeldveld, opgelost tot in de kern. Een korte zin, maar lang genieten.

Verder kijken in Sagittarius of laag in Ophiuchus gaat niet meer. Hoger in Ophiuchus doe ik een geslaagde gooi naar bolhoop NGC6517. Een mooie ronde pluis met een duidelijke kern.

NGC6517

Ja, en dan is daar nog die hilarische zeperd van de vorige keer in Breezanddijk, Collinder 469, waar ik iets anders voor aanzag. Dit is hem dus wel, zij het zeer summier. Tijdens het schetsen wordt het beeld, dat ook nog eens wappert door de wind, steeds donkerder totdat het object is verdwenen. Een blik door de zoeker laat een klein stuk hemel zien en een heel groot stuk basalt.

Cr469

Vanuit M24, waar Collinder 469 vlakbij staat, kom ik de mooie sterrenhoop M25 nog tegen. Opnieuw weer even een genietpauze met uitzicht op de kosmische kerstkroonluchter.
Zo, en nu ben ik weer helemaal klaar met dat zuidzwerkzwiepgezwam. Natuurlijk leent deze lokatie zich bij uitstek voor zuidelijke objecten maar hogerop staan een heleboel prachtige objecten tegen een donkere hemel mooi te wezen.

Zoals bijvoorbeeld het Andromedastelsel M31. Het object is duidelijk met het blote oog te zien en na een korte wandeling kom ik bij Danstar terecht die zijn telescoop erop probeert te richten. Wanneer dit is gelukt valt me op hoe mooi helder en scherp het buurgalaxy pronkt in de kleine kijker. Terug bij mijn Dob volg ik het voorbeeld van Esther en verhuis naar een windstillere plek. M31 vult hij het hele beeldveld, geflankeerd door M32 en M110, waarbij M32 in werkelijkheid in M31 staat. Een mooie gelegenheid voor iets wat al een tijd eerder niet lukte in het Dijkgatsbos, toen vanwege bewolking: de extragalactische bolhoop G1 van M31. En die starhop is nog geen pipi du chat. Maar gelukkig heb ik hiervoor wel een gedetailleerde zoekkaart en na enig gehannes staat de buurvrouwbol in beeld, die in de bescheiden optiek niet meer laat zien dan een ster. De zoekkaart biedt uitsluitsel welke het is. In de schets is hij aangegeven met de rode marker.

G1

Wat mij betreft is het even klaar met hardcore starhoppen en schetsen. De rust van Breezanddijk is nu geheel tot me doorgedrongen. De Perseïden vragen regelmatig om aandacht en dat verleidt mij en de anderen ertoe om het oculair regelmatig even te laten voor wat het is. Het schijnt dat het niet zoveel zin heeft om naar de radiant zelf te kijken, het punt waar de meteoren lijken te “ontspringen”. In dit geval Perseus. In plaats daarvan zijn de meteoren het best te zien in een cirkel van 20º vanaf dat punt, volgens die informatie (ik weet niet meer zeker wie dat zei). En dat zou wel eens heel goed kunnen kloppen want ze laten zich in vanaf de hele nacht tot aan de dageraad regelmatig zien, op verschillende plaatsen aan de hemel.

Zou er zoiets bestaan als een cursus Detail Zien In Galaxies? Hier meldt zich alvast deelnemer #1. Als ik soms de verslagen lees van bijvoorbeeld TomC, en de waarnemingen die Esther en Petelaa deze avond doen, dan denk ik dat ik wat mis. Een spiraalarm in NGC7727? Ik staar me een ringstaartmaki door Esther’s oculair maar ik zie geen spiraalarm. De dames wel. Volgens mij dragen ze gewoon stiekem infraroodcontactlenzen. Evengoed is het een leuk stelsel met een heldere kern en duidelijke halo, evenals de S-vormige NGC7479 (S-vormig? ¿Que?)

Bij Arno-Mark mag ik een pracht van een sluiernevel bekijken door zijn Leenbridge met widefieldhandgranaat en OIII-filter. Een gelukkige combi want de nevel (specifiek: NGC6992/5) spettert van detail. Die lust ik zelf ook wel en ook in mijn bescheiden optiek valt de langoustine helemaal niet tegen. Sterker nog, ik raak een hele tijd niet uitgekeken op de veil, die door Jan enigszins oneerbiedig de “hangmat” wordt genoemd.

Diezelfde Jan ontpopt zich deze avond als een ware deepskygeneraal. Vanachter de C9.25 klinken de bevelen en gehoorzaam worden de Caldwells 43 en 44 opgezocht. De veldtocht verloopt succesvol want achter elkaar verschijnen NGC7479 en NGC7814 in de oculairs van Esther en mij. Leuke objecten, snel die cursus maar eens volgen…

Vanuit het noorden zijn flitsen te zien, die steeds feller worden. Onweer op komst? Bizar, want hier is het nog steeds kraakhelder. Gelukkig zet het onweer niet door. De vermoeidheid wel, en na nog even van de melkweg te hebben genoten begin ik met inpakken voor de terugrit, waarbij ik de eer heb te mogen verkeren in illuster gezelschap.

Breezanddijk heeft weer veel indruk gemaakt. Op mij, en zo te horen ook op de anderen. Ik hoop hier snel weer terug te zijn.


Onverstandig?

De vakantie zit erop, de volgende dag weer aan de slag. En dan kom je liever uitgerust voor de dag, dus op tijd naar bed. En laten de weersites net op zo’n avond nu eens wel in staat zijn een meerderheidscoalitie te vormen. De kriebels krijg ik ervan. Eén deel wil gewoon gaan slapen. En aangezien ik maar uit één deel besta wil datzelfde deel gewoon in de auto stappen naar het Dijkgatsbos. Verstandig? Nee, dat ben ik van harte met het thuisfront eens. Wel neem ik me voor om het niet laat te maken.

Maar nu zit ik een avond later toch mooi gewapend met een drietal schetsen achter de laptop. Met het uitzicht op een avond vroeg erin, en morgen thuiswerken dus niet heel vroeg op. En tenslotte zijn er ook mensen die van 7600 meter uit een vliegtuig springen zonder parachute om kilometers verder in een vangnet van 30 bij 30 meter te landen. Dus nou ja, dan valt dit toch wel mee?

Met gemengde gevoelens ga ik op weg. Onderweg is het helder maar hoe dichter bij het Dijkgatsbos, hoe bewolkter het wordt. Gelukkig staat de wind gunstig en ik verwonder me over de borden Pas op voor Herten langs de weg. Totdat ik dichtbij de ingang van het Dijkgatsbos daadwerkelijk moet remmen voor Bambi, die gracieus uit de berm komt huppelen en toch maar weer terug erin. Check. Die kan ik afstrepen van mijn lijst.

Jan en Esther zijn al ter plaatse en direct achter mij arriveert Martijn. Kwartet. In afwachting van de wegtrekkende bewolking genieten we van koffie, thee, Saturnus en koek. Ook komt er nog een helder vliegend object over dat Dragon blijkt te zijn.

