Stairway to Heaven

Warming up

Leiden, zondagavond 27 november 2016

Aan huis gekluisterd vanwege de nachtdienst van mijn meisie kan ik helaas geen gebruik maken van deze kraakheldere avond in het Dijkgatsbos. Maar een tuinsessie is op zijn tijd ook leuk, en deze keer besluit ik wat dubbelsterren te lijf te gaan met de 10 cm doorkijkpijp. Vanavond hou ik het lekker low key, ik ga deze keer niet schetsen en gewoon alleen lekker kijken.
Geïnspireerd door een waarneemverslag van skyfan neem ik 36 And op de korrel, een nauwe dubbelster met een scheiding van één boogseconde. Zoals verwacht is deze niet te scheiden met de 10 cm refractor. Daar zal toch de 10″ Dob een keer aan te pas moeten komen. Wel is de ster op 156x duidelijk langwerpig; terwijl nabijgelegen ster η And er gewoon als een stip uitziet. Verder vergroten voegt niets toe; hier is het scheidend vermogen van de kijker blijkbaar de limit, en dat klopt ook wel voor een afstand van 1″.
Gewapend met the Cambridge Double Star Atlas ga ik op zoek naar wat leuke dubbels die vanaf mijn terras zichtbaar zijn. Daarbij kom ik λ Ari tegen, een wijde ongelijke wit-blauwachtige dubbel. Interessanter vind ik een exemplaar verderop in Auriga. θ Aur is een nauwe ongelijke wit-blauwige dubbelster die flink vergroot moet worden, maar het gaat met 4″ scheiding goed. De pup is duidelijk te zien.
Verder noordwaarts in de Giraffe noemt de atlas 32 Cam. Nu kom ik er achter dat starhopping met een equatoriale montering vlakbij de poolster nog geen sinecure is. Uitgaande van kleinebeersterren δ en ε Umi probeer ik de kijker richting mijn girafspliterwt te roteren en ik doe er zeker een kwartier over om mijn doel in het vizier te krijgen. Maar oefening baart kunst, en uiteindelijk staat de dubbelster in beeld. 32 Cam is een redelijk wijde witte dubbelster die op lage vergroting is te scheiden.

Zo, genoeg dubbels weer, teveel op één avond en ik houd ze niet meer uit elkaar. Dus nu gewoon naar de Orionnevel. Zelfs vanuit de stad is dat gewoon een indrukwekkend ding. Nu ik toch op in de buurt ben ga ik gelijk langs bij buurman NGC1980. Dit open cluster is niet heel interessant: een dubbelster, ι Ori, met een haal van zwakkere sterren. De dubbelster is tevens de lucida van NCG1980 die volgens Stellarium luistert naar de ietwat allergene naam Hatsya. Een redelijk nauwe wit/blauwige ongelijke dubbel maar op hogere vergroting goed te doen. Toch nog een extra dubbelster.

Stairway to heaven

Breezanddijk, maandagavond 28 november

Vliegende start

Vanavond heb ik een afspraak om te gaan klimmen, mijn andere hobby. Toch heb de avond ervoor mijn Dob en toebehoren in de auto geladen want maandag belooft net zo mooi te worden als deze zondag. Dan maar laat, na het klimmen, als ik er nog de puf voor heb, en anders dinsdag. Een mens kan maar voorbereid zijn. Omdat ik pas later van huis kan vanwege de nachtdienst blijf ik ook langer op mijn werk om daar vandaan direct door te rijden naar de klimhal. Dan klinkt het karakteristieke *pting* van facebook messenger. Mijn klimpartner, ze kan niet en zegt af voor vanavond. Het wordt donderdag. Briljant, wat een timing. Vanavond gaat de rit naar Breezanddijk.

Op kantoor, nadat mijn laatste college is vertrokken, hijs ik me in mijn winterkleding inclusief skibroek, bivakmuts en handschoenen met afneembare vingertoppen. Een vlotte rit brengt me in Breezanddijk. Voor een maandagavond blijkt de opkomst behoorlijk; wanneer ik aankom om een uur of acht zijn gixer, hansweijers, Harro en Willem al gearriveerd. Later volgen ArnoM en RoelandM. Willem heeft een imposant apparaat bij zich, een Dobson die me in verticale stand doet denken aan een kruising tussen een wigwam en een korfbalpaal. Een machtige kijker van 45 cm. En het kanon van Harro mag er ook wezen.

Maar daar ga ik later eens buurten. Eerst spijkers met koppen slaan, de transparantie is fantastisch tot aan de horizon. Je ziet Alnitak, Alnilam en Mintaka uit de IJsselmeer oprijzen. Een uitstekende gelegenheid om zuidelijke galaxies in de kraag te vatten. Mijn doelwit is NGC613 in Sculptor, die er nu goed voorstaat, nog voor de lichtkoepel in het zuiden. De starhop vanaf Cetus is goed te doen en het galaxy heeft een herkenbaar omringend asterisme dus ik zit snel op de goede plek laag boven de dijk. Zien is een ander verhaal, however, dus daar ben ik iets langer mee bezig. Gelukkig ben ik voorbereid en weet ik precies waar ik moet kijken. Het deepskyfilter biedt hier soelaas en uiteindelijk heb ik het beeldhouwerstelsel duidelijk perifeer in beeld.

01-ngc613

Zo. Een goed begin is het halve werk. Als om mijn vangst aan de lage horizon op te luisteren vliegt een F16 laag aan de horizon een aantal ererondes om onze waarneemgroep en streelt ons gehoor met zijn lieftallig motorgeluid.

Het is net traplopen

Hoe beklim je een walvis? Een hoogwerker zet je wat moeilijk in zee dus we nemen gewoon de trap. De eerste tree heb ik al genomen, die begon in Sculptor. De tweede staat in de territoriale wateren van het zeesuperzoogdier zelf en is getooid met de poëtische naam NGC908. Maar nu ben ik intussen wel benieuwd naar die stellingdob van Willem dus ik ga eens buurten. Ook deze telescoop heeft een trap nodig, tenminste als hij op een hoog staand object is gericht als M31. Maar dan heb je ook wat, allemensen wat een beeld. Zelfs NGC206 springt in het oog, en zie ik daar nu zowaar stofbanden?
Na een kop hete koffie keer ik terug naar mijn bescheiden kijker om de stap naar NGC908 te nemen. Dezelfde weg terug en ter hoogte van 57 Cet de afslag richting Eridanus. Halverwege vind ik mijn galaxy, dat zich perifeer niet moeilijk laat zien. Een filter blijkt niet nodig.

02-ngc908

De volgende tree omhoog leidt naar NGC779, onderin de hals van de walvis. Dit wordt even serieus klimmen. Zo kom ik toch nog even aan mijn andere hobby toe. Vreemd hoe die twee hobby’s soms in elkaar overlopen, in de klimhal heb ik halverwege een route ook wel eens sterren gezien. Precies alsof je door een oculair kijkt. Oeps, tijdens een lastige manoeuvre even vergeten adem te halen. Tja, een man kan ook maar één ding tegelijk. Terwijl ik diep ademhaal zwiep ik de Dob naar Baten Kaitos, daar waar de romp van de walvis overgaat in de hals. een kort stuk volg ik de hals om vervolgens rechtsaf te slaan. Een helder edge-on-galaxy verschijnt in beeld met een duidelijke kern en een wat rommelige halo. Verbeeld ik het mij of zie ik u enige structuur? In elk geval onderscheidt dit stelsel zich van zijn soortgenoten in Cetus door zijn helderheid.

03-ngc779

De volgende tree is een stuk relaxter, ik kan me zelfs iets omlaag laten glijden richting de rivier de Eridanus. Vanuit de ster Azha in dat sterrenbeeld begin ik de eenvoudige starhop naar NGC1052 en consorten. Er blijkt daar een heel cluster van stelsels te zitten, dus ik houd het bij lage vergroting om ze mooi in één beeldveld te krijgen. NGC1052 is helder genoeg om in het oog te springen; voor NGC1042 moet ik beter mijn best doen. Maar uiteindelijk zie ik op de aangewezen plaats een diffuse ronde gloed links boven NGC1052, die een flink stuk groter is dan de heldere-kern-met-halo van dat stelsel. Lastiger nog is NGC1035, maar uiteindelijk geeft hij zich gewonnen: tussen twee heldere sterren links onderin licht perifeer een kleine pit op. Achteraf blijkt deze langwerpig, maar dat heb ik er niet in kunnen zien. Ook de andere stelsels probeer ik nog, waaronder NGC1047 die ook in beeld zou moeten staan, maar het lukt me niet om deze te zien. En dat geeft niks, ik vind deze drie al leuk genoeg.

04-ngc1052ngc1042ngc1035

Eén greep hoger staat NGC1022, een face-on galaxy dat ook weer goed zichtbaar is tussen zijn veldsterren.

05-ngc1022

De volgende etappe in mijn klimroute is object van de maand M77 met buurstelsel NGC1055. Met een ferme zwiep komt δ Cet in beeld, en van daar uit is M77 simple comme bonjour. Twee heldere sterren naast elkaar, waarvan één getooid in een kogelronde halo. Oh nee, die haloster is wat pluiziger dan die andere. M77 is helder, maar detail zie ik er verder niet in. Iets verder omhoog vind ik NGC1055, in een driehoek met twee heldere sterren. Ook dit stelsel is zonder veel moeite te zien.

06-ngc1055

Zo. Boven. Phew, ik heb het gered. Tijd om me weer te laten zakken, waarbij ik en passant nog even NGC1084 meeneem die ik tijdens de klim ben vergeten. Net over de grens met Rivierenland staat dit stelsel in Eridanus, vlakbij NGC1052 en zijn kornuiten.

07-ngc1084

Genieten zonder gêne

Verder laat ik me zakken, tot ik weer veilig met beide benen op de grond sta. Tijd om nog eens wat rond te kijken bij de andere heren. Cloudbuster is rustig maar toegewijd bezig met versie 4 van de widefield M31-schets met behulp van de 13 cm Heritage. ArnoM is een eind verderop bezig foto’s te maken. Bij Willem staat de sportwagenvelgspiegel gericht op de Orionnevel, en de details vliegen je om de oren. Volgens hem is er zelfs kleur te zien en de nevel lijkt inderdaad wat blauwgroen. Maar Willem ziet er ook rood in, en terwijl ik kijk meen ik dat ook te zien op bepaalde plaatsen. Mis, blijkt achteraf, als ik foto’s van M42 bekijk. Het rood is er wel, maar heel ergens anders dan waar ik dacht. De kracht van de verbeelding. Volgende keer nog eens proberen…
Helemaal far out is de Paardenkopnevel die ik bij de korfbalcoach mag bekijken. Verhip, het ding is gewoon te zien, een duidelijke inham in de neveligheid. Ik wist niet eens dat dat visueel kon.

