Taking the veil

Leiden, zaterdagavond 27 februari 2016

En ja hoor, het is weer zover. Kan ie wel of kan ie niet? De weersites spreken elkaar weer spreekwoordelijk tegen. Het is best helder maar er komt ook sluierbewolking aan. Decquecelles, daar is weer het zenuwslopende aspect van deze hobby. Enfin, na rijp beraad met het Dijkgatsboswachtersgilde valt het besluit om thuis te blijven. En dus lekker een glas Lindemans Merlot bij het eten te nemen. Tenslotte is het zaterdag.
Een goede maaltijd en een kop koffie later blijkt het buiten toch wel akelig helder. Dus waarom zit ik nu niet in het Dijkgatsbos? Fi donc, alweer een foute beslissing om bij te zetten in the Hall of Shame?

Weet je wat, kan mij het schelen. Binnen wordt gekeken naar Wie is de Mol. Tot op de dag van vandaag heb ik geen idee hoe dat spel werkt. En na vanavond dus nog steeds niet. Bouille. Twee meter verderop zit ik op de vlonder naast de Dob, waar ik nog net Rigel in beeld kan nemen voor hij achter de dakrand verdwijnt. En dat valt niet tegen, de kleine begeleider staat ragfijn naast zijn baas. Leuk duo. De Orionnevel sla ik natuurlijk ook niet over op een mooie winteravond en zo geniet ik van de widefieldbeeldveldvullende vleermuis met zijn begeleider M43. Na inzoomen met de 8 mm staat het Trapeziumzestal helder en duidelijk in beeld. Ook de E- en F-ster zijn zonder probleem te zien. Dat zit wel goed met die seeing.

Hopsekee, let’s deepsky. Als eerste staat NGC1980 op het menu, vanaf de Orionnevel één etage naar beneden. Daar staan de twee onder ste sterren van het Zwaard van Orion, waaronder ι Ori. Daar zou ook het open cluster moeten staan, maar met de beste wil van de wereld kan ik hem er niet uit halen. laat staan de bijbehorende nevel. Too bad, wat in het vat zit verzuurt niet. Bovendien begint ook het Zwaard dicht naar de dakrand te lopen dus wordt het tijd om te verkassen. Dat doe ik richting Meïssa, naast welke ster een mooie planetaire nevel moet staan. De starhop levert geen problemen op en na een korte zwiep staat de plofster verrassend duidelijk in beeld.

NGC2022

Maar ook dit fraaie object draait alweer snel naar de dakrand dus ik moet haast maken met mijn veldschets. Stomme dakrand. Nu heb ik wel een porrokijker maar geen dakrandkijker. Gezien de ligging van mijn waarneemplek moest ik de aanschaf van dat laatste type kijker maar eens overwegen.

Daarom toch maar even wat terug naar het oosten. Daar, in de eenhoorn Monoceros, staat een open cluster met de welluidende naam NGC2311. Om kort te gaan, dit is nu weer zo’n typisch geval van een open cluster dat ik met de beste wil van de wereld niet als zodanig herken. Maar daar zal gewoon een tweede poging voor nodig zijn want dat had ik helemaal in het begin met Rocking Horse cluster NGC6910 ook. Dus volgende keer maar even wat foto’s en schetsen bekijken van dit ding.
Vlakbij in diezelfde eenhoorn, die volgens sommigen stiekem een neushoorn is, staat de fraaie driedubbelster β Rhinocerotis, euh, Monocerotis. Deze had ik vorige week al eens onder de loupe genomen met de 7 cm Skylux, die er net in slaagde het drietal te scheiden. Met de 10″ Dob doet zich duidelijk het scheidend vermogen van een grote opening gelden want het scheiden is hier een peulenschil. Ster A is natuurlijk sowieso makkelijk te scheiden maar componenten B en C staan nu ook mooi uit elkaar, bij als ik mij goed herinner 156x. Nog mooier dan die eerste keer siert het bijzondere trio mijn beeldveld.
We blijven nog even in de Neusfant want tussen Sirius en het Zeperdcluster ligt nog een andere open sterrenhoop, die zich vanavond wel van zijn beste kant laat zien. Maar ook  weer niet zo overdreven dat hij niet te schetsen is. Precies goed dus. NGC2343 bevindt zich in – wat ik me nu pas realiseer, aan de vorm in de PSA te zien – de Seagull Nebula IC2177. Een leuk cluster met een bescheiden maar charmante variëteit aan heldere en zwakkere sterren.