Al snel blijkt dat het Dijkgatsbos niet echt geschikt is voor zuidelijke objecten. Eigenlijk is alles beneden een graad of dertig lastig of niet te zien; daarboven en in andere richtingen is het prima. Maar omdat ik in het zuiden begin, is dat begin wat moeizaam.

NGC6235 zal voor volgend jaar zijn. Of voor volgende week in Breezanddijk. Na enkele verwoede pogingen landt de Slangendragerbolhoop in de boomtoppen, na met succes mijn blik ontweken te hebben. NGC “Barnard’s Galaxy” 6822 moet meer moeite doen om me te ontwijken. Sterker nog, ik vermoed dat ik hem heb gezien. Op de plaats die de atlas aanwijst meen ik een diffuse wolk te zien, een hele vage, onregelmatige lichtere vlek. Als ik die later vergelijk in Aladin Lite blijkt dat te kloppen. Maar ik vind het te vaag, en niet overtuigend. Ik log hem dus niet; herkansing in Breezanddijk.
Hetzelfde verhaal geldt voor galaxy NGC6814, iets hoger in Aquila. Af en toe vermoed ik heel perifeer een pit te zien, op een plaats die achteraf volgens Aladin blijkt te kloppen. Maar ik wil zien, niet vermoeden. Eveneens een geval Afsluitdijk. Voor deze lokatie zijn deze objecten te laag.

Gelukkig wordt het hogerop snel beter, want even daarvoor laat bolhoop NGC6760 in Aquila zich in vol ornaat zien. En in Leiden ging dat echt niet (nou ja, bij volle maan niet in elk geval). Hier knalt hij eruit. Het scheelt niet veel of de eerste sterren lossen op.

NGC6760

Ondertussen hoor ik verderop bij mijn waarneemmaten allerlei interessante objecten voorbij komen. Maar het loopt alweer tegen enen, de tijd die ik mijzelf heb gesteld om te stoppen, zodat er tenminste nog vier uur slaap in het verschiet liggen. Daarmee moet ik de volgende werkdag kunnen overbruggen. Omdat ik niet veel tijd meer heb blijf ik daarom deze keer bij mijn eigen telescoop, die ik nu echt goed omhoog richt.

De kleine beer heeft een luis in de pels in de vorm van galaxy NGC6217. Een heel leuk, ellipsvormig ding, zo blijkt.

NGC6217

Ook de draak is niet behandeld door zijn baas want ook in zijn nek kruipen verschillende luizen. Zoals deze NGC5907, een beauty van een langwerpig stelsel.

NGC5907

Inmiddels is het toch tegen half twee en met tegenzin begin ik met opruimen. Het is nog prachtig helder en ik ben blij voor Esther, Jan en Martijn dat ze nog even door kunnen. Zelf stap ik toch met een soort van kater in de auto, in plaats van de euforie die er normaal is na zo’n avond.

De volgende dag kijk ik nog eens naar mijn veldschetsen. Vijf stuks, de drie die hier zijn uitgewerkt en de twee twijfelgevallen. Hmmm, dat zijn toch eigenlijk best leuke resultaten. Wat zit ik nou moeilijk te doen. Hoezo kater? Verstandig was deze sessie niet, wel lekker. Ondanks de strubbelingen. Tot volgende week!


Chandrajyothi

Terug van een korte vakantie in eigen land, en nu laat de zon zich zien. Mooi! Want hier heb ik weer een telescoop bij de hand. Meteen maar de grote Dob in de voortuin gezet en op de koperen ploert gericht, die een aantal struise zonnevlekgroepen laat zien. AR2565, AR2567 en de wat tengerder gebouwde AR2569.

20160718_140431-1-768x809

En met Baader Solar Continuum filter:20160718_134853(0)-1-768x827

Daarbij zijn deze smartphonefoto’s een slap aftreksel van het visuele origineel, waar duidelijke fakkelvelden te zien zijn (nog net zichtbaar op de foto’s) en granulatie over de hele zonneschijf.

Het zonnefilter voor de ogen werkt prima maar de rode vlek op mijn schouder verraadt dat het zonnefilter voor de huid wat minder goed is aangebracht. En pffff, het zweet loopt van mijn rug. Ha, achter op de vlonder is het lekker koel. Daar kunnen de Dob en zijn waarnemer even lekker afkoelen voor vanavond.

Vanavond? Ja, ik weet het, het is volle maan. Nou ja, ik ben toch thuis, en ik heb heb gewoon zin om waar te nemen. En de maan blijft me boeien, ook zeker als hij vol is, met die mooie straalkransen vanuit de kraters Tycho en Copernicus. Maar de maan staat nog laag, achter de bomen aan de overkant van de gracht.
Mars is inmiddels buiten bereik. Saturnus daarentegen staat er precies goed voor. En ook nu is het weer genieten, een duidelijke Cassinischeiding die niet helemaal door lijkt te lopen aan de voor- en achterkant van de ring, en een duidelijke band om de equator van de planeet zelf. Van de manen onderscheid ik er vier: Titan, Tethys, Rhea en Dione. Volgens Stellarium zouden ook Mimas, Enceladus en Hyperion in de buurt moeten staan maar in dit schemerdonker ga ik me daar maar niet scheel op staren.

De maan staat ondertussen nog steeds buiten het zichtveld van de Dob. Geen nood, er staan nog een aantal dubbelsterren op het menu. De laatste weken wordt δ Cyg nogal eens genoemd, als goede testdubbelster voor telescopen en waarnemer. Met een afstand van 2.5″ zou dat moeten kunnen. Bij 52x is al wel te zien dat de ster niet helemaal puntvormig is, al zou dat ook nog aan seeing toe te schrijven kunnen zijn. Maar bij 156x verschijnt er in de 8 mm Planetary bij vlagen van goede seeing een duidelijke pup in de sparkles van de felle hoofdster. Doorbarlowen naar 281x met de 10 mm  Ortho en 2.25x Barlow maakt aan elke twijfel een eind.

DeltaCyg

Ken uw klassiekers, spreekt Turn Left at Orion, dus wordt het hoog tijd om α Her eens in het oculair te vatten, beter bekend als Rasalgethi. Deze dubbelster is met afstand 5″ een nobrainer, bij 52x widefield is het feloranje duo al duidelijk zichtbaar. Ik vergroot niet verder door dan 156x.

AlphaHer

δ Her en ρ Her zijn vrij wijde dubbelsterren die weinig vergroting nodig hebben.

DeltaHer

RhoHer

Ok, genoeg dubbelsterren voor vanavond, anders wordt het saai. Voor de volgende keer Breezanddijk staan er bij mij een hele rits planetaire nevels in Aquila op de waarneemlijst. Maar wie weet, die dingen zijn klein en vaak relatief helder, dus ik ga het gewoon proberen.

