Postperseïdale depressie

Dat lagedrukgebied is mooi uitgebleven, het is best mooi weer geweest sinds de Perseïdenparty op de Afsluitdijk. Zoals gisteravond, toen heb ik meteen mooi door mijn nieuwe… waarover later meer.

VenusBelt

Onderweg naar de Afsluitdijk: de Venusgordel (oranje band) met daaronder de schaduw van de aarde (donkerblauw), tijdens zonsondergang.

De Perseïden, afgelopen zaterdag. Daarover is al veel geschreven door verschillende mensen, dus heel veel heb ik daar niet aan toe te voegen. Kort en bondig: het is supergezellig en zoals anderen al hebben gezegd, de meest relaxte star party ever. Een ligstoel is nu eenmaal comfortabeler dan een strijkstoel. En al zijn de meteoren niet talrijk, alleen die ene groene bij Auriga is al spektakel genoeg om de avond geslaagd te maken. En dan is er nog de Sluiernevel in de widefieldelf en M13 in de 11″ Dob van André.

Maar vooral het prachtige uitzicht op de Melkweg zal me bijblijven, vooral later in de nacht wanneer het kraakhelder wordt. Het Dubbele Cluster strijdt met het Andromedastelsel om de aandacht van het blote oog. Beiden blijven in het oog springen. En vanavond valt me voor het eerst ook het “Zwaard van Cepheus” op, zoals ik het maar noem: een langwerpige uitloper van de Melkweg die van linksonder in Cepheus naar het midden loopt. Op Melkwegfoto’s die van dit gebied zijn genomen is dit te zien. Bij nader inzien blijkt het gewoon een extra sterrijk gebied te zien, dat inderdaad wel in een uitloper van de Melkweg ligt. Kortom, met vele anderen heb ik genoten van deze nacht.

En dan is het tegen volle maan, we moeten weer even wachten. Op zo’n moment kun je in een diep gat vallen en wordt alles zwart om je heen. Dan is het goed om een opbeurend woord te ontvangen van één van je waarneemmaten. Zo van: “Weet je wel dat er een 10 cm refractor te koop staat voor een hele mooie prijs?” In plaats van de gemeente aansprakelijk te stellen voor het ontbreken van een putdeksel rijd ik daarom naar het verkoopadres op een steenworp afstand van huis.

TelescopeLabel

O wee, wat doe ik nu

En zo komt met een bescheiden tijdsvertraging van veertig jaar een jongensdroom alsnog uit. Een heuse Echte Telescoop van 10 cm (even afgezien van mijn nog veel echtere 25 cm Dobson). Een obstructieloos contrastkanon. Een collimatievaste planetenvanger. Een comavrije openclusterspeldenprikker. Skylux heeft een grote broer gekregen. Om precies te zijn: een Skywatcher 102/1000. Op een EQ3-montering. En hij is blauw, net als zijn kleine broer.

 

Skywatcher-2

Eenmaal donker, tegen tienen, moet Saturnus eraan geloven. De ringplaneet staat laag, maar ik ben aangenaam verrast over het beeld van de klassieker. Dit beeld doet weinig onder voor dat van de Dobson. Bij 150x is de Cassinischeiding duidelijk te zien, net als de scherpe schaduw van de planeetbol op de ring. Ook is de equatoriale band mooi zichtbaar. Het is wel mooi planetenweer; weinig wind en een beetje heiig. Maar Saturnus staat ook laag. Ik verkas naar het grasveld/speeltuin voor de deur om Saturnus langer te kunnen zien.

Deepsky? M13 doet het mooi in de kijker, hij is net niet opgelost maar dat is ook niet zo gek onder de stadshemel. Albireo dan: wat een mooie fijne sterren, en de geel/blauwe kleur komt er mooi uit. Maar ook de omringende zwakkere sterren zijn prachtige fijne speldenprikken. Bewolking onttrekt het Dubbele Cluster aan het zicht, dus ik zet Sadr in Cygnus in beeld. Een scherpe M29 verschijnt in beeld, en even verderop een ragfijne NGC6910. Inmiddels is de maan achter de dakrand vandaan gekomen. Scherp tekenen de kraters, maria en rillen zich af terwijl ik het maanoppervlak aftast. Wat is dit genieten, van deze aankoop heb ik geen spijt.

Skywatcher-1

Na een stuk of vijf meridiaanflips ben ik ook vertrouwd met de montering, gelukkig heb ik al kunnen oefenen met de Skylux. De buurman komt langs met de hond en ook hij is onder de indruk van Saturnus, net als een overbuurman die op blote voeten komt aanrennen om ook een blik te werpen. Ja, het valt best op wanneer je met een 10 cm refractor in het speelveld gaat zitten.

 

Zo. Ik kom de volle maanperiode wel door. En nu heb ik tenminste net zoveel telescopen als kinderen. Mochten ze nog eens interesse krijgen in deze hobby, dan hoeft niemand op zijn beurt te wachten. Dan geniet ik ondertussen wel met het blote oog van het Zwaard van Cepheus.

 

 


Circumradiant Dawn

Mijn blik dwaalt over de Melkweg. Van Sagittarius tot Perseus strekt de zilveren rivier zich uit, met hier en daar donkere eilanden en landtongen. Le Gentil 3 tekent zich scherp af voorbij Deneb terwijl de rivier zich aan de andere kant in tweeën splitst. Een meteoor doorklieft de zuidwestelijke hemel en laat een tel lang een lichtend spoor achter.

Breezanddijk, ik hou van deze plaats. Het is alsof je alles hier intenser beleeft. Alsof deze desolate plaats een extra dimensie toevoegt aan de prikkels die je zintuigen bereiken, terwijl je tegelijkertijd wordt uitgenodigd de tijd te nemen om daarvan te genieten. En genieten doe ik, achter het oculair maar ook zeker met het blote oog, waar de jaargetijden zich uitstrekken van het voorjaar in het noordwesten tot de winter in het oosten.

Terwijl ik over de Afsluitdijk suis lijken de wolken me tegemoet te komen. Nee toch? Gelukkig blijkt dat mijn auto gewoon harder rijdt dan de wind de wolken kan wegvoeren, maar eenmaal ter plekke is het al vrijwel helemaal helder. Een smalle maansikkel kondigt een mooie waarneemavond aan om daarna te verdwijnen in het westen en daarmee de sterren aan het woord te laten. Als prelude op de duisternis pronken Mars en Saturnus nog in het zuiden. Mars staat laag en wappert in de seeing maar er is nog steeds een donkere structuur te zien op de eivormige planeetschijf. Saturnus staat er een stuk mooier bij en laat opnieuw zijn equatoriale band zien bij vlagen een scherpe Cassinischeiding, terwijl de schemering niet kan beletten dat er een aantal manen en misschien ook veldsterren te zien zijn.

Omdat geduld niet mijn sterkste kant is probeer ik bolhoop NGC6235, laag in Ophiuchus, te grazen te nemen voordat hij achter een boom verwijnt, zoals de vorige keer in het Dijkgatsbos. Al zou die boom hier een stapel basaltblokken zijn. Ik zie niks, nog steeds niks, verdikkie ken het effe donker worden, nog niks, hee, wel wat meer sterren, nog meer sterren, zie ik nou wat? het lijkt toch wel dat ik wat zie, ja ik zie wat, hebbes. Een mooie ronde pluis midden in een sterrendriehoek.

NGC6235

Een goed begin is het halve werk en ik besluit een gooi te doen naar de nabijgelegen planetaire nevel IC4634. Tien tegen één dat ik hem gezien heb ook, ik weet alleen niet welke het is. Sterren genoeg, en één daarvan zal hem zijn. Helaas is mijn atlas niet gedetailleerd genoeg om aan te wijzen welke. De moraal van dit verhaal: spontane acties laten zich lastig voorbereiden. I’ll be back, met een deugdelijke zoekkaart.

Tijdens een adempauze valt me op dat de Theepot van Sagittarius goed is te zien, tot onderaan toe. Zo mooi had ik hem nog niet gezien in Nederland. Ik herinner me de zoektocht naar de lage bolhopen M69-70-54-55, waar ik vorig jaar diverse vruchteloze pogingen aan heb besteed vanuit deze plaats. Later in Frankrijk was het zwieperdepiep hoera, maar gewoon voor de fun wil ik eens zien of het deze keer wel gaat lukken vanuit de kleidelta. Ondertussen zijn de starhops wat weggezakt dus ik raadpleeg weer even de PSA, maar dan ontwaar ik een vage pluis die een L maakt met twee heldere sterren rechtsonder in het serviesgoed. Wel heb je ooit, M69. Hopperdiepop, in het oculair omhoog en rechtsaf, en ja hoor, M70. Verderop gaat de kleine M54 voor de bijl en na enig gezoek dient grote broer M55 zich aan. Ha! Het kan dus wel. Dat wist ik al van Jan, die vorig jaar al M69-70-54 te pakken had vanuit Breezanddijk, en zojuist ook M55 heeft bijgezet in de vitrinekast.
Niet dat het veel uitmaakt maar zo vindt de Messierlijst, die ik in eerste instantie heb afgemaakt met de Franse slag, ook een degelijke vaderlandse grond.

Na deze ongeplande expeditie naar het zuiden richt ik mijn blik weer iets hoger voor mijn volgende revanche op de Dijkgatsbos-“deceptie” van afgelopen zondag. Barnard’s Galaxy NGC6822 komt opnieuw onder vuur te liggen van kaliber 10″, maar deze keer slaat de balans van de twijfel wat mij betreft om naar de kant van de zekerheid. Ik heb wel lang zitten turen maar steeds zie ik toch weer opnieuw die gloed op de plaats waar volgens mijn informatie het galaxy moet zijn. En dat is een flinke jongen, hoewel ik de precieze omvang niet kan onderscheiden. Het blijft bij een vormeloze verheldering van de achtergrond. Maar meer schijnt er vanuit deze contreien niet in te zitten. Ik ben dus een dik tevreden mens.

NGC6822

Net als in het Dijkgatsbos gaat de reis verder noordwaarts over de grens met Aquila, naar NGC6814. En ook deze keer ben ik een stuk zekerder van mijn zaak. De pit die ik daar zag is nu onmiskenbaar; het galaxy staat perifeer maar duidelijk in beeld.

NGC6814

De naburige Palomar 11 sla ik over (lees: ben ik straal vergeten). Vorige keer in het Dijkgatsbos heb ik die wel geprobeerd maar zonder resultaat, wat gezien de aard van het object niet vreemd is. Misschien een leuke voor een keer in Zuid-Europa.
In plaats daarvan besluit ik even te gaan genieten van een iets heldere bolhoop in de buurt. Indrukwekkend vult M22 een half beeldveld, opgelost tot in de kern. Een korte zin, maar lang genieten.

