Breezanddijk, dinsdag 12 mei 2015

Na een halfvolle, volle en weer halfvolle maanperiode met mooie planeet- en dubbelsterwaarnemingen begin ik toch wel weer behoefte te krijgen aan een volbloed deepskysessie. Hoewel ik een uiterst aangename reden had om er de vorige keer op de Afsluitdijk niet bij te zijn bleef dat mijn astropersoon toch wel dwars zitten, zeker na alle enthousiaste verhalen naar aanleiding van die sessie. Dit, en geïnspireerd door mijn laatste sessie op de Knardijk, beweegt me om alvast publiekelijk de wens uit te spreken voor een nieuwe sessie op de Afsluitdijk. Dit voorstel vindt al gauw bijval en het wachten is nu wat het weer gaat doen. Die zaterdag blijven de coulissen echter helaas gesloten. Dinsdag ziet het er gelukkig een stuk beter uit. Ondanks de verwachte wind heeft de Afsluitdijk nog steeds mijn voorkeur omdat ik graag enkele objecten aan de zuidelijke horizon wil meepakken. In de loop van de middag trekt de bewolking weg en aan het begin van de avond is het voor mij al een uitgemaakte zaak. Go.

Na thuiskomst uit mijn werk laat ik mij even fêteren met een exquise maaltijd van de hand van mijn Michelin-ster alvorens ik mijn optiek uit de doeken doe en in de voiture laad. Inmiddels heb ik een checklist gemaakt van spullen die mee gaan om er niet ter plekke achter te komen dat ik mijn PSA of waarneemlijst ben vergeten. Mijzelf kennende kan dat geen kwaad. Met alles wat ik nodig heb aan boord wend ik de steven naar de Poolster.
Terwijl Bretonse strijdliederen uit mijn speakers het Keltische bloed in mijn aderen sneller doen stromen verhapsel ik mij in de aansluiting van de A7 aan de A8 en kom er achter dat er zowaar een heus station is in Koog-Zaandijk. Gelukkig ben ik ruim op tijd dus kost deze misser me de kop niet en al snel zit ik weer op het goede spoor. Geholpen door het muzikaal geweld slaag ik er in om een nette adrenalinespiegel op te bouwen die me straks bij het waarnemen goed van pas zal komen.

Met dank aan Street View herken ik de afslag Breezanddijk en de route vandaar naar de waarneemplek. Daar aangekomen tref ik janbstar en dulfer aan en al snel arriveren ook ArnoM en Oetie met een kennis van haar, Youri. De wind is inderdaad stevig en na enig overleg besluiten we neer te strijken in de luwte van een hoop basaltblokken aan de noordwestkant van de landtong waar we ons bevinden. Het is ook maar goed dat het basaltblokken zijn want als het tenorsopraanblokken waren dan zouden die allang zijn weggewaaid.

Al snel staat iedereen opgesteld met zijn spullen en het wachten is nu op de astronomische duisternis. Omdat geduld niet behoort tot mijn bescheiden repertoire aan goede eigenschappen en ik hier vooral ben gekomen voor het betere zuidzwerkzwiepwerk begin ik alvast te zuidelijke horizon af te speuren om te kijken of er iets van mijn gading bij zit. Als eerste neem ik M68 op de korrel. Deze bolhoop is tot nu toe gespaard gebleven voor mijn belangstelling maar een eenvoudige starhop vanuit ster β linksonder in Corvus brengt daar abrupt verandering in. De pluis is vaag zichtbaar maar wordt naarmate de duisternis invalt steeds duidelijker. Opgeloste sterren zie ik niet maar als geheel is de bolhoop goed te zien. Mijn aandeel in de sociale interactie is misschien wat beneden de maat maar ik ben nu iets doelgerichter dan de vorige keren in het Dijkgatsbos en probeer mijn kans vanavond ten volle te benutten.
Inmiddels is het goed donker geworden en het volgende slachtoffer is het duo NGC4038/39, beter bekend als de Antennae. Drie maal is scheepsrecht want deze derde poging is het raak. De stelsels zijn perifeer duidelijk te zien, zij het wel bij vlagen. Om zeker te zijn van mijn zaak pluk ik The Eyes even uit Markarian’s Chain en aan mijn oculair bevestigt zij de waarneming.