Het zilveren licht van de maan in Sagittarius spreidt zich uit tot de halve hemelbol, en ook Aquila baadt in Chandra’s schijnsel. Maar zoals het gezegde gaat: niet geschoten is altijd mis. Met de PSA en vervolgens de DSH (Deep Sky Hunter) gaat de starhop naar de plek waar sterontploffingsgasbel NGC6804 zou moeten prijken. Op de vermoede plek denk ik net wel net niet een hele vage gloed te ontwaren. Hmm. Niet overtuigend. Een beetje flauw om dat te loggen. Totdat het OIII-filter ten tonele verschijnt en zijn waarde bewijst. Geen hint meer van een gloed maar een duidelijke vlek, en nog geen kleintje ook. Heel af en toe lijkt er een minieme speldenprik in het midden van de nevel te zien.
Blijkbaar is de planetaire nevel sterk genoeg in het OIII-gebied en het maanlicht voldoende afgeblokt om het object zo op te kunnen halen. Bij deze en de volgende schetsen van planetaries zijn de nevels zelf met OIII-filter afgebeeld en de omringende veldsterren zonder, omdat de zwakkere sterren sneuvelen in de OIII.

NGC6804

We tellen één terug. Buurman NGC6803 staat vlakbij dus het vinden is het probleem niet. Het herkennen van het object als niet-stellair is een stuk lastiger, want in tegenstelling tot joekel 6804 is 6803 maar een kleintje. Doorvergroten tot 281x levert wel een romige ster op maar ik twijfel of dit werkelijk is of seeing-effect. Wel denk ik hem met blinking te herkennen maar nog steeds niet overtuigend. Achteraf zoek ik hem op in Aladin Lite (superhandig, die site, goede ontdekking) en na de vergelijking met de schets blijkt het raak te zijn. In de schets is het de stervlek linksboven in het steelpan-asterisme, boven het midden van het beeldveld.

NGC6803

Een klein stuk lager vermeldt de PSA de open sterrenhoop Collinder 401, rondom een heldere ster van magnitude 7. Weer zo’n sterrenhoop die lastig als zodanig te herkennen is. Of hij heeft gewoon een donkere hemel nodig. Ik zie naast de hoofdster maar vier tot vijf andere clusterleden.

Cr401

Dan maak ik even een omweg via Hercules-Oost om te kijken of ik daar mijn eerste PK-object kan verschalken. Het Tsjechische astronomenduo Perek en Kohoutek heeft in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een catalogus van planetaire nevels samengesteld, waarvan er nogal wat in de PSA staan vermeld. In de staart van de Skyzwemmer (het visvormige asterisme bestaande uit grofweg 95-110 Her, ten westen van de Coathanger) staat PK 51+9.1 . PK staat hierbij voor de ontdekkers en de getallen voor de galactische coördinaten. Helaas is de Buurman en Buurman-nevel te hoog gegrepen voor de Leidse stadshemel bij volle maan. Herkansing in Breezanddijk.

Meer succes heb ik met NGC6790, midden in Aquila. Net als NGC6803 is het weer een ontplofte speldenprik die nauwelijks van een ster is te onderscheiden, maar ook hier schiet Aladin achteraf weer te hulp. In de schets staat hij rechts onderin de lange verticale driehoek, rechtsboven in het beeldveld.

NGC6790

Iets groter is collega NGC6781. Kanonnen, wat een joekel. En wat is een mens op zo’n moment blij met zijn OIII-filter. Aladin kon even bij zijn lamp blijven; dit ding is niet mis te verstaan.

NGC6781

Mijn pogingen om open cluster NGC6709 en bolhoop NGC6760 te bekijken, stranden op de dakrand. Time flies when you’re having fun. Ik zal een heel eind terug naar het oosten moeten. Hiervoor zwiep ik net even over de grens van de luchtwereld van Zwaan, Pijl en Arend naar de waterwereld van Dolfijn en Waterman. De dolfijn Delphinus laat een mooie speelbal zien. NGC6891 is klein, maar wel duidelijk herkenbaar.

NGC6891

En dan is het zomaar kwart over twee. Na de hete dag is het behoorlijk afgekoeld en zit ik toch gewoon weer in mijn dikke vest. De vermoeidheid slaat toe, tijd om op te breken. Maar ik ben blij en voldaan na toch een leuke buit te hebben binnengesleept in deze maanverlichte stadsnacht.

Oh ja, de maan, die zou ik ook nog bekijken. Maar helaas is zij al achter de dakrand verdwenen.

 

Epiloog

Want ze zei dat het woensdagavond niks zou worden met die slechte transparantie.
Foei. Epi mag niet liegen.

NGC6741? Heeelemaal vergeten afgelopen maandag. En die twee dakrandtoeristen NGC6709 en NGC6760 zitten me ook dwars. Dus zit ik op een heldere zomerwoensdagavond met mijn lief aan het bier respectievelijk rosé, terwijl de Dob staat af te koelen. Saturnus staat nog net in bereik maar ik zie al snel dat de seeing niet al te kosher is. Ook blijkt later, als het donkerder is, dat de hemel niet zo mooi transparant is als maandag.

Toch zit ik in de maneschijn, even later voor het raamkozijn. Aan de buitenkant, wel te verstaan. Als eerste mik ik op open cluster NGC6709, die nu gelukkig nog een veilig eind van des buurmans dakrand af staat. En waar ik me al heb voorbereid op weer een saai onooglijk en onherkenbaar cluster speldenprikken blijkt dit een Echt Leuk Open Cluster. De helderste sterren maken een Y-vorm, maar met de minder heldere exemplaren is er ook een soort X in te zien. Kijk, een echte kerel, met XY-chromosoom, maar met de nadruk op Y. De ster linksboven in de driehoek, rechtsboven in het beeldveld, is opvallend oranje.

NGC6709 - Copy

Wat bolhoop NGC6760 betreft kan ik een lang verhaal kort maken. Na lang turen, vergroten, met en zonder CLS-filter, lukt het me niet deze te spotten. Heel af en toe een hint, maar niet overtuigend genoeg om hem te loggen. Volgende keer zonder maanlicht.

Door naar de vergeten planetaire nevel NGC6741, alias The Phantom Streak Nebula. Om een lang verhaal hier ook maar even kort te maken: snotsantabella, wat een gevecht. Maar opvallend is wel die ene ster die steeds tevoorschijn komt met OIII-filter en onzichtbaar blijft zonder. Binnen ga ik toch even de veldschets vergelijken met Aladin Lite, en mooi dat het hem is. Te zwak om door te vergroten blijft het bij een stellaire vlek. Dat zal bij donkere hemel beter gaan. Maar NGC6741 neemt niemand mij meer af.

NGC6741

Hmm, kwart voor één. Naar bed, of nog één object proberen? De hemel ziet er nu echt sjmørig uit; een melkwitte cirkel straalt uit vanuit de maan in het zuiden terwijl de noorderzon de horizon daar flink verlicht. Er zit waarschijnlijk veel vocht in de atmosfeer. De meest donkere plek is in de buurt van de pool. Dus daarom even een galaxy in Ursa Minor proberen dat nog op mijn Herschel-lijst staat, NGC6217. Enfin, heb ik de starhop alvast een keer gedaan. En het galaxy? Wat in het vat zit, verzuurt niet. In elk geval weer twee smakelijke happen aan mijn bescheiden verzameling toegevoegd, ondanks de nog bijna volle maan.

