Een gure wind laat M15 bibberen in het oculair. En mijzelf op mijn strijkstoel.
De wind is gedraaid van oost naar zuid, dus de balsalthoop waar we achter zitten biedt geen bescherming meer. Dit is dus zo’n moment waarop ik denk: waarom vond ik dit ook al weer leuk? Na een plons in een diepe plas tijdens het uitstappen uit de auto, geklooi met collimeren en desoriëntatie in de sterrenhemel rond Cetus ben ik het even kwijt. Heel even vergaat me de moed en verlang ik naar mijn warme auto. En mijn warme bed.
Maar ik laat me niet kennen, en we zijn met een leuke club. Even doorzetten, en de koffie van Jan helpt daar uitstekend bij. De opkomst is mooi voor een doordeweekse nacht, behalve Jan hebben ook cloudbuster, gixer, Harro en EricB de rit naar de Afsluitdijk gewaagd.

M15 is mooi, ook al bibbert hij als een riet. Ik besluit om reëel te zijn en Pease 1 te laten varen. Starhoppen is een van mijn favoriete bezigheden en een groot deel van het plezier in deze hobby, maar niet als je er zeeziek van wordt. En de vergroting van 350x die je voor dit avontuur toch echt nodig hebt, is dus net even teveel met deze wind. Toch kan ik het niet laten om in elk geval het trapezium van vier sterren te vinden waar de starhop begint. Mooi, volgende keer beter en dan weet ik alvast waar ik moet beginnen. Nu doe ik gewoon even een stap terug en ga lekker ongecompliceerd Herschelhappen.

Ondertussen is de collimatie gelukt en ook is Cetus inmiddels ontsluierd. Ik ben er weer. Omdat de walvis nog te laag in het zuidoosten staat zoek ik het even hogerop in de hemelzee, bij de Vissen. Daar ga ik op zoek naar het galaxy NGC524. In de PSA zie ik dat deze vlak bij de ecliptica staat. Leuk, denk ik nog, hier ergens moet Uranus staan. Misschien kom ik hem nog wel tegen.
Een starhop in dit deel van Vissen is altijd interessant omdat ik altijd die sterren door elkaar haal, δ, ε, ζ en μ Psc. Die staan vrij dicht bij elkaar op bijna gelijke afstand. Gelukkig hebben ze elk zo hun kenmerken, dus ik mik de Telrad op goed geluk op één van deze vier. In de zoeker blijkt dat ik “die ene met twee heldere sterren eronder” heb. Dat is dus δ. Linksaf naar ε, die met drie sterren erboven, en dan langs ζ naar μ. Dan ga ik over van de PSA naar de Deepsky Hunter en daar zie ik een tweetal heldere sterren boven μ. Als je die lijn doortrekt kom je bij NGC524. Maar één ding begrijp ik niet: rechtsboven die twee heldere sterren zie ik nog een derde even heldere die niet in mijn atlas staat. Heel even ben ik in de war en vraag ik me af of ik wel goed zit. Opnieuw ga ik het pad langs en dat klopt toch echt. Dan begint het me te dagen. Uranus! En of ik hem tegen kom. Nu ik hem toch heb plug ik mijn 8 mm-oculair erin om even te genieten van de blauwachtige minischijf. Ook deze bibbert als een tierelier maar dat mag de pret niet drukken. Toch maar mooi Uranus “herontdekt”.

Nadat ik de starhop heb vervolgd stuit ik al snel op NGC524. Het stelsel is klein maar heeft een heldere kern. Een leuk ding om te zien. Oh ja, daarom vond ik dit dus leuk. Ik ben weer op weg. Om de vondst te vieren maak ik een eenvoudige schets als bewijsmateriaal voor mezelf, en een check tegen Aladin de volgende dag bevestigt dat het hem is.

ngc524

Aan de andere kant van het eerder genoemde sterrenviertal vind ik zonder veel moeite NGC488. Dit stelsel lijkt wat groter en is net als NGC524 rond van vorm. Tenminste, dat vermoed ik, want al ben ik redelijk goed in het detecteren van zwakke objecten, vorm en detail vind ik nog steeds moeilijk om te zien. Ellipsoïde stelsels lijken wel om hun as te draaien als ik er naar kijk, dus vaak eindigen ze rond op mijn schets. Maar deze twee zijn dus echt rond.

ngc488

Inmiddels zijn we alweer een flinke tijd verder en de Walvis is mooi aan het oppervlak van de zee gekomen. Ik waag de afdaling naar NGC288 die de vorige keren niet wilde lukken. Dat is dan weer het voordeel van enkele voorgaande vruchteloze pogingen: de starhop is al bekend. En zo heb ik snel de driehoek van een heldere en twee zwakkere sterren in beeld waar de bolhoop zou moeten staan. De lichtvervuiling aan de horizon zorgt voor een melkwitte achtergrond, maar met mijn CLS-filter is het ditmaal gewoon raak. Het is ook geen twijfelgeval; de ronde gloed is gewoon duidelijk te zien en beweegt mee met zijn veldsterren. Hatsa la flatsa hebbes.

ngc288

Aangemoedigd door dit succes zwiep ik oostwaarts om een andere zuidelijke Herschelhap te verschalken. Tijdens de starhop stuit ik op het hoofd van één van de heren; sorry, ik weet niet wie want ik ben nogal slecht met namen in het donker. Dat stuiten was niet letterlijk gelukkig, en nadat de eigenaar van het betreffende hoofd een stap opzij heeft gedaan uit deze zijn verbazing over het feit dat ik vlak boven de horizon aan het waarnemen ben. Natuurlijk is dat ook niet optimaal, maar het kan. Dus doe ik het. De starhop brengt me zo laag dat de dijk in het beeldveld zichtbaar is, in één beeldveld met het asterisme waar mijn stelsel NGC613 zou moeten staan. How low can you go. Maar hoe ik ook tuur, geen galaxy te zien. Duh.
Dan toch maar naar La Palma daarvoor, want daar schijn je hem goed te kunnen zien. Of gewoon een maand later nog eens proberen, als het object hoger aan de hemel staat. Maar… de starhop weet ik alvast.

Dan maar weer hogerop: bij de hals van de Walvis staat NGC720. Ook dit stelsel is duidelijk zichtbaar en ik meen te zien dat het elliptisch van vorm is. Dat blijkt te kloppen, alleen staat het stelsel haaks op de veldster aan de linkerkant en niet enigszins gedraaid zoals ik dacht te hebben gezien.

ngc720

Mooi, ik ben tevreden en blij. Het is een bescheiden buit, maar het is mooi zo. Daarom besluit ik af te ronden met showpiece M31. En die is mooi. En groot. Heel erg groot. M32 en M110 knallen eruit, en ik denk zelfs enige structuur in het Andromedastelsel zelf te zien. Zou het, detail in een galaxy? Hoe dan ook, het is een schitterend gezicht in het widefield-oculair. Ik zwiep nog even naar de andere kant van Mirach en ook M33 springt daar eruit. Mooi, heel mooi.

Ik vind het mooi geweest voor deze avond, volgende dag weer gewoon werken en er is iets met deadlines en websites die al een week lang vandaag af moeten enzo. Het opruimen maakt dat het het niet koud meer heb.  Nadat ik afscheid heb genomen van de drie heren die er nog zijn, stap ik in de auto, daarbij de plas ontwijkend. Het blijkt pas één uur, dat valt mee. Een mooie waarneemavond en vier volle uren nachtrust voor de boeg, wat wil een mens nog meer?