Verder kijken in Sagittarius of laag in Ophiuchus gaat niet meer. Hoger in Ophiuchus doe ik een geslaagde gooi naar bolhoop NGC6517. Een mooie ronde pluis met een duidelijke kern.

NGC6517

Ja, en dan is daar nog die hilarische zeperd van de vorige keer in Breezanddijk, Collinder 469, waar ik iets anders voor aanzag. Dit is hem dus wel, zij het zeer summier. Tijdens het schetsen wordt het beeld, dat ook nog eens wappert door de wind, steeds donkerder totdat het object is verdwenen. Een blik door de zoeker laat een klein stuk hemel zien en een heel groot stuk basalt.

Cr469

Vanuit M24, waar Collinder 469 vlakbij staat, kom ik de mooie sterrenhoop M25 nog tegen. Opnieuw weer even een genietpauze met uitzicht op de kosmische kerstkroonluchter.
Zo, en nu ben ik weer helemaal klaar met dat zuidzwerkzwiepgezwam. Natuurlijk leent deze lokatie zich bij uitstek voor zuidelijke objecten maar hogerop staan een heleboel prachtige objecten tegen een donkere hemel mooi te wezen.

Zoals bijvoorbeeld het Andromedastelsel M31. Het object is duidelijk met het blote oog te zien en na een korte wandeling kom ik bij Danstar terecht die zijn telescoop erop probeert te richten. Wanneer dit is gelukt valt me op hoe mooi helder en scherp het buurgalaxy pronkt in de kleine kijker. Terug bij mijn Dob volg ik het voorbeeld van Esther en verhuis naar een windstillere plek. M31 vult hij het hele beeldveld, geflankeerd door M32 en M110, waarbij M32 in werkelijkheid in M31 staat. Een mooie gelegenheid voor iets wat al een tijd eerder niet lukte in het Dijkgatsbos, toen vanwege bewolking: de extragalactische bolhoop G1 van M31. En die starhop is nog geen pipi du chat. Maar gelukkig heb ik hiervoor wel een gedetailleerde zoekkaart en na enig gehannes staat de buurvrouwbol in beeld, die in de bescheiden optiek niet meer laat zien dan een ster. De zoekkaart biedt uitsluitsel welke het is. In de schets is hij aangegeven met de rode marker.

G1

Wat mij betreft is het even klaar met hardcore starhoppen en schetsen. De rust van Breezanddijk is nu geheel tot me doorgedrongen. De Perseïden vragen regelmatig om aandacht en dat verleidt mij en de anderen ertoe om het oculair regelmatig even te laten voor wat het is. Het schijnt dat het niet zoveel zin heeft om naar de radiant zelf te kijken, het punt waar de meteoren lijken te “ontspringen”. In dit geval Perseus. In plaats daarvan zijn de meteoren het best te zien in een cirkel van 20º vanaf dat punt, volgens die informatie (ik weet niet meer zeker wie dat zei). En dat zou wel eens heel goed kunnen kloppen want ze laten zich in vanaf de hele nacht tot aan de dageraad regelmatig zien, op verschillende plaatsen aan de hemel.

Zou er zoiets bestaan als een cursus Detail Zien In Galaxies? Hier meldt zich alvast deelnemer #1. Als ik soms de verslagen lees van bijvoorbeeld TomC, en de waarnemingen die Esther en Petelaa deze avond doen, dan denk ik dat ik wat mis. Een spiraalarm in NGC7727? Ik staar me een ringstaartmaki door Esther’s oculair maar ik zie geen spiraalarm. De dames wel. Volgens mij dragen ze gewoon stiekem infraroodcontactlenzen. Evengoed is het een leuk stelsel met een heldere kern en duidelijke halo, evenals de S-vormige NGC7479 (S-vormig? ¿Que?)

Bij Arno-Mark mag ik een pracht van een sluiernevel bekijken door zijn Leenbridge met widefieldhandgranaat en OIII-filter. Een gelukkige combi want de nevel (specifiek: NGC6992/5) spettert van detail. Die lust ik zelf ook wel en ook in mijn bescheiden optiek valt de langoustine helemaal niet tegen. Sterker nog, ik raak een hele tijd niet uitgekeken op de veil, die door Jan enigszins oneerbiedig de “hangmat” wordt genoemd.

Diezelfde Jan ontpopt zich deze avond als een ware deepskygeneraal. Vanachter de C9.25 klinken de bevelen en gehoorzaam worden de Caldwells 43 en 44 opgezocht. De veldtocht verloopt succesvol want achter elkaar verschijnen NGC7479 en NGC7814 in de oculairs van Esther en mij. Leuke objecten, snel die cursus maar eens volgen…

Vanuit het noorden zijn flitsen te zien, die steeds feller worden. Onweer op komst? Bizar, want hier is het nog steeds kraakhelder. Gelukkig zet het onweer niet door. De vermoeidheid wel, en na nog even van de melkweg te hebben genoten begin ik met inpakken voor de terugrit, waarbij ik de eer heb te mogen verkeren in illuster gezelschap.

Breezanddijk heeft weer veel indruk gemaakt. Op mij, en zo te horen ook op de anderen. Ik hoop hier snel weer terug te zijn.


Onverstandig?

De vakantie zit erop, de volgende dag weer aan de slag. En dan kom je liever uitgerust voor de dag, dus op tijd naar bed. En laten de weersites net op zo’n avond nu eens wel in staat zijn een meerderheidscoalitie te vormen. De kriebels krijg ik ervan. Eén deel wil gewoon gaan slapen. En aangezien ik maar uit één deel besta wil datzelfde deel gewoon in de auto stappen naar het Dijkgatsbos. Verstandig? Nee, dat ben ik van harte met het thuisfront eens. Wel neem ik me voor om het niet laat te maken.

Maar nu zit ik een avond later toch mooi gewapend met een drietal schetsen achter de laptop. Met het uitzicht op een avond vroeg erin, en morgen thuiswerken dus niet heel vroeg op. En tenslotte zijn er ook mensen die van 7600 meter uit een vliegtuig springen zonder parachute om kilometers verder in een vangnet van 30 bij 30 meter te landen. Dus nou ja, dan valt dit toch wel mee?

Met gemengde gevoelens ga ik op weg. Onderweg is het helder maar hoe dichter bij het Dijkgatsbos, hoe bewolkter het wordt. Gelukkig staat de wind gunstig en ik verwonder me over de borden Pas op voor Herten langs de weg. Totdat ik dichtbij de ingang van het Dijkgatsbos daadwerkelijk moet remmen voor Bambi, die gracieus uit de berm komt huppelen en toch maar weer terug erin. Check. Die kan ik afstrepen van mijn lijst.

Jan en Esther zijn al ter plaatse en direct achter mij arriveert Martijn. Kwartet. In afwachting van de wegtrekkende bewolking genieten we van koffie, thee, Saturnus en koek. Ook komt er nog een helder vliegend object over dat Dragon blijkt te zijn.

Al snel blijkt dat het Dijkgatsbos niet echt geschikt is voor zuidelijke objecten. Eigenlijk is alles beneden een graad of dertig lastig of niet te zien; daarboven en in andere richtingen is het prima. Maar omdat ik in het zuiden begin, is dat begin wat moeizaam.

NGC6235 zal voor volgend jaar zijn. Of voor volgende week in Breezanddijk. Na enkele verwoede pogingen landt de Slangendragerbolhoop in de boomtoppen, na met succes mijn blik ontweken te hebben. NGC “Barnard’s Galaxy” 6822 moet meer moeite doen om me te ontwijken. Sterker nog, ik vermoed dat ik hem heb gezien. Op de plaats die de atlas aanwijst meen ik een diffuse wolk te zien, een hele vage, onregelmatige lichtere vlek. Als ik die later vergelijk in Aladin Lite blijkt dat te kloppen. Maar ik vind het te vaag, en niet overtuigend. Ik log hem dus niet; herkansing in Breezanddijk.
Hetzelfde verhaal geldt voor galaxy NGC6814, iets hoger in Aquila. Af en toe vermoed ik heel perifeer een pit te zien, op een plaats die achteraf volgens Aladin blijkt te kloppen. Maar ik wil zien, niet vermoeden. Eveneens een geval Afsluitdijk. Voor deze lokatie zijn deze objecten te laag.

Gelukkig wordt het hogerop snel beter, want even daarvoor laat bolhoop NGC6760 in Aquila zich in vol ornaat zien. En in Leiden ging dat echt niet (nou ja, bij volle maan niet in elk geval). Hier knalt hij eruit. Het scheelt niet veel of de eerste sterren lossen op.

NGC6760

Ondertussen hoor ik verderop bij mijn waarneemmaten allerlei interessante objecten voorbij komen. Maar het loopt alweer tegen enen, de tijd die ik mijzelf heb gesteld om te stoppen, zodat er tenminste nog vier uur slaap in het verschiet liggen. Daarmee moet ik de volgende werkdag kunnen overbruggen. Omdat ik niet veel tijd meer heb blijf ik daarom deze keer bij mijn eigen telescoop, die ik nu echt goed omhoog richt.

De kleine beer heeft een luis in de pels in de vorm van galaxy NGC6217. Een heel leuk, ellipsvormig ding, zo blijkt.

NGC6217

Ook de draak is niet behandeld door zijn baas want ook in zijn nek kruipen verschillende luizen. Zoals deze NGC5907, een beauty van een langwerpig stelsel.

NGC5907

Inmiddels is het toch tegen half twee en met tegenzin begin ik met opruimen. Het is nog prachtig helder en ik ben blij voor Esther, Jan en Martijn dat ze nog even door kunnen. Zelf stap ik toch met een soort van kater in de auto, in plaats van de euforie die er normaal is na zo’n avond.

De volgende dag kijk ik nog eens naar mijn veldschetsen. Vijf stuks, de drie die hier zijn uitgewerkt en de twee twijfelgevallen. Hmmm, dat zijn toch eigenlijk best leuke resultaten. Wat zit ik nou moeilijk te doen. Hoezo kater? Verstandig was deze sessie niet, wel lekker. Ondanks de strubbelingen. Tot volgende week!


Chandrajyothi

Terug van een korte vakantie in eigen land, en nu laat de zon zich zien. Mooi! Want hier heb ik weer een telescoop bij de hand. Meteen maar de grote Dob in de voortuin gezet en op de koperen ploert gericht, die een aantal struise zonnevlekgroepen laat zien. AR2565, AR2567 en de wat tengerder gebouwde AR2569.

