Rare jongens, die gasten van NPO. Is het half vijf, beginnen ze op Radio 1 over schaatsen en Sven Kramer enzo. Lekker belangrijk. Terwijl nu de persconferentie begint over het zwaartekrachtsgolfgebeuren. Gelukkig heb ik de smartphone op scherp gezet op de livestream van datzelfde NPO. Op de A12 ter hoogte van Driebergen klinken via de bluetooth-verbinding de verlossende woorden uit de speakers van mijn auto. Ladies and gentlemen: we have detected gravitational waves. Applaus. Het zullen waarschijnlijk historische woorden zijn, want als alles klopt dan betekent dit een heel nieuw hoofdstuk voor de astronomie. Terwijl ik alle toelichtingen hoor van diverse knappe dames en heren, word ik steeds benieuwder naar wat deze ontdekking ons de komende jaren aan nieuwe ontdekkingen en inzichten gaat opleveren.

Daar zit je dan, met je ouderwetse elektromagnetische lichtemmer. Helaas is mijn tuin wat te klein voor een amateurzwaartekrachtsgolfdetector van vier bij vier kilometer. En lo and behold, laat het die avond nu mooi helder zijn. Daarom haast ik mij tegen zevenen naar de vlonder met tout le rœutemetœut voor Eindelijk Weer Een Echte Waarneemsessie. Alwaar mij parmantig een stralende Orionnevel toelacht. Fraai figureren de vleermuisvleugels in mijn widefieldoculair, maar doorvergroten naar 156x laat een helder en duidelijk Trapezium zien. Compleet met E-ster en F-ster. Best goede seeing dus. Die E-sther is niet zo moeilijk, die zie ik altijd wel, thuis of in het Dijkgatsbos. Bewolking of geen bewolking. Maar die F is een lastige, maar hij komt zowel in de 8 mm Planetary als in de 10 mm Ortho met 1.3x Barlow mooi los van de C-ster. Die Barlow is net die dag binnen gekomen, de Baader Q-Turret. Bij mij werkt Murphy dus omgekeerd, spullen aangeschaft en prompt is het helder. Moet ik misschien vaker doen…

Vanavond wil ik eens een oude bekende bezoeken. De aanvoerder van de Messierlijst, de supernovarestant M1. Een eenvoudige starhop vanuit ζ Tau, die van de Babyloniërs de welluidende naam Shurnakabtishashutu kreeg, brengt me naar de plek waar de ontplofsterwolk moet staan. Maar ik zie hem niet – buis ptoing ptoing – ja, ik zie hem. Met CLS-filter zelfs nog iets beter. Maar het blijft subtiel; de vorm lijkt ovaal en de richting grofweg NNW-ZZO, maar zeker weten doe ik het niet. Nu wel, want dat heb ik natuurlijk later even opgezocht in Stellarium. De vorm blijkt te kloppen; de oriëntatie blijkt NW-ZO te zijn. Maar ik laat het lekker zo want zo denk ik hem te hebben gezien.

M1

Nu ga ik de gebaande paden eens verlaten. NGC1981 is het cluster boven de Orionnevel en die valt niet in een Herschel- of andere lijst. Voorzover de informatie die ik van DeepskyLog pluk, volledig is. Wel schijnt hij te luisteren naar de koosnaam Collinder 73. Hoppetee, zwiepen met die handel. Na enige onder-bovendesoriëntatie staat het cluster in beeld, dwars door de takken van de knotwilg. Niet heel spectaculair, maar toch best een leuk ding, zo in de schaduw van de gevierde M42.

NGC1981-2

Nog zo’n cluster dat aan de aandacht van ome Willem is voorbijgegaan is Collinder 69, het cluster rondom de noordelijke Orionster Meïssa. De heren Lund en Markarian hebben hem wel genoteerd. Best een leuk ding met het karakteristieke kindervoetje waarvan Meïssa dan de linker grote teen is. In de schets staat die in het midden.

