Dijkgatsbos, donderdag 12 maart 2015

De dag is stralend en blauw en het ziet er goed uit voor weer een mooie kijksessie in het Dijkgatsbos. Aan het eind van mijn thuiswerkdag heb ik mijn voiture geladen met geschut; naast de grote Dob ook de gepimpte vakantiekijker-op-statief. Mijn verbazing is dan ook groot wanneer er bericht verschijnt dat er bewolking aan zit te komen. Een blik omhoog verraadt wel wat oversized contrails in het westen – althans zo ziet het eruit – maar het blijkt ernstiger dan dat. Enkele mensen die hadden aangekondigd te komen besluiten dan ook om thuis te blijven. Een blik vanuit de kamer op het westen op de zolderetage laat inderdaad bewolking zien.

Helaas, het risico om voor niets een uur te rijden is te groot en ook ik besluit thuis te blijven.
Omdat ik nog bij iemand langs moest voordat ik zou vertrekken zou ik al later op het Dijkgatsbos zijn maar dat bezoek kon nu wat langer worden. Na afloop blijkt Venus in het westen gewoon heel helder te zijn. De bewolking heeft niet doorgezet. Ik heb te snel besloten.

Met aan cyanose grenzende gevoelens van wroeging neem ik mijn smartphone ter hand en doe swypenderwijs kond van mijn inkeer. Groot is mijn opluchting wanneer blijkt dat ook de anderen ervoor hebben gekozen om het er alsnog op te wagen. Snel rijd ik langs huis om me in mijn thermokloffie te hijsen en de bloem der natie een vervroegde nachtkus te geven. Daarop keert de voiture de kont naar haar geboortegrond om het hoge noorden op te zoeken. Het is al wat later, de navigatie geeft aan dat ik er rond kwart voor tien zal zijn.

Terwijl ik mij mentaal laaf aan het melancholische stemgeluid van mijn favoriete Iraans-Amerikaanse zangeres en de hectometerpalen aan me voorbijtrekken, werp ik af en toe een bezorgde blik in de richting van de westelijke hemel. Nu is de ring A10 Amsterdam-West daar niet de meest geschikte plaats voor. Tussen Zaanstad en Purmerend constateer ik tot mijn opluchting dat de hemel helder is. De bewolking heeft definitief niet doorgezet.
In alle haast is het maken van een waarneemlijst er bij ingeschoten. Ook het printen van een zoekkaart van komeet Lovejoy, zoals ik van plan was, is er niet van gekomen. Ik besluit me hier niet druk om te maken en gewoon lekker te gaan genieten van de donkere nachthemel. Daarbij heb ik wel degelijk een idee waar ik het ditmaal ga zoeken. Waar ik de vorige keer de beer heb geschoten gaat deze keer de Leeuw op de korrel, en eigenlijk het hele gebied tussen Beer en Leeuw. Daarnaast heb ik mijn reisdob meegenomen om eens te kijken hoe deze, voorzien van een statief en een verbeterde rockerbox, in de praktijk gaat bevallen. Daartoe ga ik de oude tafeldob eens wat widefield-objecten laten proeven.

Bij aankomst blijken we met zijn vijven te zijn, zelfs één meer dan ik had verwacht. Toch weer een mooie club op een doordeweekse donderdag. Na een hartelijk weerzien met janbstar en oetie, en een aangename kennismaking met Harro en ArnoM installeer ik mijn lichte en zware geschut op de asfaltcirkel. Er is een stuk meer ruimte dan de vorige keer, wat goed uitkomt nu ik met twee kijkers aan kom zetten. Sowieso staan er diverse telescopen van zeer diverse pluimage, waar ik in de loop van de avond ook een aantal maal een blik door heb mogen werpen.
Ik kom al snel in gesprek met Harro, bij wie ik komeet Lovejoy in de (als ik mij niet vergis) 40 cm Dob zie. Potjandozevitch, wat is dat ding mooi. Zo had ik hem nog niet gezien, met staart en al… Bij gebrek aan mijn zoekkaart wijst de grootkanonnier mij met de laserpen de positie in Cassiopeia. Snel mik ik mijn Telrad op de aangegeven plaats en drommels, ook in mijn oculair ziet de komeet er schitterend uit. Vlakbij staat het ET-cluster, NGC 457. Later realiseer ik me dat ik die laatste al eens had gezien op de Wassenaarse Slag, een mooie sterrenhoop. Maar de komeet slaat wel alles.