NGC2343

Inmiddels begint Jupiter zich boven de horizon te verheffen, maar een snelle zwiep leert me dat deze nog even mag sudderen.

Daarom besluit ik de blik hogerop te richten, daar waar het vanuit Leiden toch het mooist is. Het Zenithgebied. Ik besluit een bezoek te brengen aan damesduo Tania & Tania, die als vervaarlijke berenklauw waken over hun kroonjuweel NGC3184. Vorig jaar heb ik op de Knardijk een blik op dit subtiele stelsel mogen werpen door het oculair van mijn zuster in de astronomie, maar goed gejat is slecht gelogd. Ofwel, om met mijn zoontje te spreken toen hij twee was: zellef doen. Maar helaas: de Tania’s hebben vanavond besloten hun juweel te verbergen achter hun sluier. Hoe goed ik ook kijk, geen galaxy. Bleh. Stomme tuttebellen. Galaxysnobs. Berenklauwbitches. Ha, maar Rem geeft zich niet zomaar gewonnen. Die twee zijn nog niet van me af. Maar daarover later meer.

Gelukkig zijn niet alle berenklauwdamesduo’s zo onuitstaanbaar als de Tania’s. Generaliseren is nooit goed, dus beweeg ik me met frisse onbevangenheid naar het andere damesduo, Talitha & Talitha. Waarbij ik κ Uma gemakshalve ook maar even Talitha noem net als haar zus Talιtha. Deze dames nu zijn een stuk vriendelijker, want weldra prijkt galaxy NGC2681 in mijn oculair. En ze zijn nog knapper ook. Kijk, zo kan het dus ook.
Met stomme verbazing zie ik NGC2681 helder en duidelijk in beeld staan, terwijl ik met het blote oog toch geen duidelijk sluierbewolking zie om en nabij NGC3184. Het is mij een raadsel, maar ik ben allang blij. Wat een leuk stelsel eigenlijk, vrij klein – misschien dat hij daarom zo duidelijk zichtbaar is – met een heldere kern en een ietwat ovale halo. Tenminste, dat idee heb ik.

NGC2681

Bijna twintig graden lager staat galaxy NGC2683, in de Lynx. Zonder veel verwachting mik ik de kijker naar beneden, naar een hele tros sigma’s. Daar moet zich het stelsel bevinden, en dat doet ie. En hoe. Boven alle verwachting staat het langwerpige stelsel prachtig in beeld. Aan de hoogte ligt het dus niet. Dit vind ik nu echt een heel leuk stelsel, gewoon vanuit de stad, zonder obnoxieuze sluiertania’s om de boel te obfusqueren. Leuk, leuk, leuk. Driewerf leuk.

NGC2683

Omdat nu na zulke hartige happen een zoet dessert niet misstaat gaat de zoeker naar de inmiddels gaar gesudderde sierbandknots, die nu prachtig strak in beeld staat in de Orthoscoop. Het bijna fotografische beeld is een waardige afsluiting van deze geslaagde backyardsessie.

 

Wake up and smell the coffee

Leiden, zondagmiddag 28 februari 2016

Een lekkere rustige zondagmiddag. De zon schijnt, de vogels fluiten en de jongens vermaken zich. Niets let mij om de Skylux buiten te zetten, lekker beschut in de voortuin, voorzien van het zonnefilter dat ik de dag daarvoor in elkaar heb geknutseld. Met de 20 mm Plössl in de focuser en een bak koffie op de oculairhouder geniet ik met volle teugen van zonnevlekgroep AR2506, net als die zaterdag ervoor. Maar dat niet alleen, de hele zonneschijf laat duidelijk granulatie zien, terwijl de randen wat donkerder zijn met lichte barsten. Die randen doen me daarmee wat denken aan de eeltige hielen van mijn juf uit groep 3. De schets laat die laatste twee verschijnselen niet zien want die techniek moest ik nog maar eens ontwikkelen, maar de zonnvlekken heb ik geprobeerd zo realistisch mogelijk weer te geven. Het beeldveld is “ingezoomd” om te voorkomen dat de fijne details verloren gaan.