Oh ja, de maan. Die staat in volle glorie in het zuiden. Maar het is al tegen tweeën, dus deze jongen duikt lekker z’n nest in. De Lunar 100 loopt niet weg tenslotte.


Against all odds

Vandaag, de eerste avond van een korte vakantie in eigen land. Tijd voor ontspanning, en voor reflectie en bezinning. Tijd om eens stil te staan bij existentiële levensvragen waar elk mens wel eens mee worstelt, maar die we vaak wegdrukken in de hectiek van het dagelijks leven. Zoals bijvoorbeeld: waarom levert Ikea nog steeds een inbussleutel mee bij elk meubel, terwijl er in elk huishouden gemiddeld reeds vijfentwintig van die dingen aanwezig zijn? Of: zit er een diepere betekenis achter als je een willekeurig asterisme aanziet voor Collinder 469? Hmmm, nee, ik ga toch maar niet teveel piekeren over zulke dingen, want dan word ik weer veel te zwaar op de hand. En tenslotte is het vakantie. Dus besluit ik me toch maar met lichtvoetiger zaken bezig te houden. Zoals het schrijven van een waarneemverslag.

Dus begin ik te typen: “Vandaag, de eerste avond van een korte vakantie in…” Wacht even, dat had ik al. Had ik ook al geschreven dat het bij vertrek en onderweg zwaar bewolkt was en bij aankomst mooi weer werd? Dat was een déjà-vu-ervaring want dat had ik dit weekend al eens eerder meegemaakt.

Vrijdagavond, het werk zit erop, het is vakantie. En ik ben er wel aan toe ook want de accu begint leeg te raken. De avond daarvoor bij het klimmen is het al wat later geworden dus nu maar eens een rustige vrijdagavond en op tijd naar bed. Nog even Astroforum checken.

Enfin, bij het inpakken regent het. Schuilend onder de open achterklep van de auto laad ik de rockerbox en andere spullen in.

Bij Amsterdam is het nog steeds zwaarbewolkt.
20160708_223104

Purmerend: hé, een barst in het wolkendek.
20160708_225414

Hoorn: nee maar, nog meer barsten…
20160708_225916
Breezanddijk: het wordt steeds mooier vanuit het noordwesten.
20160708_230355

En zo vind ik mijzelf onder een steeds helder wordende hemel. Het enthousiasme van Janbstar, de initiatiefnemer, en dat van Oetie, heeft mijn eigen gekte ook weer getriggerd ondanks de vermoeidheid. En daar heb ik geen spijt van. Ook cloudbuster is gearriveerd en Oetie is gekomen in het gezelschap van Youri. Dus nog een goede opkomst ook vanavond.

Mars kan nog net, boven de basaltberg. De rode planeet is duidelijk al even over zijn oppositie heen want hij is inmiddels eivormig geworden. Wapperen kan hij nog steeds uitstekend maar dat neemt niet weg dat hij toch enig detail toont in de vorm van een soort Noord-en-Zuid-Amerika-vormige band, diagonaal over de planeetschijf.
Maar de zomer is bolhopentijd dus richt ik de kijker al snel op Saturnus. Potjandozie, wat een hoop manen, het lijkt M13 wel. Maar het zijn ongetwijfeld ook een hoop veldsterren want achteraf kan ik mijn schets niet helemaal matchen met Stellarium op dat tijdstip. Titan, Rhea, Tethys en misschien Enceladus? Maar voor de rest klopt er geen hout van. Geeft niks, de planeet was zelf prachtig, met opnieuw een mooie band om de planeetbol en een duidelijke Casanovascheiding.

Ondertussen hoor ik om me heen al wat echte bolhopen genoemd worden; het is eindelijk donker genoeg voor deep sky. Zelf ga ik eerst eens wat showpieces bekijken die ik al lang niet meer heb gezien. Zowat recht omhoog gaat de buis, naar Lyra, waar de Ringnevel al in de zoeker te zien is. Maar op hogere vergroting is hij iets indrukwekkender:

M57

In werkelijheid zijn er veel meer sterren zichtbaar, inclusief het achtergrond-“gruis” van de de massa’s melkwegsterren. Maar die probeer ik maar niet te schetsen…
De andere grote zomernevel sla ik natuurlijk niet over. Op dezelfde vergroting van 281x die ik bij M57 gebruikte, vult halternevel M27 een half beeldveld, maar cloudbuster merkt terecht op dat hij bij iets lagere vergroting beter uitkomt.

M27

Even ten zuiden van het fitnessrequisiet, in Sagitta, staat M71. Het is een bolhoop, maar wel een die tegen de wind in lijkt te vliegen. Een soort pijlvorm, met zeker aan de zuidoostkant een lange uithaal.

M71

Precies hetzelfde, maar dan precies andersom, zou je kunnen zeggen van Wild Duck-cluster M11. Dit open cluster vind ik nog steeds lijken op een verwaaide bolhoop. Net als bij M71 geeft de schets van M11 niet de opgeloste sterren weer, die wel degelijk in groten getale zichtbaar zijn, maar meer de vorm van het cluster. Daarbij vallen me deze keer de groepen op, alsof het cluster bestaat uit verschillende eilanden, zoals Zeeland voor de Deltawerken.

M11

Zo. Dat doet een mens goed, na weken grijze herfstlucht weer eens een bak ongegeneerde eye candy. Langzaam maar zeker begint het waarneembloed weer door mijn aderen te bulderen. Ik ben er weer.

Het is zomer, de tijd dat de Zwaan de vleugels weer volop uitslaat en al haar juwelen tentoonspreidt. Maar tussen al het moois in dat sterrenbeeld, en in Sagittarius, Vulpecula en Scutum zou je in de zomer die andere grote vogel vergeten. Toch zijn ook onder de vleugels van de arend Aquila wat subtiele deepskyjuwelen te vinden, al zijn ze minder dik gezaaid dan in de voorgenoemde hemelsegmenten. Eén daarvan staat vlakbij M11. The Glowing Eye nebula NGC6751 is niet moeilijk te vinden en toont zich in het oculair als een romige ster, zoals cloudbuster zo treffend omschreef.

