Bewolking donderopdag 24 november 2016

Aan alles komt een eind. Zelfs aan een periode van bewolking. Zelfs in november. Zelfs in Nederland. Donderdagavond is het helder, de volgende dag werk ik thuis dus niet heel vroeg op, en herstellende van een akkefietje met mijn rug durf ik ook de Dob weer uit zijn wandrockerbox te tillen. Even diep inademen. Yes, ik ben er weer.

De hemel is licht en de transparantie is niet je dat. Van de Kleine Beer zie ik alleen de helderste drie sterren. Who cares, het is helder. Ik ben tevreden en blij. Mijn plan is om me te richten op de oostelijke en noordoostelijke hemel, zo ver mogelijk van Leidens Lumineuze Lichtgloed. En dan maar meteen goed van start met jawel, een galaxy. Vanaf Algol trap ik de starhop af naar NGC1023, een smakelijke Herschelhap in het Oostperseaanse grensgebied met Andromeda. Ha, dat is weer even inkomen na zo’n tijd, ik dwaal even af en kom quasitoevallig M34 tegen. Leuk, een Echt Te Onderscheiden Groot Open Cluster. De amuse van vanavond. Verder gaat de reis zuidwaarts waar na enig zoeken en checken in de Deep Sky Hunter de lokatie van NGC1023 duidelijk is. En het galaxy zelf ook. Met niet al te ingespannen perifeer kijken staat de kernfusiepoedersuikerellips duidelijk in beeld.

ngc1023

Een prima stadsgalaxy is dit. Nu ik toch in de buurt ben probeer ik buurman IC239 ook even, maar zoals verwacht is die te zwak voor een niet zo transparante stadshemel. Gelukkig staan er in deze contreien ook genoeg open clusters, die zich vaak ook prima lenen voor tuinsessies. Aan de andere kant van Perseus staat een flink exemplaar, NGC1582. Ik begin vanuit Capella en de “geiten”, de driehoek van sterren daarnaast. Het cluster laat vier heldere sterren zien met een wolk zwakkere exemplaren er in en omheen.

ngc1582

Verder oostwaarts duik ik Auriga in, waar open cluster NGC1857 pronkt omheen een ster van magnitude 5. Oh ja, van Collinder 62 kan ik geen chocola maken. Van NGC1857 des te meer: onder en boven wordt de lucida (de helderste ster) geflankeerd door een iets minder heldere ster respectievelijk sterrenpaar; daaromheen een wolk van speldenprikken.

ngc1857

Nog dieper baan ik me een weg in Auriga waar ik natuurlijk niet om het mooie kruisvormige cluster M38 heen kan, terwijl ik mijn bestemming NGC1907 bijna heb bereikt. Dat laatste cluster is klein en subtiel dus hier verschijnt de Barlow ten tonele om de vergroting op te schroeven naar 350x. Onder het toeziend oog van een helder sterrenpaar prijkt de sterrenhoop waarvan onder deze hemel klein dozijn sterren zichtbaar is.

ngc1907

Verandering van spijs doet eten. Dat moet de interieurinrichter van Auriga gedacht hebben toen Hij NGC1931 anderhalve graad ten zuidoosten van 1907 plaatste. Deze mix van reflectie- en emissienevel wordt ook wel de mini-Orionnevel genoemd. Onder een donkere hemel zal het object ongetwijfeld beter tot zijn recht komen, maar ook vanop de vlonder is de nevel goed te zien. Merkwaardig genoeg voegt een filter – UHC of OIII – hier niets aan toe. De nevel gaat dus puur natuur op het schetspapier.

ngc1931

Even naar het zuidwesten staat in de PSA NCG1893 aangegeven als open cluster en IC410 als nevel. De Deep Sky Hunter daarentegen laat alleen een flinke nevel zien maar geen cluster. Dan maar in het echt kijken, maar ik ontdek niets van een open cluster. Hmm, dat ga ik nog eens uitzoeken. De nevel zal hoe dan ook niet lukken vanuit de stad. Dat geldt ook voor Flaming Star Nebula IC405, ook daar kan ik geen spoor van vinden. Niet getreurd, zo houdt een mens nog iets over voor Breezanddijk.

Ondertussen is het al tegen elf uur en Orion staat al in zijn geheel boven de overburen. Helaas nog niet heel hoog en de Orionnevel schijnt door een boom. Toch mik ik mijn Dob op de nevelsliert en geniet van de mooie structuur. Aan het Trapezium te zien lijkt de seeing niet zo best want meer dan de vier helderste sterren haal ik er niet uit. Maar het begin van de winterpret is er.
Netjes op tijd begin ik op te ruimen. De telescoop gaat in de woonkamer want morgen wil ik weer en ik wil ook weer niet meer sjouwen dan nodig, in deze conditie. Als ik even in de buis kijk schrik ik; de spiegel is weer net zo vies als hij was voor ik hem schoonmaakte een twee maanden geleden; met precies hetzelfde insectenspoor. Bij de staart van de komeet, hoe kan dat nou?