Sun

Unveiled

Dijkgatsbos, zondagavond 28 februari 2016

Nieuwe ronde, nieuwe kansen, de zondag doet zijn naam eer aan. Na het bekijken van de zondagse zonnevlekken blijkt de verwachting voor de avond min of meer positief, al zingen de weersites weeralom een meerstemmig koor. Gelukkig blijk ik niet de enige te zijn die bloed ruikt dus zonder veel poucepasse besluiten we tot een Go. Tegen half acht richt ik het blik op het noorden, en na een vlotte rit vind ik mijzelf op de Ome Keesweg waar op een gegeven moment voor mij de Oetiemobiel verschijnt. Wanneer we de parkeerplaats van het Dijkgatsbos oprijden blijkt daar Nathan al aanwezig, en uit de Oetiemobiel stappen Youri en natuurlijk Esther zelf. In verband met de wind besluiten we niet op de asfaltcirkel achter de balk plaats te nemen maar daarvoor, in de luwte van de auto’s.

Zelf heb ik mijn 10″ werkpaard bij mij maar Nathan is zwaarder bewapend met een 12″ (30 cm) trussdob. Youri heeft inmiddels zijn eigen 80 mm achromaat terwijl Esther is getooid met zowel de 80 ED als de 12″ Lightbridge.

Om te beginnen start ik weer met de Orionnevel, die hier in het donkere bos toch nog wel een dimensie toevoegt aan wat ik de avond tevoren in Leiden zag. Het trapeziumzestal staat er ietwat wattig bij, maar dat zal zijn omdat ik de verwarming in de auto onderweg niet helemaal uit heb gelaten. Het is namelijk niet zo fijn als je al ijskoud aankomt. De Dob zal even moeten chambreren. Niet veel later staan de Orion Six dan ook strak in beeld. Opnieuw probeer ik open cluster NGC1980 in beeld te krijgen maar net als in Leiden haal ik hem er niet uit. Wel stuit ik min of meer bij toeval op een ronde pluis die bij nader inzien NGC1999 blijkt te zijn. Maar voor een oculairwissel, laat staan een schets krijg ik de kans niet want inmiddels schuift er bewolking voor Orion. Daarom heb ik een reconstructie gemaakt van wat ik me kan herinneren te hebben gezien bij lage vergroting.

NGC1999

Bewolking beneemt ons ondertussen het zicht op heel Orion en omgeving, dus daarom richt ik de blik verder naar het westen waar de hemel nog wel open is. Daar ligt een object dat ik al afgelopen herfst in beeld wilde brengen maar vanwege het weer is dat er nooit van gekomen. Daarom ruik ik nu mijn kans. Extragalactische bolhoop G1 staat niet ver van zijn moederstelsel M31 dus heb ik dat stelsel al snel in beeld. Alleen dit schouwspel is al adembenemend onder deze donkere hemel, een grote M31 met een felle M32 maar ook een duidelijk zichtbare M110. De starhop naar G1 met behulp van de zoekkaart begint wat moeizaam, maar na enige heroriëntatie weet ik 32 And te vinden. Vanaf die ster kom ik halverwege de starhop naar G1 maar niet verder want de bewolking heeft intussen Andromeda bereikt. Game over. Het zal komende herfst worden.

Wel betekent dit dat Orion en omgeving nu weer wolkenvrij zijn. Nathan heeft het geschut gericht op de Pleiaden met als doel de nevels te zien die zich daar bevinden. Een blik door zijn oculair laat een prachtig scherp beeld van de zeven zussen zien, en ik verbeeld mij ook enige nevel te ontwaren. Dat ruikt naar meer, en dat vindt Esther ook dus al snel zijn we met onze Dobs ook bezig om de nevels op te sporen, Met name de Meropenevel want die zou het meest helder moeten zijn. Maar zoals zij al eerder beschreef, er blijkt toch wat meer nevel te zien dan er werkelijk is. Bareuh.
Gelukkig biedt detailkaart A ven de PSA uitkomst. Deze leert ons dat de oudersterren Atlas en Pleione nevelvrij zijn, terwijl de meeste dochters in nevelen gehuld zijn. Daarmee is Atlas een mooie benchmark om mee te vergelijken. Mooie namen hebben die dochters trouwens. Alcyone, Merope, Maia, Taygeta… als ik dochters had, zou ik geen moeite hebben om namen voor ze te bedenken. Het blijkt dat alle sterren een zekere halo hebben, zij het door vocht in de atmosfeer, zij het door dauw op het oculair, zij het… wie zal het zeggen? Daarom proberen we de vorm van de Meropenevel, zoals de PSA laat zien, in beeld te krijgen. Na enig experimenteerwerk met oculairs en filters lukt dat door Merope net uit beeld te zetten. Vaag is er een verheldering te zien, die verloopt langs de veldsterren zoals die op de detailkaart staan afgebeeld. We hebben beet. Deze avond kan alvast niet meer stuk.

