Knardijk, dinsdag 14 april 2015

Het is een mooie dag en het plan is om naar de Afsluitdijk te gaan voor een mooi uitzicht op het zuiden. Helaas valt aan het begin van de avond het doek voor Noord-Nederland, en na koortsachtig heen en weer gepost op het forum valt rond achten de beslissing om uit te wijken naar de Knardijk in Flevoland. Voor mij wordt dit de eerste keer op deze lokatie en ik kan in de haast niet zo snel op het forum terugvinden waar ik precies moet wezen. De Knardijk loopt namelijk zowat over de halve breedte van Flevoland. Gelukkig is janbstar zo vriendelijk om even de coördinaten door te geven, waarvoor dank!

En zo zet ik koers naar de polderprovincie. Vanuit Leiden zie ik het wolkendek al opdoemen in noordoostelijke richting. Nu maar hopen dat deze ten noorden van de Flevopolder blijft. Ter hoogte van Amsterdam wordt het me echter zwaar te moede als ik een hemelvullende hoeveelheid uitwaaierende contrails zie, die rood oplichten door de ondergaande zon. Ik check de mail op de smartphone om te zien of er misschien mensen alsnog afzeggen maar daar blijkt geen sprake van. Opgelucht laat ik mijn rechtervoet de vrije loop om na een vlotte rit te arriveren op het punt waar de navigatie aangeeft dat de bestemming is bereikt. Het blijkt de kruising te zijn van de Knardijk met de doorgaande weg waar ik op zit. Nu is de vraag: linksaf of rechtsaf? Bij gebrek aan enige vorm van intuïtie gok ik op rechts. Goed gegokt, zo blijkt, want op een gegeven moment herken ik de oetomobiel die op de dijk geparkeerd staat. Met slechts de ledverlichting aan rijd ik behoedzaam de dijk af een breng de voiture tot stilstand voor de oculairprinsesbolide en de daarachter geparkeerde janbstarcar. Daar tref ik de berijders aan van deze voertuigen, plus ArnoM die ook de auto neer komt zetten.

In no time staan we in slagorde opgesteld op de dijk, waarbij de zware handkanonnen van oetie en mij om en om staan met het goto-precisiegeschut van janbstar en ArnoM. Terwijl we nog even wachten op volledige duisternis leer ik de wijze les dat je geen koffie moet inschenken op dezelfde tafel als waar je waarneemlijst op ligt. Gelukkig is de lijst nog leesbaar, en als warming-up zet ik het Leo-triplet in beeld. Zowel M65 en M66 als NGC3628 zijn goed zichtbaar dus wat mij betreft kan het vuur worden geopend.

In tegenstelling tot de vorige keren ben ik deze keer goed voorbereid ten strijde getrokken. Op het menu staan enkele galaxies in Leo en een hele reeks van diezelfde objecten in Virgo. Deze jongedame heeft ook de quasar 3C273 aan haar halsketting hangen. En dat object heeft me nu al lang genoeg aan staan staren als Nijntje-neus op kaart 45 van de PSA, dus vanavond ga ik eens gek doen en dat ding opzoeken. Leuk beginnersobject tenslotte. Volgens mijn berekening zou het met magnitude 12.8 moeten lukken met mijn 10” Dob. De zuiderlingen M83 en M68 laat ik zitten nu de zuidelijke horizon niet zo goed zichtbaar is als hij vanaf de Afsluitdijk zou zijn geweest. Het worden dus vooral galaxies dit keer.
Inmiddels heeft buurman janbstar slewenderwijs met succes M67 in beeld gebracht. In het oculair van de gototovenaar staat het cluster mooi in beeld. Wel moet ik even wennen aan dit oogstuk: het blijkt dat je enkele centimeters afstand moet houden om het hele beeld te zien. Bij mijn oculairs houd ik mijn oog er meestal zowat tegenaan. Wel handig voor brildragers, lijkt me. Ik stel voor om M35 eens te pakken en al snel wendt de janbstarfighter de steven volautomatisch naar het Tweelingcluster. De kleinere broer van dit tweetal, NGC 2158, zien we niet zo snel. Daarom zwiep ik mijn Dob eveneens naar Laurel & Hardy, waarbij de dunne na enig goed kijken zichtbaar is. Ook oetie werpt een blik door het oculair en merkt op dat die “kleine” dan ook vijf keer zo ver weg staat als M35.

