Andrømeda

Hoewel de voorspellingen niet veel goeds voorspellen pak ik toch de reisnewton in voor een midweek Denemarken. Phew, deze keer maak ik niet meer de fout om het over de reisdob te hebben want de 4.5″ Newton is Dob-af, nu hij rust op het EQ3-2-platform van mijn 102 mm-refractor. Om kort te gaan, de weersites hebben gelijk en alleen donderdagavond trekt het even open. Genoeg om snel de widefieldnewton op te tuigen en op deze mooie donkere locatie te genieten van een prachtige M31, geflankeerd door een felle M32 en een zwakke maar duidelijke M110. Dan pak ik het schetspapier erbij voor iets wat ik al een tijd van plan ben: een widefieldschets van het Andromedastelsel en omstreken. Ik krijg nog net de kern van M31 en ν And op papier, dan trekt het weer dicht en is het einde oefening. Jåmmer. Maar Legoland was best leuk.

From Pease with love

Na een Baustellerijke terugreis op vrijdag vertoont het wolkendek ook boven Leiden een oprisping, waardoorheen ik een poging waag om Pease 1 te verschalken. In tegenstelling tot de laatste keer Breezanddijk speelt de wind geen rol dus kan het beeld in alle rust worden doorgrond. Helaas laat mijn beperkte ervaring – en/of de lichtvervuiling – nog maar weinig details zien binnen M15, die trouwens erg fraai is op 350x vergroting. Het begintrapezium van de zoekkaart weet ik wel te plaatsen maar verder zie ik niet veel meer dan een brij van sterren zodra het dichter naar de kern van de bolhoop gaat. Niet getreurd, M15 is mooi. Volgende keer Pease 1 eens proberen bij een donkerder hemel.

The West is the Best

De voorspelling voor Noord-Nederland ziet er onzeker uit maar voor het zuidwesten is het veel beter. Wanneer er een topic voor de Wassenaarseslag verschijnt haak ik dan ook aan want het wordt weer eens tijd voor een fatsoenlijke waarneemsessie. Deze keer wil ik niet de fout maken om objecten te proberen in de lichtkoepels van Den Haag, Leiden en Katwijk dus beperk ik me tot het westelijke deel van de hemel. Dat is boven de Noordzee en daarmee op deze locatie het beste.

Na een bijna lachwekkend korte rit arriveer ik bij de ingang van parkeerplaats de Kuil, waar een fors roodachtig beest met een dikke staart schielijk voor mijn auto langs schiet. Vulpecula kan ik alvast afstrepen. Ik blijk er als eerste te zijn en begin met uitladen maar al snel komt svdwal aan met merqurius (als ik die forumnaam goed heb). Sander stelt voor om achter de aanwezige containers te gaan staan als beschutting tegen de rij lantarenpalen verderop. Daar stel ik de 10″ Dobson op, Sander zijn 12″ en merqurius haar C8. Naar het oosten en zuiden zijn de lichtkoepels enorm maar in het zenith en westen is het nog lang niet slecht. De Melkweg is zelfs goed zichtbaar van Aquila tot aan Perseus, met een goed zichtbare Great Rift in Cygnus. Al snel daarna arriveren Neddy en zijn adjudant met zwaar materieel in de vorm van een C11.

Naar aanleiding van het topic van Jef de Wit waarin hij oproept tot schatting van een aantal veranderlijke sterren besluit ik de nova V603 Aql eens te proberen. Daarvoor print ik de zoekkaart van de AAVSO uit, waarop de nova is weergegeven met omringende sterren en hun magnitudes. Nu is het schatten van veranderlijken een kunst op zich, waarin dit mijn eerste baby step is. Aquila staat zo vroeg op de avond nog mooi hoog, al is het nog wel in de uitlopers van de Haagse lichtsoep. Voor dit type object niet heel erg. De starhop is eenvoudig, al zocht ik me bij de voorbereiding thuis in de PSA heel even lens naar 62 Aql, de helderste veldster op de zoekkaart. Totdat ik besefte dat 62 op een referentiekaart voor veranderlijken natuurlijk slaat op de magnitude en niet op het Flamsteed-nummer. Vast een klassieke beginnersfout.
Al snel heb ik de nova in beeld en vergelijk ik met de omliggende sterren. In mijn idee is de nova ongeveer even helder als de nabijgelegen ster 122 en iets helderder dan 123 en 124, die al wat moeilijker zichtbaar zijn. De 125 heeft al perifeer kijken nodig en 136 zie ik helemaal niet. De verder gelegen 116 is in mijn idee net wat helderder; ik hou het dus op magnitude 12.2 met een marge van pak hem beet een halve magnitude. 12.2±5 dus. Zo. Het begin is er.

Inmiddels staat M15 mooi op zijn hoogste punt en ik ga voor de derde poging op Pease 1. Om te beginnen gebruik ik een vergroting van 350x, net als gisteren, maar de seeing lijkt vrij goed en ik zet de barrel extender op de Barlow om zo de vergroting op te schroeven tot een bijna obscene waarde van zo’n slordige 500x. Ditmaal is er veel meer detail te zien dan de vorige dag in Leiden, dus de starhop verloopt aanvankelijk goed. Maar dichtbij de kern, waar de planetaire bolhoopnevel moet staan, loop ik toch weer vast in de sterrenbrij, al kom ik een heel stuk verder. Deze keer probeer ik ook de blinking-techniek, en heel even denk ik een heldere punt te zien op de plaats waar ik Pease 1 verwacht. Maar ik vind het te onduidelijk; misschien gezien is niet gezien. Toch nog eens proberen op Breezanddijk.