NGC6751

Inmiddels ben ik alweer volledig in autism mode; alles om me heen vervaagt en ik ben me niet meer bewust van de wereld en de mensen om me heen. Alle aandacht concentreert zich op het moois in het oculair. Maar als Oetie op een gegeven moment de Sluiernevel in beeld heeft, trekt de nevel om me heen toch even op om die van haar te gaan bekijken. In het oculair van de Lightbridge straalt een blauwgroene 52 Cygni me tegemoet, maareh, ben ik nou gek? Ik zie helemaal niks. Maar dat geef ik natuurlijk niet toe, stel je voor zeg. In plaats daarvan blijf ik stug in het oculair kijken, en nadat de bewolking voorbij is getrokken, staat NGC6960 prachtig in beeld. Vooral het “kromzwaard” ten noorden van ster 52 tekent zich scherp af, maar ook de andere kant laat zich goed zien. Phew 😉

De sluierbewolking bedekt inmiddels ook andere stukken van de hemel, maar mijn volgende object blijft mooi buiten schot. M24, de Sagittarius Star Cloud. Om dat ding nou Object van de Maand te maken vind ik dan weer minder, wie doet dat nou? Maar ja, een gegeven paard moet je niet in de bek zien, hoewel dat nu weer precies is wat ik wel ga doen met dit venster in het galaxystof. M24 zelf is snel gevonden, en vult meerdere beeldvelden. Bij de “boeg” van heldere sterren valt me meteen een heldere vlek op. Meteen raak: open sterrenhoop NGC6603 laat zich duidelijk zien als een ronde vlek, met diagonaal daardoorheen een verheldering als een lichte streep. Als een ouderwetse draaiknop, of de Noorse of Deense letter ∅. Een echte øpen stjærrehøp.

NGC6603

Een heerlijk object om uit te pluizen, die M24. Aan de andere kant staat nog een leuke planetary. Maar nu zie ik in mijn atlas dat er nog een ander open cluster staat, Collinder 469. Zo goed en zo kwaad als het gaat in de best-gedetailleerde-maar-te-weinig-voor-binnenin-M24-atlas probeer ik de sterrenhoop te lokaliseren. En kijk, daar zie ik iets wat hem wel eens zou kunnen zijn. Een mooi sterpatroon in de vorm van een kindertekening-koppootfiguur zwaait naar me voor aandacht. En die krijgt hij van me, bij een flinke vergroting van 281x met de 10 mm Ortho, versterkt met 2.25 Barlow.

LittleManAsterism

En wat blijkt achteraf, na checken in DeepskyLog? Het is hem niet. En wat realiseer ik me achteraf? Dat mijn atlas ook een detailkaart heeft van het gebied met M24. Tsja, achteraf kijk je de koe in de kont.
Ziehier mijn dwaling.

Collinder469AndLittleMan

En toch vind ik het een leuk asterisme, dus heb ik hem lekker toch geschetst.

Dan, om de eer te redden door naar de finish: planetary NGC6567. Hij is subtiel, heeel subtiel. Toch denk ik hem in mijn Maxvision bij 52x al te spotten, minder romig dan zijn collega in Aquila maar dan toch wel roomboter light. Na enig gehannes met oculairwissels en verkijken op groottes van beeldvelden heb ik mijn omliggend asterisme dan toch in beeld: een soort omgekeerde A met daar direct naast, mijn planetary.

NGC6567

De anderen zijn inmiddels aan het opruimen en het begint al licht te worden in het noordoosten. In die richting lijken zich hints van Noctilucent Clouds te ontwikkelen, en Oetie en Youri besluiten nog even na te blijven om deze vast te leggen. En met succes, zoals later blijkt, die moeite was niet voor niets.
Voor mij zit het erop; ik kan terugkijken op een geslaagde missie.

En dan nu vakantie, en eens een aantal nachten goed slapen. Tot de volgende keer, einde van de maand, met een paar uur Echt Donker 🙂

 


Solsticious

Nocturne

Leiden, vrijdag 24 juni 2016

Het vertrouwde geluid van hoge hakken doet me opkijken van het oculair. Een sierlijke gestalte verschijnt uit het donker. “Hé, ben je nog wakker?”

Verdraaid, het is alweer kwart voor twee. Heb ik me toch weer uitstekend vermaakt, deze vlak-na-midzomernacht. Met een stel dubbelsterren nota bene. Eigenlijk best leuk, zeker als je alweer drie weken droog hebt gestaan. En die planeten mogen er ook wezen vanavond. Nou ja, de seeing is niet geweldig, maar vooral Saturnus komt toch mooi uit de verf.
Maar laten we bij het begin beginnen, hoewel ik nu dus al met het eind ben begonnen. In mijn map zit al een jaar een waarneemlijst met dubbelsterren rondom Bootes, uit Turn Left at Orion. Nooit aan toegekomen, dus dit is een uitgelezen avond om die eens onder het oculair te nemen. De jongens liggen op bed, mijn betere helft is naar de bruiloft van een collega en de hemel is eindelijk weer helder. Alsof je na een wedstrijd honderd meter figuurzagen onder water eindelijk weer even mag ademhalen.

En dat doe ik dan ook. Even diep ademhalen. Mars staat laag, dus ik zet de Dob hoog, om over de schutting te kijken. Hatsekidaisy, met volgplatform en al op de banken van de picknicktafel. De chef is zo te zien nog druk bezig met de bereiding van dit bord pomodorisoep want de damp slaat eraf. Minder goed zichtbaar dan de vorige keer in Breezanddijk, kan de matige seeing toch niet verhinderen dat er een duidelijke donkere rand zichtbaar is aan de zuidwestkant van de planeet, terwijl op het midden van de schijf wat lichtere structuren te zien zijn. Jupiter staat nog hoger, dus voor die planeet zijn minder draconische maatregelen nodig voor wat betreft de dobstelling. Maar ook de bandenkoning wappert dat het een lieve lust is, dus daar blijf ik niet te lang bij stilstaan. Saturnus komt nog maar net om de hoek kijken dus die bewaar ik voor later.

Mooi. Bootes. In de opgeheven hand van de Ossenhoeder zit een driehoek van sterren die luisteren naam de namen θ, ι en κ Bootis, ook wel bekend als respectievelijk Asellus Primus, Asellus Secundus en Asellus Tertius. Het zouden zomaar opeenvolgende Romeinse keizers kunnen zijn, ware het niet dat “Asellus” ezelsveulen betekent. Die laatste twee zijn mooie dubbelsterren, waarbij ι ook nog eens een pulserende variabele is. Beide dubbelsterren lossen bij lage vergroting mooi op en passen dan ook nog eens gezellig in één beeldveld. Zo ongeveer als dit.

IotaKappaBoo

Vlak in de buurt zit een dubbelster die in mijn beide atlassen anoniem door het leven gaat. Gelukkig beschikt Stellarium over iets meer parate kennis; de software weet maar liefst drie nummers te melden. Tenslotte lust DeepskyLog het HD-nummer (HD 126531) en tovert de naam STF oftewel ∑ oftewel Struve 1843 tevoorschijn. Deze dubbelster heeft iets meer poke nodig om te scheiden, maar 125x is ruim voldoende.

STF1843

Eveneens via de Stellarium-DeepskyLog-route vind ik uit dat mijn volgende doelwit van meneer Struve het nummer 1834 heeft gekregen. Die staat wel in de PSA, maar op de pagina waar ik kijk is niet duidelijk bij welke ster de naam nu hoort. Later blijkt dat op een andere, overlappende pagina wel duidelijk te zijn aangegeven. Dit exemplaar is niet vies van een pittig bakkie vergroting dus ik schroef mijn 1.3x Barlow in de Ortho. Bij 163x staat het duo mooi boven op elkaar; ze zijn mooi helder en doen niet voor elkaar onder.