Cr69-2

Terug naar Taurus, net over de grens met Orion – boven ‘s mans boog – zijn twee aardige open clusters te vinden. NGC1817 is een Herschel 400; NGC1807 niet. Waarom dat is begrijp ik niet helemaal want ik vind de niet-Herschel duidelijker dan de Herschel. Maar ze zijn allebei goed te zien. Bij 1817 valt de heldere zigzaglijn op aan de zuidkant.

NGC1817

Buurman 1807 wordt gekarakteriseerd door een kruis van heldere sterren, omgeven door enkele zwakkere. Vast veel meer dan er te zien zijn, maar ja, het is Leiden.

NGC1807

Inmiddels heeft de grote Hond zich gezellig in het décolleté van deze stad genesteld. Ook de twee zuidelijke sterren Wezen en Adhara van de hondkont zijn nu zichtbaar tussen de appartementen- en kantoorflat. Mooi… dan kan nu het Object van de Maand NGC2362 in beeld met de grote dob. De avond tevoren werd een vluchtige binosessie toch even een minidobhop waarin het object al bescheiden schitterde in de elfspiegel. Maar nu het echte werk. Doorvergroten to 156x levert boven de lage stadshorizon toch maar mooi een dozijn fijne sterren op rondom de heldere τ.

NGC2362

Zo. En nu heb ik helemaal gehad met dat zogenaamde geschets. Ondertussen drijft er vanuit het zuidwesten bewolking binnen, and that ain’t too cool. Een korte blik op de laagstaande Jupiter laat een wapperende luchtballon zien. Binnen zijn er nog wat jongetjes die voor het slapengaan nog even geknuffeld en gekieteld willen worden, dus de timing is nog lang niet slecht. Wel houd ik er rekening mee dat het einde oefening is voor vanavond dus wanneer ik na enig loltrappen met de jongemannen mijn hoofd weer buiten steek ben ik aangenaam verrast dat het wolkenpakket op zichzelf blijkt te hebben gestaan.

Ook het zuiden blijkt weer vrij van hemelcondens dus ik besluit even langs te gaan bij good old M41. Deze staat inmiddels laag boven de melkglazen schutting, wat een interessant effect oplevert. Kijk ik schuin naar beneden in het oculair dan zie ik alleen maar wit. Kijk ik naar boven dan zie ik M41. Het kan net nog. Leuk cluster toch weer.
Een maand geleden was M93 de afsluiter van mijn Messierlijst, en omdat je op één been niet kunt staan besluit ik om hem nog eens op te zoeken. Dat wordt dus weer een kruipdoorsluipdoorstarhop langs boomtoppen en dakranden. Maar na enig getob staat hij er, helder en duidelijk. Hogerop staat M48, en die benader ik vanuit Procyon. Best een lastige, want er staan weinig heldere sterren in de buurt. Maar een beetje vent laat zich niet kisten dus before long staat ook deze fikse jongen mooi in beeld.

Inmiddels is onze grote vriendelijke vriend wat hoger aan de hemel gestegen en dat blijkt nogal een sloque op une borelle te schelen. Jupiter staat er opeens haarscherp bij. Duidelijk zijn vier wolkenbanden te zien, met daarin subtiele details. Ook aan de polen is enige structuur zichtbaar, maar vooral blij word ik van de Grote Oranje Vlek. Zowel in de 8 mm planetary als de 10 mm Ortho met 1.3x Barlow is de planeet bij valgen zo scherp, op 156x, dat het beeld bijna fotografisch is. De zuidelijke equatoriale band lijkt wel gespleten met een fijne witte band erin. Of zeg ik nu hele rare dingen? Io en Europa staan dichtbij elkaar als een dubbelster, terwijl Ganymedes en Callisto als lakeien aan weerszijden van de planetenkoning staan.
Lang geniet ik van deze mooie beelden, totdat het tijd wordt om de minister van sociale zaken op te gaan halen uit haar avonddienst. Daarmee komt aan deze sessie een einde. Na deze bewolkte weken was het mij een waar genoegen.