Terug bij mijn eigen kijker besluit ik het schetspapier te laten voor wat het is eens ongegeneerd te gaan genieten van enkele showpieces. Onderweg zie ik bij Hans ook de Orionnevel, met in zijn kwaliteitsoculair een haarscherp opgelost Trapezium met zes sterren. Ook in mijn eigen Dob is de nevel prachtig gedetailleerd inclusief trapeziumzestal. Ook M43 is duidelijk te zien aan de overkant en zowat de hele boog van M42 is te volgen.
Krabnevel M1 geeft minder details prijs; meer dan een diffuse ellips maak ik er niet van. Even later bij de 40 cm Dob van Harro, zie ik wel degelijk een soort golfbalstructuur in M1.
Tenslotte neem ik M31 nog op de korrel als afsluiter. Het Andromedastelsel blijft indrukwekkend; M32 is fel en duidelijk zichtbaat en ook M110 laat zich zonder moeite zien. Ook nu, in mijn eigen kijker, herken ik nu de stofbanden van M31. Aan de overkant van Mirach is ook M33 duidelijk te zien, al geeft deze geen details prijs.

Inmiddels is het één uur en omdat ik de volgende dag moet werken ga ik er een eind aan breien. Dat is dan ook de enige reden want anders zou ik de hele nacht wel door kunnen gaan. Ik werp nog een laatste blik op de heldere Melkweg die zich uitstrekt van de ondergaande Zwaan tot voorbij Auriga, tot in Gemini. Uniek, zo’n heldere zomer- en wintermelkweg heb ik nog nooit eerder gezien. Dan zet ik me ertoe om op te ruimen en te vertrekken. Moe maar voldaan rij ik de A7 op. Klim voltooid. Het was een van de betere avonden.


Back Up

Bewolking donderopdag 24 november 2016

Aan alles komt een eind. Zelfs aan een periode van bewolking. Zelfs in november. Zelfs in Nederland. Donderdagavond is het helder, de volgende dag werk ik thuis dus niet heel vroeg op, en herstellende van een akkefietje met mijn rug durf ik ook de Dob weer uit zijn wandrockerbox te tillen. Even diep inademen. Yes, ik ben er weer.

De hemel is licht en de transparantie is niet je dat. Van de Kleine Beer zie ik alleen de helderste drie sterren. Who cares, het is helder. Ik ben tevreden en blij. Mijn plan is om me te richten op de oostelijke en noordoostelijke hemel, zo ver mogelijk van Leidens Lumineuze Lichtgloed. En dan maar meteen goed van start met jawel, een galaxy. Vanaf Algol trap ik de starhop af naar NGC1023, een smakelijke Herschelhap in het Oostperseaanse grensgebied met Andromeda. Ha, dat is weer even inkomen na zo’n tijd, ik dwaal even af en kom quasitoevallig M34 tegen. Leuk, een Echt Te Onderscheiden Groot Open Cluster. De amuse van vanavond. Verder gaat de reis zuidwaarts waar na enig zoeken en checken in de Deep Sky Hunter de lokatie van NGC1023 duidelijk is. En het galaxy zelf ook. Met niet al te ingespannen perifeer kijken staat de kernfusiepoedersuikerellips duidelijk in beeld.

ngc1023

Een prima stadsgalaxy is dit. Nu ik toch in de buurt ben probeer ik buurman IC239 ook even, maar zoals verwacht is die te zwak voor een niet zo transparante stadshemel. Gelukkig staan er in deze contreien ook genoeg open clusters, die zich vaak ook prima lenen voor tuinsessies. Aan de andere kant van Perseus staat een flink exemplaar, NGC1582. Ik begin vanuit Capella en de “geiten”, de driehoek van sterren daarnaast. Het cluster laat vier heldere sterren zien met een wolk zwakkere exemplaren er in en omheen.

ngc1582

Verder oostwaarts duik ik Auriga in, waar open cluster NGC1857 pronkt omheen een ster van magnitude 5. Oh ja, van Collinder 62 kan ik geen chocola maken. Van NGC1857 des te meer: onder en boven wordt de lucida (de helderste ster) geflankeerd door een iets minder heldere ster respectievelijk sterrenpaar; daaromheen een wolk van speldenprikken.

ngc1857

Nog dieper baan ik me een weg in Auriga waar ik natuurlijk niet om het mooie kruisvormige cluster M38 heen kan, terwijl ik mijn bestemming NGC1907 bijna heb bereikt. Dat laatste cluster is klein en subtiel dus hier verschijnt de Barlow ten tonele om de vergroting op te schroeven naar 350x. Onder het toeziend oog van een helder sterrenpaar prijkt de sterrenhoop waarvan onder deze hemel klein dozijn sterren zichtbaar is.

ngc1907

Verandering van spijs doet eten. Dat moet de interieurinrichter van Auriga gedacht hebben toen Hij NGC1931 anderhalve graad ten zuidoosten van 1907 plaatste. Deze mix van reflectie- en emissienevel wordt ook wel de mini-Orionnevel genoemd. Onder een donkere hemel zal het object ongetwijfeld beter tot zijn recht komen, maar ook vanop de vlonder is de nevel goed te zien. Merkwaardig genoeg voegt een filter – UHC of OIII – hier niets aan toe. De nevel gaat dus puur natuur op het schetspapier.

ngc1931

Even naar het zuidwesten staat in de PSA NCG1893 aangegeven als open cluster en IC410 als nevel. De Deep Sky Hunter daarentegen laat alleen een flinke nevel zien maar geen cluster. Dan maar in het echt kijken, maar ik ontdek niets van een open cluster. Hmm, dat ga ik nog eens uitzoeken. De nevel zal hoe dan ook niet lukken vanuit de stad. Dat geldt ook voor Flaming Star Nebula IC405, ook daar kan ik geen spoor van vinden. Niet getreurd, zo houdt een mens nog iets over voor Breezanddijk.

Ondertussen is het al tegen elf uur en Orion staat al in zijn geheel boven de overburen. Helaas nog niet heel hoog en de Orionnevel schijnt door een boom. Toch mik ik mijn Dob op de nevelsliert en geniet van de mooie structuur. Aan het Trapezium te zien lijkt de seeing niet zo best want meer dan de vier helderste sterren haal ik er niet uit. Maar het begin van de winterpret is er.
Netjes op tijd begin ik op te ruimen. De telescoop gaat in de woonkamer want morgen wil ik weer en ik wil ook weer niet meer sjouwen dan nodig, in deze conditie. Als ik even in de buis kijk schrik ik; de spiegel is weer net zo vies als hij was voor ik hem schoonmaakte een twee maanden geleden; met precies hetzelfde insectenspoor. Bij de staart van de komeet, hoe kan dat nou?

 

Van bewolking vrijdag 25 november 2016

De volgende morgen kijk ik weer in de buis, en guess what: de spiegel is keurig schoon. Wie het snapt mag het zeggen. Zou de spiegel beslagen zijn toen ik de Dob binnen zette, precies in het patroon van een restant van het vuil dat ik heb verwijderd? Buiten staat een mooie maansikkel met Jupiter vlakbij in conjunctie, als een uitgerekte Turkse vlag. Een helder blauwe hemel belooft veel goeds voor de komende avond.

Wie belooft en niet wil doen, is gelijk een mager hoen, dat wel kakelt op zijn stok, maar geen ei legt in zijn hok. Aldus sprak mijn goede vader altijd wanneer hij zijn zoons het principe “een man een man, zijn woord zijn woord” wilde bijbrengen. Nu wij volwassen zijn heeft mijn vader zich vandaag waarschijnlijk tot die blauwe hemel gericht want ook ‘s avonds is het mooi helder. De transparantie is ook nu niet geweldig maar dat mag de pret niet drukken. Vanavond gaat opnieuw Auriga op de korrel, een sterrenbeeld waar toch een hoop valt te beleven. Ik begin met open cluster NGC1778, waarvan de kern bestaat uit een lange driehoek van helder sterren met daaromheen een niet heel erg definieerbare wolk zwakkere exemplaren. Als cluster niet spectaculair wat mij betreft maar toch kan ik het tafereel in het beeldveld wel waarderen.

ngc1778

Omdat Auriga zo vroeg op de avond nog vrij laag staat zoek ik het eerst even hogerop voordat ik me aan oostelijker objecten in de Voerman waag. Een vrij lange starhop vanuit δ Aur in de punt van de Voerman, die met het blote oog niet eens zichtbaar is, leidt omhoog naar Camelopardalis de giraffe. Via β Cam hop ik mij een weg naar α Cam, waar ik bij de rotonde driekwart ga om linksaf te slaan. Vlot bereik ik een sterrenpaar dat mooi naar galaxy NGC1961 wijst. Om een lang verhaal kort te maken: hoe ik ook probeer, ik kan het stelsel niet duidelijk waarnemen. Hoewel het stelsel wel zijn best lijkt te doen om zich een weg door mijn oculair te banen, gezien de gloed die ik af en toe meen op te merken, vind ik het niet overtuigend. Helaas moet ik me erbij neerleggen dat niet alles lukt. Nou ja, vanuit de stad dan.

Terug naar Auriga, die door de Stier alweer wat hoger aan de hemel is gevoerd. Hoog in de punt staat open cluster NGC2126, om een ster heen in de staart van een Sagitta-achtig asterisme ten noorden van Menkalinan. In het oculair is deze ster uiteraard als een dominante lucida te zien, als de gloeilamp in een vorm-boven-functie-assymmetrische-design-lampenkap-van-Jan-de-Bouvier. Kwestie van smaak, zal ik maar zeggen.

ngc2126

Als je bij Capella begint te rennen en een aanloop neemt om bij Menkalinan uit Auriga te springen, dan volgt uit de wetten van Newton dat je met een vlakke piesboog bij open cluster NGC2281 belandt. Daarbij bevinden we ons nog wel steeds royaal in de territoriale wateren van de man die de stier te eten geeft. Deze open sterrenhoop is wel een hele leuke, met een kern die een wybert, euh pardon, een lozenge vormt van drie heldere sterren en een wat waziger type. Met de omliggende sterren vind ik diezelfde kern wel wat hebben van een slang met uitgestoken tong. Met alle heldere veldsterren ook weer een leuke beeldvelddecoratie.

ngc2281

Zo. Even kijken wat nu. Ik laat mijn blik gaan over de zuidoostelijke hemel. Orion klimt al hoger, en natuurlijk springen de Pleiaden in het oog. Hmm, zal ik? Ja, weet je wat, laat ik eens gek doen. Ik ga gewoon de Pleiaden schetsen. Hoppetee, de Maxvision in de focuser en mikken maar. Welgemoed begin ik de helderste negen sterren op papier te zetten. Dan de iets minder heldere. Dan de, ehm, verdraaid wat zijn dat er veel. Nou ja, ik ben nu begonnen, nu maak ik het af ook. Gelukkig maar dat ik in de stad zit, dan komt zo’n schets tenminste af. Zo hep ellek nadeel weer se foordeel, als je niet over enige mate van geduld beschikt.
In de schets heb ik de sterren bewust niet blauwachtig gemaakt, want hoe goed ik ook kijk, die kleur kan ik met de beste wil van de wereld visueel niet ontwaren. Mijn kegelcellen zeggen wit.

m45

Inmiddels is het tegen tienen en mijn eega maakt zich op voor een nacht in de IC. Zelf ben ik flink afgekoeld en ga binnen even opwarmen. Toch maar mijn skibroek aan straks, mijn benen beginnen toch wel fris aan te voelen. Wat ga ik straks doen, als ik weer buiten ben? Die NGC1961 zit me toch niet lekker. Geheel tegen mijn gewoonte in ga ik op de laptop eens vooraf op Aladin kijken, om de locatie van het galaxy precies in het vizier te krijgen. Het voelt een beetje als vals spelen, maar soms helpt het met waarnemen als je weet waar je precies moet waarnemen.

