Biron, Dordogne, augustus 2015


Le voyage

Vrijdagavond tegen half tien rijden we weg uit Leiden en na enkele tussenstops arriveren we tegen twaalf uur de volgende dag op camping Le Moulinal in Biron. Gedurende de hele reis is het gedeeltelijk of helemaal bewolkt, maar omdat het toch nog volle maan is kan me dat niet zoveel schelen. Als ik maar ergens deze twee weken die drommelse zuidelijke theepotbolhopen te pakken krijg. Oh ja, we gaan ook nog voor het mooie weer overdag natuurlijk.

Bij Flow hebben ze het begrepen
Flow

Les nuits du saccage – zaterdag 1 en zondag 2 augustus

’s Middags even bijslapen na 1100 km sturen en dan trekt het tot mijn aangename verrassing open… wie had dat gedacht? Tegen half elf begint de maan al bijna op te komen maar desondanx ga ik een poging wagen. Na een wandeling met mijn luchtmobiele 4.5” babyscope rond het kleine meer waar de camping aan ligt, op zoek naar een goede waarneemplek, kom ik uit op een plek op een steenworp afstand van ons mobile home… Enfin, telescoop neergezet, de jacht kan worden geopend. De starhops heb ik al voorbereid, en al snel is het raak: M69, mooi in een rechte hoek met twee heldere sterren, geflankeerd door een derde zwakker exemplaar. Bagged. Onlangs heb ik op een Engelstalig forum geleerd dat dit het werkwoord is voor het te pakken hebben van een object. Nooit gedacht dat ik al de eerste avond, direct na aankomst, raak zou schieten. Die zit in de Franse sac.
Met een significant hoger adrenalinepeil gaat de reis in zuidoostelijke richting, hink-stap-sprong-beet. M70, die een L vormt met twee heldere sterren, met erboven iets wat op een zwakke dubbelster lijkt. Terwijl mijn jachtinstinct inmiddels in de rode zone van de toerenteller staat volg ik de pijlen naar het driehoekasterisme, ten oosten waarvan ik stuit op alweer een bolvormige sagittarinha: M54. Klein maar fijn. Het theepottrio is compleet.

Dan hebben we de oostelijker gelegen M55 nog. Welgemoed volg ik vanaf Ascella de bewegwijzering richting zuidpluis nummer vier en vind al snel zijn omliggend asterisme, maar helaas blijft de bolhoop aan het zicht onttrokken. De maan heeft voor deze avond een eind gemaakt aan mijn ontdekkingstocht.
Niet getreurd, ik ben een tevreden mens met de buit van vanavond. Ondertussen krijg ik bezoek van een lichtelijk beschonken Fransman en zijn maat, die nieuwsgierig is naar wat ik aan het uitspoken ben. Nu word ik altijd un peu nerveux als wildvreemden tegen mij aan gaan praten, maar al snel blijkt de beste man oprecht nieuwsgierig, dus probeer ik in mijn beste Frans zo goed en zo kwaad als het kan uit te leggen dat ik naar de sterren kijk maar dat de maan nu teveel licht geeft.

De volgende avond posteer ik rond dezelfde tijd op dezelfde plaats. Zoals het een echte vent betaamt ga ik recht op mijn doel af en deze keer ben ik de maan te snel af. Parbleu, wat een joekel is dat, die M55, vergeleken met zijn frêle zussen in de theepot. Mooi figureert de pluis tussen een dubbelster en een iets zwakkere enkeling. Nadat onze Franse vriend mij opnieuw met een bezoek heeft vereerd en ik hem heb verteld dat ik deze keer iets minder last heb van de maan, keer ik voldaan terug. Het was een korte doch hevige sessie, maar mijn doel is bereikt. Alle vier de sagittarinhas zitten in de zak. Al zou ik verder geen gelegenheid meer krijgen om waar te nemen deze vakantie, ik ben tevreden en blij.