Nu ik in de buurt ben scroll ik gelijk even naar links om de planetaire nevel en object van de vorige maand NGC4361 te bezichtigen. Deze is snel gevonden met behulp van de sterrenparen aan weerszijden en hier bewijst mijn OIII-filter voor het eerst zijn dienst. Net als bij de Antennae moet de donkere hemel van Breezanddijk eraan te pas komen om deze planetary in beeld te krijgen. Maar dan heb je ook wat. Zeker met het filter is de nevel mooi te zien. Structuur heb ik niet kunnen ontwaren maar het is wel een mooie cirkelvormige vlek.
Ondertussen heeft buurvrouw Oetie de kijker op Saturnus gericht en die ziet er schitterend uit, inclusief banden op de planeetbol en de Cassinischeiding die ik nu voor het eerst live zie. Later op de avond neem ik My Precious ook nog in de kijker maar omdat ik iets meer in de wind sta bibbert het beeld op deze vergroting teveel om die details te zien. Maar dat ga ik op mijn gemak nog eens overdoen vanuit mijn beschutte tuin in Leiden.

Dan is het grote moment aangebroken. M83. De tijd van spelen is voorbij, het excuus van beginner gaat niet meer op. De Schrik van de Messierlijst, de Schaduw uit het Zuiden, de Giftand van de Waterslang. Nu komt het erop aan. En dit is waar ik die adrenaline voor nodig had. Met trillende handen maar vastberaden zet ik γ Hydrae in de zoeker. De telescoop staat nu zo horizontaal dat ik, ondanks de laagste stand van mijn strijkstoel, de Quasimodohouding moet aannemen om bij het oculair te komen. Gelukkig ligt de hoop op een oplossing in een hoop voor mijn neus. Basaltblokken zijn heel handig.
Laag gezeten zak ik af in het Kleine Beer-achtige asterisme bezuiden de bouwmarktgelijknamige waterslangster en volg de rij sterren daaronder totdat ik Mickey Mouse tegenkom waarvan het rechteroor M83 is. Was dat nou alles? Opnieuw bewijst de donkere hemel van Breezanddijk zijn waarde. Van het stelsel is alleen de kern zichtbaar. De spiraalarmen die zich moeten uitstrekken tot aan de drie sterren aan de zuidkant zijn te hoog gegrepen. Maar het object is duidelijk niet stellair, er is wel degelijk een halo rond de kern te zien. Hoe het ook zij, ik ben allang blij. Om helemaal zeker te zijn van mijn zaak nodig ik de Maestra uit om een blik te werpen, en al snel staat de zaak op twee getuigen vast. Zij herkent het galaxy met de rij van drie sterren daarboven.
Mijn avond kan niet meer stuk. Nogal logisch, want die is inmiddels voorbij; het is ruim na twaalven.

Tijd om eens diep adem te halen en de overwinning te vieren. In een hang naar exotiek doe ik dat in stijl door vanaf M83 de grens over te steken naar Centaurus. Tenslotte ben ik niet voor niets zo’n end naar het noorden gereden om diep in het zuiden te kijken. Linksonder het galaxy staat een min of meer Y-vormig asterisme, 1-2-3-4 Cen, dat niet echt heel spannend is, maar het is wel Centaurus. En dat voelt net zo spannend als toen ik als kind van tien voor het eerst de Pyreneeën overstak naar Spanje.
Volgens de PSA zijn 3 en 4/h Cen dubbelsterren maar 3 kan ik niet splijten. Bij 4 ik zie er wel twee maar een blik op Stellarium achteraf leert mij dat ik waarschijnlijk een gewone buurster heb gezien. De begeleider moet closer zijn. Geeft niks, ik geniet toch wel als ik grensoverschrijdend gedrag vertoon.