STF1834
Een pak bewolking dringt zich even op vanuit het zuidwesten en even lijkt mijn avond abrupt te worden afgebroken. Gelukkig zet de bewolking niet door en trekt zich zelfs terug. Na een korte bedekking is Bootes weer vrij.
Helemaal aan de andere kant van Bootes, aan de voet van de je-weet-wel-stier-oppasser is het nummer Σ1835 in de PSA wel eenduidig aangegeven. Ook dit tweetal is niet vies van een wat sterker glas, maar in tegenstelling tot hun voorganger in de reeks huldigen ze het gelijkheidsprincipe niet. Laurel en Hardy worden vergezeld door twee in magnitude afnemende buursterren.

STF1835

Als laatste mik ik de kijker op σ Coronae Borealis, die genoegen neemt met 125x. Een helder tweetal, met een “staart” van buursterren.

SigmaCrB

Dan… Saturnus. Mijn favoriet, maar ik verwacht er niet veel van, met deze seeing. In plaats van de Dob weer op de banken te zetten verplaats ik hem naar het pad vlak voor de ingang van onze tuin, en neem daarmee het risico op nieuwsgierige voorbijgangers voor lief. Dat valt mee op dit tijdstip, en al wappert de ring als een rubberen hoelahoep, de Cassinischeiding liegt er niet om. Een ook is er duidelijk een equatoriale band te zien op de planeetschijf. Schitterend, mijn lievelingsplaneet trekt zich lekker helemaal niets aan van seeing. Behalve de planeet zelf zijn er vier manen te zien. Tethys, Dione en Rhea vormen een driehoek boven (ten zuiden van) het ringjuweel, terwijl Titan iets verder naar buiten staat. Verderop staan nog twee veldsterren, waarbij één helderder dan Titan. Bij de schets gaat het om de manen; de planeetkrabbel dient alleen om de positie aan te geven.

SaturnAndMoons

Nou goed dan, toch nog even wat deep sky. M13 verrast me aangenaam, die staat er toch best mooi bij. Een flinke vergroting maakt de stadshemel toch redelijk donker en ik geniet van de speldenprikken. Buurgalaxy NGC6207 sla ik wijselijk over maar nabijgelegen M92 mag er toch ook wezen. Subtieler, maar ook hier best veel opgeloste twinkels.
Lager in Hercules pak ik nog de vurige dubbelster Rasalgethi mee, waarna ik de Ophiuchiaanse grens oversteek om IC “Hi” 4665 nog eens onder de loupe te nemen. Vlak bij dit stelsel staat het asterisme Patchick 50, een tip van Skyscanner. Een aardig asterisme, enigszins in de vorm van een parachute.
Nog nagenietend van al het moois word ik geleidelijk het herkenbare ritme van hoge hakken gewaar. Ik kijk op van mijn oculair. Een sierlijke gestalte verschijnt uit het donker. “Hé, ben je nog wakker?”

 

Lucky shot

Knardijk, zaterdag 25 juni 2016

Dilemma’s. Ik ben er nooit goed in geweest. Wat is wijsheid? Die vraag zal me altijd wel bezig houden. Beslissingen nemen op basis van een gebrek aan informatie, ga er maar aan staan.
Gelukkig ben ik geen directeur, premier of president en sterft er niemand als ik al dan niet naar een star party ga. En gelukkig hebben we janbstar die me over de streep trekt en ArnoM en cloudbuster die even meeduwen.
De keuze valt op de Knardijk omdat de weersites voor het noorden geen gunstig beeld laten zien. In Leiden is het helder maar in het noordoosten in inderdaad nog een flink wolkenfront te zien. Onderweg blijkt dit toch vrij hardnekkig. Het lijkt erop dat we precies in het goede gat zijn gesprongen, zowel qua plaats als qua timing. Als het dak niet open kan dan kijken we maar door het raam.

Ter plekke is Jan al gearriveerd en volgen ArnoM en cloudbuster al snel. Die laatste doet zijn naam eer aan want hoe later op de avond, hoe schoner de wolk. Uiteindelijk is het gewoon helder. De seeing is helemaal niets dus over de planeten ben ik kort. Bij Jupiter valt nog net Callisto te zien tegen de planeetschijf aan, klaar om erachter te verdwijnen. Mars is een kokende pan soep en zelfs Saturnus vindt het niet leuk meer. Maar met de mooie beelden van gisteren nog vers in het geheugen maak ik me daar niet druk om. Tenslotte ben ik hier voor deep sky.

Het gras staat bijna kniehoog en de grond is drassig. En niet alleen de grond, want de Dob staat nog niet in zijn rockerbox of het vocht druipt er al vanaf. Hmmm. Eerst koffie, want het is nog veel te licht voor fatsoenlijk deepskyplezier. Tenslotte is het nog maar vier dagen na de zonnewende. Zo gauw het wat donkerder is mik ik op het grensgebied van Hercules en Serpens, waar IC “White Eyed Pea” 4593 te vinden is. Vorige keren heb ik deze planetaire nevel over het hoofd gezien omdat deze in de PSA verdekt opgesteld staat tussen twee pagina’s. Deze keer zal ik hem hebben. En dat lukt, ook al moet ik er een pittig glas op heffen om hem van een ster te onderscheiden. Met de 10 mm Ortho in de 2.25x Barlow komt de witogige erwt 280 keer dichterbij. Even spelen met filters laat met veel moeite een soort halo zien om de heldere kern. Zonder filter vertoont de nevel een licht blinking-effect: bij perifeer kijken daaristie, direct kijken, foetsie.

IC4593

Op naar Ophiuchus, waar nog wat smakelijke boulettes te vinden zijn die ik in Breezanddijk niet meer op kon. Zoals daar zijn NGC6342. Onderweg kom ik M9 en NGC6356 tegen. Tjonge, wat zijn die dingen helder. Dag nachtzicht. Dan is 6342 een stuk subtieler, op 156x is een spookachtige gloed te zien in een beeldveld dat rijk gevuld is met veldsterren. Een fraai geheel zo.

NGC6342

Ondertussen begint de dauw zijn tol te eisen. Buurman cloudbuster kampt met een beslagen hoofdspiegel van zijn Sumerian. De föhn biedt een minuut soelaas, dan is het alsnog over en uit. Ook de anderen en ik hebben er last van in de vorm van beslagen oculairs, vooral die van de zoeker. Jan en ik jagen er heel wat papieren zakdoeken doorheen om de tranen van het zoekerglas te wissen, maar het is onbegonnen werk.
Mijn pogingen om bolhopen NGC6325 en NGC6235 te zien, stranden dan ook. Het lokaliseren lukt nog wel, maar de objecten laten zich niet zien. Beslagen oculairs helpen daar niet bij, evenals de maan die nu begint te storen. De hemel is nu ook gewoon te licht.
We besluiten er een punt achter te zetten. De avond was kort, en de buit bescheiden. Maar toch hebben we genoten en lol gehad. Gegokt en gewonnen.