Bagged
Teapot

Dark sky rules – dinsdag 4 augustus

En inderdaad, de volgende dag is het donder ende bliksem, en dus niet echt helder. Zo ook de dinsdag. Maar lo and behold, des avonds trekt het weer open… Om half elf sta ik op mijn waarneemplek buiten de camping. Deze had ik thuis al opgezocht met behulp van Street View. Omringd door bomen, maar aan de zuidkant ver genoeg voor redelijk zicht op het zuiden, doet deze plek me wat aan het Dijkgatsbos denken. Dijkgatsbos-Zuid. Maar omdat de horizon hier 9° lager ligt dan daar, is de theepot in zijn geheel prima te zien. Om het niet af te leren laat ik mijn blik via het MaxVision-oculair nog eens langs de zuidpluizen gaan. En zonder enige moeite verschijnen achtereenvolgens M69, M70, M54 en M55 in beeld, bij de afwezigheid van de maan. Wel heb ik van mijn leven, wat me op de Afsluitdijk niet lukte met de 10” gaat hier moeiteloos met de 4.5”. Dark sky rules, hoewel hier ook wel degelijk lichtvervuiling is aan de horizon. Maar omdat de theepot zo’n stuk hoger staat dan in Nederland heb je van die lichtvervuiling dus geen last. Geen van deze bolhopen zijn op te lossen, want bij hogere vergroting dan 63x haakt mijn bescheiden optiek af. Maar ik ben zeker van plan deze globs vanuit Nederland nog eens te proberen met de 10”. Het kan wel, dat heeft janbstar onlangs nog bewezen op de Afsluitdijk.
Op dezelfde wijze wip ik nog even langs bij M19 en M62, die geen enkel probleem opleveren. Hmm, dat heb ik wel eens anders meegemaakt geloof ik.

Tijd om de oude bekenden M6 en M7 weer eens op te zoeken. Het zijn en blijven prachtige clusters. M7 fors en helder, M6 fijner en subtieler met inderdaad een mooie vlindervorm. Hogerop schittert M11, en die toont zelfs in deze babybuis een prachtige hoeveelheid opgeloste sterren. Van mijn investering in een fatsoenlijke vangspiegel hoef ik geen spijt te hebben. Zonder dat had ik die Boordschutterbolhopen waarschijnlijk ook niet gezien, want met de oude vangspiegel zag ik met de telescoop minder dan met de 10×50 bino. En met die bino heb ik M69 en consorten niet kunnen zien, ook niet hier in de Dordogne.
Een object van een geheel andere – en voor mij nieuwe – orde is de donkere nevel B111 met zijn kleinere buur B119a. Naar aanleiding van een recent artikel in Sky & Telescope over deze objecten in Scutum werd mijn interesse gewekt, en zodoende doe ik nu een poging om the Blackbird and its Egg in het oculair te vangen. Al snel wordt me duidelijk dat donkere nevels een heel andere waarneemtechniek vergen dan lichte objecten. Na een tijd aandachtig turen kan ik inderdaad een tweelobbig gebied onderscheiden waarin melkwegachtergrondsterren ontbreken. Ook het ovale gebied dat daar min of meer tussen geklemd ligt kan ik met enige moeite zien. Ook B103 probeer ik nog maar deze kleine donkerling blijkt te hoog gegrepen.

Met een beeldveld van ruim 3° zou de Sluiernevel precies in mijn MaxVision-oculair moeten passen. Wanneer 52 Cyg in beeld staat moet ik even goed kijken om de Scimitar te onderscheiden, maar zodra ik mijn OIII-filter in het oculair heb geschroefd is hij goed te zien. De Fishhook is twijfelachtig, maar misschien had een meer ervaren waarnemer hem wel gezien. La Langoustine springt er zo duidelijk uit dat hij niet te missen is. Terwijl de Sluiernevel zo mooi in zijn geheel in beeld staat vraag ik mij af hoe deze aan zijn naam komt. Als kind vroeg ik mij al af wat de functie is van een sluier bij een bruid, totdat ik voor het eerst een klamboe zag. En zelfs ik begreep wel dat je als bruid je gezicht niet wilt volsmeren met Deet als de bruidegom je nog moet zoenen. Maar als die bruid de Sluiernevel zou dragen vrees ik dat het insectwerend vermogen helaas ontoereikend zou zijn. Uiernevel, ok. Luiernevel, hmm, een hele volle dan. Maar Sluiernevel? Nee, die zie ik er echt niet in.
Dit in tegenstelling tot de North America-nevel, die eveneens mooi in het beeldveld past. Hierin zie ik wel degelijk de Golf van Mexico en Florida, en heel vaag de rest van de Verenigde Staten en Canada.
Dan doe ik nog een poging om Abell 50 te vangen met mijn boy toy maar inmiddels staat de maan al een klein stuk boven de horizon. Tijd om op te breken na een prachtige sessie.