20160718_140431-1-768x809

En met Baader Solar Continuum filter:20160718_134853(0)-1-768x827

Daarbij zijn deze smartphonefoto’s een slap aftreksel van het visuele origineel, waar duidelijke fakkelvelden te zien zijn (nog net zichtbaar op de foto’s) en granulatie over de hele zonneschijf.

Het zonnefilter voor de ogen werkt prima maar de rode vlek op mijn schouder verraadt dat het zonnefilter voor de huid wat minder goed is aangebracht. En pffff, het zweet loopt van mijn rug. Ha, achter op de vlonder is het lekker koel. Daar kunnen de Dob en zijn waarnemer even lekker afkoelen voor vanavond.

Vanavond? Ja, ik weet het, het is volle maan. Nou ja, ik ben toch thuis, en ik heb heb gewoon zin om waar te nemen. En de maan blijft me boeien, ook zeker als hij vol is, met die mooie straalkransen vanuit de kraters Tycho en Copernicus. Maar de maan staat nog laag, achter de bomen aan de overkant van de gracht.
Mars is inmiddels buiten bereik. Saturnus daarentegen staat er precies goed voor. En ook nu is het weer genieten, een duidelijke Cassinischeiding die niet helemaal door lijkt te lopen aan de voor- en achterkant van de ring, en een duidelijke band om de equator van de planeet zelf. Van de manen onderscheid ik er vier: Titan, Tethys, Rhea en Dione. Volgens Stellarium zouden ook Mimas, Enceladus en Hyperion in de buurt moeten staan maar in dit schemerdonker ga ik me daar maar niet scheel op staren.

De maan staat ondertussen nog steeds buiten het zichtveld van de Dob. Geen nood, er staan nog een aantal dubbelsterren op het menu. De laatste weken wordt δ Cyg nogal eens genoemd, als goede testdubbelster voor telescopen en waarnemer. Met een afstand van 2.5″ zou dat moeten kunnen. Bij 52x is al wel te zien dat de ster niet helemaal puntvormig is, al zou dat ook nog aan seeing toe te schrijven kunnen zijn. Maar bij 156x verschijnt er in de 8 mm Planetary bij vlagen van goede seeing een duidelijke pup in de sparkles van de felle hoofdster. Doorbarlowen naar 281x met de 10 mm  Ortho en 2.25x Barlow maakt aan elke twijfel een eind.

DeltaCyg

Ken uw klassiekers, spreekt Turn Left at Orion, dus wordt het hoog tijd om α Her eens in het oculair te vatten, beter bekend als Rasalgethi. Deze dubbelster is met afstand 5″ een nobrainer, bij 52x widefield is het feloranje duo al duidelijk zichtbaar. Ik vergroot niet verder door dan 156x.

AlphaHer

δ Her en ρ Her zijn vrij wijde dubbelsterren die weinig vergroting nodig hebben.

DeltaHer

RhoHer

Ok, genoeg dubbelsterren voor vanavond, anders wordt het saai. Voor de volgende keer Breezanddijk staan er bij mij een hele rits planetaire nevels in Aquila op de waarneemlijst. Maar wie weet, die dingen zijn klein en vaak relatief helder, dus ik ga het gewoon proberen.

Het zilveren licht van de maan in Sagittarius spreidt zich uit tot de halve hemelbol, en ook Aquila baadt in Chandra’s schijnsel. Maar zoals het gezegde gaat: niet geschoten is altijd mis. Met de PSA en vervolgens de DSH (Deep Sky Hunter) gaat de starhop naar de plek waar sterontploffingsgasbel NGC6804 zou moeten prijken. Op de vermoede plek denk ik net wel net niet een hele vage gloed te ontwaren. Hmm. Niet overtuigend. Een beetje flauw om dat te loggen. Totdat het OIII-filter ten tonele verschijnt en zijn waarde bewijst. Geen hint meer van een gloed maar een duidelijke vlek, en nog geen kleintje ook. Heel af en toe lijkt er een minieme speldenprik in het midden van de nevel te zien.
Blijkbaar is de planetaire nevel sterk genoeg in het OIII-gebied en het maanlicht voldoende afgeblokt om het object zo op te kunnen halen. Bij deze en de volgende schetsen van planetaries zijn de nevels zelf met OIII-filter afgebeeld en de omringende veldsterren zonder, omdat de zwakkere sterren sneuvelen in de OIII.

NGC6804

We tellen één terug. Buurman NGC6803 staat vlakbij dus het vinden is het probleem niet. Het herkennen van het object als niet-stellair is een stuk lastiger, want in tegenstelling tot joekel 6804 is 6803 maar een kleintje. Doorvergroten tot 281x levert wel een romige ster op maar ik twijfel of dit werkelijk is of seeing-effect. Wel denk ik hem met blinking te herkennen maar nog steeds niet overtuigend. Achteraf zoek ik hem op in Aladin Lite (superhandig, die site, goede ontdekking) en na de vergelijking met de schets blijkt het raak te zijn. In de schets is het de stervlek linksboven in het steelpan-asterisme, boven het midden van het beeldveld.

NGC6803

Een klein stuk lager vermeldt de PSA de open sterrenhoop Collinder 401, rondom een heldere ster van magnitude 7. Weer zo’n sterrenhoop die lastig als zodanig te herkennen is. Of hij heeft gewoon een donkere hemel nodig. Ik zie naast de hoofdster maar vier tot vijf andere clusterleden.

Cr401

Dan maak ik even een omweg via Hercules-Oost om te kijken of ik daar mijn eerste PK-object kan verschalken. Het Tsjechische astronomenduo Perek en Kohoutek heeft in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een catalogus van planetaire nevels samengesteld, waarvan er nogal wat in de PSA staan vermeld. In de staart van de Skyzwemmer (het visvormige asterisme bestaande uit grofweg 95-110 Her, ten westen van de Coathanger) staat PK 51+9.1 . PK staat hierbij voor de ontdekkers en de getallen voor de galactische coördinaten. Helaas is de Buurman en Buurman-nevel te hoog gegrepen voor de Leidse stadshemel bij volle maan. Herkansing in Breezanddijk.

Meer succes heb ik met NGC6790, midden in Aquila. Net als NGC6803 is het weer een ontplofte speldenprik die nauwelijks van een ster is te onderscheiden, maar ook hier schiet Aladin achteraf weer te hulp. In de schets staat hij rechts onderin de lange verticale driehoek, rechtsboven in het beeldveld.

NGC6790

Iets groter is collega NGC6781. Kanonnen, wat een joekel. En wat is een mens op zo’n moment blij met zijn OIII-filter. Aladin kon even bij zijn lamp blijven; dit ding is niet mis te verstaan.

NGC6781

Mijn pogingen om open cluster NGC6709 en bolhoop NGC6760 te bekijken, stranden op de dakrand. Time flies when you’re having fun. Ik zal een heel eind terug naar het oosten moeten. Hiervoor zwiep ik net even over de grens van de luchtwereld van Zwaan, Pijl en Arend naar de waterwereld van Dolfijn en Waterman. De dolfijn Delphinus laat een mooie speelbal zien. NGC6891 is klein, maar wel duidelijk herkenbaar.

NGC6891

En dan is het zomaar kwart over twee. Na de hete dag is het behoorlijk afgekoeld en zit ik toch gewoon weer in mijn dikke vest. De vermoeidheid slaat toe, tijd om op te breken. Maar ik ben blij en voldaan na toch een leuke buit te hebben binnengesleept in deze maanverlichte stadsnacht.

Oh ja, de maan, die zou ik ook nog bekijken. Maar helaas is zij al achter de dakrand verdwenen.

 

Epiloog

Want ze zei dat het woensdagavond niks zou worden met die slechte transparantie.
Foei. Epi mag niet liegen.

NGC6741? Heeelemaal vergeten afgelopen maandag. En die twee dakrandtoeristen NGC6709 en NGC6760 zitten me ook dwars. Dus zit ik op een heldere zomerwoensdagavond met mijn lief aan het bier respectievelijk rosé, terwijl de Dob staat af te koelen. Saturnus staat nog net in bereik maar ik zie al snel dat de seeing niet al te kosher is. Ook blijkt later, als het donkerder is, dat de hemel niet zo mooi transparant is als maandag.

Toch zit ik in de maneschijn, even later voor het raamkozijn. Aan de buitenkant, wel te verstaan. Als eerste mik ik op open cluster NGC6709, die nu gelukkig nog een veilig eind van des buurmans dakrand af staat. En waar ik me al heb voorbereid op weer een saai onooglijk en onherkenbaar cluster speldenprikken blijkt dit een Echt Leuk Open Cluster. De helderste sterren maken een Y-vorm, maar met de minder heldere exemplaren is er ook een soort X in te zien. Kijk, een echte kerel, met XY-chromosoom, maar met de nadruk op Y. De ster linksboven in de driehoek, rechtsboven in het beeldveld, is opvallend oranje.

NGC6709 - Copy

Wat bolhoop NGC6760 betreft kan ik een lang verhaal kort maken. Na lang turen, vergroten, met en zonder CLS-filter, lukt het me niet deze te spotten. Heel af en toe een hint, maar niet overtuigend genoeg om hem te loggen. Volgende keer zonder maanlicht.

Door naar de vergeten planetaire nevel NGC6741, alias The Phantom Streak Nebula. Om een lang verhaal hier ook maar even kort te maken: snotsantabella, wat een gevecht. Maar opvallend is wel die ene ster die steeds tevoorschijn komt met OIII-filter en onzichtbaar blijft zonder. Binnen ga ik toch even de veldschets vergelijken met Aladin Lite, en mooi dat het hem is. Te zwak om door te vergroten blijft het bij een stellaire vlek. Dat zal bij donkere hemel beter gaan. Maar NGC6741 neemt niemand mij meer af.

NGC6741

Hmm, kwart voor één. Naar bed, of nog één object proberen? De hemel ziet er nu echt sjmørig uit; een melkwitte cirkel straalt uit vanuit de maan in het zuiden terwijl de noorderzon de horizon daar flink verlicht. Er zit waarschijnlijk veel vocht in de atmosfeer. De meest donkere plek is in de buurt van de pool. Dus daarom even een galaxy in Ursa Minor proberen dat nog op mijn Herschel-lijst staat, NGC6217. Enfin, heb ik de starhop alvast een keer gedaan. En het galaxy? Wat in het vat zit, verzuurt niet. In elk geval weer twee smakelijke happen aan mijn bescheiden verzameling toegevoegd, ondanks de nog bijna volle maan.

Oh ja, de maan. Die staat in volle glorie in het zuiden. Maar het is al tegen tweeën, dus deze jongen duikt lekker z’n nest in. De Lunar 100 loopt niet weg tenslotte.