Inmiddels arriveert gerard, die na de kennismaking zijn camera installeert tussen onze artillerie. Die foto’s wil ik wel zien…

Na dit openclusterintermezzo ga ik door naar Leo en na een korte starhop heb ik het andere Leo-triplet in beeld, de Messiers 95, 96, 105. De logica in de nummering van de Messieurs Messier et. al. ontgaat mij soms maar dat neemt niet weg dat het galaxytrio mooi in beeld staat. Voor mij nieuwe objecten, en het zullen niet de eerste zijn deze avond. In een impuls probeer ik ook even nog een ander trio, de NGCs 3681, 3684 en 3686 in de derrière van de Leeuw. Deze blijken echter te hoog gegrepen voor deze kijker bij de niet heel donkere hemel.

Door dus naar de hoofdact van deze avond: het Virgocluster. Lang heb ik ernaar uitgekeken, en groot was de deceptie toen het op het Achterhoekweekend niet lukte. In het Portugees bestaat daar een heel mooi woord voor. Maar dat was mijn vorige verhaal, deze avond komt alles goed.
Met weinig subtiliteit ros ik de Dob rechttoe rechtaan tussen Denebola en Vindemiatrix. Na enig heen en weer zwenken valt mijn oog op twee vrij heldere bollen. En rechts daarvan twee pluizen boven elkaar, gevolgd door nog een drietal naar beneden afbuigende, iets zwakkere vegen. Markarian’s Chain… hebbes. M84 – M86 – NGC 4435/38 (The Eyes)… Hoe langer ik kijk, hoe meer ik zie. Heen en weer beweeg ik de telescoop, en ook M87 springt in het oog. Terug weer naar M84 en M86, die het begin van de ketting van Markarian markeren. Het genieten is op stoom gekomen.

Toen ik de naam Markarian’s Chain voor het eerst hoorde, leek me dat nog geen onaardige naam voor een Gothic-band. En in deze line-up doet het galaxygezelschap me daar wel wat aan denken en ook aan ons waarneemquintet op de dijk. In gedachten hoor ik al het etherische stemgeluid van leadzangeres oetie, bijgenaamd The Eyes, kracht bijgezet door het drumgeweld van janbstar en de maagtrillende baslijn van ArnoM, terwijl ik zelf een ruige gitaarsound neerzet en gerard dat alles vastlegt op de gevoelige plaat.

Dan word ik gewekt uit mijn overpeinzingen, die toch al bruut off-topic beginnen te worden, door bovengenoemd stemgeluid met de vraag wie er toevallig een 8 mm-oculair heeft.
Nu wil het geval dat mijn bescheiden verzameling sinds recent precies zo’n kijkglas bevat. Gewapend met dit oculair begeef ik me richting de Lightbridge, waar The Eyes de galaxy NGC 3184 in beeld heeft. Dit stelsel staat in de Grote Beer bij Tania & Tania, iets dichter bij Tania-Zuid. Volgens de waarneemkunstenares is er in dit stelsel een soort van blob te zien die ongeveer een vijfde van de totale omvang beslaat. Als ze kon boogschieten zou ze Legolas een hoop geven om zich zorgen om te maken, want ik zie in eerste instantie helemaal niets. Omdat oetie een iets hogere vergroting wil zet ik mijn 8 mm in de focuser van de Lightbridge en na enig turen zie ook ik inderdaad een ronde vlek, rechts naast een vrij heldere ster. En na nog enig turen meen ik ook de blob te zien, die in mijn beleving iets groter is dan de lichtbrugwachtster aangaf. Overigens blijkt deze blob na raadplegen van internet waarschijnlijk de kern van het galaxy te zijn, en is het stelsel in totaal dus eigenlijk twee keer zo groot als we in het oculair zagen.

