Vrijdagavond 11 maart. Het ziet er mooi helder uit, een prachtige dunne maansikkel siert de zuidwestelijke hemel. Snel zet ik de Skylux buiten om van dit mooie schouwspel te genieten. Direct valt me een heldere stip op buiten de maansikkel, Dit blijkt een bergtop te zijn, die al wordt verlicht terwijl het in de omgeving nog nacht is. Bijzonder…
Ondertussen bereid ik me mentaal voor op een backyardsessie omdat mijn lief weer in de nachtdienst zit. Helaas komt er dikke sluierbewolking aanzetten en binnen no time zit het potdicht. Heel erg vind ik het nu ook weer niet want fysiek ben ik al een paar dagen niet helemaal lekker dus een keer vroeg erin is ook niet verkeerd. En zo gezegd, zo gedaan, ook al blijkt het na het vertrek van mijn eega weer helder te zijn.

De volgende dag is het prachtig zonnevlekwaarneemweer. Ik neem het er dan ook met volle teugen van. Maar dit keer blijft het mooi, ook ‘s avonds, en dus wordt het een echte backyardsessie. Ondanks het feit dat ik me nog steeds niet helemaal senang voel. Wat dat betreft is deze nachtdienst dan wel weer goed getimed want het Dijkgatsbos zou in mijn huidige staat even een brug te ver zijn. Daarom maak ik nu ten volle gebruik van de mogelijkheden die een thuissessie biedt: even tussendoor opwarmen, een hete kop thee nemen, en even rustig in O’Meara opzoeken waar dat dekselse stelsel nu precies moet staan.

Inmiddels heb ik wel eens even genoeg van al die open clusters in Monoceros dus vandaag ga ik op galaxyjacht. Vermits ik in de stad ben zal ik mijn blik op het zenithgebied moeten richten voor een goede kans op succes. Dat doe ik dan ook; de Beer staat nog iets ten noorden van het zenith, veilig ver weg van het stadslicht in het zuiden. Uiteindelijk krijg ik zes stelsels in de Grote Beer te pakken.

Het Ursa-triplet even niet meegerekend dan. Want die gaan als eerste op de korrel. Na de bekende starhop vind ik M82 in mijn beeldveld, en na een kleine correctie grote broer M81 ook. Op lage vergroting staan ze er prachtig bij met z’n tweeën. Nummer drie is met dit kijkglas iets lastiger, dus zoek ik eerst de lokatie op. Dan laat NGC3077 zich mooi en duidelijk zien met de 8 mm Planetary, voorzien van Lumicon Deepksyfilter (CLS). Met dit glas-in-lood-duo zal ik deze avond ook de andere berenvlekken verschalken.

Af en toe gaat er nog steeds een koude rilling door me heen maar gelukkig heb ik me deze keer volledig op z’n Dijkgatsbos gekleed, inclusief thermokleding en tien lagen shirts en truien. Dus het blijft goed te doen, met inachtneming van af en toe een opwarmpauze.
Die middag heb ik weer eens een heuse waarneemlijst gemaakt van galaxies die haalbaar zouden moeten zijn (lees: Herschel 400). Deze avond richt ik me geheel op de Grote Beer, die nog mooi ten oosten van de meridiaan staat en dus niet al te snel achter de dakrand zal verdwijnen.

De eerste drie zijn te vinden boven het vasteland van de Beer, rondom het Ursa-triplet. Vandaar dat ik ben begonnen bij M81/M82/NGC3077. Maar nu dus weer op zoek naar nieuwe ontdekkingen. En dat zijn volgens O’Meara ook meteen niet de makkelijkste. Om te beginnen ga ik op zoek naar NGC2787. Omdat hij midden op de welbekende route naar M81 ligt, heb ik hem snel te pakken. En daar laat het  ronde stelsel zich mooi zien boven een fraai veldstertrapezium. Het lijkt zelf wel een ster, tenminste als je direct kijkt, maar perifeer is het toch echt een ronde pluis met heldere kern.