Na dit zuidelijke avontuur wordt het tijd om het weer eens hogerop te zoeken. Mijn waarneemlijst leidt me naar NGC3242, The Ghost of Jupiter. Deze blijkt zich echter inmiddels laag in het noordwesten achter de zuidzwerkzwiepzetelhoop te bevinden dus die bewaar ik voor volgend jaar. Enigszins oneerbiedig richt ik daarom de zoeker op het achterste zitvlak van de Leeuw, waar ik een nieuwe poging waag om het Derrièretriplet NGC3681/84/86 in beeld te brengen. En hier begint zich een ernstig luxeprobleem voor te doen. De hemel is hier zo donker dat ik in mijn zoeker allemaal sterren zie die niet in mijn PSA staan. Wel hier en gunter, dat dit nog eens een probleem kon zijn. Van de weeromstuit vergeet ik even mijn goede manieren, als ik die zou hebben, en mopper tegen mijn illustere buurvrouw dat ik aan een gedetailleerdere atlas toe ben. Achteraf blijk ik echter niet de enige te zijn met dit “probleem”. Met enige moeite pik ik het trapeziumasterisme naast het triplet uit de veelheid aan sterren en moet vervolgens toegeven dat een donkere hemel ook wel voordelen biedt. Alles waar ik op mik wat in de PSA staat zie ik deze avond namelijk ook. Dat geldt ook voor de mooie rij galaxies die het aanzien van des konings achtereind opluisteren. Een paar keer beweeg ik het oculair met hoge vergroting op en neer en tel duidelijk drie piepkleine maar mooie duidelijke stelsels.

Tegen de rotatierichting van Moeder Aarde in zwiep ik linksaf om weer bij Corvus te belanden als uitgangspunt voor de starhop naar M104. Vanuit Algorab gaat de reis in één ruk door naar de omgekeerde Y waarvan het uiteinde van de steel een prachtig viervoudig asterisme is. En passant doe ik nog even Struve 1669 aan die makkelijk te splijten is bij lage vergroting. Dan is het echt tijd om de grens met Virgo over te steken waar de zonnehoed in volle glorie staat te prijken. Het Sombrero-galaxy doet zijn naar eer aan. Een langwerpige veeg met een heldere bol in het midden. Een stofband zie ik niet maar dat lukt misschien de volgende keer. Wel vraag ik dit nog even na bij Oetie maar ook zij ziet ditmaal geen zwarte structuur.

Verder noordwaarts vervolg ik de reis naar Zaniah als springplank naar M61. Tijdens het checken van asterismes stuit ik op NGC4273/81 en dat is dan weer een leuke bijvangst. Het zouden twee galaxies moeten zijn maar ik zie er maar één en detail zie ik er ook niet in. Geeft niets, het stelsel is wel helder en duidelijk te zien. Dan zak ik iets af om M61 in het glas te krijgen, alwaar mijn foutieve veronderstelling dat het om een balkstelsel gaat wordt gelogenstraft door de prachtige spiraal met een puntvormige kern. Heel veel structuur zie ik niet, dus misschien moet ik toch eens leren waarnemen. Maar dat komt wel eens een keer, wat ik nu zie vind ik al heel fraai. Volgend jaar rond deze tijd ga ik eens wat galaxies langer observeren maar nu ben ik bezig met een grote ontdekkingsreis.

Voorlopig is deze nog niet voorbij want de het volgende eiland in onbekende wateren is het Black Eye Galaxy M64. En wie schetst mijn verbazing als ik deze keer wel degelijk een stofwolk zie; de kern van het stelsel is aan één kant duidelijk gescheiden van zijn halo. Zou de uitvinder van de mascara wellicht ook amateurastronoom zijn geweest? Over schetsen gesproken, misschien moet ik me toch eens over mijn schroom heen zetten om aan deze schone kunst te beginnen. Misschien later als ik groot ben en wat meer geduld en fijne motoriek heb ontwikkeld. In dat onwaarschijnlijke geval lijkt me dat toch wel een heel mooi middel om weer te geven wat je visueel ziet. Maar goed, toegegeven, de mooie zonnige dag waarop ik dit verhaal typ is ook wel een uitgelezen gelegenheid om open deuren in te trappen.