En dat is maar goed ook want opnieuw komt er in het westen bewolking opzetten. We zullen het hogerop moeten zoeken.
De Grote Beer staat in een open hemel. En daar had ik nog een stevige appel te schillen met twee recalcitrante dames die het een avond eerder nodig vonden om me dwars te zitten bij mijn jacht op galaxy NGC3184. Dat hadden ze dus beter niet kunnen doen. Kom niet tussen Rem en zijn prooi. Enigszins sneaky verbergen de twee berenklauwkenaus zich achter de takken van de boom waar we naast staan. Een blik op de PSA herinnert me aan de lokatie van het galaxy en met een felle ruk trek ik de dob naar achter. Plotseling vinden de Tania’s de kijker op hun kroonjuweel gericht en voordat ze een gil kunnen geven staat NGC3184 in beeld. Nou ja, nadat ik even rustig star heb gehopt vanaf Tania-Zuid via twee veldsterren naar het galaxy. Zo. Dat zal ze leren.

Het galaxy laat een heldere kern zien met een wijde halo die reikt tot op of net voorbij een naburige ster. Volgens experts zou er meer detail te zien moeten zijn maar meer dan de kern en de halo maak ik er niet van. Niet erg, ik vind het een leuk beeld. De fotonen van NGC3184 hebben hun reis niet voor niets gemaakt. Maar goed dat ik de Dob naar achter heb getrokken want het zou toch sneu zijn als de reis van zo’n foton zou eindigen tegen een boomtak. Moet je je voorstellen, dan heb je 40 miljoen jaar gereisd, en je al die tijd voorgesteld hoe je dan eindelijk met een heroïsche achterwaartse dubbele salto via hoofd- en vangspiegel een staafcel in het netvlies van de waarnemer inciteert…. en dan eindigt het tien meter voor het einddoel *plets* tegen een lullige tak. Helaas, welk een anticlimax. Maar gelukkig is het zover dus niet gekomen.

NGC3184

In de buurt moet stelsel NGC3179 staan, maar die blijkt echt te zwak. In elk geval zie ik hem niet.
Buurvrouw Esther wil ondertussen ook NGC3184 opzoeken. Zonder PSA en zonder starhop. En dat doet ze met succes, zoals blijkt. Alleen weet ze dat zelf niet, maar in haar zoeker zie ik hetzelfde als een minuut eerder in de mijne, en na de Lightbridge luttele boogminuten te hebben bijgedraaid staat het stelsel ook bij haar in beeld.
Briljant, een object opzoeken zonder atlas en zonder starhop. Figure that one out. Vrouwelijke intuïtie? Tja, daar moet ik het dan weer zonder doen. Ook trouwens zonder mannelijke intuïtie (contradictio in terminis?). Sowieso zonder enige vorm van intuïtie. Gewoon de atlas en twee ogen. Drommels, als Esther haar intuïtie de volgende keer net wat preciezer uitlijnt dan hebben de fabrikanten van Goto-systemen serieus reden om zich zorgen te maken.

Jupiter staat er deze avond weer mooi bij. Geen Rode Vlek, maar wel een rijkdom aan details op de banden, die zich tot aan de polen uitstrekken.
Inmiddels is het tegen elven en de wolken hebben de overhand genomen. Gezellig is het nog wel, maar uiteindelijk komt het moment dat we gaan opruimen en deze geslaagde avond afsluiten.

 

Pup pop up

Leiden, donderdagavond 3 maart 2016

Op maandag is het weer helder en opnieuw wordt het die avond een Go voor het Dijkgatsbos. Die heb ik niet aan zien komen want vanwege slechte eerdere vooruitzichten had ik al een afspraak gemaakt om te gaan klimmen. Daarom moet ik deze avond helaas voorbij laten gaan. Helaas dan voor de astronomie want ondanks de vermoeidheid van zondagavond heb ik heerlijk deepsky geklommen.
Daarna is er tijd om de veldschetsen uit te werken en uiteindelijk, op donderdagavond, begin ik aan de waarneemverslagen van zaterdag en zondag. Totdat het buiten kraakhelder blijkt. En blijft.
Potjandorie, dan denk je eens lekker een avond op de bank te zitten met je laptop, staat Orion daar weer te schitteren. En dan is de straatverlichting ook nog een uitgevallen in de hof, dus kan ik zonder lichtwerende maatregelen aan de voorkant van het huis naar het westen gaan zitten. Bah, wat vervelend. En dan verschijnt Sirius ook nog een vanaf de dakrand. Ik neem een snel besluit: ik ga op puppenjacht.
Vorig jaar heb ik Sirius B ook al eens gezien, maar op één been kun je niet staan. Goed, als ik een flamingo was zou ik die voorgaande zin wellicht iets genuanceerder hebben geformuleerd. Maar aangezien mijn genetische correlatie met deze vogelsoort waarschijnlijk teleurstellend laag is, besluit ik toch tot een tweede poging.