Nadat mijn lief naar het LUMC is vertrokken en de jongens naar hun warme bed hijs ik mezelf in mijn skibroek om warm te blijven. En dat lukt heel goed, de rest van de avond. Ondertussen staat Auriga weer en heel stuk hoger, en de Voermanpuntster δ Aur is nu wel met het blote oog te zien. Dat geeft hoop. Via dezelfde starhop als eerder op de avond bereik ik de twee aanwijssterren bij NGC1961. The battle is on.
Om een lang verhaal kort te maken: ik trek nu alle register open. De 8 mm Planetary, de 10 mm Ortho en zelfs de goede oude 20 mm Plössl. Met 1.3x Barlow, 2.25x Barlow, met en zonder CLS-filter. Wanneer het ene oculair beslaat komt de volgende weer uit de jaszak. Zo gaat dat en half uur door, waarbij af en toe een gloed lijkt op te lichten op de juiste plaats. Het lijkt erop dat het stelsel zijn stinkende best doet om zich aan me te laten zien, dus voel ik de morele verplichting om alles uit de kast te trekken om de kostbare fotonen door de oculairs te sleuren.
Maar dan is het raak. Gewoon, met mijn deepskywerkpaard, de 8 mm Planetary (what’s in a name), wars van toeters en bellen. Ik zie de gloed, ik blijf hem zien, en waar de veldsterren gaan, daar gaat de gloed ook. Faint fuzzies zijn leuk.

ngc1961

De nacht vordert en de winterhemel is al zover opgetuigd dat ook Gemini op deftige hoogte staat. In dat sterrenbeeld ga ik op zoek naar mijn laatste object vanavond, open cluster NGC2129. Deze staat vlakbij M35 en zijn kleine verre buur NGC2158, die ik dan ook eerst aandoe. M35 is natuurlijk niet te missen en is ook altijd de moeite waard. Achterbuurman NGC2158 is wel wat heftiger, zeker vanuit de stad. Maar eens ik hem tussen zijn veldsterren heb gelokaliseerd met behulp van de atlas, zie ik op 156x toch een duidelijke gloed, die zich op 350x enigszins laat oplossen. Dat kan dan toch maar mooi vanuit de achtertuin.
Dan NGC2129. Twee gelijke lucidas maken een lange scheve driehoek met een iets subtielere zuster en vormen zo de kern van een cluster van een slordig dozijn.

ngc2129

Daarmee sluit ik weer een mooi hoofdstuk af in de ontdekkingstocht door de winterhemel. Maar niet voordat ik de Orionnevel nog even met een bezoek vereer. Terwijl ik omhoog kijk blijkt Orion inmiddels helaas achter de knotwilg te staan. Een heldere meteoor schiet van Elnath in Taurus naar Alhena in Gemini; het is 0:30 uur. Altijd leuk, zo’n onverwacht vuurwerk.
Gelukkig is Orion zo hoog gestegen dat hij wel bereikbaar is mits ik de Dob naar de andere kant van de vlonder duw. Dat levert geen problemen op en de sierlijke nevelsliert prijkt in het beeldveld van de Maxvision. Het Trapezium oogt een stuk rustiger dan gisteren dus ik zet de 8 mm Planetary erin. Zo te zien is de seeing een stuk beter dan de avond ervoor want deze keer is het volledige Trapeziumzestal duidelijk te zien, omgeven door de mysterieuze nevel. Een mooie afsluiting van een mooie avond. Sterker nog, twee mooie avonden.

Ik heb alweer zin in de volgende koude heldere winteravond.


Denk niet zwart, denk niet wit, cultuur is het probleem

Until the colour of a man’s skin is of no more significance than the colour of his eyes – Me say war.


Ra vs. Le

Een lenzentelescoop en een spiegeltelescoop zijn hele verschillende systemen maar als je ze refractor en reflector noemt lijken ze wel heel erg op elkaar. Dus zet ik ze maar eens naast elkaar voor een korte vergelijking, zonder enige wetenschappelijke of andere waarde, puur voor de eigen beleving. Een 10 cm refractor, altijd willen hebben, en nu heb ik hem. Leuk leuk leuk.
Ter vergelijking maar eens een sappige dubbelster te pakken nemen. Na een blik te hebben geworpen in the Cambridge Double Star Atlas, valt de keuze op Iota Cas, ook wel bekend als Struve 262. Dit is een kleurrijk drievoudig systeem op vrij kleine afstand van elkaar (2.5″ en 7″), waarbij alle drie de componenten vrij helder zijn (magnitude 4.6, 6.9 en 8.4). Ook is het drietal eenvoudig te vinden in het verlengde van de linkerhaal van de W van Cassiopeia.

Het is een heldere dag, en dat lijkt het te blijven. Daarom app ik in de ochtend mijn vroegere achterbuurvrouw Miresha (niet haar echte naam) die erg geïnteresseerd is in astronomie en graag een keer komt meekijken. Omdat mijn lief deze avond late dienst heeft wordt het een thuissessie. Na het avondeten stel ik de Dob en de Frac op en al lekker snel kan ik beginnen.

Vooraleer ik de driedubbelster in beeld zet valt mijn oog op de rode planeet Mars, die eigenlijk verbazingwekkend lang zichtbaar blijft boven de zuidwestelijke horizon. Snel richt ik de refractor op de tomatensoepplaneet, net voordat hij achter de dakrand verdwijnt. In het oculair is een eivormige blob te zien met een rode rand boven en een blauwe rand beneden (of andersom, dat weet ik niet meer). Kleurfout van de atmosfeer, niet van de refractor. Verder een hint van detail onderin de planeet-“schijf”. Niet indrukwekkend. Tot over twee jaar 🙂

Terug naar Cassie, maar eerst de Dob even collimeren voor een eerlijke vergelijking met de Frac. Dat is snel gebeurd; het verloop tussen sessies is maar klein.
In de Dob is het drietal met behulp van de 10 mm Ortho al op 125x te scheiden maar ik Barlow de vergroting op tot 281, waarbij de driedubbelster naar mijn idee het best tot zijn recht komt. De kleuren zijn subtiel; de hoofdster en zijn dichtstbijzijnde begeleider lijken witgeel; de derde begeleider toont wat grijzig, of misschien iets blauw. De hoofdster is hier wat “viezig”, hij vertoont wat onregelmatige, bewegende pluizigheid.

01-iota-cas-dob

Dan de Frac. Het opzoeken kost wat meer moeite met die rechtdoorzoeker en zo’n malle equatoriale montering. Misschien ga ik die zoeker de volgende keer gewoon vervangen door een Red Dot Finder. Maar ook hier staat het sterrentrio snel in beeld, en met hetzelfde glaswerk is dit ook in de lenzenbuis mooi gescheiden, weliswaar bij een iets lagere vergroting van 225x. Hier valt me op de de hoofdster wat cleaner is; in plaats van het pluiswerk is deze omgeven door een nette diffractiering (als ik dat goed zeg), waarvan segmenten bewegend zichtbaar zijn. Ook lijken de kleuren iets uitgesprokener; de hoofdster en de meest intieme begeleider lijken nu rossig terwijl de derde begeleider nu duidelijker blauw toont. Dat vind ik opmerkelijk omdat kleuren juist bij grotere opening en dus meer lichtopbrengst, duidelijker zouden moeten zijn.

02-iota-cas-refr

Daarmee levert de refractor wat mij betreft op een dubbelster als deze, net een wat aantrekkelijker beeld. Leuk, daarmee heeft de refractor behalve de fun factor van het hebben van een refractor, ook een daadwerkelijke toegevoegde waarde als waarneeminstrument. Wel heb ik ook gemerkt dat bij andere dubbelsterren met zwakke begeleiders, zoals Otto Struve 525, de Dob gehakt maakt van de refractor omdat de relatief kleine opening simpelweg ontoereikend is om die begeleider in beeld te brengen. Kortom, de ene dubbelster is de andere niet. Ik ben heel benieuwd hoe de refractor het er af gaat brengen op het Trapezium in M42, Sirius B en last but not least, Jupiter. I can’t wait…

Ook het Dubbelcluster in Perseus moet eraan geloven in beide kijkers. Hier ben ik dan weer niet onder de indruk van de refractor, de Dob laat toch een veel spectaculairder beeld zien met toch lang geen slechte sterpunten. Nu schijnt mijn Dob ook wel gezegend te zijn met goede optiek, dus zal een refractor van goeden huize moeten komen om deze te verslaan.

Na deze titanenstrijd heb ik zin om weer even ongecompliceerd te zwerkstruinen en dat doe ik in Cepheus bij NGC7235. Hiervoor gaat de Dob zowat verticaal omhoog, om de open sterrenhoop nabij het zenith in beeld te zetten. De starhop is bijna triviaal om dat het cluster in het makkelijk te herkennen driehoek/vliegerasterisme linksonder in Cepheus staat. In het widefieldoculair zie ik perifeer al duidelijk een klein cluster, dat het best tot zijn recht lijkt te komen bij een forse vergroting. Ik maak er 350x van, en dat levert het volgende charmante beeld op.

03-ngc7235

Uiteraard is deze waarneming gedaan onder een stadshemel; op een donkere locatie zal het cluster mooier zijn. Opvallend vind ik de rossige ster bovenin het cluster.

Lekker op dreef, zwiep ik terug naar Perseus voor NGC957, vlakbij het Dubbelcluster. Het is heel even zoeken in het sterrijke gebied; daarbij is het cluster ook niet heel uitgesproken. Maar eens ik weet waar de sterrenhoop zich moet bevinden is perifeer en vrij duidelijke, langwerpige gloed te zien die een flink aantal speldenpriksterren bevat. Op de schets is dit helaas niet helemaal uit de verf gekomen want terwijl ik bezig ben vervaagt het beeld. Zonder dat ik er erg in had is er bewolking binnen getrokken. Helaas, einde oefening.

04-ngc957

Vijf minuten later gaat de bel. Miresha staat voor de deur en vraagt of het nog zin heeft. Helaas is nee het enige juiste antwoord. Toch lopen we nog even naar de vlonder, waar mijn ex-buurvrouw toch nog even geniet van de sterren die door de spleten in de bewolking piepen. Ook is er in het oculair af en toe nog een groep sterren te zien, maar de lijst met highlights die ik haar had willen laten zien kan ik in de PSA laten. Daarmee kan ik Miresha meteen introduceren in de frustratie die soms ook bij deze hobby hoort. Volgende keer beter, beloof ik haar en nadat ze naar huis is vertrokken is het tijd om op te ruimen.
Eén voordeel: dat hoef ik dan niet meer te doen als Esther thuiskomt en kunnen we gelijk aan de herfstbok. Een prima zaterdagavond.