NGC2787

Nog dichterbij het Ursa-trio staat NGC2976. Dit is een lastige rakker, alleen al om te vinden. Want zelfs de Deep Sky Hunter atlas is met maximale magnitude 10 niet gedetailleerd genoeg om er chocola van te maken. Gelukkig biedt O’Meara (Herschel 400 Observing Guide) hier soelaas. Normaal gesproken ben ik niet zo gecharmeerd van de zoekkaarten die daar staan maar in dit geval laat de kaart net de sterren van magnitude 11 zien, die nodig zijn voor de pinpoint van NGC2976. En dat zijn precies die vier helderste sterren links op de schets. Vreemd genoeg staan die twee rechtsboven er dan weer niet op. Maar in elk geval is de lokatie duidelijk. Nu stap twee: het stelsel zelf. Dat is nog geen sinecure; pas na herhaaldelijk op en neer bewegen van het beeld verschijnt de langwerpige gloed op de staafcellen, af en toe vergezeld door de speldenprik daaronder.

NGC2976

Het derde stelsel in de berenpels wordt NGC2985. Ook hier moet O’Meara eraan te pas komen voor de detailkaart maar gelukkig is dit galaxy dan weer een heel stuk beter te zien dan het vorige. Het face-on-stelsel ligt “tegen” een veldster aan en doet me daarmee denken aan NGC3184 (die bij de Tania’s).

NGC2985

Zo. Die zit. Nu tijd om op te warmen met een hete kop thee en inmiddels is het bedtijd voor de jongste twee. Mooi tijd voor een intermezzo. Ook is het tijd voor mijn eega om naar de IC te vertrekken. Na twee jongens welterusten te hebben gekust en mijn lief een goede nacht, ben ik er weer klaar voor en ga ik de beer eens onder zijn kin kroelen. Om te beginnen bij NGC2742, tussen υ en Muscida. VInden is deze keer niet moeilijk maar zien is een heel ander verhaal. Dit stelsel ligt wat mij betreft wel op de rand van wat ik nog fatsoenlijk kan loggen. Maar na heel lang periferifiëren beweegt de gloed dan eindelijk mee met de veldsterren, op de juiste plek. Ook lijkt er af en toe een vrij heldere kleine kern zichtbaar.

NGC2742

Vlakbij ligt NGC2768, en phew, deze is weer helder en duidelijk te zien. Zou het soms aan de vorm liggen? Die ronde stelsels, met duidelijke kern, zijn vaak makkelijker dan die langwerpige. Onzin natuurlijk, maar deze avond heeft het er alle schijn van. M82 logenstraft deze boude bewering.
Ook NGC2768 heeft weer een mooie heldere pit.

NGC2768

Inmiddels is het alweer tegen twaalven en met het oog op mijn fysieke toestand wil ik er geen nachtwerk van maken. Dus nog één pluis voor het slapengaan en dat wordt NGC2950. Dit blijkt een goed zichtbaar kogelrond stelsel met – je raadt het al – een heldere kern. Het galaxy is direct zichtbaar, maar ik ontdek er nog een andere onverwachte eigenschap van: bij bewegen door het beeld doet zich het leuke verschijnsel voor dat hij extra fel oplicht zodra hij perifeer in beeld is. Als een lamp die extra fel gaat schijnen als je hem in het rond slingert. Cool.

NGC2950

Over en uit. Opruimen en opnieuw een kop hete thee, ditmaal met honing, citroensap en een flinke scheut rum. Ik kan terugkijken op alweer een leuke avond met een goed resultaat.
Inmiddels, nu maandag, heeft de griep flink doorgezet en ben ik een dag thuisgebleven van mijn werk. En dat is zeer uitzonderlijk voor mij. Gelukkig gebeurt het gemiddeld maar eens in de vijf jaar dat ik ziek ben, dus niets te mopperen. Gelukkig ben ik alweer up and running genoeg om dit verhaal te typen, nu maar even verder bijtanken op weg naar de volle maan. En dan weer op naar de volgende Dijkgatsbosparty…