Against all odds

Vandaag, de eerste avond van een korte vakantie in eigen land. Tijd voor ontspanning, en voor reflectie en bezinning. Tijd om eens stil te staan bij existentiële levensvragen waar elk mens wel eens mee worstelt, maar die we vaak wegdrukken in de hectiek van het dagelijks leven. Zoals bijvoorbeeld: waarom levert Ikea nog steeds een inbussleutel mee bij elk meubel, terwijl er in elk huishouden gemiddeld reeds vijfentwintig van die dingen aanwezig zijn? Of: zit er een diepere betekenis achter als je een willekeurig asterisme aanziet voor Collinder 469? Hmmm, nee, ik ga toch maar niet teveel piekeren over zulke dingen, want dan word ik weer veel te zwaar op de hand. En tenslotte is het vakantie. Dus besluit ik me toch maar met lichtvoetiger zaken bezig te houden. Zoals het schrijven van een waarneemverslag.

Dus begin ik te typen: “Vandaag, de eerste avond van een korte vakantie in…” Wacht even, dat had ik al. Had ik ook al geschreven dat het bij vertrek en onderweg zwaar bewolkt was en bij aankomst mooi weer werd? Dat was een déjà-vu-ervaring want dat had ik dit weekend al eens eerder meegemaakt.

Vrijdagavond, het werk zit erop, het is vakantie. En ik ben er wel aan toe ook want de accu begint leeg te raken. De avond daarvoor bij het klimmen is het al wat later geworden dus nu maar eens een rustige vrijdagavond en op tijd naar bed. Nog even Astroforum checken.

Enfin, bij het inpakken regent het. Schuilend onder de open achterklep van de auto laad ik de rockerbox en andere spullen in.

Bij Amsterdam is het nog steeds zwaarbewolkt.
20160708_223104

Purmerend: hé, een barst in het wolkendek.
20160708_225414

Hoorn: nee maar, nog meer barsten…
20160708_225916
Breezanddijk: het wordt steeds mooier vanuit het noordwesten.
20160708_230355

En zo vind ik mijzelf onder een steeds helder wordende hemel. Het enthousiasme van Janbstar, de initiatiefnemer, en dat van Oetie, heeft mijn eigen gekte ook weer getriggerd ondanks de vermoeidheid. En daar heb ik geen spijt van. Ook cloudbuster is gearriveerd en Oetie is gekomen in het gezelschap van Youri. Dus nog een goede opkomst ook vanavond.

Mars kan nog net, boven de basaltberg. De rode planeet is duidelijk al even over zijn oppositie heen want hij is inmiddels eivormig geworden. Wapperen kan hij nog steeds uitstekend maar dat neemt niet weg dat hij toch enig detail toont in de vorm van een soort Noord-en-Zuid-Amerika-vormige band, diagonaal over de planeetschijf.
Maar de zomer is bolhopentijd dus richt ik de kijker al snel op Saturnus. Potjandozie, wat een hoop manen, het lijkt M13 wel. Maar het zijn ongetwijfeld ook een hoop veldsterren want achteraf kan ik mijn schets niet helemaal matchen met Stellarium op dat tijdstip. Titan, Rhea, Tethys en misschien Enceladus? Maar voor de rest klopt er geen hout van. Geeft niks, de planeet was zelf prachtig, met opnieuw een mooie band om de planeetbol en een duidelijke Casanovascheiding.

Ondertussen hoor ik om me heen al wat echte bolhopen genoemd worden; het is eindelijk donker genoeg voor deep sky. Zelf ga ik eerst eens wat showpieces bekijken die ik al lang niet meer heb gezien. Zowat recht omhoog gaat de buis, naar Lyra, waar de Ringnevel al in de zoeker te zien is. Maar op hogere vergroting is hij iets indrukwekkender:

M57

In werkelijheid zijn er veel meer sterren zichtbaar, inclusief het achtergrond-“gruis” van de de massa’s melkwegsterren. Maar die probeer ik maar niet te schetsen…
De andere grote zomernevel sla ik natuurlijk niet over. Op dezelfde vergroting van 281x die ik bij M57 gebruikte, vult halternevel M27 een half beeldveld, maar cloudbuster merkt terecht op dat hij bij iets lagere vergroting beter uitkomt.

M27

Even ten zuiden van het fitnessrequisiet, in Sagitta, staat M71. Het is een bolhoop, maar wel een die tegen de wind in lijkt te vliegen. Een soort pijlvorm, met zeker aan de zuidoostkant een lange uithaal.

M71

Precies hetzelfde, maar dan precies andersom, zou je kunnen zeggen van Wild Duck-cluster M11. Dit open cluster vind ik nog steeds lijken op een verwaaide bolhoop. Net als bij M71 geeft de schets van M11 niet de opgeloste sterren weer, die wel degelijk in groten getale zichtbaar zijn, maar meer de vorm van het cluster. Daarbij vallen me deze keer de groepen op, alsof het cluster bestaat uit verschillende eilanden, zoals Zeeland voor de Deltawerken.

M11

Zo. Dat doet een mens goed, na weken grijze herfstlucht weer eens een bak ongegeneerde eye candy. Langzaam maar zeker begint het waarneembloed weer door mijn aderen te bulderen. Ik ben er weer.

Het is zomer, de tijd dat de Zwaan de vleugels weer volop uitslaat en al haar juwelen tentoonspreidt. Maar tussen al het moois in dat sterrenbeeld, en in Sagittarius, Vulpecula en Scutum zou je in de zomer die andere grote vogel vergeten. Toch zijn ook onder de vleugels van de arend Aquila wat subtiele deepskyjuwelen te vinden, al zijn ze minder dik gezaaid dan in de voorgenoemde hemelsegmenten. Eén daarvan staat vlakbij M11. The Glowing Eye nebula NGC6751 is niet moeilijk te vinden en toont zich in het oculair als een romige ster, zoals cloudbuster zo treffend omschreef.

NGC6751

Inmiddels ben ik alweer volledig in autism mode; alles om me heen vervaagt en ik ben me niet meer bewust van de wereld en de mensen om me heen. Alle aandacht concentreert zich op het moois in het oculair. Maar als Oetie op een gegeven moment de Sluiernevel in beeld heeft, trekt de nevel om me heen toch even op om die van haar te gaan bekijken. In het oculair van de Lightbridge straalt een blauwgroene 52 Cygni me tegemoet, maareh, ben ik nou gek? Ik zie helemaal niks. Maar dat geef ik natuurlijk niet toe, stel je voor zeg. In plaats daarvan blijf ik stug in het oculair kijken, en nadat de bewolking voorbij is getrokken, staat NGC6960 prachtig in beeld. Vooral het “kromzwaard” ten noorden van ster 52 tekent zich scherp af, maar ook de andere kant laat zich goed zien. Phew 😉

De sluierbewolking bedekt inmiddels ook andere stukken van de hemel, maar mijn volgende object blijft mooi buiten schot. M24, de Sagittarius Star Cloud. Om dat ding nou Object van de Maand te maken vind ik dan weer minder, wie doet dat nou? Maar ja, een gegeven paard moet je niet in de bek zien, hoewel dat nu weer precies is wat ik wel ga doen met dit venster in het galaxystof. M24 zelf is snel gevonden, en vult meerdere beeldvelden. Bij de “boeg” van heldere sterren valt me meteen een heldere vlek op. Meteen raak: open sterrenhoop NGC6603 laat zich duidelijk zien als een ronde vlek, met diagonaal daardoorheen een verheldering als een lichte streep. Als een ouderwetse draaiknop, of de Noorse of Deense letter ∅. Een echte øpen stjærrehøp.

NGC6603

Een heerlijk object om uit te pluizen, die M24. Aan de andere kant staat nog een leuke planetary. Maar nu zie ik in mijn atlas dat er nog een ander open cluster staat, Collinder 469. Zo goed en zo kwaad als het gaat in de best-gedetailleerde-maar-te-weinig-voor-binnenin-M24-atlas probeer ik de sterrenhoop te lokaliseren. En kijk, daar zie ik iets wat hem wel eens zou kunnen zijn. Een mooi sterpatroon in de vorm van een kindertekening-koppootfiguur zwaait naar me voor aandacht. En die krijgt hij van me, bij een flinke vergroting van 281x met de 10 mm Ortho, versterkt met 2.25 Barlow.

LittleManAsterism

En wat blijkt achteraf, na checken in DeepskyLog? Het is hem niet. En wat realiseer ik me achteraf? Dat mijn atlas ook een detailkaart heeft van het gebied met M24. Tsja, achteraf kijk je de koe in de kont.
Ziehier mijn dwaling.

Collinder469AndLittleMan

En toch vind ik het een leuk asterisme, dus heb ik hem lekker toch geschetst.

Dan, om de eer te redden door naar de finish: planetary NGC6567. Hij is subtiel, heeel subtiel. Toch denk ik hem in mijn Maxvision bij 52x al te spotten, minder romig dan zijn collega in Aquila maar dan toch wel roomboter light. Na enig gehannes met oculairwissels en verkijken op groottes van beeldvelden heb ik mijn omliggend asterisme dan toch in beeld: een soort omgekeerde A met daar direct naast, mijn planetary.

NGC6567

De anderen zijn inmiddels aan het opruimen en het begint al licht te worden in het noordoosten. In die richting lijken zich hints van Noctilucent Clouds te ontwikkelen, en Oetie en Youri besluiten nog even na te blijven om deze vast te leggen. En met succes, zoals later blijkt, die moeite was niet voor niets.
Voor mij zit het erop; ik kan terugkijken op een geslaagde missie.

En dan nu vakantie, en eens een aantal nachten goed slapen. Tot de volgende keer, einde van de maand, met een paar uur Echt Donker 🙂

 


Solsticious

Nocturne

Leiden, vrijdag 24 juni 2016

Het vertrouwde geluid van hoge hakken doet me opkijken van het oculair. Een sierlijke gestalte verschijnt uit het donker. “Hé, ben je nog wakker?”

Verdraaid, het is alweer kwart voor twee. Heb ik me toch weer uitstekend vermaakt, deze vlak-na-midzomernacht. Met een stel dubbelsterren nota bene. Eigenlijk best leuk, zeker als je alweer drie weken droog hebt gestaan. En die planeten mogen er ook wezen vanavond. Nou ja, de seeing is niet geweldig, maar vooral Saturnus komt toch mooi uit de verf.
Maar laten we bij het begin beginnen, hoewel ik nu dus al met het eind ben begonnen. In mijn map zit al een jaar een waarneemlijst met dubbelsterren rondom Bootes, uit Turn Left at Orion. Nooit aan toegekomen, dus dit is een uitgelezen avond om die eens onder het oculair te nemen. De jongens liggen op bed, mijn betere helft is naar de bruiloft van een collega en de hemel is eindelijk weer helder. Alsof je na een wedstrijd honderd meter figuurzagen onder water eindelijk weer even mag ademhalen.