Inspectie van het Trapezium levert alweer zes messcherpe sterren op. En zoals weerman Jan Boerenfluitjes van het Sinterkaasjournaal zou zeggen: Straalt het Trapzium met Zes / Dan kan Sirius onder het mes. Vervolgens richt ik even op Rigel om de afstand goed op het netvlies te hebben, want Rigel A en B staan ongeveer even ver uit elkaar als Sirius A en B. Alleen is Rigel natuurlijk veel makkelijker.
Op naar Sirius B. Ik begin de starhop bij Sirius A. Deze ster is goed zichtbaar met het blote oog, maar met contactlenzen is hij ook goed te doen. Bij het focusen valt me op dat er uit focus een stuk van de donut ontbreekt. Oei, dit is wel een heel bijzondere vorm van astigmatisme, Totdat blijkt dat de optische abberatie wordt veroorzaakt door de tuinschutting. Naar achter sleuren van de opstelling beidt soelaas en een kogelronde donut siert mijn beeldveld

Dan begint het Grote Turen. Periodes van redelijke seeing worden afgewisseld met periodes van slechte seeng, waarin er twee Siriussen (of is het Sirii?) zichtbaar lijken, omgeven door een regen van sparks alsof een kind rond oud en nieuw een sterretje afsteekt. Dit houdt een minuut of vijf aan, totdat de eerste vlaag van goede seeing zich aandient. Is het hem? Zou het echt? Maar dan is het onmiskenbaar. Bij vlagen is het alsof ik Rigel weer in beeld heb, een kwart slag gekanteld. Dit herhaalt zich gedurende een half uur een keer of tien. Dan trekt er bewolking in het zuiden en neemt de seeing af. Maar hebben doe ik hem.

Sirius-BadSeeing

Het normale beeld: geen pup te zien.

Sirius-GoodSeeing

Een moment van goede seeing: daar is ie

 

Journey into the morn

Dijkgatsbos, vrijdagavond 4 maart 2016

Mooi, de Pup in the pocket, once again. Nu ben ik best moe en de hele dag op mijn werk verheug ik me er al op om ‘s avonds lekker op de bank te ploffen met een bak koffie en eindelijk een waarneemverslag te dichten. Totdat ene gixer op het forum een topic opent over die avond. Ja hoor, vast. Geloof je het zelf? Maar de reacties van anderen zijn positief. Okay, ik laat me niet kennen en met enige bravoure geef ik te kennen dat ik ook wil komen. Maar eigenlijk twijfel ik, niet alleen vanwege het weer maar ook vanwege mijn fysieke gesteldheid. Nu heeft de lieve Heer me vrij degelijk in elkaar geschroefd maar ik ben nu toch wel serieus moe.
Tegen de avond blijkt het inderdaad tegen te vallen, in elk geval zit het in Leiden potdicht. Ik besluit er vanuit te gaan dat het niks wordt en laat de Chardonnay dus niet aan me voorbijgaan bij de vislasagna. Het wordt vast een rustige vrijdagavond.

Totdat het na het eten toch wel serieus begint open te trekken. Een enkeling besluit het erop te wagen. En nog een. En nog een. En die laatste ben ik dus. A sudden change of plans, de adrenaline giert weer lekker door m’n strot. Want deze kans laat ik niet gaan, waarschijnlijk is het de laatste deze nieuwe maanperiode. En zo vind ik mijzelf naast de auto, die inmiddels al bijna is ingeladen. Op dat moment wordt ik een trilling gewaar in mijn rechter broekzak. Mijn smatrphone meldt dat een van de voorgenoemde enkelingen nu weer aan het twijfelen is geslagen over de hemelgesteldheid. Wel pot alle deksels, nu moet het niet gekker worden. Teveel scherpe bochten maken me duizelig. Daarom besluit ik nu hoe dan ook te gaan en start de motor. Gelukkig blijken de enkelingen tot hetzelfde besluit te zijn gekomen en is het opnieuw een dikke Go.