Dilemma’s, ik zal er nooit aan wennen. Neem geen onnodige risico’s; bij twijfel niet doen. Dat heb ik wel geleerd. Behalve bij astronomie.


Belaattafeld

Een culinair avontuur voor vier.

Als laatste arriveer ik bij Bistro Le Brézandique, want de auto’s van mijn gastronomische soulmates zie ik al staan op de parkeerplaats. Dit restaurant is geliefd in de regio Amsterdam, maar ook daarbuiten heeft het naam gemaakt, getuige de Oostenrijkse camper die even verderop geparkeerd staat. Binnen tref ik Janbstar, Oetie en Cloudbuster aan de bar, die al aan het genieten zijn van een apéritif in de vorm van een heldere blauwe hemel waarin geen wolk te bekennen is. Aan het raam is een mooie tafel voor vier gereserveerd. We kunnen volgens plan eten.
Naar goed Zuid-Europees gebruik gaan we pas laat aan tafel, waar ons alvast een smakelijke amuse wordt geserveerd in de vorm van een prachtige schijf authentieke nougat uit Montélimar, die een eind voorbij zijn oppositie des te beter op smaak is gekomen en ons niet alleen verrast met scherpe kleurschakeringen maar ook een scherpe ronde schaduw. “Nougat à l’ombre d’Europa”, weet de ober dan ook te vertellen. We bestellen er een glas Jupiler bij.

Nadat de sommelier ons een goede heldere witte wijn heeft geadviseerd, vooral niet mousserend met het oog op de komende gerechten, dient de ober het voorgerecht op. Voor ons staat een smakelijk bord Zuppa di pomodoro alla Toscana con crema di latte. Of even onder ons regio-Amsterdammers gezegd: tomaotesoep met flekkies. En het is wel duidelijk dat Le Brézandique kwaliteit serveert want waar ik eerder dampende, vormeloze borden soep heb gezien, is hier kunstig met de crème fraîche omgesprongen. Een artistiek verantwoord patroon van licht en donker zalmroze streelt niet alleen de tong maar ook het oog. Daarbij zijn we blij dat we het advies van de sommelier ter harte hebben genomen. Helder en duidelijk proeven we hier wat de kok in zijn mars heeft.

Mars

Onder het genot van enkele goede teugen Cuvée du Ciel Clair kijken we eens op de menukaart voor het hoofdgerecht. Het Menu van de Maand spreekt mij wel aan, de Tournedos à l’œil du chat Poivré. Terwijl onze tafeldame ditmaal kiest voor een lichtverteerbare salade kiezen de heren voor een weelderig zeebanket. Kort nadat de ober de bestelling heeft opgenomen verschijnt een vriendelijke serveerster met een sprankelende spoume. “Coupe Cassini”, legt ze uit. Een scherpe ring tekent zich af met een vlijmscherpe donkere rand in het midden, hoewel de ring best een beetje wappert. Ook zijn duidelijk vijf manen te zien. “Enceladus, Rhea, Titan, Tethys en Dione”, licht de serveerster toe, “en als je heel goed kijkt, Mimas”. Helaas heb ik niet goed gekeken maar vijf zie ik er in elk geval.

De sfeer zit er inmiddels goed in en de tijd vliegt voorbij. Weldra dient de ober het hoofdmenu op en staat er een smakelijke tournedos voor mijn neus. De chef heeft het maandmenu werkelijk heel creatief met peperkorrels versierd, want het lijkt net of er een patroon in zit.

IC4665

En natuurlijk laat de tournedos zelf zich goed smaken. Keurig à point, met een ietwat grove structuur, is het malse vlees een streling voor de tong.

NGC6543

Over en weer laten we elkaar natuurlijk ook wat proeven van de verschillende gerechten. De Vijf Scampi’s van Cloudbuster zijn voortreffelijk, de vorige keer had ik die zelf besteld. De Appel met Pit van Jan is ook niet te versmaden maar naar die pit moet ik wel even zoeken. En Oetie’s lichtvoetige Salade aux Souliers Oubliés blijkt toch een substantiële bolhap te bevatten, zoals zij een boulette enigszins oneerbiedig noemt.

Aangezien ik niet van de grote porties ben maar meer een fijnproever, ben ik blij dat het hoofdgerecht niet al te copieus is. Daarmee is er nog voldoende ruimte voor een uitgebreid dessert. Thuis had ik al besloten om vanavond voor de boulettes te kiezen. Niet van die grote zoals in Oetie’s salade maar wat fijne kleine exemplaren. De cuvée vloeit overvloedig maar ondanks, of liever dankzij dit edel vocht voelen we ons uiterst helder, en de tijd vliegt bij deze gezelligheid. Het moet al ver na middernacht zijn wanneer het nagerecht wordt opgediend. Een mooie schaal met zes boulettes van verschillende grootte wordt opgediend en voorzichtig begin ik met de eerste. Met een pittige kern is de bolhap, pardon, boulette, rijk van smaak.

NGC6293

De volgende twee zijn iets subtieler, echt wat voor de fijnproever.

NGC6304

NGC6316

Op een andere wijze subtiel is dit exemplaar, zonder veel pit maar met een fijne twinkeling.

NGC6355

En tenslotte zijn de laatste twee echt een uitdaging voor de connoisseur.

NGC6284NGC6287

Gezelligheid kent geen tijd, maar drie uur ‘s nachts is best laat om nog te tafelen dus langzaamaan wordt het toch tijd om op te breken. Wat mij betreft kan Le Brézandique rekenen op een positieve recensie. Het restaurant heeft zijn reputatie weer eer aangedaan.


Metalhead

Niet geschoten is altijd mis
Maar nooit verwacht dat het zo snel al raak is.

Nou ja, echt goed ziet het er niet uit met al die sluierbewolking. Toch zet ik tegen half tien mijn Dob buiten. Gewoon proberen, houd ik mezelf voor. Het is tenslotte alweer ruim twee weken geleden dat ik de zwerkvorskunst heb kunnen beoefenen, en sinds mijn dagdroomdwaaltocht door de Pocket Sky Atlas (PSA) afgelopen weekend heb ik er toch wel weer erg veel zin in.

Een druilerige zondagmiddag. Mijn lief is aan het werk. De jongens vermaken zich, en zo doe ik. Na mijn brein enige tijd heb uitgedaagd met twee boeken over optiek die ik sinds kort heb, richt ik me weer eens op de praktijk. Het mocht tenslotte weer eens helder worden. In de PSA begin ik bij de meest noordelijke kaart die bij deze periode van het jaar hoort en zak langzaamaan af naar het zuiden, op zoek naar leuke objecten, liefst die ook vanuit de stad moeten kunnen. Draco. The Cat’s Eye, die probeer ik volgende maand wel weer eens. UGC 10822? Thou gottest to be kidding. Leuk voor Breezanddijk.

