Mijn blik dwaalt over de Melkweg. Van Sagittarius tot Perseus strekt de zilveren rivier zich uit, met hier en daar donkere eilanden en landtongen. Le Gentil 3 tekent zich scherp af voorbij Deneb terwijl de rivier zich aan de andere kant in tweeën splitst. Een meteoor doorklieft de zuidwestelijke hemel en laat een tel lang een lichtend spoor achter.

Breezanddijk, ik hou van deze plaats. Het is alsof je alles hier intenser beleeft. Alsof deze desolate plaats een extra dimensie toevoegt aan de prikkels die je zintuigen bereiken, terwijl je tegelijkertijd wordt uitgenodigd de tijd te nemen om daarvan te genieten. En genieten doe ik, achter het oculair maar ook zeker met het blote oog, waar de jaargetijden zich uitstrekken van het voorjaar in het noordwesten tot de winter in het oosten.

Terwijl ik over de Afsluitdijk suis lijken de wolken me tegemoet te komen. Nee toch? Gelukkig blijkt dat mijn auto gewoon harder rijdt dan de wind de wolken kan wegvoeren, maar eenmaal ter plekke is het al vrijwel helemaal helder. Een smalle maansikkel kondigt een mooie waarneemavond aan om daarna te verdwijnen in het westen en daarmee de sterren aan het woord te laten. Als prelude op de duisternis pronken Mars en Saturnus nog in het zuiden. Mars staat laag en wappert in de seeing maar er is nog steeds een donkere structuur te zien op de eivormige planeetschijf. Saturnus staat er een stuk mooier bij en laat opnieuw zijn equatoriale band zien bij vlagen een scherpe Cassinischeiding, terwijl de schemering niet kan beletten dat er een aantal manen en misschien ook veldsterren te zien zijn.

Omdat geduld niet mijn sterkste kant is probeer ik bolhoop NGC6235, laag in Ophiuchus, te grazen te nemen voordat hij achter een boom verwijnt, zoals de vorige keer in het Dijkgatsbos. Al zou die boom hier een stapel basaltblokken zijn. Ik zie niks, nog steeds niks, verdikkie ken het effe donker worden, nog niks, hee, wel wat meer sterren, nog meer sterren, zie ik nou wat? het lijkt toch wel dat ik wat zie, ja ik zie wat, hebbes. Een mooie ronde pluis midden in een sterrendriehoek.

NGC6235

Een goed begin is het halve werk en ik besluit een gooi te doen naar de nabijgelegen planetaire nevel IC4634. Tien tegen één dat ik hem gezien heb ook, ik weet alleen niet welke het is. Sterren genoeg, en één daarvan zal hem zijn. Helaas is mijn atlas niet gedetailleerd genoeg om aan te wijzen welke. De moraal van dit verhaal: spontane acties laten zich lastig voorbereiden. I’ll be back, met een deugdelijke zoekkaart.

Tijdens een adempauze valt me op dat de Theepot van Sagittarius goed is te zien, tot onderaan toe. Zo mooi had ik hem nog niet gezien in Nederland. Ik herinner me de zoektocht naar de lage bolhopen M69-70-54-55, waar ik vorig jaar diverse vruchteloze pogingen aan heb besteed vanuit deze plaats. Later in Frankrijk was het zwieperdepiep hoera, maar gewoon voor de fun wil ik eens zien of het deze keer wel gaat lukken vanuit de kleidelta. Ondertussen zijn de starhops wat weggezakt dus ik raadpleeg weer even de PSA, maar dan ontwaar ik een vage pluis die een L maakt met twee heldere sterren rechtsonder in het serviesgoed. Wel heb je ooit, M69. Hopperdiepop, in het oculair omhoog en rechtsaf, en ja hoor, M70. Verderop gaat de kleine M54 voor de bijl en na enig gezoek dient grote broer M55 zich aan. Ha! Het kan dus wel. Dat wist ik al van Jan, die vorig jaar al M69-70-54 te pakken had vanuit Breezanddijk, en zojuist ook M55 heeft bijgezet in de vitrinekast.
Niet dat het veel uitmaakt maar zo vindt de Messierlijst, die ik in eerste instantie heb afgemaakt met de Franse slag, ook een degelijke vaderlandse grond.

Na deze ongeplande expeditie naar het zuiden richt ik mijn blik weer iets hoger voor mijn volgende revanche op de Dijkgatsbos-“deceptie” van afgelopen zondag. Barnard’s Galaxy NGC6822 komt opnieuw onder vuur te liggen van kaliber 10″, maar deze keer slaat de balans van de twijfel wat mij betreft om naar de kant van de zekerheid. Ik heb wel lang zitten turen maar steeds zie ik toch weer opnieuw die gloed op de plaats waar volgens mijn informatie het galaxy moet zijn. En dat is een flinke jongen, hoewel ik de precieze omvang niet kan onderscheiden. Het blijft bij een vormeloze verheldering van de achtergrond. Maar meer schijnt er vanuit deze contreien niet in te zitten. Ik ben dus een dik tevreden mens.

NGC6822

Net als in het Dijkgatsbos gaat de reis verder noordwaarts over de grens met Aquila, naar NGC6814. En ook deze keer ben ik een stuk zekerder van mijn zaak. De pit die ik daar zag is nu onmiskenbaar; het galaxy staat perifeer maar duidelijk in beeld.