 

Van bewolking vrijdag 25 november 2016

De volgende morgen kijk ik weer in de buis, en guess what: de spiegel is keurig schoon. Wie het snapt mag het zeggen. Zou de spiegel beslagen zijn toen ik de Dob binnen zette, precies in het patroon van een restant van het vuil dat ik heb verwijderd? Buiten staat een mooie maansikkel met Jupiter vlakbij in conjunctie, als een uitgerekte Turkse vlag. Een helder blauwe hemel belooft veel goeds voor de komende avond.

Wie belooft en niet wil doen, is gelijk een mager hoen, dat wel kakelt op zijn stok, maar geen ei legt in zijn hok. Aldus sprak mijn goede vader altijd wanneer hij zijn zoons het principe “een man een man, zijn woord zijn woord” wilde bijbrengen. Nu wij volwassen zijn heeft mijn vader zich vandaag waarschijnlijk tot die blauwe hemel gericht want ook ‘s avonds is het mooi helder. De transparantie is ook nu niet geweldig maar dat mag de pret niet drukken. Vanavond gaat opnieuw Auriga op de korrel, een sterrenbeeld waar toch een hoop valt te beleven. Ik begin met open cluster NGC1778, waarvan de kern bestaat uit een lange driehoek van helder sterren met daaromheen een niet heel erg definieerbare wolk zwakkere exemplaren. Als cluster niet spectaculair wat mij betreft maar toch kan ik het tafereel in het beeldveld wel waarderen.

ngc1778

Omdat Auriga zo vroeg op de avond nog vrij laag staat zoek ik het eerst even hogerop voordat ik me aan oostelijker objecten in de Voerman waag. Een vrij lange starhop vanuit δ Aur in de punt van de Voerman, die met het blote oog niet eens zichtbaar is, leidt omhoog naar Camelopardalis de giraffe. Via β Cam hop ik mij een weg naar α Cam, waar ik bij de rotonde driekwart ga om linksaf te slaan. Vlot bereik ik een sterrenpaar dat mooi naar galaxy NGC1961 wijst. Om een lang verhaal kort te maken: hoe ik ook probeer, ik kan het stelsel niet duidelijk waarnemen. Hoewel het stelsel wel zijn best lijkt te doen om zich een weg door mijn oculair te banen, gezien de gloed die ik af en toe meen op te merken, vind ik het niet overtuigend. Helaas moet ik me erbij neerleggen dat niet alles lukt. Nou ja, vanuit de stad dan.

Terug naar Auriga, die door de Stier alweer wat hoger aan de hemel is gevoerd. Hoog in de punt staat open cluster NGC2126, om een ster heen in de staart van een Sagitta-achtig asterisme ten noorden van Menkalinan. In het oculair is deze ster uiteraard als een dominante lucida te zien, als de gloeilamp in een vorm-boven-functie-assymmetrische-design-lampenkap-van-Jan-de-Bouvier. Kwestie van smaak, zal ik maar zeggen.

ngc2126

Als je bij Capella begint te rennen en een aanloop neemt om bij Menkalinan uit Auriga te springen, dan volgt uit de wetten van Newton dat je met een vlakke piesboog bij open cluster NGC2281 belandt. Daarbij bevinden we ons nog wel steeds royaal in de territoriale wateren van de man die de stier te eten geeft. Deze open sterrenhoop is wel een hele leuke, met een kern die een wybert, euh pardon, een lozenge vormt van drie heldere sterren en een wat waziger type. Met de omliggende sterren vind ik diezelfde kern wel wat hebben van een slang met uitgestoken tong. Met alle heldere veldsterren ook weer een leuke beeldvelddecoratie.

ngc2281

Zo. Even kijken wat nu. Ik laat mijn blik gaan over de zuidoostelijke hemel. Orion klimt al hoger, en natuurlijk springen de Pleiaden in het oog. Hmm, zal ik? Ja, weet je wat, laat ik eens gek doen. Ik ga gewoon de Pleiaden schetsen. Hoppetee, de Maxvision in de focuser en mikken maar. Welgemoed begin ik de helderste negen sterren op papier te zetten. Dan de iets minder heldere. Dan de, ehm, verdraaid wat zijn dat er veel. Nou ja, ik ben nu begonnen, nu maak ik het af ook. Gelukkig maar dat ik in de stad zit, dan komt zo’n schets tenminste af. Zo hep ellek nadeel weer se foordeel, als je niet over enige mate van geduld beschikt.
In de schets heb ik de sterren bewust niet blauwachtig gemaakt, want hoe goed ik ook kijk, die kleur kan ik met de beste wil van de wereld visueel niet ontwaren. Mijn kegelcellen zeggen wit.