Terug bij mijn eigen luchtdoelgeschut vervolg ik de reis door het Virgocluster. En er is zoveel te zien, je moet bijna je best doen om geen galaxies te zien. Ik maak gebruik van detailkaart uit de PSA en het valt me op dat ook de NGCs goed zichtbaar zijn. Wel moet ik even wennen aan de andere schaal van deze kaart; bij de gewone kaarten weet ik nu vrij goed het beeldveld te vertalen naar de afbeelding op de kaart maar nu verhaspel ik me soms bij het starhoppen. Maar alles went en al snel ben ik bezig met een ontdekkingstocht waarbij ik probeer tenminste alle Messiers aan te doen. Sommigen daarvan liggen enigszins uit de route, zoals M49 en M100, maar ik krijg ze allemaal te pakken, met als bijvangst een hele rits NGCs. De enige M die ik mis is M61, die buiten de detailkaart valt en daarmee aan mijn aandacht ontsnapt. Datzelfde is blijkbaar ook gebeurd bij het samenstellen van mijn waarneemlijst. Enfin, zo houd ik nog wat over voor de volgende keer. Zo is mijn Virgotrip een combinatie van ontdekken en genieten. En dat met volle teugen. Sommige stelsels zijn kogelrond, anderen ovaal en sommigen, zoals M98, mooi edge-on.
Wel voorzie ik dat ik in de toekomst, naarmate ik langer met de hobby bezg ben, per avond minder objecten intensiever zal gaan waarnemen. Nu gaat er toch wel veel tijd en energie zitten in het starhoppen. Of in dit geval eerder galaxyhoppen. Maar dat geeft niet, dat is wat mij betreft ook een leuke bezigheid.

Dan is het moment aangebroken voor de moeder aller starhops. De quasar 3C273 staat in de PSA zoals gezegd keurig aangegeven, maar met magnitude 12.8 heb ik zo’n vermoeden dat ik een iets gedetailleerdere kaart nodig ga hebben. Deze heb ik gevonden op de site van het Amerikaanse variabelesterrenkijkersgilde AAVSO. In feite gaat het om een vijftal zoekkaarten, A tot en met E, van toenemend detail. Kaart A heeft ongeveer dezelfde schaal als de PSA dus die heb ik achterwege gelaten, waardoor de overige vier mooi bij elkaar op een A4 passen. Deze is de koffiedans gelukkig ontsprongen, dus kan de reis beginnen bij B. Als eerste zoek ik in mijn zoeker de ster Zaniah op en beweeg omhoog naar twee sterren ten NNO hiervan. In de PSA gaan deze naamloos door het leven maar op kaart B luisteren ze naar de poëtische namen Star #1 en Star #2. Hiervandaan probeer ik de sterren 104 en 103 Vir te bereiken, maar hier wreekt zich opnieuw mijn onwennigheid met een andere schaal van kaarten. En nu hebben we het over vier verschillende schalen… om kort te gaan ben ik al vrij snel de weg kwijt. Ook begint de vermoeidheid me nu parten te spelen. Bovendien loopt mijn volgplatform op het eind van z’n segmenten, dus ik besluit even opnieuw te beginnen.
Na een carriage return voor mijn platform begin ik met frisse moed aan de starhop. Deze keer gaat het nog steeds niet vlekkeloos, maar wel een heel stuk beter. Na een paar keer heen en weer kijken tussen de verschillende kaarten ben ik goed op weg. 103 en 104 Vir staan in beeld, er is nu een hoge vergroting nodig. Na een hœul voorzichtige oculairwissel stoot ik door naar kaart D. Wat ben ik op zo’n moment blij met mijn 8 mm. En om een lang verhaal niet te overdrijven zie ik – lo and behold – het felbegeerde asterisme van kaart E, waarvan een “ster” deel uitmaakt die onomstotelijk de quasar moet zijn. Gebroederlijk staat hij naast de even heldere 135 Vir. Maar als deze quasar even “dichtbij” zou staan als de ster Pollux, op 10 Parsec, dan zou hij met absolute magnitude -26.7 even fel zijn als de zon. Bizar idee. Daarmee zou mijn starhop wellicht wat vlotter zijn verlopen maar het waarnemen van andere objecten weer wat lastiger. In werkelijkheid valt er aan deze quasar dus niets bijzonders te zien maar het feit dat ik hem gezien heb neemt niemand me meer af. Mijn avond kan niet meer stuk.