The West is the Best

Andrømeda

Hoewel de voorspellingen niet veel goeds voorspellen pak ik toch de reisnewton in voor een midweek Denemarken. Phew, deze keer maak ik niet meer de fout om het over de reisdob te hebben want de 4.5″ Newton is Dob-af, nu hij rust op het EQ3-2-platform van mijn 102 mm-refractor. Om kort te gaan, de weersites hebben gelijk en alleen donderdagavond trekt het even open. Genoeg om snel de widefieldnewton op te tuigen en op deze mooie donkere locatie te genieten van een prachtige M31, geflankeerd door een felle M32 en een zwakke maar duidelijke M110. Dan pak ik het schetspapier erbij voor iets wat ik al een tijd van plan ben: een widefieldschets van het Andromedastelsel en omstreken. Ik krijg nog net de kern van M31 en ν And op papier, dan trekt het weer dicht en is het einde oefening. Jåmmer. Maar Legoland was best leuk.

From Pease with love

Na een Baustellerijke terugreis op vrijdag vertoont het wolkendek ook boven Leiden een oprisping, waardoorheen ik een poging waag om Pease 1 te verschalken. In tegenstelling tot de laatste keer Breezanddijk speelt de wind geen rol dus kan het beeld in alle rust worden doorgrond. Helaas laat mijn beperkte ervaring – en/of de lichtvervuiling – nog maar weinig details zien binnen M15, die trouwens erg fraai is op 350x vergroting. Het begintrapezium van de zoekkaart weet ik wel te plaatsen maar verder zie ik niet veel meer dan een brij van sterren zodra het dichter naar de kern van de bolhoop gaat. Niet getreurd, M15 is mooi. Volgende keer Pease 1 eens proberen bij een donkerder hemel.

The West is the Best

De voorspelling voor Noord-Nederland ziet er onzeker uit maar voor het zuidwesten is het veel beter. Wanneer er een topic voor de Wassenaarseslag verschijnt haak ik dan ook aan want het wordt weer eens tijd voor een fatsoenlijke waarneemsessie. Deze keer wil ik niet de fout maken om objecten te proberen in de lichtkoepels van Den Haag, Leiden en Katwijk dus beperk ik me tot het westelijke deel van de hemel. Dat is boven de Noordzee en daarmee op deze locatie het beste.

Na een bijna lachwekkend korte rit arriveer ik bij de ingang van parkeerplaats de Kuil, waar een fors roodachtig beest met een dikke staart schielijk voor mijn auto langs schiet. Vulpecula kan ik alvast afstrepen. Ik blijk er als eerste te zijn en begin met uitladen maar al snel komt svdwal aan met merqurius (als ik die forumnaam goed heb). Sander stelt voor om achter de aanwezige containers te gaan staan als beschutting tegen de rij lantarenpalen verderop. Daar stel ik de 10″ Dobson op, Sander zijn 12″ en merqurius haar C8. Naar het oosten en zuiden zijn de lichtkoepels enorm maar in het zenith en westen is het nog lang niet slecht. De Melkweg is zelfs goed zichtbaar van Aquila tot aan Perseus, met een goed zichtbare Great Rift in Cygnus. Al snel daarna arriveren Neddy en zijn adjudant met zwaar materieel in de vorm van een C11.

Naar aanleiding van het topic van Jef de Wit waarin hij oproept tot schatting van een aantal veranderlijke sterren besluit ik de nova V603 Aql eens te proberen. Daarvoor print ik de zoekkaart van de AAVSO uit, waarop de nova is weergegeven met omringende sterren en hun magnitudes. Nu is het schatten van veranderlijken een kunst op zich, waarin dit mijn eerste baby step is. Aquila staat zo vroeg op de avond nog mooi hoog, al is het nog wel in de uitlopers van de Haagse lichtsoep. Voor dit type object niet heel erg. De starhop is eenvoudig, al zocht ik me bij de voorbereiding thuis in de PSA heel even lens naar 62 Aql, de helderste veldster op de zoekkaart. Totdat ik besefte dat 62 op een referentiekaart voor veranderlijken natuurlijk slaat op de magnitude en niet op het Flamsteed-nummer. Vast een klassieke beginnersfout.
Al snel heb ik de nova in beeld en vergelijk ik met de omliggende sterren. In mijn idee is de nova ongeveer even helder als de nabijgelegen ster 122 en iets helderder dan 123 en 124, die al wat moeilijker zichtbaar zijn. De 125 heeft al perifeer kijken nodig en 136 zie ik helemaal niet. De verder gelegen 116 is in mijn idee net wat helderder; ik hou het dus op magnitude 12.2 met een marge van pak hem beet een halve magnitude. 12.2±5 dus. Zo. Het begin is er.

Inmiddels staat M15 mooi op zijn hoogste punt en ik ga voor de derde poging op Pease 1. Om te beginnen gebruik ik een vergroting van 350x, net als gisteren, maar de seeing lijkt vrij goed en ik zet de barrel extender op de Barlow om zo de vergroting op te schroeven tot een bijna obscene waarde van zo’n slordige 500x. Ditmaal is er veel meer detail te zien dan de vorige dag in Leiden, dus de starhop verloopt aanvankelijk goed. Maar dichtbij de kern, waar de planetaire bolhoopnevel moet staan, loop ik toch weer vast in de sterrenbrij, al kom ik een heel stuk verder. Deze keer probeer ik ook de blinking-techniek, en heel even denk ik een heldere punt te zien op de plaats waar ik Pease 1 verwacht. Maar ik vind het te onduidelijk; misschien gezien is niet gezien. Toch nog eens proberen op Breezanddijk.

En nu omhoog met die pijp, daar waar het goed donker is. In Draco stuit ik op NGC4236, een galaxy dat ook luistert naar de naam Caldwell 3. Met dit sujet ben ik wel even bezig en bijna besluit ik hem als fail aan te merken; de waarneming is te onzeker. Totdat ik de 10 mm Ortho in de strijd gooi met CLS-filter. Een vage langwerpige gloed laat zich zien op de plaats waar mijn atlas hem wil hebben. En hij blijft in beeld bij bewegen. Gotcha. Ook in de 8 mm Planetary is het stelsel nu te zien, al is hij in beide oculairs veel kleiner dan hij in werkelijkheid is. Straks thuis checken of het hem wel echt was.

01-ngc4236

Nog beter in het zwart gekleed is de Zwaan, waar open sterrenhoop NGC7039 tot nu toe aan mijn aandacht is ontsnapt. Nu heb ik een beetje een haat-liefdeverhouding met open clusters in Cygnus omdat deze nogal eens slecht te onderscheiden zijn van hun sterrijke melkwegachtergrond. Ook dit exemplaar is niet direct duidelijk, maar na een tijd meen ik linksboven en onder een overgang van sterrijk naar iets donkerder te bespeuren. Ook in het midden is het wat donkerder. Het cluster heeft dus een V-vorm. In de schets is dit ten dele te zien, vermits gebrek aan geduld mij noopt het aantal stippen op de schets binnen de perken te houden.

02-ngc7039

Dat maakt de weg vrij naar planetaire nevel NGC7048, die vlak in de buurt staat. Wanneer ik op de goede plek ben aangekomen vraag ik me even af welke van de sterren de planetaire nevel is, want ik verwacht een kleintje. De vage mist naast een van de veldsterren wijt ik aan condens op het oculair, maar daar blijkt mijn OIII-filter heel anders over te denken. Die maakt van de vage mist een heldere gloed. De ontplofster heeft beter zijn best gedaan dan ik dacht; het is een flinke bol.

03-ngc7048

Verderop in Cygnus roept nog een ander open cluster om eerder gederfde aandacht. Na een korte starhop staat NGC7063 in beeld. Deze is duidelijk, het is een vrij grofkorrelig cluster bestaande uit een klein aantal relatief heldere sterren. Misschien zouden onder een donkerder hemel nog meer zwakkere sterren zichtbaar zijn, al is de hemelkwaliteit hier rond het zenith lang niet slecht.

04-ngc7063

Inmiddels is het tegen elven en Neddy en zijn maat houden het voor gezien, nadat ze M31 en M32 mooi in beeld hebben gehad. De temperatuur daalt flink en er zit vrij veel vocht in de lucht; af en toe beslaan mijn oculairs. Gelukkig is dit goed op te lossen door deze even in mijn hals te leggen waar ze snel weer opwarmen. Ook de jaszak helpt om ze vervolgens ook warm te houden. Koud heb ik het gelukkig niet dankzij mijn kersverse skibroek en thermoshirt. Ik kan er nog wel even tegen.

Sander gaat nog even door en merqurius is lekker bezig Messiers binnen te slepen. Ik zwiep naar Cassiopeia voor een pittig galaxy, genaamd NGC147. De starhop verloopt wat moeizamer want dit ding zit echt vlakbij het zenith, dus dit is Dobsondansen in optima forma. Dauw op de zoeker maakt het ook wat lastiger maar van dansen krijg je het lekker warm en uiteindelijk staat het stelsel gewoon in beeld. Er komt een goede pot perifeer waar-of-niet-waar-nemen aan te pas maar al snel is de uitkomst: waar, de check achteraf voorbehouden. En het lijkt erop de het nog geen kleintje is ook, de vage gloed lijkt zich vrij ver uit te strekken, rond een puntvormige maar relatief heldere kern. Dat ik hem rond zie terwijl hij in werkelijkheid ovaal is geef ik hier natuurlijk niet toe want dat zou nogal een blamage zijn, maar ik heb hem maar mooi te pakken.

05-ngc147

Twaalf uur, en Sander en merqurius gaan opbreken. Zelf blijf ik nog even een half uur, totdat de maan opkomt om half één. Een mooie tijd om nog een zesde schets te maken. Wat ga ik doen, de keuze is tussen open cluster NGC7235 in Cepheus en de iets exotischer extragalactische sterrenwolk NGC206 in het Andromedastelsel. Ik besluit de exoot te proberen met het open cluster om op terug te vallen als het niet lukt.
Maar het lukt wel, een heel, heel vage gloed laat zich zien, daar waar het Peugeotcluster volgens de atlas moet staan.

06-ngc206

En nu ik er toch ben, M31 is opnieuw een beauty, samen met de flankerende schoonheden M32 en M110. Even nagenieten.
Aan de horizon staat ondertussen een gele, scheve maansikkel. Tijd om in te laden en te vertrekken. En guess what: de blower moet even voluit om de voorruit te ontdooien. Gelukkig heb ik geen last van de kou gehad, alleen koude tenen. Het is dat de maan opkomt, anders kon ik nog wel even doorgaan.