Een goede voorbereiding is het halve werk
Prep

Smile, it’s tea time – donderdag 6 augustus

Deze dag is het stralend mooi weer. Helaas trekt er ’s avonds bewolking binnen vanuit het zuidwesten. Toch waag ik het erop. Deze keer kies ik een andere plek, iets verder dan de eerste keer, met beter zicht op het zuiden en oosten. Mijn keuze valt op een veld met rollen stro, dat mij een pas geoogst graanveld lijkt. Ondanks mijn volstrekte onkunde op agrarisch gebied meen ik hier geen schade te kunnen aanrichten. Vanwege het betere zicht noem ik deze plaats maar even Breezanddijk-Zuid.
Gedurende de nacht moet ik wel wennen aan de geluiden van deze plaats. Geritsel in de struiken is één ding, maar als je echt dingen hoort rondlopen is dat best even wennen. Totdat één van die dingen op een gegeven moment de stem verheft en de volgende uitspraak doet: “Beeeeh”. Wel word ik op een gegeven moment opgeschrikt door een luid “Zwoompoing” uit de bossages onder de boom waar ik half onder zit. Er blijkt hier een soort transformatorkast te zitten met daarop de tekst: “Danger de Mort”. Ik blijf er maar vanaf. Naast vreemde geluiden verspreidt het ding ook een hete luchtstroom die sterk naar ozon ruikt. Hmm, wie zet er nu een kopieerapparaat in the middle of nowhere in de bossages onder een boom in de Dordogne?

De “werkplek”
Workplace

Vanwege de bewolking moet ik kijken waar de gaten zijn en dat is nu Ophiuchus-Noord. Collinder 350 staat nog op mijn lijst dus deze open cluster is als eerste de Jacques. De forse sterrenhoop is subtiel maar duidelijk te zien. De theepot is bedekt maar Scorpius is ten dele vrij. Na een kort bezoek aan M4 en M80 die mooi te zien zijn, wil ik naar die vette clusters Collinder 316 en NGC6231, maar helaas zit daar bewolking. Shaula is wel vrij dus ik ga voor Collinder 338, een kleiner maar eveneens subtiel cluster.
Dan wil ik door naar een dik cluster dat in de PSA ten oosten daarvan staat. Hoe heet die eigenlijk? Oh ja, goedemorgen, M7. Lastig he, kaartlezen in het donker. Opnieuw is de sterrenhoop bijzonder fraai. En omdat ik nu precies weet waar ik moet kijken moet zijn luis in de pels NGC6453 er ook aan geloven. De gloed is onmiskenbaar.

Nu is Ophiuchus-Zuid vrij en ik ga via M19 en M62 omlaag om NGC6304 en 6316 te proberen. Twee subtiele globs. Te subtiel, want ik zie ze niet.

Dan is de theepot vrij en ik doe nog eens de rit M69-70-54-55. Vervolgens ga ik een stap verder en probeer de NGCs 6624 en 6652. En die springen eruit, dat had ik nooit verwacht. Samen met de lage Ms die ik ooit zo moeilijk vond vormen deze een smile in de theepot. En bij mij.
Net als de vorige avond doe ik een poging om Abell 50 te pakken te nemen met deze kleine kijker. Dit blijkt echter te hoog gegrepen voor de elf en voor mij, al scheelt het volgens mij niet veel. Heel soms meen ik een gloed te zien maar ik weet niet of het hier gaat om de planetaire nevel of om zijn naburige zwakke ster. Misschien had een meer ervaren waarnemer hem wel kunnen zien.
Tenslotte probeer ik M74 te spotten, die net boven de boomtoppen uitkomt. Helaas verzuipt het galaxy al in de opkomende maan, en de lichtvervuiling aan de horizon. Maar voor de volgende keer heb ik de starhop alvast paraat.

Mijn avond is opnieuw geslaagd. De volgende dag bezoeken we de plaats Rocamadour, die me sterk doet denken aan de stad Minas Tirith uit the Lord of the Rings. Onderweg terug door de haarvaten van het Franse wegennet in het schemerdonker spotten we heel andere objecten: een wild zwijn met jongen. Eerder hadden we al een hert gezien en later volgen nog een haas en een eekhoorn. De buit is deze keer dus niet alleen astronomisch van aard…

La Grande Finale – maandag 10 augustus

Na een verregend weekend is dit een mooie, warme maar nog enigszins bewolkte dag waarop ik mijn andere hobby kan beoefenen: klimmen in het plaatselijke klimbos. En dat vinden de jongens op één na ook leuk, dus leven we ons die dag lekker uit op de verschillende parcours op hoogte. In de namiddag trekt het mooi open. Tegen elven sta ik weer in het strorollenveld Breezanddijk-Zuid en het is kraakhelder. Inmiddels ben ik vertrouwd met de geluiden van deze plek en omdat de maan pas om vier uur opkomt kan ik deze nacht lekker doorhalen.