Hé, een dubbelster naast de kop van de draak. Alrakis luidt de naam van μ Draconis. Leuk, daar wil ik wel eens meer van weten. Dus raadpleeg ik onze oom in Mountain View, CA, met de zoekterm “Alrakis”. Maar in plaats van een dubbelster komt oom Google eerst met een metalband uit Berlijn. Hmmm, eens kijken. Het heeft dan wel niets met astronomie te maken maar een beetje algemene ontwikkeling is nooit verkeerd. Ok, de band is opgericht in 2007 en heeft tot nu toe twee albums gemaakt, met de namen “Omega Cen” (2010) en “Alpha Eri” (2011). Tracks hebben titels zoals “M20”, “NGC 6611″,  ” Gas und Staub Zwischen den Sternen”, en “Jupiter”. In Duits ben ik nooit goed geweest maar “M20”, “NGC 6611” en “Jupiter” kan ik nog wel vertalen. En tien tegen één dat die andere titel ook wel iets met het heelal heeft te maken. Wel heb ik van mijn leven, vette chîte. Onwillekeurig grijp ik naar mijn oortelefoon om eens te checken hoe planeten en deepsky-objecten nu klinken. Voorbereid op een lekkere bak pokkeherrie, blijkt Alrakis tamelijk rustige ambient metal te maken. Geen idee of dat een bestaande term is, maar zo klinkt het. En blijkbaar is dit de muziek waar onze noordelijke Draak van geniet, gezien de gelijknamige dubbelster op oorhoogte.

Oh ja, Alrakis. De dubbelster. Het achtste zoekresultaat leidt me naar de Wikipage van Mu Draconis waar te lezen valt dat de dubbelster al te scheiden is in een kleine telescoop bij 120x. Elders lees ik dat het paar een afstand heeft van 2.5 boogseconden. Moet kunnen. Die bewuste donderdagavond begin ik al vroeg, het is nog schemerig. Nooit gedacht dat ik nu al zou kunnen waarnemen, want de afgelopen dagen is het niks geweest. En ook voor vanavond ziet het er niet zo goed uit. Maar ik ga het in elk geval proberen. Niet geschoten is altijd mis.
Wanneer Vega in het zicht springt begin ik maar op goed geluk daarvandaan te starhoppen. Hoppenderwijs stuit ik op de Double Double ε Lyrae. Leuk, dat is alweer een tijd geleden en in de 10 mm Ortho staat het tweemaaltweetal mooi gescheiden, de beide paren haaks op elkaar. Omdat het zo leuk is besluit ik nog even verder de verkeerde kant uit te hoppen en houd halt bij de dubbelster ζ Lyrae. Tenslotte zit ik in de stad met goed verlichte sluierbewolking, dus dan zijn dubbelsterren goede objecten. ζ Lyrae blijkt een mooie heldere wijde dubbelster, met B iets zwakker dan A.

ZetaLyrae

Nog een halte terug kom ik terecht bij de Delta’s van de Lier, waarbij de PSA vindt dat nummer 2 is omgeven door een open cluster genaamd Steph (Stephenson) 1. En dat blijkt nog een aardig ding te zijn. De heldere ster rechtboven het midden van de schets is δ2; de iets zwakkere helemaal onderin is δ1.

Steph1

Dan vind ik het tijd om een gooi te doen naar Alrakis. Maar helaas is het nog zo licht dat de kop van Draco nog niet eens met het blote oog zichtbaar is. Vanuit de Delta’s zwiep ik met de zoeker via Vega een end naar linksboven en stuit daar op een trapezium van vier sterren. Beet. Dan is de hop naar de metalster niet moeilijk want dat is van Eltanin naar Rastaban en dan diezelfde afstand en een stukkie naar links, hebbes. Ik begin met mijn widefield MaxVision-oculair, met het plan om door te vergroten voor het splijten van Alrakis. Maar dan blijkt dat het in de MaxVision al raak is. In plaats van een punt zie ik een schuine streep in beeld, en dat komt niet door slechte focus, astigmatisme of ander onheil. Neen, er is iets met deze ster. De Ortho maakt van de streep twee punten. Zo, die zit. Nu vraag ik me alleen nog af waarom die band wel een album “Omega Cen” en “Alpha Eri” heeft gemaakt maar geen “Mu Dra”. Te voor de hand liggend zeker.

Alrakis

Verder struin ik door de PSA, op een druilerige zondagmiddag. Aan de andere kant van de drakenkop valt me een object op met de naam Hu 66. Wat 66? Om een lang verhaal kort te maken blijkt Hu te staan voor Hussey, een astronoom die begin vorige eeuw ontdekte dat de dubbelster die eerder door Otto Struve was ontdekt, een drievoudig systeem is. Componenten A en C (die van Otto) staan op 0.8″ (boogseconden) van elkaar; A en B respectievelijk B en C veel dichterbij. Voor de eenvoudige amateur zou in de PSA dus OΣ 351 hebben moeten staan in plaats van Hu 66. Artistieke vrijheid van de auteur, zullen we maar zeggen.
Naamloos als hij is blijkt deze Struve een stuk meer heavy metal dan zijn wederpartij aan de andere speaker van des draaks koptelefoon. Hier moet ik alle registers opentrekken. Met de 10 mm   Ortho en 2.25 Barlow is het paar bij vlagen van goede seeing netaan te scheiden. Een soort Alrakis light. Of zeg maar, Alrakis heavy.

OttoStruve 351

Genoeg dubbelsterren, ik heb zin om weer eens lekker diep te skiën. Maar gaat dat lukken met zoveel sluier? Okay, zoals ik al eerder tegen mezelf zei: gewoon proberen. De keystone van Hercules is niet eens te zien, toch vind ik met enig hangen en wurgen M13, die bij 156x nog leuk oplost ook. Maar dat is even een warming-up, de reis gaat omhoog naar 52 Her en voordat ik terug ben bij Alrakis trap ik op de rem en heb NGC6229 in beeld. Nu had meneer O’Meara al geschreven dat deze bolhoop goed te doen is vanuit de stad maar hij staat er ondanks de sluier wel heel helder bij. Gelukkig valt die sluier hier en daar wel mee.

NGC6229

Het laatste stadsobject op mijn lijst is planetaire nevel NGC6210. Maar die staat alweer een stuk lager. Hmmm. Oh ja, niet zeuren, gewoon proberen. Omlaag terug via de keystone, hatsiewicz flatski in beeld met die handel. En aan helderheid laat de bolpluim niets te wensen over. In de MaxVision een pluizige ster, in de 8 mm Planetary een leuke blinker. Kijk je ernaast, daar is ie, Kijk er recht bovenop, foetsie. Zonder filter dan. Met UHC of OIII blijft hij gewoon staan, ook direct. Leuk ding, hij schijnt de bijnaam Turtle Nebula te hebben. Waarom kan ik helaas niet zien, zoveel detail geeft de nevel niet prijs. Maar dat neemt niet weg dat het een leuk object is.

NGC6210

Zut, alweer tegen enen. Morgen weer werken, maar gelukkig is dat mijn thuiswerkdag. Dus niet om zes uur op maar pas om half acht. En het is het dubbel (no pun intended) en dwars waard geweest.