Een kwartier later ben ik thuis, net na enen. Alsof je terugkomt van een kinderfeestje. Tijd genoeg om te kijken wat er klopt van die schetsen in Aladin. En lo and behold, ze blijken alle zes correct. Daarmee kan ik met droge ogen stellen dat ik deze avond vier galaxies, twee open sterrenhopen, één bolhoop, één planetaire nevel, één extragalactische sterrenwolk en één vos heb waargenomen. Het was de korte rit meer dan waard.

 


Lowrider

Een gure wind laat M15 bibberen in het oculair. En mijzelf op mijn strijkstoel.
De wind is gedraaid van oost naar zuid, dus de balsalthoop waar we achter zitten biedt geen bescherming meer. Dit is dus zo’n moment waarop ik denk: waarom vond ik dit ook al weer leuk? Na een plons in een diepe plas tijdens het uitstappen uit de auto, geklooi met collimeren en desoriëntatie in de sterrenhemel rond Cetus ben ik het even kwijt. Heel even vergaat me de moed en verlang ik naar mijn warme auto. En mijn warme bed.
Maar ik laat me niet kennen, en we zijn met een leuke club. Even doorzetten, en de koffie van Jan helpt daar uitstekend bij. De opkomst is mooi voor een doordeweekse nacht, behalve Jan hebben ook cloudbuster, gixer, Harro en EricB de rit naar de Afsluitdijk gewaagd.

M15 is mooi, ook al bibbert hij als een riet. Ik besluit om reëel te zijn en Pease 1 te laten varen. Starhoppen is een van mijn favoriete bezigheden en een groot deel van het plezier in deze hobby, maar niet als je er zeeziek van wordt. En de vergroting van 350x die je voor dit avontuur toch echt nodig hebt, is dus net even teveel met deze wind. Toch kan ik het niet laten om in elk geval het trapezium van vier sterren te vinden waar de starhop begint. Mooi, volgende keer beter en dan weet ik alvast waar ik moet beginnen. Nu doe ik gewoon even een stap terug en ga lekker ongecompliceerd Herschelhappen.

Ondertussen is de collimatie gelukt en ook is Cetus inmiddels ontsluierd. Ik ben er weer. Omdat de walvis nog te laag in het zuidoosten staat zoek ik het even hogerop in de hemelzee, bij de Vissen. Daar ga ik op zoek naar het galaxy NGC524. In de PSA zie ik dat deze vlak bij de ecliptica staat. Leuk, denk ik nog, hier ergens moet Uranus staan. Misschien kom ik hem nog wel tegen.
Een starhop in dit deel van Vissen is altijd interessant omdat ik altijd die sterren door elkaar haal, δ, ε, ζ en μ Psc. Die staan vrij dicht bij elkaar op bijna gelijke afstand. Gelukkig hebben ze elk zo hun kenmerken, dus ik mik de Telrad op goed geluk op één van deze vier. In de zoeker blijkt dat ik “die ene met twee heldere sterren eronder” heb. Dat is dus δ. Linksaf naar ε, die met drie sterren erboven, en dan langs ζ naar μ. Dan ga ik over van de PSA naar de Deepsky Hunter en daar zie ik een tweetal heldere sterren boven μ. Als je die lijn doortrekt kom je bij NGC524. Maar één ding begrijp ik niet: rechtsboven die twee heldere sterren zie ik nog een derde even heldere die niet in mijn atlas staat. Heel even ben ik in de war en vraag ik me af of ik wel goed zit. Opnieuw ga ik het pad langs en dat klopt toch echt. Dan begint het me te dagen. Uranus! En of ik hem tegen kom. Nu ik hem toch heb plug ik mijn 8 mm-oculair erin om even te genieten van de blauwachtige minischijf. Ook deze bibbert als een tierelier maar dat mag de pret niet drukken. Toch maar mooi Uranus “herontdekt”.

Nadat ik de starhop heb vervolgd stuit ik al snel op NGC524. Het stelsel is klein maar heeft een heldere kern. Een leuk ding om te zien. Oh ja, daarom vond ik dit dus leuk. Ik ben weer op weg. Om de vondst te vieren maak ik een eenvoudige schets als bewijsmateriaal voor mezelf, en een check tegen Aladin de volgende dag bevestigt dat het hem is.

ngc524

Aan de andere kant van het eerder genoemde sterrenviertal vind ik zonder veel moeite NGC488. Dit stelsel lijkt wat groter en is net als NGC524 rond van vorm. Tenminste, dat vermoed ik, want al ben ik redelijk goed in het detecteren van zwakke objecten, vorm en detail vind ik nog steeds moeilijk om te zien. Ellipsoïde stelsels lijken wel om hun as te draaien als ik er naar kijk, dus vaak eindigen ze rond op mijn schets. Maar deze twee zijn dus echt rond.

ngc488

Inmiddels zijn we alweer een flinke tijd verder en de Walvis is mooi aan het oppervlak van de zee gekomen. Ik waag de afdaling naar NGC288 die de vorige keren niet wilde lukken. Dat is dan weer het voordeel van enkele voorgaande vruchteloze pogingen: de starhop is al bekend. En zo heb ik snel de driehoek van een heldere en twee zwakkere sterren in beeld waar de bolhoop zou moeten staan. De lichtvervuiling aan de horizon zorgt voor een melkwitte achtergrond, maar met mijn CLS-filter is het ditmaal gewoon raak. Het is ook geen twijfelgeval; de ronde gloed is gewoon duidelijk te zien en beweegt mee met zijn veldsterren. Hatsa la flatsa hebbes.

ngc288

Aangemoedigd door dit succes zwiep ik oostwaarts om een andere zuidelijke Herschelhap te verschalken. Tijdens de starhop stuit ik op het hoofd van één van de heren; sorry, ik weet niet wie want ik ben nogal slecht met namen in het donker. Dat stuiten was niet letterlijk gelukkig, en nadat de eigenaar van het betreffende hoofd een stap opzij heeft gedaan uit deze zijn verbazing over het feit dat ik vlak boven de horizon aan het waarnemen ben. Natuurlijk is dat ook niet optimaal, maar het kan. Dus doe ik het. De starhop brengt me zo laag dat de dijk in het beeldveld zichtbaar is, in één beeldveld met het asterisme waar mijn stelsel NGC613 zou moeten staan. How low can you go. Maar hoe ik ook tuur, geen galaxy te zien. Duh.
Dan toch maar naar La Palma daarvoor, want daar schijn je hem goed te kunnen zien. Of gewoon een maand later nog eens proberen, als het object hoger aan de hemel staat. Maar… de starhop weet ik alvast.

Dan maar weer hogerop: bij de hals van de Walvis staat NGC720. Ook dit stelsel is duidelijk zichtbaar en ik meen te zien dat het elliptisch van vorm is. Dat blijkt te kloppen, alleen staat het stelsel haaks op de veldster aan de linkerkant en niet enigszins gedraaid zoals ik dacht te hebben gezien.

ngc720

Mooi, ik ben tevreden en blij. Het is een bescheiden buit, maar het is mooi zo. Daarom besluit ik af te ronden met showpiece M31. En die is mooi. En groot. Heel erg groot. M32 en M110 knallen eruit, en ik denk zelfs enige structuur in het Andromedastelsel zelf te zien. Zou het, detail in een galaxy? Hoe dan ook, het is een schitterend gezicht in het widefield-oculair. Ik zwiep nog even naar de andere kant van Mirach en ook M33 springt daar eruit. Mooi, heel mooi.

Ik vind het mooi geweest voor deze avond, volgende dag weer gewoon werken en er is iets met deadlines en websites die al een week lang vandaag af moeten enzo. Het opruimen maakt dat het het niet koud meer heb.  Nadat ik afscheid heb genomen van de drie heren die er nog zijn, stap ik in de auto, daarbij de plas ontwijkend. Het blijkt pas één uur, dat valt mee. Een mooie waarneemavond en vier volle uren nachtrust voor de boeg, wat wil een mens nog meer?

 


Droomvlucht

Koers 210 in zuidwestelijke richting, inmiddels zitten we op 30.000 voet hoogte boven de Botnische Golf, langs de Zweedse oostkust. Een klein halfuur nadat we zijn opgestegen kijk ik het vluchtplan nog eens na. We zullen straks het Zweedse vasteland oversteken, waarna we over Jutland koersen om daarna in zuidelijke richting af te buigen.
Ik ben blij, eindelijk weer eens een wat zuidelijker bestemming. Mijn 10″ Dob kan gelukkig mee want voor personeel doet de maatschappij niet moeilijk over omvang en gewicht. En al begint bij ons de astronomische duisternis morgen weer – welgeteld één uur rond middernacht – toch ben ik blij dat ik nu even naar een plaats ga waar inmiddels zes uur volledige duisternis is, vanaf elf uur al. Amsterdam, nadat ik deze zomer alleen maar binnenlandse vluchten heb gedaan plus enkele op Zweden en Noorwegen. Ik snak naar weer eens een goede deepskysessie.

In de toekomst hoop ik ooit eens op La Palma te vliegen. Of Australië… ik word al helemaal enthousiast bij het idee. Maar voor nu ben ik al heel blij met mijn huidige bestemming.

Nederland. Eigenlijk weet ik maar weinig van dat land, terwijl het toch niet heel ver bij ons vandaan ligt. Het enige wat me bijstaat is dat het met een oppervlakte van een achtste van ons land dichtbevolkt is, met drie keer zoveel inwoners. En dat een donkere plek dus moeilijk te vinden is. Het noordelijke deel schijnt het best te zijn.

In overleg met de co-piloot schakel ik de autopilot in. Tijd om even op adem te komen. Koortsachtig heb die avond mijn bagage ingepakt plus de Dob, die ik stevig met spanbanden aan de achterbank heb vastgesjord. Ik moet op weg naar het vliegveld tenslotte nogal eens vol in de ankers voor een schielijk overstekend rendier. Tijd om een waarneemlijst te maken heb ik niet meer gehad, het was briefing, checklist nalopen en wegwezen. Het toestel heeft juist afgelopen week een onderhoudsbeurt gehad dus de instrumenten zouden piekfijn moeten werken.

