De kroonluchters van de Marekerk doen me denken aan open clusters. En de grote aan bolhopen. Het is de eerste keer dat ik dit gebouw in het centrum van Leiden van binnen zie. Hoewel ik niets heb met klassiek, heb ik me toch laten meenemen door mijn lief, gewoon om het eens mee te maken. Afgelopen voorjaar de Matthäus Passion van Bach, deze keer de Messiah van Händel.
De akoestiek van de Marekerk is nog niet slecht. Nadat we ons in de pauze de glühwein goed hebben laten smaken blader ik eens door het programmaboek. Het blijkt dat Georg Fiedrich Händel op jonge leeftijd naar Engeland emigreerde en in Londen verder door het leven ging als George Frideric Handel. Aha, dat verklaart dus waarom de Messiah in het Engels wordt gezongen, en daarmee voor mij een stuk toegankelijker is dan de Duitstalige Matthäus Passion.

Maar wacht eens, waar herken ik dat van? Een Duitse musicus die verhuist naar Engeland? Ja natuurlijk, in de hoedanigheid van musicus is ook Friedrich Wilhelm Herschel naar Engeland vertrokken, enkele jaren voor de dood van Handel, en verder gegaan als Frederick William. Ze zouden elkaar in theorie dus nog in Londen ontmoet kunnen hebben. Zoals bekend ontwikkelde William naast de muziek nog een andere liefhebberij, namelijk het doorvorsen van het firmament, waaraan wij de ontdekking van honderden deepsky-objecten te danken hebben. En als amateurastronomen de Herschel 400 en nog uitdagender lijsten, als inspiratie voor onze waarnemingen.

Ruim een week na het concert van Handel trekt het weer eens mooi open. Al vroeg in de avond zet ik mijn spullen buiten, waarbij ik er achter kom dat je de telescoopbuis niet even in de woonkamer moet laten liggen, ook geen vijf minuten. Gelukkig biedt de föhn snel uitkomst bij het ontnuchteren van de benevelde hoofdspiegel.
Als eerste mik ik op de Pleiaden die al mooi hoog aan de hemel staan. Altijd een machtig gezicht in het widefield-oculair, waar de zeven zussen precies in passen met al hun bruidsmeisjes. Blijkbaar bevat M45 ook rode sterren, want na een tip van Reflector ben ik daar eens op gaan letten, Tussen Alcyone en Maia, iets in de richting van Electra, staat een dubbelster die in mijn idee blauw-rood is. De rode staat dan aan de kant van Maia. Aladin toont deze beide als blauw maar sommige astrofoto’s op internet bevestigen de rode ster. Even google levert op dat het cluster inderdaad sterren bevat met een spectrale klasse die afwijkt van de dominante A’s en B’s; onder de 21 helderste Pleiaden bevinden zich twee sterren met spectraalklasse K. Two Kisses with two shades of red. Mooi, weer wat geleerd.

Terug naar William. Op mijn menu staan twee objecten van de Herschel 400 in Eridanus, waarvan één bij voorbaat kansloos is vanuit de stad. Maar Eridanus ligt nu nog achter de bomen en de rookpluim van de plaatselijke energiecentrale dus eerst mik ik nog even op een wat hoogstaander object. Van Cloudbuster kreeg ik de tip om planetaire nevel NGC1514 te bekijken, die zou goed moeten kunnen. Volgens hem is het ook nog een HII. Nu ben ik helaas niet in het bezit van zo’n filter, maar met een OIII blijkt het ook prima te kunnen. NGC1514 ligt niet ver van de Pleiaden en na een korte starhop vanuit ζ Persei heb ik al snel het asterisme in beeld waar de planetaire nevel zou moeten staan. Sterker nog, al snel blijkt dat één van de leden van het asterisme de centrale ster van de nevel moet zijn. Dit is meer centrale ster dan nevel; op het eerste gezicht zie ik niet veel maar het OIII-filter helpt om vrij snel toch een duidelijke, grote ronde halo om de ster te zien.

In widefield zie ik hem niet maar toch wil ik deze eens proberen bij iets lagere vergroting, dus met widefield plus Barlow. dit levert eigenlijk een nog aardiger beeld op, dat ik dan ook maar meteen op papier kledder. Zo komt het omliggende asterisme ook beter uit.

Ondertussen beginnen mijn oculairs flink te beslaan en neem ik mijn toevlucht weer tot body powered dauwbestrijding. Toch frappant hoe H-filters en O-filters sommige objecten beter zichtbaar maken, terwijl de combinatie echt niet werkt. H2O blijkt funest.
Nadat de oculairs zijn ontdaan van ongewenst water kijk ik eens hoe Eridanus ervoor staat. Hoewel Rigel nog achter een boom staat kan ik met de zoeker de loop van de rivier vanaf de bron Cursa goed volgen tot en met Zaurak. Dan zit je dus wel echt laag boven de binnenstad en NGC1407 zit daar nog een stuk onder. Het mag dus duidelijk zijn dat deze poging vruchteloos blijft. NGC1407 laat zich niet zien en zelfs de omliggende veldsterren steken bleek af tegen de witgrauwe hemelachtergrond. Tja, waarom doe ik dat dan ook? Om de eenvoudige reden dat dit soort pogingen hun vrucht afwerpen bij de volgende keer onder een donkere hemel. Dan zet je zo’n object zo in beeld, en kun je de kostbare waarneemtijd steken in waarnemen. Starhoppen doe je maar thuis 😉

Terug gaat de reis stroomopwaarts richting Beid en Keid maar ik kan het toch niet laten om even te kijken op de plek waar planetaire nevel NGC1535 zou moeten staan. Je bent onverbeterlijk of je bent het niet. Maar de planetaire nevel blijkt van het soort te zijn dat dwars door stadslicht heen prikt. Cleopatra’s Eye is niet te missen. Dit is wel de tegenpool van de eerder bekeken NGC1514, een felle nevel; de centrale ster gaat verloren in de heldere gloed.

Het is alweer tegen tienen en Orion is weer een stuk gestegen. Mijn vrouw komt even naar buiten en begint over rode wijn en Franse kaas. Hmmm, gezelligheid en een warme woonkamer op één meter afstand, dat is dan weer het nadeel van een thuissessie 😉 Nog even, ik ga een poging wagen om een reflectienevel te grazen te nemen, NGC1788. Deze staat in bekend terrein, vlak boven de oorsprong Cursa van Eridanus. Het vinden is dan ook geen probleem, het zien wel. Het asterisme klopt, maar ik zie geen nevel. Of toch wel? Na wat experimenteren met filters denk ik met OIII soms een hele vage gloed te zien ongeveer in het midden van het asterisme dat me aan een neergestorte vlieger doet denken. Maar ik vind het niet overtuigend; misschien gezien is niet gezien.

Als afsluiter geniet ik nog even van de Orionnevel. Het trapezium laat vanavond niet meer dan vier sterren zien. Meestal zie ik ze met gemak alle zes dus de seeing zal niet best zijn. Never mind, het wordt toch tijd om het kijkglas te verruilen voor het wijnglas.
Eenmaal binnen kom ik, met vrouw en de twee oudste zoons die nog op zijn, nog even helemaal in kerstsfeer met het laatste kwartier van de klassieker Love Actually. Terwijl Jamie zijn Aurelia in de armen sluit en de Prime Minister zijn Nathalie kijk ik, genietend van een goed glas, terug op een korte maar geslaagde avond.