NGC6814

De naburige Palomar 11 sla ik over (lees: ben ik straal vergeten). Vorige keer in het Dijkgatsbos heb ik die wel geprobeerd maar zonder resultaat, wat gezien de aard van het object niet vreemd is. Misschien een leuke voor een keer in Zuid-Europa.
In plaats daarvan besluit ik even te gaan genieten van een iets heldere bolhoop in de buurt. Indrukwekkend vult M22 een half beeldveld, opgelost tot in de kern. Een korte zin, maar lang genieten.

Verder kijken in Sagittarius of laag in Ophiuchus gaat niet meer. Hoger in Ophiuchus doe ik een geslaagde gooi naar bolhoop NGC6517. Een mooie ronde pluis met een duidelijke kern.

NGC6517

Ja, en dan is daar nog die hilarische zeperd van de vorige keer in Breezanddijk, Collinder 469, waar ik iets anders voor aanzag. Dit is hem dus wel, zij het zeer summier. Tijdens het schetsen wordt het beeld, dat ook nog eens wappert door de wind, steeds donkerder totdat het object is verdwenen. Een blik door de zoeker laat een klein stuk hemel zien en een heel groot stuk basalt.

Cr469

Vanuit M24, waar Collinder 469 vlakbij staat, kom ik de mooie sterrenhoop M25 nog tegen. Opnieuw weer even een genietpauze met uitzicht op de kosmische kerstkroonluchter.
Zo, en nu ben ik weer helemaal klaar met dat zuidzwerkzwiepgezwam. Natuurlijk leent deze lokatie zich bij uitstek voor zuidelijke objecten maar hogerop staan een heleboel prachtige objecten tegen een donkere hemel mooi te wezen.

Zoals bijvoorbeeld het Andromedastelsel M31. Het object is duidelijk met het blote oog te zien en na een korte wandeling kom ik bij Danstar terecht die zijn telescoop erop probeert te richten. Wanneer dit is gelukt valt me op hoe mooi helder en scherp het buurgalaxy pronkt in de kleine kijker. Terug bij mijn Dob volg ik het voorbeeld van Esther en verhuis naar een windstillere plek. M31 vult hij het hele beeldveld, geflankeerd door M32 en M110, waarbij M32 in werkelijkheid in M31 staat. Een mooie gelegenheid voor iets wat al een tijd eerder niet lukte in het Dijkgatsbos, toen vanwege bewolking: de extragalactische bolhoop G1 van M31. En die starhop is nog geen pipi du chat. Maar gelukkig heb ik hiervoor wel een gedetailleerde zoekkaart en na enig gehannes staat de buurvrouwbol in beeld, die in de bescheiden optiek niet meer laat zien dan een ster. De zoekkaart biedt uitsluitsel welke het is. In de schets is hij aangegeven met de rode marker.

G1

Wat mij betreft is het even klaar met hardcore starhoppen en schetsen. De rust van Breezanddijk is nu geheel tot me doorgedrongen. De Perseïden vragen regelmatig om aandacht en dat verleidt mij en de anderen ertoe om het oculair regelmatig even te laten voor wat het is. Het schijnt dat het niet zoveel zin heeft om naar de radiant zelf te kijken, het punt waar de meteoren lijken te “ontspringen”. In dit geval Perseus. In plaats daarvan zijn de meteoren het best te zien in een cirkel van 20º vanaf dat punt, volgens die informatie (ik weet niet meer zeker wie dat zei). En dat zou wel eens heel goed kunnen kloppen want ze laten zich in vanaf de hele nacht tot aan de dageraad regelmatig zien, op verschillende plaatsen aan de hemel.

Zou er zoiets bestaan als een cursus Detail Zien In Galaxies? Hier meldt zich alvast deelnemer #1. Als ik soms de verslagen lees van bijvoorbeeld TomC, en de waarnemingen die Esther en Petelaa deze avond doen, dan denk ik dat ik wat mis. Een spiraalarm in NGC7727? Ik staar me een ringstaartmaki door Esther’s oculair maar ik zie geen spiraalarm. De dames wel. Volgens mij dragen ze gewoon stiekem infraroodcontactlenzen. Evengoed is het een leuk stelsel met een heldere kern en duidelijke halo, evenals de S-vormige NGC7479 (S-vormig? ¿Que?)

Bij Arno-Mark mag ik een pracht van een sluiernevel bekijken door zijn Leenbridge met widefieldhandgranaat en OIII-filter. Een gelukkige combi want de nevel (specifiek: NGC6992/5) spettert van detail. Die lust ik zelf ook wel en ook in mijn bescheiden optiek valt de langoustine helemaal niet tegen. Sterker nog, ik raak een hele tijd niet uitgekeken op de veil, die door Jan enigszins oneerbiedig de “hangmat” wordt genoemd.

Diezelfde Jan ontpopt zich deze avond als een ware deepskygeneraal. Vanachter de C9.25 klinken de bevelen en gehoorzaam worden de Caldwells 43 en 44 opgezocht. De veldtocht verloopt succesvol want achter elkaar verschijnen NGC7479 en NGC7814 in de oculairs van Esther en mij. Leuke objecten, snel die cursus maar eens volgen…

Vanuit het noorden zijn flitsen te zien, die steeds feller worden. Onweer op komst? Bizar, want hier is het nog steeds kraakhelder. Gelukkig zet het onweer niet door. De vermoeidheid wel, en na nog even van de melkweg te hebben genoten begin ik met inpakken voor de terugrit, waarbij ik de eer heb te mogen verkeren in illuster gezelschap.

Breezanddijk heeft weer veel indruk gemaakt. Op mij, en zo te horen ook op de anderen. Ik hoop hier snel weer terug te zijn.