Speaking of which. Terwijl ik mijn oog vluchtig laat gaan over het instrumentenpaneel zie ik dat er iets niet klopt. Ik kijk nog eens en nog eens. Dan slaat mijn hart een slag over. Wat is dit? Even denk ik dat ik het me verbeeld, maar mijn ogen bedriegen me niet.

dreamflight1

Heeft iemand een grap uitgehaald? Als het niet om de veiligheid ging zou dit een briljante practical joke zijn van de onderhoudsmonteurs, maar dit gaat wel heel ver. De meeste meters en displays werken normaal, maar sommige…
“Is er iets?”, vraagt mijn collega. Ik begin aan mezelf te twijfelen en antwoord ontwijkend. Hij zou eens denken dat ik dingen zie die er niet zijn. “Even de instrumenten checken”. Om mijn antwoord kracht bij te zetten pak ik het onderhoudslog erbij en begin er doorheen te bladeren. 7 september 2016: hoogtemeter vervangen, reparatie hoofddisplay. Controle Verticale snelheid en communicatiepaneel. NGC6520: Goed te zien, maar door het licht aan de horizon weinig detail waarneembaar. Opnieuw stokt mijn hart. Wat? Dit begint bizar te worden, en de afbeelding bij de tekst helemaal.

ngc6520

Ik lees verder. Ik zie een afbeelding van de kunstmatige horizon, totdat deze vervaagt en het volgende beeld verschijnt:

palomar11

Een twijfelgeval dit. Ik denk even een hele vage gloed te zien, ergens op de plaats waar ik hem verwacht, in een gelijkbenige driehoek tussen de dubbelster en de heldere ster daar links van. Op het moment denk ik dat ik het me verbeeld en dat ik hem niet zie. Controle in Aladin bevestigt echter de waarneming.  Het lijkt of ik in trance raak, het ene na het andere deepskyobject verschijnt in het log.

ngc6704

Dit open cluster in Scutum werd op 2 juli 1854 ontdekt door de Duitse astronoom Friedriech August Theodor Winnecke, die in het object een kattekop zag en het daarom de bijnaam Oetie gaf, naar een huiskat (felis catus) waarvan de eigenares het object anderhalve eeuw later herontdekte in het land van de oorspronkelijke ontdekker. Tsjonge, wat een fantasie had die man, denk ik nog, terwijl ik me steeds harder afvraag wie van de monteurs mij deze poets heeft gebakken. Veel tijd om na te denken heb ik niet want bij het hoofddisplay vind ik de volgende afbeelding en tekst.

jones1

Jones 1 in Pegasus werd in 1941 ontdekt door Rebecca Jones op Harvard Observatory. De planetaire nevel is ook wel bekend als PK104-29.1, naar het Tsjechische astronomenduo Perek-Kohoutek dat een catalogus van planetaire nevels opstelde. Het object is nauwelijks te zien, laat staan dat ik enig detail kan ontwaren. Maar gelukkig staat de Buurman en Buurman-nevel hoog aan de hemel, dus zien doe ik hem. A je to!
Inmiddels begin ik mezelf ernstig achter de oren te krabben. Is er iets mis met de instrumenten van het toestel of met die van mijzelf? Op de volgende pagina vallen de wijzers van de snelheidsmeter net als die van de voorgaande instrumenten uiteen tot witte stippen. Vanuit één van die stippen loopt een hele vage langgerekte gloed naar beneden, bijna onzichtbaar.

ngc247

Midden in de lichtsoep aan de horizon zoek ik tegen beter weten in het sterrenstelsel NGC247 in Cetus op. Ik denk een hele vage lange gloed te zien maar ben niet overtuigd. Toch besluit ik hem te schetsen, just in case. Controle tegen Aladin bevestigt dat het hem is; de richting van de gloed klopt.

Gelukkig was de afspraak dat de co-piloot de vlucht voor zijn rekening neemt tot de afdaling. Ik zie op dit moment slechts toe, dus ik hoop weg te komen met deze verstandsverbijstering. Om mezelf bij de les te houden probeer ik na te gaan wie van de grondtechnici bezig is met astronomie maar ik kan er zo gauw niet opkomen. In elk geval is NGC288 in Sculptor hem die keer niet gelukt. Nabijgelegen bolhoop NGC288 in Sculptor staat nu echt te laag en midden in het licht van de schijnwerper onderaan de dijk. Die sla ik dit keer dus wijselijk over. Ik besluit dan ook om het hogerop te gaan zoeken, terug in Cetus, want deze avond is tot nu toe wat moeizaam verlopen. Gelukkig heb ik hier meer succes, want ik vind hier vier mooie galaxies vlak bij elkaar.

ngc584

ngc596

ngc615

ngc636

Nog hoger in de Walvis vind ik het mooie heldere stelsel NGC936. Deze vijf stelsels maken mijn avond meer dan goed, als er al iets mis mee was.

ngc936

Dan leg ik het log weg en kijk op de instrumenten. Tot mijn opluchting laten deze allemaal weer zien wat ze moeten laten zien. Heb ik het me verbeeld?  Inmiddels zijn we Jutland gepasseerd en neem ik de vlucht weer over. Ik zet de daling in en niet veel later zijn we op 5000 voet, in zuidelijke richting. We naderen Nederland.

Heel in de verte zie ik een gloed, maar dichterbij zie ik wat lichten van auto’s, die midden op zee lijken te rijden. Nadat ik het motorvermogen heb opgevoerd en de flaps op 15%  heb uitgeklapt, volg ik de opdracht van de verkeerstoren van Amsterdam op om koers te zetten op baan 18R, die blijkbaar “Polderbaan” heet. Dan vraag ik aan de co-piloot om het heel even over te nemen. Ik pak mijn verrekijker erbij en kijk eens goed. Ik zie een soort dam met een snelweg, dwars door zee. Het doet me wat denken aan de lange brug tussen Denemarken en Zweden maar ik wist niet dat hier ook zoiets was. Ook zie ik een kleine haven waar net een schip naar binnen vaart, dat met een schijnwerper de oever aftast om aan te meren. In het schijnsel zie ik een rij geparkeerde auto’s en op de kade zie ik een groep mensen. Ik kijk nog aandachtiger. Zie ik dat nou goed? Een rij telescopen? Dat is ook frappant. Ik hoop maar voor die mensen dat de schipper straks zijn lichten uitdoet als hij eenmaal voor anker is. In elk geval ga ik straks opzoeken hoe die plaats heet, want het is er verder goed donker.

Een goed uur later sta ik met mijn bagage en de Dob voor de aankomsthal. Tjonge zeg, wat een end taxiën is het vanaf die Polderbaan. Enfin, ik kan nu twee dingen doen. Of ik ga direct naar mijn hotelkamer, of ik doe gek en zoek meteen die plek op, op die dam die “Afsluitdijk” blijkt te heten nadat ik Google Maps heb geraadpleegd op mijn smartphone. Ik kies voor het tweede en voer “Breezanddijk” in in de navigatie van mijn huurauto, want zo heet die haven dus.

Na een vlotte rit rijd ik het terrein op. De meeste anderen zijn er al, en snel zet ik mijn Dob op. Op dat moment komt er een schip binnenvaren met groot licht. Ik hoop maar dat de schipper straks zijn licht uitdoet, denk ik, maar ik heb alle vertrouwen dat dat wel goedkomt. Ondertussen richt ik de Dob op de ondergaande halve maan en maak een snapshot met de smartphone. Leuk, de Brilkrater Cyrillus-Catharina is mooi te zien met monocle Theophilus daar bovenop.

20160907_215408

Ik verheug me al op de komende deepskysessie. Eindelijk weer, verzucht ik, terwijl ik de ondergaande maan gadesla. Een meteoor schiet door de hemel.
Een vliegtuig komt over. Zouden zij ons ook zien?

 


Cloudbusting

Het is alweer even geleden. Een week is tenslotte een eeuwigheid als het alweer zolang geleden is dat je hebt waargenomen. Maar omdat dinsdag de impact van vrijdagavond nog fysiek nadreunde heb ik die starparty deze keer voorbij laten gaan, met het oog op gezin en andere hobby’s die ook tijd kosten. Dus helaas heb ik die mooie nacht met janbstar, hansweijers, gixer en cloudbuster gemist. Gelukkig kan ik nog altijd terugkijken op de vrijdagavond daarvoor.

Daar misten we cloudbuster dan weer (zie topictitel). Die had namelijk wat anders te doen:

En dat was maar goed ook want tegen middernacht lijkt de situatie tamelijk hopeloos. Zodanig dat ik na verwoed zoeken naar Stephan’s Quinter, die keer op keer weer wordt opgeslokt door een nieuwe vlaag bewolking, dreig de handdoek in de ring te gooien. Dat laatste leidt tot een ontzette reactie van Esther, die echter op dat moment nog niet weet dat “de handdoek in de ring gooien” op z’n Rem slechts een tijdspanne omvat van ten hoogste vijftien minuten. En dat blijkt lang genoeg want de noeste arbeid van onze Cloudbuster blijkt effect te sorteren. Believe it or not, maar op een gegeven moment is het snaarstrakknijterkraakretehelder. De missie naar Stephan’s Quintet kan worden hervat.

Maar laten we even terugspoelen naar het begin. En dat begin is een dag eerder, thuis in Leiden. Nu ben ik helemaal geen Leienaar maar ik begin me te realiseren dat astronomie best leuk klinkt in het Leids. Ik rwricht me kijkert op een sterw in Andrwromeda. Kijkerwris, het lijkt wel een rwrooie rwreus. Aas gaat ie explodeerwe hóórwr. Teerwring, het zijn er twee. Juh, het lijkt Albirwreo wel.
Nu had ik Almach al eens eerder bekeken maar dit is een goede gelegenheid om de nieuwe refractor (ook een leuk woord in het Leids) eens uit te proberen op dubbelsterren. En dan valt niet tegen, het ding geeft mooie scherpe beelden. Ook de naburige 59 en 56 And gaan voor de bijl.

59And

56And

56 Andromedae is een drievoudig systeem maar de derde component C is met een magnitude van bijna 12 te zwak. Daar blijkt ook meteen de beperking van zo’n refractor; de relatief kleine opening betekent toch dat zwakkere componenten verborgen blijven. Datzelfde had ik eerder al ontdekt bij Otto Struve 525 in Lyra, waarbij de C-component ook onzichtbaar bleek. Hier legt de refractor het dus onverbiddelijk af tegen de Dobson met zijn opening van 25 cm. Dat gezegd hebbend ben ik benieuwd hoe de refractor het gaat doen op het Trapezium in Orion en op Sirius B. Ik verwacht dat de E- en F-ster van het trapezium eveneens te zwak zullen zijn voor Frakkie, maar de 8e magnitude-Pup van Sirius moet ie kunnen hebben. En daar zou het ontbreken van diffractiespikes  wel eens in het voordeel van de lenzenkijker kunnen zijn.

Maar nu is het nog altijd zomer en ook vrijdag ziet het weer er mooi genoeg uit voor een rit naar Breezanddijk. Daar is het al snel een gezellige drukte met Jan, Hans, ArnoM, Esther-met-Foliafotograaf-Daniel en RienH. Ook de kersverse 102/1000 refractor is van de partij, want ik wil natuurlijk wel mijn nieuwe speelgoed aan mijn vriendjes en vriendinnetjes laten zien als we buiten gaan spelen. Mars is een roze ei, dus die laat ik snel voor wat hij is. Te laag, te ver weg, maar toch nog een hint van een donkere structuur op het eioppervlak. Saturnus daarentegen staat er strak en fraai bij, inclusief equatorial band en Cassinischeiding. Maar toch is ie in de Dob net effe mooier, net als in de scorpioscoop die Esther mee heeft. Ook bij M13 staat de refractor zijn mannetje maar net als bij Saturnus wint ook hier de Dob. Dus bied ik de lenzenkijker maar meteen te koop aan. Nee hoor, de refractor wint het al op één punt: als zonnekijker verslaat hij met 10 cm opening de 9 cm off-axis-opening van de Dobson, en is ook nog eens iets meer grab-and-go om even van de zon te genieten.