De jacht begint bij Collinder 316 en leidt me naar het asterisme in de gele vlek van de PSA in de boomtakken. Een cluster kan ik er echter niet van maken, het object staat helaas te laag. Daarom zoek ik mijn vertier iets hoger bij NGC6242, een leuk subtiel cluster met precies in het midden een heldere ster. Na even perifeer turen verschijnt er op zeven uur een tweede, zwakkere ster, waarmee het cluster me doet denken aan een klok die deze bovengenoemde tijd aangeeft. In de buurt staat NGC6281, welk nummer in de PSA curieus genoeg zowel naar een nevel als een open cluster wijst. Ik zie alleen het cluster, en als ik de heer Google mag geloven is dit ook het object waar het om gaat.
Dan neem ik een duik naar linksonder, waar bolhoop NGC6723 duidelijk zichtbaar is, een flink stuk onder de theepot. Dat geldt ook voor bolhoop NGC6569 in de tuit van de theepot maar niet voor buurman NGC6558, misschien omdat ik niet precies weet waar ik moet kijken.
Het theepottuitduo NGC6522 en NGC6528 is dan weer goed te zien; nummer 6528 is wat duidelijker dan zijn broer: de Dikke en de Dunne. Tot zover het zuidelijke werk, ik ben even toe aan wat anders.

Object van de maand NGC6940 is snel gevonden en binnen het cluster tref ik een sterrenconcentratie aan in de vorm van een steeksleutel. Interessant cluster, want eigenlijk lijkt de sterrenconcentratie waar het in ligt al een cluster op zich.
Collega van de maand NGC6905 lijkt uit twee delen te bestaan, maar het kleinste “deel” blijkt gewoon een ster te zijn. Die verwarring had ik eerder ook al eens met NGC “Not the Box Nebula” 6309.
In Scutum stuit ik op bolhoop NGC6712 die ook niet mis te verstaan is. Opnieuw ben ik verrast wat er met de babyscope aan niet-Messier-bolhopen is te zien. Naburig open cluster NGC6664 is vaag te zien maar helder genoeg om er een grillig gevormde bergkam in Catalonië in te zien. Of het ECG van een smoorverliefde sabeltandcavia.
In afwachting van het opkomen van M74 probeer ik Blanco 1 in Sculptor, maar helaas zie ik hiervan niet veel meer dan de sterren die de PSA aangeeft in de gele vlek. La même chose que Collinder 316.
Dan vind ik dat M74 hoog genoeg staat en open ik de jacht op mijn volgende verse Messier. Gewapend met de kennis van de starhop van de vorige keer heb ik de locatie snel in beeld. Na even turen op 63x is het raak. Perifeer, vaag, maar het schijnsel beweegt mee met zijn omgeving. Kan niet missen. Meer dan een gloed is het niet dus die ga ik in de herfst met de 10” op mijn gemak nog eens nader bekijken. Maar voor nu is ook deze rode M&M mijn deel geworden.
Ondertussen begint ook de kop van Cetus de walvis zich te verheffen boven de boomtoppen. Dit gedeelte van de sterrenhemel is voor mij nog onontgonnen gebied dus zak ik vanuit Hamal in Aries af totdat ik asterismes uit de PSA herken in de walviskop. Nu is het wachten op δ Cet. Nadat ook deze ster in zicht komt is de starhop naar M77 eenvoudig doch simpel. Hij zou een driehoek moeten vormen met de walvishalsster en een vrij heldere dubbelster. En dat doet ie. Een duidelijke gloed meldt zich op de afgesproken plaats. Wederom is mij een rode M&M ten deel gevallen.
Inmiddels is het tegen drieën. De Pleiaden staan al hoog boven de bomen en na van deze schone zussen, het α Persei-cluster en Uranus te hebben genoten met de bino besluit ik er een punt achter te zetten.

Le retour

Na opnieuw een nachtelijke rit, dit keer door de stromende regen, arriveren we zaterdagochtend de 15e weer in Leiden. Terugkijkend ben ik blij verrast met de vier gele en twee rode verse M&Ms die ik deze vakantie uit de zak heb mogen snoepen, en alle andere objecten die beter zichtbaar bleken dan verwacht met mijn bescheiden reisoptiek. Deze vakantie is meer dan geslaagd. Niet alleen qua astronomie overigens, maar dat is weer een heel ander verhaal…

Ik heb alweer zin in de volgende keer Breezanddijk.