En dat doe ik dan ook. Even diep ademhalen. Mars staat laag, dus ik zet de Dob hoog, om over de schutting te kijken. Hatsekidaisy, met volgplatform en al op de banken van de picknicktafel. De chef is zo te zien nog druk bezig met de bereiding van dit bord pomodorisoep want de damp slaat eraf. Minder goed zichtbaar dan de vorige keer in Breezanddijk, kan de matige seeing toch niet verhinderen dat er een duidelijke donkere rand zichtbaar is aan de zuidwestkant van de planeet, terwijl op het midden van de schijf wat lichtere structuren te zien zijn. Jupiter staat nog hoger, dus voor die planeet zijn minder draconische maatregelen nodig voor wat betreft de dobstelling. Maar ook de bandenkoning wappert dat het een lieve lust is, dus daar blijf ik niet te lang bij stilstaan. Saturnus komt nog maar net om de hoek kijken dus die bewaar ik voor later.

Mooi. Bootes. In de opgeheven hand van de Ossenhoeder zit een driehoek van sterren die luisteren naam de namen θ, ι en κ Bootis, ook wel bekend als respectievelijk Asellus Primus, Asellus Secundus en Asellus Tertius. Het zouden zomaar opeenvolgende Romeinse keizers kunnen zijn, ware het niet dat “Asellus” ezelsveulen betekent. Die laatste twee zijn mooie dubbelsterren, waarbij ι ook nog eens een pulserende variabele is. Beide dubbelsterren lossen bij lage vergroting mooi op en passen dan ook nog eens gezellig in één beeldveld. Zo ongeveer als dit.

IotaKappaBoo

Vlak in de buurt zit een dubbelster die in mijn beide atlassen anoniem door het leven gaat. Gelukkig beschikt Stellarium over iets meer parate kennis; de software weet maar liefst drie nummers te melden. Tenslotte lust DeepskyLog het HD-nummer (HD 126531) en tovert de naam STF oftewel ∑ oftewel Struve 1843 tevoorschijn. Deze dubbelster heeft iets meer poke nodig om te scheiden, maar 125x is ruim voldoende.

STF1843

Eveneens via de Stellarium-DeepskyLog-route vind ik uit dat mijn volgende doelwit van meneer Struve het nummer 1834 heeft gekregen. Die staat wel in de PSA, maar op de pagina waar ik kijk is niet duidelijk bij welke ster de naam nu hoort. Later blijkt dat op een andere, overlappende pagina wel duidelijk te zijn aangegeven. Dit exemplaar is niet vies van een pittig bakkie vergroting dus ik schroef mijn 1.3x Barlow in de Ortho. Bij 163x staat het duo mooi boven op elkaar; ze zijn mooi helder en doen niet voor elkaar onder.

STF1834
Een pak bewolking dringt zich even op vanuit het zuidwesten en even lijkt mijn avond abrupt te worden afgebroken. Gelukkig zet de bewolking niet door en trekt zich zelfs terug. Na een korte bedekking is Bootes weer vrij.
Helemaal aan de andere kant van Bootes, aan de voet van de je-weet-wel-stier-oppasser is het nummer Σ1835 in de PSA wel eenduidig aangegeven. Ook dit tweetal is niet vies van een wat sterker glas, maar in tegenstelling tot hun voorganger in de reeks huldigen ze het gelijkheidsprincipe niet. Laurel en Hardy worden vergezeld door twee in magnitude afnemende buursterren.

STF1835

Als laatste mik ik de kijker op σ Coronae Borealis, die genoegen neemt met 125x. Een helder tweetal, met een “staart” van buursterren.

SigmaCrB

Dan… Saturnus. Mijn favoriet, maar ik verwacht er niet veel van, met deze seeing. In plaats van de Dob weer op de banken te zetten verplaats ik hem naar het pad vlak voor de ingang van onze tuin, en neem daarmee het risico op nieuwsgierige voorbijgangers voor lief. Dat valt mee op dit tijdstip, en al wappert de ring als een rubberen hoelahoep, de Cassinischeiding liegt er niet om. Een ook is er duidelijk een equatoriale band te zien op de planeetschijf. Schitterend, mijn lievelingsplaneet trekt zich lekker helemaal niets aan van seeing. Behalve de planeet zelf zijn er vier manen te zien. Tethys, Dione en Rhea vormen een driehoek boven (ten zuiden van) het ringjuweel, terwijl Titan iets verder naar buiten staat. Verderop staan nog twee veldsterren, waarbij één helderder dan Titan. Bij de schets gaat het om de manen; de planeetkrabbel dient alleen om de positie aan te geven.

SaturnAndMoons

Nou goed dan, toch nog even wat deep sky. M13 verrast me aangenaam, die staat er toch best mooi bij. Een flinke vergroting maakt de stadshemel toch redelijk donker en ik geniet van de speldenprikken. Buurgalaxy NGC6207 sla ik wijselijk over maar nabijgelegen M92 mag er toch ook wezen. Subtieler, maar ook hier best veel opgeloste twinkels.
Lager in Hercules pak ik nog de vurige dubbelster Rasalgethi mee, waarna ik de Ophiuchiaanse grens oversteek om IC “Hi” 4665 nog eens onder de loupe te nemen. Vlak bij dit stelsel staat het asterisme Patchick 50, een tip van Skyscanner. Een aardig asterisme, enigszins in de vorm van een parachute.
Nog nagenietend van al het moois word ik geleidelijk het herkenbare ritme van hoge hakken gewaar. Ik kijk op van mijn oculair. Een sierlijke gestalte verschijnt uit het donker. “Hé, ben je nog wakker?”

 

Lucky shot

Knardijk, zaterdag 25 juni 2016

Dilemma’s. Ik ben er nooit goed in geweest. Wat is wijsheid? Die vraag zal me altijd wel bezig houden. Beslissingen nemen op basis van een gebrek aan informatie, ga er maar aan staan.
Gelukkig ben ik geen directeur, premier of president en sterft er niemand als ik al dan niet naar een star party ga. En gelukkig hebben we janbstar die me over de streep trekt en ArnoM en cloudbuster die even meeduwen.
De keuze valt op de Knardijk omdat de weersites voor het noorden geen gunstig beeld laten zien. In Leiden is het helder maar in het noordoosten in inderdaad nog een flink wolkenfront te zien. Onderweg blijkt dit toch vrij hardnekkig. Het lijkt erop dat we precies in het goede gat zijn gesprongen, zowel qua plaats als qua timing. Als het dak niet open kan dan kijken we maar door het raam.

Ter plekke is Jan al gearriveerd en volgen ArnoM en cloudbuster al snel. Die laatste doet zijn naam eer aan want hoe later op de avond, hoe schoner de wolk. Uiteindelijk is het gewoon helder. De seeing is helemaal niets dus over de planeten ben ik kort. Bij Jupiter valt nog net Callisto te zien tegen de planeetschijf aan, klaar om erachter te verdwijnen. Mars is een kokende pan soep en zelfs Saturnus vindt het niet leuk meer. Maar met de mooie beelden van gisteren nog vers in het geheugen maak ik me daar niet druk om. Tenslotte ben ik hier voor deep sky.

Het gras staat bijna kniehoog en de grond is drassig. En niet alleen de grond, want de Dob staat nog niet in zijn rockerbox of het vocht druipt er al vanaf. Hmmm. Eerst koffie, want het is nog veel te licht voor fatsoenlijk deepskyplezier. Tenslotte is het nog maar vier dagen na de zonnewende. Zo gauw het wat donkerder is mik ik op het grensgebied van Hercules en Serpens, waar IC “White Eyed Pea” 4593 te vinden is. Vorige keren heb ik deze planetaire nevel over het hoofd gezien omdat deze in de PSA verdekt opgesteld staat tussen twee pagina’s. Deze keer zal ik hem hebben. En dat lukt, ook al moet ik er een pittig glas op heffen om hem van een ster te onderscheiden. Met de 10 mm Ortho in de 2.25x Barlow komt de witogige erwt 280 keer dichterbij. Even spelen met filters laat met veel moeite een soort halo zien om de heldere kern. Zonder filter vertoont de nevel een licht blinking-effect: bij perifeer kijken daaristie, direct kijken, foetsie.

IC4593

Op naar Ophiuchus, waar nog wat smakelijke boulettes te vinden zijn die ik in Breezanddijk niet meer op kon. Zoals daar zijn NGC6342. Onderweg kom ik M9 en NGC6356 tegen. Tjonge, wat zijn die dingen helder. Dag nachtzicht. Dan is 6342 een stuk subtieler, op 156x is een spookachtige gloed te zien in een beeldveld dat rijk gevuld is met veldsterren. Een fraai geheel zo.

NGC6342

Ondertussen begint de dauw zijn tol te eisen. Buurman cloudbuster kampt met een beslagen hoofdspiegel van zijn Sumerian. De föhn biedt een minuut soelaas, dan is het alsnog over en uit. Ook de anderen en ik hebben er last van in de vorm van beslagen oculairs, vooral die van de zoeker. Jan en ik jagen er heel wat papieren zakdoeken doorheen om de tranen van het zoekerglas te wissen, maar het is onbegonnen werk.
Mijn pogingen om bolhopen NGC6325 en NGC6235 te zien, stranden dan ook. Het lokaliseren lukt nog wel, maar de objecten laten zich niet zien. Beslagen oculairs helpen daar niet bij, evenals de maan die nu begint te storen. De hemel is nu ook gewoon te licht.
We besluiten er een punt achter te zetten. De avond was kort, en de buit bescheiden. Maar toch hebben we genoten en lol gehad. Gegokt en gewonnen.

Dilemma’s, ik zal er nooit aan wennen. Neem geen onnodige risico’s; bij twijfel niet doen. Dat heb ik wel geleerd. Behalve bij astronomie.


Belaattafeld

Een culinair avontuur voor vier.