Terwijl ik even rondkijk springt een sterrencluster me in het oog. Het blijkt te gaan om Melotte 111 in Coma Berenices. Dat vind ik nu sympathiek, dat na een zware starhop zo’n object – dat op mijn waarneemlijst staat – nu mij opzoekt. Om zeker te weten dat ik echt dit object voor ogen heb ga ik te rade bij de firmanentmeesteres die mijn vermoeden bevestigt. Heel even bekijk ik de fraaie sterrencluster met de bino, maar al na enkele seconden staat de dauw op de lenzen. Ik houd het bij het blote oog. Dan besluit ik de bijnaam M111 of Mel 111 voor mijn lieftallige wederhelft definitief te laten vallen, want hoe mooi zo’n cluster ook is, ik ben blij dat de werkelijke kroon der schepping wat minder veraf staat.

Een blik op mijn lijst leert me dat ik nog een galaxy in Leo had staan, NGC 2903 in de kop van de Leeuw. Deze starhop is simple comme bonjour en weldra staat het mooie stelsel in beeld. Edge-on, op het eerste gezicht, totdat oetie een blik door mijn oculair werpt en haar bandnaam wederom eer aandoet door een spiraalarm te onderscheiden. Pas d’edge-on dus. En zo wordt een mens steeds weer wat wijzer.
Tegen beter weten in probeer ik nog de Antennae-galaxies in Corvus en het gerecht van de maand – de planetaire nevel 4361 – eveneens in de Raaf. De lichtvervuiling aan de horizon gooit echter roet in het eten en hier moet ik me helaas vooralsnog gewonnen geven.

Daarom niet getreurd, er staat nog een bolhoop op mijn lijst, M5. Inmiddels heeft oetie deze in beeld en in haar oculair is deze cluster schitterend te zien. Zelf zoek ik de bolhoop ook op om hem opnieuw in volle glorie te bekijken. Inmiddels worden er plannen gemaakt om op te breken en als laatste eye candy mik ik de kijker op M13. Altijd genieten, dit cluster. Deze keer probeer ik de befaamde propeller te zien. Ik zie ook wel iets, maar niet waar ik hem verwacht. Om de een of andere reden verkeer ik in de veronderstelling dat de vliegtuigschroef in het midden van de bolhoop staat, maar opnieuw werpt oetie licht op de zaak. Hij staat uit het midden, aan de noordoostkant van het cluster. Precies waar ik hem meende te zien. Gewapend met deze kennis werp ik een nieuwe blik in het oculair en inderdaad, de drievoudige donkere ster is duidelijk zichtbaar.

Na een zeer geslaagde avond laden we onze spullen weer in de auto. ArnoM en Gerard waren al iets eerder vertrokken, en na afscheid te hebben genomen van janbstar en oetie keer ik de auto. Deze manoeuvre is gelukkig minder spannend dan ik vreesde en met een voldaan gevoel zet ik koers naar mijn logeeradres in Ede.
Onderweg in zuidelijke richting valt me nog op wat in mijn idee Scorpio moet zijn met de planeet Saturnus. Maar ik mis de derde ster van de “hark”, en vooral Antares. Ter hoogte van Zeewolde zet ik de auto even aan de kant om op verantwoorde wijze even te kijken hoe het nou zit. Af en toe zie ik heel even een hele waterige ster verschijnen die Antares zou moeten zijn. Aangekomen op mijn bestemming bevestigt Stellarium mijn vermoeden. Mysterie ontrafeld.
Moe maar voldaan duik ik in m’n nest voor een veel te korte nacht. Maar het was allemaal de moeite meer dan waard.