En nu omhoog met die pijp, daar waar het goed donker is. In Draco stuit ik op NGC4236, een galaxy dat ook luistert naar de naam Caldwell 3. Met dit sujet ben ik wel even bezig en bijna besluit ik hem als fail aan te merken; de waarneming is te onzeker. Totdat ik de 10 mm Ortho in de strijd gooi met CLS-filter. Een vage langwerpige gloed laat zich zien op de plaats waar mijn atlas hem wil hebben. En hij blijft in beeld bij bewegen. Gotcha. Ook in de 8 mm Planetary is het stelsel nu te zien, al is hij in beide oculairs veel kleiner dan hij in werkelijkheid is. Straks thuis checken of het hem wel echt was.

01-ngc4236

Nog beter in het zwart gekleed is de Zwaan, waar open sterrenhoop NGC7039 tot nu toe aan mijn aandacht is ontsnapt. Nu heb ik een beetje een haat-liefdeverhouding met open clusters in Cygnus omdat deze nogal eens slecht te onderscheiden zijn van hun sterrijke melkwegachtergrond. Ook dit exemplaar is niet direct duidelijk, maar na een tijd meen ik linksboven en onder een overgang van sterrijk naar iets donkerder te bespeuren. Ook in het midden is het wat donkerder. Het cluster heeft dus een V-vorm. In de schets is dit ten dele te zien, vermits gebrek aan geduld mij noopt het aantal stippen op de schets binnen de perken te houden.

02-ngc7039

Dat maakt de weg vrij naar planetaire nevel NGC7048, die vlak in de buurt staat. Wanneer ik op de goede plek ben aangekomen vraag ik me even af welke van de sterren de planetaire nevel is, want ik verwacht een kleintje. De vage mist naast een van de veldsterren wijt ik aan condens op het oculair, maar daar blijkt mijn OIII-filter heel anders over te denken. Die maakt van de vage mist een heldere gloed. De ontplofster heeft beter zijn best gedaan dan ik dacht; het is een flinke bol.

03-ngc7048

Verderop in Cygnus roept nog een ander open cluster om eerder gederfde aandacht. Na een korte starhop staat NGC7063 in beeld. Deze is duidelijk, het is een vrij grofkorrelig cluster bestaande uit een klein aantal relatief heldere sterren. Misschien zouden onder een donkerder hemel nog meer zwakkere sterren zichtbaar zijn, al is de hemelkwaliteit hier rond het zenith lang niet slecht.

04-ngc7063

Inmiddels is het tegen elven en Neddy en zijn maat houden het voor gezien, nadat ze M31 en M32 mooi in beeld hebben gehad. De temperatuur daalt flink en er zit vrij veel vocht in de lucht; af en toe beslaan mijn oculairs. Gelukkig is dit goed op te lossen door deze even in mijn hals te leggen waar ze snel weer opwarmen. Ook de jaszak helpt om ze vervolgens ook warm te houden. Koud heb ik het gelukkig niet dankzij mijn kersverse skibroek en thermoshirt. Ik kan er nog wel even tegen.

Sander gaat nog even door en merqurius is lekker bezig Messiers binnen te slepen. Ik zwiep naar Cassiopeia voor een pittig galaxy, genaamd NGC147. De starhop verloopt wat moeizamer want dit ding zit echt vlakbij het zenith, dus dit is Dobsondansen in optima forma. Dauw op de zoeker maakt het ook wat lastiger maar van dansen krijg je het lekker warm en uiteindelijk staat het stelsel gewoon in beeld. Er komt een goede pot perifeer waar-of-niet-waar-nemen aan te pas maar al snel is de uitkomst: waar, de check achteraf voorbehouden. En het lijkt erop de het nog geen kleintje is ook, de vage gloed lijkt zich vrij ver uit te strekken, rond een puntvormige maar relatief heldere kern. Dat ik hem rond zie terwijl hij in werkelijkheid ovaal is geef ik hier natuurlijk niet toe want dat zou nogal een blamage zijn, maar ik heb hem maar mooi te pakken.

05-ngc147

Twaalf uur, en Sander en merqurius gaan opbreken. Zelf blijf ik nog even een half uur, totdat de maan opkomt om half één. Een mooie tijd om nog een zesde schets te maken. Wat ga ik doen, de keuze is tussen open cluster NGC7235 in Cepheus en de iets exotischer extragalactische sterrenwolk NGC206 in het Andromedastelsel. Ik besluit de exoot te proberen met het open cluster om op terug te vallen als het niet lukt.
Maar het lukt wel, een heel, heel vage gloed laat zich zien, daar waar het Peugeotcluster volgens de atlas moet staan.

06-ngc206

En nu ik er toch ben, M31 is opnieuw een beauty, samen met de flankerende schoonheden M32 en M110. Even nagenieten.
Aan de horizon staat ondertussen een gele, scheve maansikkel. Tijd om in te laden en te vertrekken. En guess what: de blower moet even voluit om de voorruit te ontdooien. Gelukkig heb ik geen last van de kou gehad, alleen koude tenen. Het is dat de maan opkomt, anders kon ik nog wel even doorgaan.

Een kwartier later ben ik thuis, net na enen. Alsof je terugkomt van een kinderfeestje. Tijd genoeg om te kijken wat er klopt van die schetsen in Aladin. En lo and behold, ze blijken alle zes correct. Daarmee kan ik met droge ogen stellen dat ik deze avond vier galaxies, twee open sterrenhopen, één bolhoop, één planetaire nevel, één extragalactische sterrenwolk en één vos heb waargenomen. Het was de korte rit meer dan waard.