Als laatste arriveer ik bij Bistro Le Brézandique, want de auto’s van mijn gastronomische soulmates zie ik al staan op de parkeerplaats. Dit restaurant is geliefd in de regio Amsterdam, maar ook daarbuiten heeft het naam gemaakt, getuige de Oostenrijkse camper die even verderop geparkeerd staat. Binnen tref ik Janbstar, Oetie en Cloudbuster aan de bar, die al aan het genieten zijn van een apéritif in de vorm van een heldere blauwe hemel waarin geen wolk te bekennen is. Aan het raam is een mooie tafel voor vier gereserveerd. We kunnen volgens plan eten.
Naar goed Zuid-Europees gebruik gaan we pas laat aan tafel, waar ons alvast een smakelijke amuse wordt geserveerd in de vorm van een prachtige schijf authentieke nougat uit Montélimar, die een eind voorbij zijn oppositie des te beter op smaak is gekomen en ons niet alleen verrast met scherpe kleurschakeringen maar ook een scherpe ronde schaduw. “Nougat à l’ombre d’Europa”, weet de ober dan ook te vertellen. We bestellen er een glas Jupiler bij.

Nadat de sommelier ons een goede heldere witte wijn heeft geadviseerd, vooral niet mousserend met het oog op de komende gerechten, dient de ober het voorgerecht op. Voor ons staat een smakelijk bord Zuppa di pomodoro alla Toscana con crema di latte. Of even onder ons regio-Amsterdammers gezegd: tomaotesoep met flekkies. En het is wel duidelijk dat Le Brézandique kwaliteit serveert want waar ik eerder dampende, vormeloze borden soep heb gezien, is hier kunstig met de crème fraîche omgesprongen. Een artistiek verantwoord patroon van licht en donker zalmroze streelt niet alleen de tong maar ook het oog. Daarbij zijn we blij dat we het advies van de sommelier ter harte hebben genomen. Helder en duidelijk proeven we hier wat de kok in zijn mars heeft.

Mars

Onder het genot van enkele goede teugen Cuvée du Ciel Clair kijken we eens op de menukaart voor het hoofdgerecht. Het Menu van de Maand spreekt mij wel aan, de Tournedos à l’œil du chat Poivré. Terwijl onze tafeldame ditmaal kiest voor een lichtverteerbare salade kiezen de heren voor een weelderig zeebanket. Kort nadat de ober de bestelling heeft opgenomen verschijnt een vriendelijke serveerster met een sprankelende spoume. “Coupe Cassini”, legt ze uit. Een scherpe ring tekent zich af met een vlijmscherpe donkere rand in het midden, hoewel de ring best een beetje wappert. Ook zijn duidelijk vijf manen te zien. “Enceladus, Rhea, Titan, Tethys en Dione”, licht de serveerster toe, “en als je heel goed kijkt, Mimas”. Helaas heb ik niet goed gekeken maar vijf zie ik er in elk geval.

De sfeer zit er inmiddels goed in en de tijd vliegt voorbij. Weldra dient de ober het hoofdmenu op en staat er een smakelijke tournedos voor mijn neus. De chef heeft het maandmenu werkelijk heel creatief met peperkorrels versierd, want het lijkt net of er een patroon in zit.

IC4665

En natuurlijk laat de tournedos zelf zich goed smaken. Keurig à point, met een ietwat grove structuur, is het malse vlees een streling voor de tong.

NGC6543

Over en weer laten we elkaar natuurlijk ook wat proeven van de verschillende gerechten. De Vijf Scampi’s van Cloudbuster zijn voortreffelijk, de vorige keer had ik die zelf besteld. De Appel met Pit van Jan is ook niet te versmaden maar naar die pit moet ik wel even zoeken. En Oetie’s lichtvoetige Salade aux Souliers Oubliés blijkt toch een substantiële bolhap te bevatten, zoals zij een boulette enigszins oneerbiedig noemt.

Aangezien ik niet van de grote porties ben maar meer een fijnproever, ben ik blij dat het hoofdgerecht niet al te copieus is. Daarmee is er nog voldoende ruimte voor een uitgebreid dessert. Thuis had ik al besloten om vanavond voor de boulettes te kiezen. Niet van die grote zoals in Oetie’s salade maar wat fijne kleine exemplaren. De cuvée vloeit overvloedig maar ondanks, of liever dankzij dit edel vocht voelen we ons uiterst helder, en de tijd vliegt bij deze gezelligheid. Het moet al ver na middernacht zijn wanneer het nagerecht wordt opgediend. Een mooie schaal met zes boulettes van verschillende grootte wordt opgediend en voorzichtig begin ik met de eerste. Met een pittige kern is de bolhap, pardon, boulette, rijk van smaak.

NGC6293

De volgende twee zijn iets subtieler, echt wat voor de fijnproever.

NGC6304

NGC6316

Op een andere wijze subtiel is dit exemplaar, zonder veel pit maar met een fijne twinkeling.

NGC6355

En tenslotte zijn de laatste twee echt een uitdaging voor de connoisseur.

NGC6284NGC6287

Gezelligheid kent geen tijd, maar drie uur ‘s nachts is best laat om nog te tafelen dus langzaamaan wordt het toch tijd om op te breken. Wat mij betreft kan Le Brézandique rekenen op een positieve recensie. Het restaurant heeft zijn reputatie weer eer aangedaan.


Metalhead

Niet geschoten is altijd mis
Maar nooit verwacht dat het zo snel al raak is.

Nou ja, echt goed ziet het er niet uit met al die sluierbewolking. Toch zet ik tegen half tien mijn Dob buiten. Gewoon proberen, houd ik mezelf voor. Het is tenslotte alweer ruim twee weken geleden dat ik de zwerkvorskunst heb kunnen beoefenen, en sinds mijn dagdroomdwaaltocht door de Pocket Sky Atlas (PSA) afgelopen weekend heb ik er toch wel weer erg veel zin in.

Een druilerige zondagmiddag. Mijn lief is aan het werk. De jongens vermaken zich, en zo doe ik. Na mijn brein enige tijd heb uitgedaagd met twee boeken over optiek die ik sinds kort heb, richt ik me weer eens op de praktijk. Het mocht tenslotte weer eens helder worden. In de PSA begin ik bij de meest noordelijke kaart die bij deze periode van het jaar hoort en zak langzaamaan af naar het zuiden, op zoek naar leuke objecten, liefst die ook vanuit de stad moeten kunnen. Draco. The Cat’s Eye, die probeer ik volgende maand wel weer eens. UGC 10822? Thou gottest to be kidding. Leuk voor Breezanddijk.

Hé, een dubbelster naast de kop van de draak. Alrakis luidt de naam van μ Draconis. Leuk, daar wil ik wel eens meer van weten. Dus raadpleeg ik onze oom in Mountain View, CA, met de zoekterm “Alrakis”. Maar in plaats van een dubbelster komt oom Google eerst met een metalband uit Berlijn. Hmmm, eens kijken. Het heeft dan wel niets met astronomie te maken maar een beetje algemene ontwikkeling is nooit verkeerd. Ok, de band is opgericht in 2007 en heeft tot nu toe twee albums gemaakt, met de namen “Omega Cen” (2010) en “Alpha Eri” (2011). Tracks hebben titels zoals “M20”, “NGC 6611″,  ” Gas und Staub Zwischen den Sternen”, en “Jupiter”. In Duits ben ik nooit goed geweest maar “M20”, “NGC 6611” en “Jupiter” kan ik nog wel vertalen. En tien tegen één dat die andere titel ook wel iets met het heelal heeft te maken. Wel heb ik van mijn leven, vette chîte. Onwillekeurig grijp ik naar mijn oortelefoon om eens te checken hoe planeten en deepsky-objecten nu klinken. Voorbereid op een lekkere bak pokkeherrie, blijkt Alrakis tamelijk rustige ambient metal te maken. Geen idee of dat een bestaande term is, maar zo klinkt het. En blijkbaar is dit de muziek waar onze noordelijke Draak van geniet, gezien de gelijknamige dubbelster op oorhoogte.

Oh ja, Alrakis. De dubbelster. Het achtste zoekresultaat leidt me naar de Wikipage van Mu Draconis waar te lezen valt dat de dubbelster al te scheiden is in een kleine telescoop bij 120x. Elders lees ik dat het paar een afstand heeft van 2.5 boogseconden. Moet kunnen. Die bewuste donderdagavond begin ik al vroeg, het is nog schemerig. Nooit gedacht dat ik nu al zou kunnen waarnemen, want de afgelopen dagen is het niks geweest. En ook voor vanavond ziet het er niet zo goed uit. Maar ik ga het in elk geval proberen. Niet geschoten is altijd mis.
Wanneer Vega in het zicht springt begin ik maar op goed geluk daarvandaan te starhoppen. Hoppenderwijs stuit ik op de Double Double ε Lyrae. Leuk, dat is alweer een tijd geleden en in de 10 mm Ortho staat het tweemaaltweetal mooi gescheiden, de beide paren haaks op elkaar. Omdat het zo leuk is besluit ik nog even verder de verkeerde kant uit te hoppen en houd halt bij de dubbelster ζ Lyrae. Tenslotte zit ik in de stad met goed verlichte sluierbewolking, dus dan zijn dubbelsterren goede objecten. ζ Lyrae blijkt een mooie heldere wijde dubbelster, met B iets zwakker dan A.

ZetaLyrae

Nog een halte terug kom ik terecht bij de Delta’s van de Lier, waarbij de PSA vindt dat nummer 2 is omgeven door een open cluster genaamd Steph (Stephenson) 1. En dat blijkt nog een aardig ding te zijn. De heldere ster rechtboven het midden van de schets is δ2; de iets zwakkere helemaal onderin is δ1.

Steph1

Dan vind ik het tijd om een gooi te doen naar Alrakis. Maar helaas is het nog zo licht dat de kop van Draco nog niet eens met het blote oog zichtbaar is. Vanuit de Delta’s zwiep ik met de zoeker via Vega een end naar linksboven en stuit daar op een trapezium van vier sterren. Beet. Dan is de hop naar de metalster niet moeilijk want dat is van Eltanin naar Rastaban en dan diezelfde afstand en een stukkie naar links, hebbes. Ik begin met mijn widefield MaxVision-oculair, met het plan om door te vergroten voor het splijten van Alrakis. Maar dan blijkt dat het in de MaxVision al raak is. In plaats van een punt zie ik een schuine streep in beeld, en dat komt niet door slechte focus, astigmatisme of ander onheil. Neen, er is iets met deze ster. De Ortho maakt van de streep twee punten. Zo, die zit. Nu vraag ik me alleen nog af waarom die band wel een album “Omega Cen” en “Alpha Eri” heeft gemaakt maar geen “Mu Dra”. Te voor de hand liggend zeker.