Intussen is aan de andere kant oetie haar roemruchte 80 mm ZenithStar aan het uitproberen. Ik ben wel heel benieuwd naar het beeld van deze kijker, die zich ook in grote belangstelling kan verheugen van de anderen. Genereus gunt de firmanentmeesteres ons een blik door haar nieuwe aanwinst-to-be. Ik ben aangenaam verrast door het fraaie beeld dat de relatief kleine kijker aflevert. Ook hier staan de komeet en ET in beeld, en we besluiten het beeld eens te vergeljken met dat van mijn reisdob, en met elkaars widefield-oculairs. Haar refractor en mijn dob zijn vergelijkbaar qua brandpuntsafstand, en – mijn centrale obstructie in aanmerking genomen – qua opening. Het beeld is vergelijkbaar maar dat van de ZenithStar is toch wel wat mooier en verfijnder. Ondanks dat ben ik ook zeker niet ontevreden over het beeld van de kleine Dob, en ook de rockerbox voldoet mooi aan mijn verwachtingen.

Terug naar mijn eigen 10” Dob. Het doel: de cluster M35. Vorige keer heb ik bij iemand gezien dat deze vergezeld wordt door een kleiner cluster, NGC 2158. Ik besluit deze eens nader onder de loupe te nemen. In het 24 mm MaxVision–oculair is M35 mooi te zien, met de NGC als duidelijke vlek daarboven. Tijd om de Baarsmethode weer toe te passen, die in tegenstelling tot de Uilnevel de vorige keer, in dit geval uitstekend werkt. Hiertoe blijkt mijn 8 mm Planetary oculair zich te ontpoppen als een uitstekend instrument. Op Baarslow-vergroting van 156x is de NGC prachtig opgelost te zien. Dit is weer zo’n moment dat ik gewoon lekker ongegeneerd zit te genieten achter het oculair. Hoezo waarneemlijst? Lekker belangrijk. Nee hoor, volgende keer ga ik er gewoon weer één maken, niet zo zeer als todo-list maar meer als inspiratiebron.

Op een gegeven moment kondigt Harro aan dat hij M57 in beeld heeft. M57… in maart? Het trusskanon ligt horizontaal en in het oculair schijnt de nevel door de boomtakken. Een en ander schijnt op grove wijze in te druisen tegen de goede deepskymoraal. Boeien.
Of dit verhaal chronologisch nog helemaal klopt kan ik niet garanderen maar laten we gemakshalve stellen dat ArnoM ondertussen met zijn 60 mm refractor naar Jupiter staat te kijken. Ergens die avond is dit het geval. Nu is het zo dat refractors op de een of andere manier een bijzondere aantrekkingskracht op mij uitoefenen. Dat was met oetie’s ZenithStar al het geval maar zo’n basic telescoop-telescoop heeft gewoon iets. Ook hier kan ik het niet laten om eens een doorkijk te bietsen en het beeld van Jupiter vind ik heel niet slecht voor zo’n kleine kijker. Een beetje kleurfout maar de rest is helemaal goed.

Na deze uitstap wederom terug naar mijn honk alwaar ik de Dob omzwiep naar de Leeuw om zijn Triplet eens van dichtbij te bekijken. Kom ik toch nog een beetje aan mijn “planning” toe. Het triplet is helder en duidelijk, en het zijn er echt duidelijk drie, inclusief NGC 3628. Kijk, alweer zo’n genietmoment. En ik tot voor kort maar denken dat dit soort NGC’s veel te hoog gegrepen waren voor een eenvoudige amateur… En dan hebben we het nog niet eens over het Ursa-triplet.
¿Het wat? Ha, het volgende object is M81/82. Recht zo die gaat omhoog met die pijp, en wel heb je ooit, de starhop die ik thuis met de zoeker doe is hier gewoon met het blote oog in zijn geheel zichtbaar…
De Bode- en sigaarnevel staan snel in beeld, en ze zijn wederom beeldschoon. Maar parbleu, wat is dat daar in mijn rechterooghoek? Dat is geen faint fuzzy, dat is een ding dat in het oog springt. NGC 3077 is niet te missen. De ronde vlek valt gewoon op naast een heldere ster. En met M82 in de uiterste oculairrand passen ze nog in een beeldveld ook. De Leeuw een trio, de Beer ook.