Inmiddels is de zon al een heel eind onder de horizon en ik neem mijn gevechtspositie in achter de Dob. Dan zie ik een flits, en nog een en nog een. Het zal toch niet? Vorige maand was er ook al onweer in de verte. Maar nee, het blijkt dat Daniel de fotograaf van Folia, het blad van de Universiteit van Amsterdam foto’s aan het nemen is van aardse objecten. Gelukkig sommeert Esther hem al snel om zich op de hemel te richten, wat uitstekend blijkt te lukken gezien de mooie foto’s en timelapse die hij maakt deze avond.

Vanavond is mijn plan om Stephan’s Quintet op de korrel te nemen, in de volksmond ook wel bekend als Hickson 92. Dat blijkt echter een taaie klus want mijn Deepsky Hunter Atlas, die toch sterren tot magnitude 10 laat zien, blijkt toch niet gedetailleerd genoeg. De starhop eindigt dan ook op het punt tussen twee magnitudetieners op ongeveer 0.4 x de afstand vanaf de linkerster. En dan turen maar. Juist ja. Binnen een scheve driehoek lijkt wat rommeligheid zichtbaar maar overtuigend is het niet. Zit ik wel goed?
Ook buurman Jan, die hetzelfde plan heeft als ik, raakt de weg kwijt. Maar gelukkig schiet Esther te hulp met het boek Cosmic Challenge van Philip Harrington. Hierin staat een gedetailleerde zoekkaart. Als Jan het galaxycluster met succes in beeld heeft gezet geeft hij het boek aan mij door. Ik zet het boek ondersteboven op de muziekstandaard en dan blijkt dat ik op de goede plek zit. Helaas gooit bewolking roet in het eten. Net als ik iets denk te zien is het einde oefening. En daar gaat de handdoek in de ring. Heel even.

Terwijl de koffie ons uitstekend smaakt maken we even van de gelegenheid gebruik om bij te kletsen. Rien is bezig met zijn powerrefractor op monstermontering – Tjonge, wat een ding. Daniel laat het resultaat zien van het mikken op Deneb-Zuidoost: een beauty van een Noord-Amerikanevel. Ondertussen worden er in Almere overuren gedraaid door de wolkenverjager. En met succes, want tegen alle verwachting in is het tegen een uur of één kraakhelder. En dan is dit wat het oculair laat zien:

StephansQuintet

Nou ja, quintet, ik ben tevreden met een kwartet. NGC7318A en -B zijn niet van elkaar te onderscheiden, ik zie één geheel. NGC7317 laat zich zien als een pluzige ster; in werkelijkheid staat hij vlak naast een ster. NCG7319 is het lastigst te zien; hier is echt hardcore perifeer kijken voor nodig. NGC7320, die niet bij de groep hoort maar er toevallig voorstaat, op eenvijfde van de afstand, is het duidelijkst. Een heel leuk object, ik ben wel gecharmeerd van dit soort galaxygroepen.

Het is nog steeds kraakhelder en Andromeda staat hoog. Nu kan ik mijn plan uitvoeren om G1 nog eens opnieuw te bekijken, want die heb ik vorige keer alleen maar stellair gezien, terwijl blijkt dat er meer in moet zitten. De starhop is inmiddels wel pittig maar niet meer helemaal nieuw dus al snel heb ik de driehoek ster-dubbelster-G1 in beeld. En nu trek ik alle registers open: de 8 mm planetary met 2.25x Barlow, goed voor een vergroting van 350 keer. Hatskidiflatski. Deze vergroting blijkt goed voor een wat onrustig beeld maar bij vlagen van goede seeing onderscheid ik toch echt twee speldenprikken en een pluisie. Mission complete.

G1

Voordat de maan opkomt is er nog tijd, dus nu ik toch op Breezanddijk ben kan ik net zo goed eens lekker afzakken naar het zuiden. In mijn PSA figureert in Cetus een planetaire nevel waarvan ik best eens wil weten hoe die er in het echt uitziet. Een starhop brengt me op een plaats waar ik wel wat zie, maar na inzoomen blijkt het om een groep van vijf sterren te gaan. Verder niets. Oh ja, verhip, ik heb ook nog filters. Nu zegt een eeuwenoude volkswijsheid dat planetaire nevels het vaak goed doen met OIII, dus schroef ik dit filter in het 8 mm-oculair. En lo and behold, rondom de driehoek, gevormd door de onderste sterren van de groep, verschijnt een ronde gloed.

NGC246

Hij lijkt me nogal groot, maar wanneer ik de Herschel 400-lijst raadplaag bijken die afmetingen te kloppen. Beet.
Aangemoedigd door dit resultaat zak ik verder af in Cetus op jacht naar galaxy NGC247. De atlas is hiervoor gedetailleerd genoeg, dus ik weet dat ik op de goede plek zit. Maar helaas, geen galaxy. De lichtvervuiling aan de horizon blijkt teveel voor het stelsel, ook met CLS-filter. Misschien moet ik het de volgende keer nog eens proberen, wanneer Cetus wat hoger staat, want het object staat nog in het zuidoosten.

Tegen beter weten in zak ik nog verder af, over de grens met Sculptor. Ook hier vind ik vrij snel de juiste plek, maar curieus genoeg biedt het CLS-filter hier wel uitkomst. Ook al is de vage streep die te zien is, geen schaduw is van hoe mooi het Sculptorgalaxy moet zijn, toch is hij te zien. Onmiskenbaar is de langwerpige kern van het dito stelsel te zien.

NGC253

Inmiddels is de geelachtige halve maan boven de horizonbewolking in het oosten uitgekomen en het wordt tijd om eens op te breken. In de kofferdob van Esther mag ik nog een mooie Barnard’s E bekijken. Ik heb wel gemerkt dat donkere nevels een andere waarneemtechniek vereisen dan “lichte” deepskyobjecten, maar na enig turen is hij duidelijk te zien.

Het is tegen half drie, tijd om op te breken. Ook deze avond heeft de helderheid het weer gewonnen van de bewolking. Cloudbuster, dank!


Postperseïdale depressie

Dat lagedrukgebied is mooi uitgebleven, het is best mooi weer geweest sinds de Perseïdenparty op de Afsluitdijk. Zoals gisteravond, toen heb ik meteen mooi door mijn nieuwe… waarover later meer.

VenusBelt

Onderweg naar de Afsluitdijk: de Venusgordel (oranje band) met daaronder de schaduw van de aarde (donkerblauw), tijdens zonsondergang.

De Perseïden, afgelopen zaterdag. Daarover is al veel geschreven door verschillende mensen, dus heel veel heb ik daar niet aan toe te voegen. Kort en bondig: het is supergezellig en zoals anderen al hebben gezegd, de meest relaxte star party ever. Een ligstoel is nu eenmaal comfortabeler dan een strijkstoel. En al zijn de meteoren niet talrijk, alleen die ene groene bij Auriga is al spektakel genoeg om de avond geslaagd te maken. En dan is er nog de Sluiernevel in de widefieldelf en M13 in de 11″ Dob van André.

Maar vooral het prachtige uitzicht op de Melkweg zal me bijblijven, vooral later in de nacht wanneer het kraakhelder wordt. Het Dubbele Cluster strijdt met het Andromedastelsel om de aandacht van het blote oog. Beiden blijven in het oog springen. En vanavond valt me voor het eerst ook het “Zwaard van Cepheus” op, zoals ik het maar noem: een langwerpige uitloper van de Melkweg die van linksonder in Cepheus naar het midden loopt. Op Melkwegfoto’s die van dit gebied zijn genomen is dit te zien. Bij nader inzien blijkt het gewoon een extra sterrijk gebied te zien, dat inderdaad wel in een uitloper van de Melkweg ligt. Kortom, met vele anderen heb ik genoten van deze nacht.

En dan is het tegen volle maan, we moeten weer even wachten. Op zo’n moment kun je in een diep gat vallen en wordt alles zwart om je heen. Dan is het goed om een opbeurend woord te ontvangen van één van je waarneemmaten. Zo van: “Weet je wel dat er een 10 cm refractor te koop staat voor een hele mooie prijs?” In plaats van de gemeente aansprakelijk te stellen voor het ontbreken van een putdeksel rijd ik daarom naar het verkoopadres op een steenworp afstand van huis.

TelescopeLabel

O wee, wat doe ik nu

En zo komt met een bescheiden tijdsvertraging van veertig jaar een jongensdroom alsnog uit. Een heuse Echte Telescoop van 10 cm (even afgezien van mijn nog veel echtere 25 cm Dobson). Een obstructieloos contrastkanon. Een collimatievaste planetenvanger. Een comavrije openclusterspeldenprikker. Skylux heeft een grote broer gekregen. Om precies te zijn: een Skywatcher 102/1000. Op een EQ3-montering. En hij is blauw, net als zijn kleine broer.

 

Skywatcher-2

Eenmaal donker, tegen tienen, moet Saturnus eraan geloven. De ringplaneet staat laag, maar ik ben aangenaam verrast over het beeld van de klassieker. Dit beeld doet weinig onder voor dat van de Dobson. Bij 150x is de Cassinischeiding duidelijk te zien, net als de scherpe schaduw van de planeetbol op de ring. Ook is de equatoriale band mooi zichtbaar. Het is wel mooi planetenweer; weinig wind en een beetje heiig. Maar Saturnus staat ook laag. Ik verkas naar het grasveld/speeltuin voor de deur om Saturnus langer te kunnen zien.

Deepsky? M13 doet het mooi in de kijker, hij is net niet opgelost maar dat is ook niet zo gek onder de stadshemel. Albireo dan: wat een mooie fijne sterren, en de geel/blauwe kleur komt er mooi uit. Maar ook de omringende zwakkere sterren zijn prachtige fijne speldenprikken. Bewolking onttrekt het Dubbele Cluster aan het zicht, dus ik zet Sadr in Cygnus in beeld. Een scherpe M29 verschijnt in beeld, en even verderop een ragfijne NGC6910. Inmiddels is de maan achter de dakrand vandaan gekomen. Scherp tekenen de kraters, maria en rillen zich af terwijl ik het maanoppervlak aftast. Wat is dit genieten, van deze aankoop heb ik geen spijt.

Skywatcher-1

Na een stuk of vijf meridiaanflips ben ik ook vertrouwd met de montering, gelukkig heb ik al kunnen oefenen met de Skylux. De buurman komt langs met de hond en ook hij is onder de indruk van Saturnus, net als een overbuurman die op blote voeten komt aanrennen om ook een blik te werpen. Ja, het valt best op wanneer je met een 10 cm refractor in het speelveld gaat zitten.

 

Zo. Ik kom de volle maanperiode wel door. En nu heb ik tenminste net zoveel telescopen als kinderen. Mochten ze nog eens interesse krijgen in deze hobby, dan hoeft niemand op zijn beurt te wachten. Dan geniet ik ondertussen wel met het blote oog van het Zwaard van Cepheus.