M53 heb ik pas vanuit Leiden voor het eerst gezien, maar meer dan een vage pluis was het niet. Vanaf deze lokatie is het andere koffie. De bolhoop is duidelijk zichtbaar en mooi opgelost op hogere vergroting. De vorm lijkt wat onregelmatig. Een mooi object, en een leuke afwisseling voor de M13s en M3s van deze wereld. Buurman NGC5053 is was verlegener, deze tracht zich achter een heldere ster te verschuilen. Gelukkig blijkt mijn 10”-spiegel potent genoeg om de bescheiden gloed van deze bolcluster succesvol in het oculair te brengen. Daarmee ben ik inmiddels in Coma Berenices aangekomen. Daar bevindt zich ook de open supercluster Melotte 111 die zeker vanuit deze plaats heel duidelijk schittert als hemelornament. Het laat zich raden dat de starhop naar NGC4565 vanaf de ster linksonder de omgekeerde Y weinig problemen oplevert. Ook hier ontpopt het beeldveld zich weer als kattenoog met het langgerekte stelsel als pupil. Als bijvangst passeert NGC4494 nog het oculair, wat dan weer een subtiel kogelrond galaxy blijkt te zijn. Daarmee is het bezoek aan de hair extensions van de slaperige maagd Berenice afgerond.

Deksels, het begint wel een lang verhaal te worden. En het einde is nog niet in zicht. Eigen schuld, moet ik maar niet zoveel objecten bekijken. Woef, door naar de Jachthonden. Raad eens welke objecten deze dieren mij gaan helpen vinden. Als eerste wordt M94 in het nekvel gebeten en dit vrij forse stelsel met zijn grote kern doet me enigszins aan een bolhoop denken. Ook M106 is een flinke jongen, sterker nog, met mijn pièce d’œil van 8 mm past hij maar net in het beeldveld.
Wanneer je Canes Venatici voorstelt als een soort mini-Coma Berenices dan wordt de rechterflank gevormd door NGC4244. In contrast tot de voorgaande basaltgalaxies is dit dan weer een lichtvoetige edge-onstreep.

Inmiddels vordert de nacht en intussen zit ook Oetie niet stil. Terwijl ik nog van de lente geniet is in haar optiek de zomer al begonnen. En niet zo’n beetje ook. Wanneer zij aankondigt dat ze de Sluiernevel in beeld heeft ben ik erg benieuwd want die heb ik zelf nog nooit gezien. Maar het beeld dat ik zie in de Lightbridge overtreft alle verwachting en toont fotografisch. Prachtige subtiele slierten strekken zich uit over meerdere beeldvelden. Heen en weer zwenken laat een vorm zien die mij sterk doet denken aan een rivierkreeft. In Frankrijk heet die nevel vast La Langoustine.
En dat is nog niet het enige moois dat de dame met de zwarte Messierband te bieden heeft. Even later staat de Noord-Amerikanevel in beeld in haar Zenithstar. Ook hier is de nevel niet te missen, vanaf een gitzwarte Golf van Mexico waaiert de Nieuwe Wereld subtiel uit naar de grenzen van het beeldveld.