Alrakis

Verder struin ik door de PSA, op een druilerige zondagmiddag. Aan de andere kant van de drakenkop valt me een object op met de naam Hu 66. Wat 66? Om een lang verhaal kort te maken blijkt Hu te staan voor Hussey, een astronoom die begin vorige eeuw ontdekte dat de dubbelster die eerder door Otto Struve was ontdekt, een drievoudig systeem is. Componenten A en C (die van Otto) staan op 0.8″ (boogseconden) van elkaar; A en B respectievelijk B en C veel dichterbij. Voor de eenvoudige amateur zou in de PSA dus OΣ 351 hebben moeten staan in plaats van Hu 66. Artistieke vrijheid van de auteur, zullen we maar zeggen.
Naamloos als hij is blijkt deze Struve een stuk meer heavy metal dan zijn wederpartij aan de andere speaker van des draaks koptelefoon. Hier moet ik alle registers opentrekken. Met de 10 mm   Ortho en 2.25 Barlow is het paar bij vlagen van goede seeing netaan te scheiden. Een soort Alrakis light. Of zeg maar, Alrakis heavy.

OttoStruve 351

Genoeg dubbelsterren, ik heb zin om weer eens lekker diep te skiën. Maar gaat dat lukken met zoveel sluier? Okay, zoals ik al eerder tegen mezelf zei: gewoon proberen. De keystone van Hercules is niet eens te zien, toch vind ik met enig hangen en wurgen M13, die bij 156x nog leuk oplost ook. Maar dat is even een warming-up, de reis gaat omhoog naar 52 Her en voordat ik terug ben bij Alrakis trap ik op de rem en heb NGC6229 in beeld. Nu had meneer O’Meara al geschreven dat deze bolhoop goed te doen is vanuit de stad maar hij staat er ondanks de sluier wel heel helder bij. Gelukkig valt die sluier hier en daar wel mee.

NGC6229

Het laatste stadsobject op mijn lijst is planetaire nevel NGC6210. Maar die staat alweer een stuk lager. Hmmm. Oh ja, niet zeuren, gewoon proberen. Omlaag terug via de keystone, hatsiewicz flatski in beeld met die handel. En aan helderheid laat de bolpluim niets te wensen over. In de MaxVision een pluizige ster, in de 8 mm Planetary een leuke blinker. Kijk je ernaast, daar is ie, Kijk er recht bovenop, foetsie. Zonder filter dan. Met UHC of OIII blijft hij gewoon staan, ook direct. Leuk ding, hij schijnt de bijnaam Turtle Nebula te hebben. Waarom kan ik helaas niet zien, zoveel detail geeft de nevel niet prijs. Maar dat neemt niet weg dat het een leuk object is.

NGC6210

Zut, alweer tegen enen. Morgen weer werken, maar gelukkig is dat mijn thuiswerkdag. Dus niet om zes uur op maar pas om half acht. En het is het dubbel (no pun intended) en dwars waard geweest.


Kanis Fanatici

Breezanddijk, zaterdag 7 mei 2016

Een vuurrode zonsondergang verleidt me om de blik naar het westen te wenden terwijl ik met 120 noordwaarts steven. Op de A7 ligt Zaanstad inmiddels achter mij en komt Purmerend in zicht. Helaas zit een foto er niet in omdat het tankstation, eerder op de A8, uitkijkt op een geluidsscherm en een rij flats. Ook kan ik visueel de sjonj niet inj de sjee sjienj sjakke. Wel heb ik eerder, op de A4 bij het brugrestaurant ter hoogte van Nieuw Vennep, de ondergaande zon kunnen megapixelen. De sfeer zit er wat mij betreft vroeg in de avond al in. Wat een contrast met afgelopen twee keer, toen ik met tien lagen kleding in de auto zat met de verwarming uit om de telescoop koel te houden. Nu zit ik in mijn shirt met de airco aan… het kan verkeren.

20160507_205352(0)Wijselijk houd ik de blik dan ook gericht op de weg om te voorkomen dat de reis voortijdig eindigt in de vangrail, want dat zou zonde zijn van de auto. En van de vangrail natuurlijk.
Zeventig kilometer verderop blijkt er al een flink wagenpark geparkeerd te staan bij de waarneemplek aan de dijk. Ik pas er nog net tussen met de voiture en word hartelijk begroet door janbstar, cloudbuster, gixer, scorpio, ArnoM, astro to en iedereen die ik nu vergeet, plus even later Esther en Youri. Terwijl ik mijn Dob opstel, en de Skylux die mee is voor de planeten, krijgen we nog een hit and run-bezoek van Jan-met-de-bus. Ondertussen is het al redelijk donker en komen alsnog de lagen kleding tevoorschijn. Een witte auto rijdt een aantal keer heen en weer en de bestuurder begint steeds opgefokter gas te geven en remmen. Hij blijkt flink de kluts kwijt en weet niet meer hoe hij van het terrein afkomt. Esther en ik wijzen hem de uitgang en maken ons zorgen om hem en zijn bijrijdster omdat hij nogal onder de invloed van iets lijkt te verkeren

De rust is weergekeerd en ik mik de Skylux op Jupiter. De manen staan allevier aan één kant van de planeetschijf. Een prachtig gezicht, als een dikke gans met vier kuikens. Onder invloed van iets… ik probeer me voor te stellen hoe het zou zijn als ik hier nu zelf iets gebruikt had. Misschien zou ik het desolate terrein aanzien voor een andere planeet, alsof ik op de filmset van de volgende episode van Star Wars ben beland. Op de dijk is ArnoD2 bezig met zijn lasercamera, terwijl Scor3PO zijn fotonenkanon collimeert. Naast mij oefent Jan Solo the force op zijn HEQ5 terwijl aan mijn andere zijde de wijze jedi Oetie-Wan Petoetie de ED80 installeert.
De oranje knipperende lampen van mijn auto helpen me uit de droom en herinneren me eraan dat je op een star party je autosleutels niet in je broekzak moet laten zitten.

Het Leo-triplet mag vanavond de spits afbijten. Het stelseltrio M95, M96 en NGC3628 is al verassend duidelijk zichtbaar, terwijl de hemel toch nog best licht lijkt. Gek eigenlijk, de hemel lijkt zelfs lichter dan thuis in Leiden, terwijl je toch veel meer ziet. Misschien is dat toch de lichtadaptatie van de ogen. Dat smaakt naar meer dus ik sla rechtsaf naar M105 en consorten. Die consorten bestaan in dit geval uit buurNGCs 3371 en 3373.
De Messier is rond met een felle pit, maar ook de enigszins ovale NGCs zijn helder en duidelijk zichtbaar; een fraai trio bij 156x. Altijd leuk om meerdere objecten in één beeldveld te hebben. En daar gaan er meer van volgen vanavond.

M105cs

Ondertussen is Esther bezig om Markarian’s Chain op te zoeken in haar 80 mm widefieldrefractor en ik had hetzelfde idee in mijn Skylux dus mik ik de zoeker tussen Denebola en Vindemiatrix. Maar dat is nog geen sinecure met zo’n rare equatoriale montering. En rechtdoorkijkzoekers zijn stom. Enfin, na enkele minuten lang de viool van Claude te hebben gespeeld heb ik dan eindelijk iets in beeld wat op M84 en M86 lijkt. Verkeerd om. Gespiegeld beeld is stom. Gelukkig zie ik aan de goede verkeerde andere kant van het beeldveld ook M87 dus het is beet. De MMMs zijn dan ook de enige galaxies die ik zie; de rest – inclusief The Eyes – gaat verloren in de bescheiden 70 mm-opening. Van de weeromstuit vergeet ik helemaal bij Esther door de ED80 te kijken. Jammer, ik had the Chain graag ook door die refractor gezien, maar dat mag vast een volgende keer wel. Gelukkig kom ik verderop in deze avond niets tekort aan galaxies.

Een herkansing verdienen de Whirlpool en de Pinwheel. De afgelopen keer kon ik weinig detail ontwaren in M51 en M101. Nu lijkt de transparantie een stuk beter en inderdaad, de spiraalarmen zijn duidelijker te zien dan de vorige keer. Toch vind ik het nog niet helemaal bevredigend, waarschijnlijk zit er onder optimale omstandigheden nog meer in. Maar het is een fraai ding. M101 blijft een grote witte vlek met een heldere kern en een leuke voorgrondster halverwege de schijf. Misschien helpt de bewolking die af en toe voorbij komt drijven ook niet helemaal mee.

De vorige keer heb ik bij Jan in de C9.25 naar Hickson 68 mogen kijken. Dat vond ik zo’n leuk drie-objecten-in-een-object dat ik besluit hem zelf op te zoeken. Thuis had ik al gezien dat één van de detailkaarten van de Deep Sky Hunter atlas aan deze galaxygroep is gewijd, en dat het geen drie-objecten-in-een-object is maar een vijf-objecten-in-een-object. Cool. Na een korte doch hevige starhop vanuit Seginus in Bootes parkeer ik de Dob in het asterisme van de atlas en leuk, twee hele heldere kleine stelsel sieren het beeldveld, plus één grotere maar iets zwakkere. Precies zoals ik eerder bij Jan had gezien. Maar, het zijn er dus vijf. De detailkaart leert me waar ik moet kijken en al rap verschijnt nummer vier in beeld. Nummer vijf blijft nog verborgen. Maar zoals mijn goede moeder ooit zei: als ik het in m’n kop heb, heb ik het nog niet in m’n staart. Op zo’n moment denk je dan op verschillende plaatsen iets te zien. Totdat telkens, linksonder de tweede ster van boven in een boog van vier, steeds perifeer iets aan en uit blinkt. En weer. En weer. Gotcha.

Hickson 68

Tja, je bent fanatiek of je bent het niet. En ik ben niet de enige, rondom mij zitten nog meer fanatici met hun kanis voor het oculair. Als een stel jachthonden wordt er gejaagd op vage galaxies en bolhopen. Jan laat me een prachtige miniscule naald zien, ik meen NGC5529? Esther zit verbeten als een terriër achter bolhoop NGC6144 naast Antares aan en haar moeite wordt beloond met een klinkend succes. Op de dijk zijn ArnoM en Youri ijverig time aan het lapsen en ook de anderen zijn lekker bezig.
De Jachthonden. Ook mijn volgende object staat daar. Elke keer als ik de Latijnse naam van dit sterrenbeeld nu lees in de PSA of ergens anders, moet ik denken aan het Achterhoekweekend waar BoertjeB de naam Canes Venatici uitsprak met een prachtig Amsterdams accent. Nu begrijp ik waar Carolus en zijn maat hun naam werkelijk vandaan hebben. Aan die fanatiekelingen dus die naar Hicksons aan het kijken zijn, zoals die hierboven. Of bijvoorbeeld ARP 84, ook al geïnspireerd door mijn buurjan. Net als de Hickson is dit ook een galaxygroep, al zijn het er nu maar twee. En grote en een kleine. Na een pauze met koffie vanwege overtrekkende bewolking, begin ik de starhop. In de buurt ben ik al, en vrij snel staat de ARP in beeld. Even denk ik drie stelsels te zien, maar nummer drie blijkt een heldere voorgrondster. De twee stelsels schijnen ook daadwerkelijk bij elkaar in de buurt te staan en met elkaar de gravitatiedans uit te voeren.