Ondertussen heeft oetie M13 in beeld, die terug is van weggeweest. In haar compactrefractor ziet deze er om den drommel nog niet verkeerd uit. Dit wekt mijn nieuwsgierigheid hoe hij er onder deze hemel in de Dob uitziet. Ik mik de Telrad op het vierkant tussen Vega en Arcturus waar de ster-pluis-ster snel in de zoeker staat. Zonder omwegen zet ik de 8 mm planetary in de focuser. Het resultaat luidt opnieuw een genotmoment in. Zo mooi opgelost heb ik nog nooit een bolhoop gezien. Hier gaat mijn astrohart wel toeren van maken…
Terwijl ik nog eens rondkijk valt mijn blote oog op het Double Cluster. Ik zwiep de buis die kant op maar vervolgens hou ik in een reflex mijn Dob vast die van het volgplatform kukelt… Gelukkig schieten er drie man te hulp om de ontspoorde rockerbox weer op zijn plank te hijsen. Ouille, ik moest maar eens vaart gaan zetten achter mijn plan om het platform van een opstaande rand te voorzien om dit soort escapades te voorkomen. Enfin, gelukkig is er geen schade, zelfs niet aan de collimatie, getuige de ragfijne beelden van Jupiter die de kijker later weet te leveren.

Speaking of which, op een gegeven moment staan alle spiegels en lenzen gericht op de dubbelebruinebandjudoka, waarbij de opmerkingen over een geruïneerd nachtzicht niet van de lucht zijn. In deze context ben ik wel heel benieuwd naar het planeetbeeld in de Maksutov van janbstar. De kijker, die deze keer niet meer wordt geplaagd door dauw, geeft een mooi scherp beeld van de planeet.
In mijn eigen Dob laat de planeet mooie details zien met de 8 mm op 156x. Ik verbaas me erover dat het beeld steeds mooier lijkt te worden. Ik weet niet of het aan de seeing ligt, aan de collimatie of gewoon aan mij, maar elke keer dat ik de kingsizeplaneet in beeld breng lijkt deze steeds meer detail te laten zien. De GRS bijvoorbeeld, had ik wel al eerder gezien maar hij is nu wel heel geprononceerd.
Dan begint Io de planeetschijf te betreden. In eerste instantie kan ik de maan zelf niet zien over de equatoriale zone, maar even later neem de schaduw een hap uit de planeet. Harro wijst me erop dat de maan zelf ook zichtbaar is, vlakbij de GRS. En inderdaad, af en toe zie ik een grijze stip op die plaats. En bijzonder moment, om de maan zelf en zijn schaduw tegelijk te zien.
Ook oetie’s Zenithstar brengt de schaduwovergang mooi in beeld. De kleine kijker weert zich kranig deze avond.

Inmiddels houden ArnoM en janbstar het voor gezien. Na afscheid van hen te hebben genomen wil oetie graag de Antennae galaxies, NGC 4038/NGC 4039 in het sterrenbeeld Corvus opzoeken. Bij gebrek aan haar eigen Lightbridge neemt de deepskyscherpschutster mijn Dob ter hand. Niet verkeerd om mijn eigen telescoop eens te zien met Goto-systeem. Ok, het slewen gaat dan wel niet heel snel maar deze hoef je tenminste niet uit te lijnen. Na even zoeken in de atlas heeft oetie de plek in beeld waar de galaxies zouden moeten staan. Zoals Harro vantevoren al had voorzien, blijkt dit wat te ambitieus. Lichtvervuiling aan de zuidelijke hemel maakt het stelselpaar helaas onzichtbaar.
Ter lering ende vermaak werp ik zelf ook nog een blik op die omgeving, om daar later misschien eens terug te keren bij betere omstandigheden.

Verstandige mensen als we zijn besluiten we het erbij te laten, hoewel ik het idee heb dat we nog maar net zijn begonnen. Rond kwart over één zijn de auto’s weer ingeladen en is het tijd om afscheid te nemen van oetie en Harro.
Hoewel het al met al een ietwat chaotische avond was, is het de moeite dubbel en dwars waard geweest. De donkere hemel heeft weer prachtige dingen laten zien en ik heb weer een hoop geleerd in dit illustere gezelschap.
Nagenietend in de auto maak ik op de A1 voorbij Amsterdam nog de opkomst van een roodoranje halve maan mee. Er ligt een korte nacht in het verschiet, en dit moest ik maar niet elke dag doen, maar dit soort avonden zijn wel highlights die ik niet graag zou missen.