Ondertussen ben ik met de laatste nieuwe Messier van deze nacht bezig, M102. Er schijnt enige verwarring te bestaan over wat M102 nu precies is. Hoewel boze tongen beweren dat dit object gelijk is aan M101 begrijp ik niet waar die tongen dan zo boos over zijn en ga ik er vanuit dat ik NGC5866 in Draco moet hebben. Als startpunt zet ik de zoeker op Edasich, die bijna in het Zenith staat. In die situatie is een starhop meer draai- dan zwiepwerk en in mijn huidige fysieke toestand wordt ik er zelf ook bijna draaierig van. Dit weerhoudt me er echter niet van om het mooie ellipsvormige stelsel te vinden, schuin tussen twee heldere sterren. Ondertussen wil Oetie graag bolhoop NGC6144 naast Antares in beeld krijgen. Klein probleem: ben je de lichtvervuiling van Purmerend ontvlucht, zit er een vent met een full tube Dob tussen jou en je bolhoop. Maar waar een wil is is een weg dus zetten we de Lightbridge daar dan maar op. Kan ik weer met een rein geweten de Draak te lijf, waar ik mijn pijlen richt op het hoofdgerecht van het Menu van de Maand: het Draco-triplet. Omdat ik toch al in die buurt vertoef is het een kwestie van terug naar Edasich en vandaar in z’n achteruit naar de plek die wordt aangewezen door de pijl die deze ster maakt met zijn westelijke buren. Weldra tref ik een duo galaxies aan. NGC5982 is groot en iets zwakker, buurman 5985 is kleiner maar helderder. Maar waar is nu 5981? In de PSA staat hij niet eens aangegeven maar volgens Oetie moet hij op één lijn staan met de andere twee. En verhip, na grondig perifeer turen zie ik hem. Heel vaag maar onmiskenbaar maakt het edge-onstelsel een hoek van zo’n 30° met de lijn waarop de galaxies staan. Vanavond lukt werkelijk alles.

Inmiddels zijn de meesten al vertrokken en zijn Oetie, Youri en ik de laatste der Mohikanen. Als laatste inspanning probeer ik nog NGC2403 mee te pakken en ook hier is het geluk weer aan mijn zijde. Na een vrij pittige starhop vanuit Muscida bereik ik via een trap van sterren het ovale stelsel, dat zich manifesteert als een duidelijke gloed tussen twee heldere sterren. In het midden staat ook een “ster” die bij nader inzien waarschijnlijk de kern is van het stelsel.
Als afsluiter wil ik M13 nog in de kijker nemen met de bedoeling om ook het nabijgelegen galaxy NGC6207 mee te nemen. Dat valt nog niet mee want door de veelheid aan sterren kan ik het vierkant van Hercules niet zo snel vinden. Na enig turen en door een denkbeeldige lijn te trekken tussen Arcturus en Vega lukt het op een gegeven moment en opnieuw ben ik onder de indruk van de reuzenpluis. NGC6207 laat zich eenvoudig vinden en ik volg de tip uit Turn Left At Orion om vanuit het piepkleine galaxy naar beneden te bewegen tot M13 in beeld komt. Het blijft toch een prachtige bolhoop.
Nadat we hebben opgeruimd en onze spullen in de auto hebben geladen trekken we nog even een lange neus naar het fenomeen Zomerstop en nadat ik afscheid heb genomen van Oetie en Youri rijden we via de rijplaten van het hobbelige terrein af.

Eenmaal op de snelweg laat ik in volle euforie opnieuw de Bretonse strijdkreten uit de speakers knallen, ditmaal om een geweldige avond te vieren en om wakker te blijven tijdens de 150 kilometer die ik nog voor de boeg heb. Op een gegeven moment valt mijn oog op het display waar de titel van het album, dat ik eerder die week op internet heb ontdekt, in beeld staat. An Heol A Zo Glaz. Vertaling: De Zon Is Groen. Meteen moet ik denken aan de sterrenwacht in Rijswijk waar ik vorig jaar op initiatief van John Baars eens heb geprobeerd het verschijnsel Groene Flits waar te nemen. Dat is mij toen niet gelukt maar als ik dit zo zie moest ik dat misschien nog eens proberen vanaf een granietrots aan de Bretonse kust. Of gewoon vanaf de Afsluitdijk bovenop een hoop basaltblokken. Moet ik daar wel wat eerder zijn.
Terwijl de opkomende maan de Mordoreske pijlers van de Muiderbrug verlicht en de zon de horizon al lichtblauw kleurt, nader ik mijn bestemming. Om half vijf arriveer ik bij mijn ouderlijk huis in Ede, waar ik om vijf uur in bed lig voor een iets kortere nacht. Moet kunnen, eens per maand.

Voor een avond waarop alles lukt heb ik dat wel over.

 

Als dit geen groene flits is dan weet ik het niet meer
AnHeol