ARP 84

Nu rijst de vraag hoe ik al die veel-in-één-stelsels straks in DeepskyLog ga zetten. Neem nu Hickson 68. Een beetje flauw om zes keer dezelfde schets aan Hickson en vijf NGCs te hangen… dus hou ik het qua schets bij alleen de Hickson. En dito voor de ARP.

Geïnspireerd door de objecten die ik vorige keer in Ophiuchus vond ga ik in datzelfde sterrenbeeld op jacht naar bolhoop NGC6426. En vooral ook geïnspireerd door Esther die hetzelfde object op de korrel heeft. Tijdens de eerste oriëntatie met de zoeker springt daar een korrelige vlek in beeld. Open cluster IC4665, een goede oude bekende. Toch even kijken met de MaxVision. Een prachtige open sterrenhoop is dit toch, deze verdient eigenlijk wel wat meer aandacht… Enfin, verder naar de bolhoop. Na een best pittige stellaire off the road-trip heb ik een soort mini-Leo-asterisme in beeld met onder zijn buik een goed zichtbare ronde vlek. Check.

NGC6426

Verder op dezelfde weg naar het zuidoosten vind ik na het passeren van de Sagittariaanse grens, het duo NGC6440/6445. Een bolhoop en een planetaire nevel. Leuk, alweer twee objecten in één beeld, met het widefieldoculair. Omdat verder vergroten geen details oplevert, besluit ik de objecten dan ook in widefield te schetsen. Altijd leuk, een beeldveld vol sterren plus dingesen die geen sterren zijn.

NGC6440-6445

Terug in de hikhoester staat er nog een laatste bolhoop op het menu, NGC6356. Deze staat vlakbij M9, dus ook daar ga ik nog even op de thee. En die smaakt prima, want de Messierbol staat mooi helder rond te wezen. Pas de detail, pas d’opgeloste sterren. Maar helder is ie wel. Aan de andere kant van de tennisbaan staat de NGC. Ik bereid me al voor op weer een pittige pot perifeerpeuteren, maar dat is nergens voor nodig. NGC6356 is zowat net zo helder als zijn sparringpartner van de Messierlijst. Ook hier geen details maar wel degelijk een goede heldere pluis.

NGC6356

Het is alweer na twee uur. De tijd vliegt, hoewel volgens Einstein de tijd juist minder vliegt als hij daadwerkelijk vliegt. Of zoiets. Jan laat me nog het stelsel C3 zien, dat weer mooi zichtbaar is in zijn SCT. Het valt me op hoe mooi het beeld stilstaat bij de stevige wind, waar mijn Dob toch behoorlijk staat te wapperen. De C9.25 staat als een huis op de HEQ5-montering. Ook een ander groot naaldvormig stelsel passeert nog de revue bij Jan, ik weet niet meer welke. Maar hij is wel mooi.

Dan is het tijd om nog even te freewheelen. Al wheelend kom ik de Lagoon- en Trifid nebula tegen, M8 en M20. Het valt me op dat die twee makkelijk in het oog springen, zowel met de bino als met de zoeker. Vorige keer was dat ook al zo. Mooi zijn ze in het widefieldoculair, met bij M8 een duidelijke nevel. Volgende keer ga ik hier weer wat meer aandacht aan besteden, met UHC- en OIII-filter.

Nu werp ik als laatste een blik op de planeten Mars en Saturnus. Helaas wappert de Dob teveel in de wind voor een fasoenlijk planeetwaarneming maar de seeing blijkt zo goed dat ik toch een duidelijk zwarte structuur zie op Mars. Dat zou heel goed Syrtus Major kunnen zijn. Acheraf blijkt dat deze structuur inderdaad zichtbaar is op dit tijdstip, dus beet.

Blij en happy dat we nu drie keer in één week hebben kunnen waarnemen, pakken we in en vertrekken. Gelukkig is het zaterdag en dus niet erg dat ik pas om zes uur in bed lig. Ik kijk terug op een prachtige avond.


Friends in high places

Spiraalarmen. Ik zie ze echt. Nou ja, niet echt, eigenlijk zie ik een grote ronde witte waas met een donkere S-vormige uitsparing. Meer is het niet. Zal ik ooit vrienden worden met sterrenstelsels? Nou ja, in elk geval zie ik voor het eerst echt een heel klein beetje detail in een galaxy. Toch niet stom. Misschien komt het nog eens goed tussen ons.

M51

Echt gelukt is de schets niet helemaal maar het geeft een idee wat ik door het oculair zie.De stralen links- en rechtsonder vanuit M51 heeft de scanner erbij verzonnen, evenals de gloed onder NGC5195.
Wat M101 betreft ben ik al blij dat ik hem zie. Van enig detail is geen sprake.

M101

Zo. Heb ik in elk geval mijn best gedaan. Koffie met koek, lekker, dank ArnoM!
Inmiddels heeft Esther haar eerste sfeerfoto’s gemaakt en is Jan ijverig aan het Messiermaaien. Arno is fotodata aan het schieten en ik kijk nog maar eens naar wat er over is van de waarneemlijst van afgelopen zaterdag. Drie lastige rakkers sieren het rommelige blocnotevel in de kaft van mijn PSA. Hoe zal de kennismaking verlopen? Nieuwe vrienden maken is spannend maar ook een beetje eng.

Een goede buur is beter dan een verre vriend, zegt het spreekwoord, en zeker wanneer het nog niet helemaal donker is toont Jupiter zich inderdaad van zijn beste kant. Geflankeerd door zijn vier trouwe paladijnen siert de bandenreus het oculair bij lang niet slechte seeing. Terwijl we wachten op de duisternis strijkt een milde oostenwind door onze haren en vult het rustige geluid van de branding van de Waddenzee de zilte lucht. Heel rustgevend, een beetje teveel misschien zo laat in de avond. Gelukkig doet de koffie zijn werk en wordt het tijd, het spreekwoord ten spijt, om het verder weg te zoeken.

Als eerste richt ik de Dob op M5, net als afgelopen zaterdag. Opnieuw geniet ik geruime tijd van het ragfijne maar majestueuze sterrenkunstwerk. Na de twee berengalaxies die al de revue zijn gepasseerd is het dan tijd voor wat nieuws.
De reis gaat naar Ophiuchus. Daar laat de PSA een rode vlek zien boven Yed&Yed. Met behulp van de gedetaiieerdere Deep Sky Hunter Atlas starhop ik vanaf de bovenste tante Yed richting het galaxy, waarvan ik de lokatie vrij snel in beeld heb. Het ding zelf laat zich moeilijker vangen, maar hier toont de 10 mm Ortho zijn waarde. Handig, zo’n ortho, om de laatste fotonen te vangen. Wie zei daar dat zo’n oculair goed is voor planeten? Je hebt gelijk, dat is ie zeker, maar niet alleen. Het is niet de eerste keer dat het bescheiden kijkglas bij deep sky het verschil maakt tussen wel en niet zien.

NGC6118

Aan de andere kant van des slangendragers onderbuik prijkt bolhoop NGC6366. Vorig jaar, toen ik Ophiuchus voor het eerst verkende en de Messierbolhopen opzocht, kwam ik deze tegen in de PSA. Helaas heb ik hem toen niet gezien. Nu dus wel, maar niet zonder slag of stoot. Mijn atlas is niet gedetailleerd genoeg om de lokatie echt goed weer te geven dus het wordt zoeken waar hij ongeveer moet staan. Lastig genoeg denk ik op verschillende plaatsen iets te zien. Om een lang verhaal kort te maken zie ik uiteindelijk een gloed in een boog van sterren, variërend van helder naar zwak. Pas bij terugkomst thuis kan ik bevestigen dat ik de bolhoop daadwerkelijk heb gezien, op basis van astrofoto’s op internet. Yes, ik heb er weer een vriend bij. Welcome to the club.

NGC6366

Onderweg naar de auto om mijn extra jas te halen laat Arno me zijn ruwe opname van Markarian’s Chain zien. Die ziet er alvast veelbelovend uit, dus dat gaat na bewerking ongetwijfeld een mooie plaat worden, Terug bij mijn telescoop blijkt Jan even M19 en M62 te grazen te hebben genomen. Daar heb ik vorig jaar wel langer mee zitten tobben. Knap gedaan, recht zo die gaat met die Messierlijst. Esther is ondertussen in gevecht met de schorpioen om NGC6144 te vinden. Omdat ik die afgelopen zaterdag heb gezien teken ik even de starhop uit, maar helaas blijken de omstandigheden laag aan de horizon deze keer net wat minder. UIteindelijk verdwijnt de omgeving van Antares in de sluierbewolking, maar de arrestatie van de bolhoop is slechts een kwestie van tijd.

In diezelfde buurt ga ik op zoek naar een bolhoop in Libra de weegschaal. Nu is dit sterrenbeeld niet rijk aan deep sky-objecten, dus dit is een collector’s item. Zonder veel oponthoud vind ik de ronde gloed, wel weer met behulp van de ortho voor de optimale lichtdoorlatendheid.

NGC5897

Op een gegeven moment merkt Esther op dat het alweer half drie is, en wat mij betreft is het wel weer mooi geweest met het heftige starhopwerk. Daarom besluit ik af te sluiten met het bekende Mascarastelsel M64. Nee maar, toch nog een stelsel met een detail. Waarom ik associaties krijg met Siouxsie and the banshees weet ik niet maar in elk geval vind ik galaxies alweer wat minder stom.

M64

Mars en Saturnus wapperen dat het een lieve lust is, minder dan de vorige keer door de seeing maar meer door de toenemende wind. Op Mars zie ik dan ook een soort grijze band, zoals op Jupiter. Klopt vast niet, maar dat is wat ik zie. Saturnus is mooi, en laat heel af en toe heel even een hint van de Cassinischeiding. Maar het is tijd om op te breken.

Als toegift kan ik het niet laten om Ringnevel M57 en Halternevel M27 nog even in beeld te zetten, Te moe om er nog een UHC- of OIII-filter in te schroeven geniet ik van het naturelbeeld, en dat mag er wezen.
Eind goed al goed, word ik op de terugweg ter hoogte van Wieringerwerf opnieuw getrakteerd op een heldere meteoor, in Ophiuchus ten oosten van de Yeds. Om kwart voor zes stap ik moe en voldaan in bed.