m45

Inmiddels is het tegen tienen en mijn eega maakt zich op voor een nacht in de IC. Zelf ben ik flink afgekoeld en ga binnen even opwarmen. Toch maar mijn skibroek aan straks, mijn benen beginnen toch wel fris aan te voelen. Wat ga ik straks doen, als ik weer buiten ben? Die NGC1961 zit me toch niet lekker. Geheel tegen mijn gewoonte in ga ik op de laptop eens vooraf op Aladin kijken, om de locatie van het galaxy precies in het vizier te krijgen. Het voelt een beetje als vals spelen, maar soms helpt het met waarnemen als je weet waar je precies moet waarnemen.

Nadat mijn lief naar het LUMC is vertrokken en de jongens naar hun warme bed hijs ik mezelf in mijn skibroek om warm te blijven. En dat lukt heel goed, de rest van de avond. Ondertussen staat Auriga weer en heel stuk hoger, en de Voermanpuntster δ Aur is nu wel met het blote oog te zien. Dat geeft hoop. Via dezelfde starhop als eerder op de avond bereik ik de twee aanwijssterren bij NGC1961. The battle is on.
Om een lang verhaal kort te maken: ik trek nu alle register open. De 8 mm Planetary, de 10 mm Ortho en zelfs de goede oude 20 mm Plössl. Met 1.3x Barlow, 2.25x Barlow, met en zonder CLS-filter. Wanneer het ene oculair beslaat komt de volgende weer uit de jaszak. Zo gaat dat en half uur door, waarbij af en toe een gloed lijkt op te lichten op de juiste plaats. Het lijkt erop dat het stelsel zijn stinkende best doet om zich aan me te laten zien, dus voel ik de morele verplichting om alles uit de kast te trekken om de kostbare fotonen door de oculairs te sleuren.
Maar dan is het raak. Gewoon, met mijn deepskywerkpaard, de 8 mm Planetary (what’s in a name), wars van toeters en bellen. Ik zie de gloed, ik blijf hem zien, en waar de veldsterren gaan, daar gaat de gloed ook. Faint fuzzies zijn leuk.

ngc1961

De nacht vordert en de winterhemel is al zover opgetuigd dat ook Gemini op deftige hoogte staat. In dat sterrenbeeld ga ik op zoek naar mijn laatste object vanavond, open cluster NGC2129. Deze staat vlakbij M35 en zijn kleine verre buur NGC2158, die ik dan ook eerst aandoe. M35 is natuurlijk niet te missen en is ook altijd de moeite waard. Achterbuurman NGC2158 is wel wat heftiger, zeker vanuit de stad. Maar eens ik hem tussen zijn veldsterren heb gelokaliseerd met behulp van de atlas, zie ik op 156x toch een duidelijke gloed, die zich op 350x enigszins laat oplossen. Dat kan dan toch maar mooi vanuit de achtertuin.
Dan NGC2129. Twee gelijke lucidas maken een lange scheve driehoek met een iets subtielere zuster en vormen zo de kern van een cluster van een slordig dozijn.

ngc2129

Daarmee sluit ik weer een mooi hoofdstuk af in de ontdekkingstocht door de winterhemel. Maar niet voordat ik de Orionnevel nog even met een bezoek vereer. Terwijl ik omhoog kijk blijkt Orion inmiddels helaas achter de knotwilg te staan. Een heldere meteoor schiet van Elnath in Taurus naar Alhena in Gemini; het is 0:30 uur. Altijd leuk, zo’n onverwacht vuurwerk.
Gelukkig is Orion zo hoog gestegen dat hij wel bereikbaar is mits ik de Dob naar de andere kant van de vlonder duw. Dat levert geen problemen op en de sierlijke nevelsliert prijkt in het beeldveld van de Maxvision. Het Trapezium oogt een stuk rustiger dan gisteren dus ik zet de 8 mm Planetary erin. Zo te zien is de seeing een stuk beter dan de avond ervoor want deze keer is het volledige Trapeziumzestal duidelijk te zien, omgeven door de mysterieuze nevel. Een mooie afsluiting van een mooie avond. Sterker nog, twee mooie avonden.

Ik heb alweer zin in de volgende koude heldere winteravond.