Een uur later arriveer ik op een parkeerplaats waar toch al een stuk of vier auto’s staan, en zijn Hans Weijers, Mark Amende, Nathan en Maurice Toet al druk aan het opbouwen. En volgens mij vergeet ik nog iemand. Sorry… ik ben je naam vergeten.
Nadat mijn Dob up and running is arriveert ook Esther, en als ik nog kan tellen vormen we een zestal dat niet zou misstaan in het Trapezium. Dat overigens ook deze avond weer messcherp in het oculair figureert.

Als eerste wil ik mijn pijlen richten op NGC1746 in Taurus, maar net als zondag speelt ook bewolking het waarnemen nu parten. Ook nu moeten we weer daar kijken waar het helder is. En dat doet Mark, want die heeft een mooie M109 in beeld. Even later is het alsnog helder rond de Stier en zet ik NGC1746 in beeld. En die is nog niet verkeerd, wat een prachtig cluster is dat. Die steekt M44 wat mij betreft wel naar de kroon. Aan een schets waag ik me deze keer niet want dan ben ik de rest van de avond zoet, met zoveel sterren. Bovendien ben ik er eigenlijk ook gewoon te moe voor. Maar niet om van de schoonheid van NGC1746 te genieten,
Curieus genoeg staat het cluster in de PSA afgebeeld als NGC1746, terwijl het in de gedetailleerdere Deep Sky Hunter atlas gewoon als een naamloze groep sterren staat afgebeeld, met daarbinnen een cluster NGC1750. Daarom schroef ik de vergroting op en onderzoek de aangegeven plaats. Helaas kan ik daar geen cluster-in-een-cluster ontwaren. Daar moest ik me nog maar eens in verdiepen, hoe dat zit.

Omdat er in het westen weer bewolking op komt zetten besluit ik objecten van de maand M97 en M108 op te zoeken in de Grote Beer. De starhop vanuit Merak levert weinig problemen op en al snel staat het tweetal in beeld in het widefieldoculair. Gaaaaf… Zowel de planetaire nevel als het galaxy staan helder en duidelijk in beeld, met hun veldsterren. De Uilnevel M97 neem ik nog even onder de grotere loupe met het 8 mm-oculair, voorzien van OIII-filter, op advies van mijn waarneemmaten. Op zoek naar de ogen. Maar ik zie ze niet. Nou ja, ik meen af en toe wat structuur te zien, en in een enkel geval een donkere plek binnen de nevel, maar geen duidelijke twee ogen. Wat niet wegneemt dat ook nu de nevel heel duidelijk te zien is. Zowel het widefieldbeeld met de twee objecten als de ingezoomde uil wil ik op schets zetten maar dan zie ik helemaal niets meer. Bewolking. Tijd voor koffie en gezelligheid, met een vleug Jupiter en en scheut Dubbel Cluster. Jupiter staat er trouwens door de sluierbewolking snaarstrak bij en het lijkt alsof ik naar een foto zit te kijken. Beautiful.Ook het dubbele cluster is altijd weer een bezoek waard, mooi met zijn tweeën in een beeld.

Ook met het blote oog valt veel te zien. M44 is als vage wolk te zien, en het dubbele cluster idemdito. Ook M31 is zichtbaar zonder glas, en Esther merkt op dat zelfs M35 in Gemini optiekloos te zien is.
De bewolking begint steeds meer op te rukken dus snel neem ik M44 nog in beeld, die nog helder zichtbaar is. Uiteindelijk bezoek ik kleine broer M67, een fijn, ietwat langwerpig cluster.
Inmiddels zijn een aantal heren al bezig met opruimen, terwijl Esther nog enkele open clusters in Perseus op de korrel neemt. Eén daarvan is NGC1245, die echt een donkere hemel nodig heeft. Het fijne cluster figureert fraai in het oculair van Esther, als een zee van speldenprikken op een subtiele gloed, zoals ik hem mij herinner van eerder in het Dijkgatsbos in januari toen ik hem zelf opzocht.

Ondertussen is de avond voorbij en de ochtend gekomen. Tegen enen staat het ijs op de telescoopbuis en begint het toch wel wat aan de frisse kant te worden. Ook speelt de vermoeidheid me nu serieus parten want ik begin enigszins draaierig te worden, Een goed moment dus om een punt te zetten achter deze keer een wat rommelige maar toch heel geslaagde, en gezellige avond.