 

 


Circumradiant Dawn

Mijn blik dwaalt over de Melkweg. Van Sagittarius tot Perseus strekt de zilveren rivier zich uit, met hier en daar donkere eilanden en landtongen. Le Gentil 3 tekent zich scherp af voorbij Deneb terwijl de rivier zich aan de andere kant in tweeën splitst. Een meteoor doorklieft de zuidwestelijke hemel en laat een tel lang een lichtend spoor achter.

Breezanddijk, ik hou van deze plaats. Het is alsof je alles hier intenser beleeft. Alsof deze desolate plaats een extra dimensie toevoegt aan de prikkels die je zintuigen bereiken, terwijl je tegelijkertijd wordt uitgenodigd de tijd te nemen om daarvan te genieten. En genieten doe ik, achter het oculair maar ook zeker met het blote oog, waar de jaargetijden zich uitstrekken van het voorjaar in het noordwesten tot de winter in het oosten.

Terwijl ik over de Afsluitdijk suis lijken de wolken me tegemoet te komen. Nee toch? Gelukkig blijkt dat mijn auto gewoon harder rijdt dan de wind de wolken kan wegvoeren, maar eenmaal ter plekke is het al vrijwel helemaal helder. Een smalle maansikkel kondigt een mooie waarneemavond aan om daarna te verdwijnen in het westen en daarmee de sterren aan het woord te laten. Als prelude op de duisternis pronken Mars en Saturnus nog in het zuiden. Mars staat laag en wappert in de seeing maar er is nog steeds een donkere structuur te zien op de eivormige planeetschijf. Saturnus staat er een stuk mooier bij en laat opnieuw zijn equatoriale band zien bij vlagen een scherpe Cassinischeiding, terwijl de schemering niet kan beletten dat er een aantal manen en misschien ook veldsterren te zien zijn.

Omdat geduld niet mijn sterkste kant is probeer ik bolhoop NGC6235, laag in Ophiuchus, te grazen te nemen voordat hij achter een boom verwijnt, zoals de vorige keer in het Dijkgatsbos. Al zou die boom hier een stapel basaltblokken zijn. Ik zie niks, nog steeds niks, verdikkie ken het effe donker worden, nog niks, hee, wel wat meer sterren, nog meer sterren, zie ik nou wat? het lijkt toch wel dat ik wat zie, ja ik zie wat, hebbes. Een mooie ronde pluis midden in een sterrendriehoek.

NGC6235

Een goed begin is het halve werk en ik besluit een gooi te doen naar de nabijgelegen planetaire nevel IC4634. Tien tegen één dat ik hem gezien heb ook, ik weet alleen niet welke het is. Sterren genoeg, en één daarvan zal hem zijn. Helaas is mijn atlas niet gedetailleerd genoeg om aan te wijzen welke. De moraal van dit verhaal: spontane acties laten zich lastig voorbereiden. I’ll be back, met een deugdelijke zoekkaart.

Tijdens een adempauze valt me op dat de Theepot van Sagittarius goed is te zien, tot onderaan toe. Zo mooi had ik hem nog niet gezien in Nederland. Ik herinner me de zoektocht naar de lage bolhopen M69-70-54-55, waar ik vorig jaar diverse vruchteloze pogingen aan heb besteed vanuit deze plaats. Later in Frankrijk was het zwieperdepiep hoera, maar gewoon voor de fun wil ik eens zien of het deze keer wel gaat lukken vanuit de kleidelta. Ondertussen zijn de starhops wat weggezakt dus ik raadpleeg weer even de PSA, maar dan ontwaar ik een vage pluis die een L maakt met twee heldere sterren rechtsonder in het serviesgoed. Wel heb je ooit, M69. Hopperdiepop, in het oculair omhoog en rechtsaf, en ja hoor, M70. Verderop gaat de kleine M54 voor de bijl en na enig gezoek dient grote broer M55 zich aan. Ha! Het kan dus wel. Dat wist ik al van Jan, die vorig jaar al M69-70-54 te pakken had vanuit Breezanddijk, en zojuist ook M55 heeft bijgezet in de vitrinekast.
Niet dat het veel uitmaakt maar zo vindt de Messierlijst, die ik in eerste instantie heb afgemaakt met de Franse slag, ook een degelijke vaderlandse grond.

Na deze ongeplande expeditie naar het zuiden richt ik mijn blik weer iets hoger voor mijn volgende revanche op de Dijkgatsbos-“deceptie” van afgelopen zondag. Barnard’s Galaxy NGC6822 komt opnieuw onder vuur te liggen van kaliber 10″, maar deze keer slaat de balans van de twijfel wat mij betreft om naar de kant van de zekerheid. Ik heb wel lang zitten turen maar steeds zie ik toch weer opnieuw die gloed op de plaats waar volgens mijn informatie het galaxy moet zijn. En dat is een flinke jongen, hoewel ik de precieze omvang niet kan onderscheiden. Het blijft bij een vormeloze verheldering van de achtergrond. Maar meer schijnt er vanuit deze contreien niet in te zitten. Ik ben dus een dik tevreden mens.

NGC6822

Net als in het Dijkgatsbos gaat de reis verder noordwaarts over de grens met Aquila, naar NGC6814. En ook deze keer ben ik een stuk zekerder van mijn zaak. De pit die ik daar zag is nu onmiskenbaar; het galaxy staat perifeer maar duidelijk in beeld.

NGC6814

De naburige Palomar 11 sla ik over (lees: ben ik straal vergeten). Vorige keer in het Dijkgatsbos heb ik die wel geprobeerd maar zonder resultaat, wat gezien de aard van het object niet vreemd is. Misschien een leuke voor een keer in Zuid-Europa.
In plaats daarvan besluit ik even te gaan genieten van een iets heldere bolhoop in de buurt. Indrukwekkend vult M22 een half beeldveld, opgelost tot in de kern. Een korte zin, maar lang genieten.

Verder kijken in Sagittarius of laag in Ophiuchus gaat niet meer. Hoger in Ophiuchus doe ik een geslaagde gooi naar bolhoop NGC6517. Een mooie ronde pluis met een duidelijke kern.

NGC6517

Ja, en dan is daar nog die hilarische zeperd van de vorige keer in Breezanddijk, Collinder 469, waar ik iets anders voor aanzag. Dit is hem dus wel, zij het zeer summier. Tijdens het schetsen wordt het beeld, dat ook nog eens wappert door de wind, steeds donkerder totdat het object is verdwenen. Een blik door de zoeker laat een klein stuk hemel zien en een heel groot stuk basalt.

Cr469

Vanuit M24, waar Collinder 469 vlakbij staat, kom ik de mooie sterrenhoop M25 nog tegen. Opnieuw weer even een genietpauze met uitzicht op de kosmische kerstkroonluchter.
Zo, en nu ben ik weer helemaal klaar met dat zuidzwerkzwiepgezwam. Natuurlijk leent deze lokatie zich bij uitstek voor zuidelijke objecten maar hogerop staan een heleboel prachtige objecten tegen een donkere hemel mooi te wezen.

Zoals bijvoorbeeld het Andromedastelsel M31. Het object is duidelijk met het blote oog te zien en na een korte wandeling kom ik bij Danstar terecht die zijn telescoop erop probeert te richten. Wanneer dit is gelukt valt me op hoe mooi helder en scherp het buurgalaxy pronkt in de kleine kijker. Terug bij mijn Dob volg ik het voorbeeld van Esther en verhuis naar een windstillere plek. M31 vult hij het hele beeldveld, geflankeerd door M32 en M110, waarbij M32 in werkelijkheid in M31 staat. Een mooie gelegenheid voor iets wat al een tijd eerder niet lukte in het Dijkgatsbos, toen vanwege bewolking: de extragalactische bolhoop G1 van M31. En die starhop is nog geen pipi du chat. Maar gelukkig heb ik hiervoor wel een gedetailleerde zoekkaart en na enig gehannes staat de buurvrouwbol in beeld, die in de bescheiden optiek niet meer laat zien dan een ster. De zoekkaart biedt uitsluitsel welke het is. In de schets is hij aangegeven met de rode marker.

G1

Wat mij betreft is het even klaar met hardcore starhoppen en schetsen. De rust van Breezanddijk is nu geheel tot me doorgedrongen. De Perseïden vragen regelmatig om aandacht en dat verleidt mij en de anderen ertoe om het oculair regelmatig even te laten voor wat het is. Het schijnt dat het niet zoveel zin heeft om naar de radiant zelf te kijken, het punt waar de meteoren lijken te “ontspringen”. In dit geval Perseus. In plaats daarvan zijn de meteoren het best te zien in een cirkel van 20º vanaf dat punt, volgens die informatie (ik weet niet meer zeker wie dat zei). En dat zou wel eens heel goed kunnen kloppen want ze laten zich in vanaf de hele nacht tot aan de dageraad regelmatig zien, op verschillende plaatsen aan de hemel.

Zou er zoiets bestaan als een cursus Detail Zien In Galaxies? Hier meldt zich alvast deelnemer #1. Als ik soms de verslagen lees van bijvoorbeeld TomC, en de waarnemingen die Esther en Petelaa deze avond doen, dan denk ik dat ik wat mis. Een spiraalarm in NGC7727? Ik staar me een ringstaartmaki door Esther’s oculair maar ik zie geen spiraalarm. De dames wel. Volgens mij dragen ze gewoon stiekem infraroodcontactlenzen. Evengoed is het een leuk stelsel met een heldere kern en duidelijke halo, evenals de S-vormige NGC7479 (S-vormig? ¿Que?)

Bij Arno-Mark mag ik een pracht van een sluiernevel bekijken door zijn Leenbridge met widefieldhandgranaat en OIII-filter. Een gelukkige combi want de nevel (specifiek: NGC6992/5) spettert van detail. Die lust ik zelf ook wel en ook in mijn bescheiden optiek valt de langoustine helemaal niet tegen. Sterker nog, ik raak een hele tijd niet uitgekeken op de veil, die door Jan enigszins oneerbiedig de “hangmat” wordt genoemd.

Diezelfde Jan ontpopt zich deze avond als een ware deepskygeneraal. Vanachter de C9.25 klinken de bevelen en gehoorzaam worden de Caldwells 43 en 44 opgezocht. De veldtocht verloopt succesvol want achter elkaar verschijnen NGC7479 en NGC7814 in de oculairs van Esther en mij. Leuke objecten, snel die cursus maar eens volgen…

Vanuit het noorden zijn flitsen te zien, die steeds feller worden. Onweer op komst? Bizar, want hier is het nog steeds kraakhelder. Gelukkig zet het onweer niet door. De vermoeidheid wel, en na nog even van de melkweg te hebben genoten begin ik met inpakken voor de terugrit, waarbij ik de eer heb te mogen verkeren in illuster gezelschap.

Breezanddijk heeft weer veel indruk gemaakt. Op mij, en zo te horen ook op de anderen. Ik hoop hier snel weer terug te zijn.