Donderdagmiddag, half vijf. Eigenlijk had ik nu in de auto willen zitten op weg naar het Dijkgatsbos, voor een lekkere lange avond waarnemen. In werkelijk zit ik nog de lades in elkaar te schroeven van de nieuwe Stuva-hoogslaper-bureaucombinatie van jongste zoon Brendan, die het net als broer Sean ‘s nachts hogerop zoekt. Helaas, de weersverwachting die zo mooi leek zit er faliekant naast en zo gaat een mooie waarneemsessie de mist in. Er zit niets anders op dan vanavond te teren op de vorige heldere avond. Toen zat het weer wel mee maar het werkrooster van de IC van het LUMC dan weer niet. Daarom de avond van tweede kerstdag een thuissessie.

Net als mijn zoons zoek ik het vanavond hogerop. Hoog bij het zenith, in Camelopardalis de Giraffe, ga ik op zoek naar IC342. In dit gebied dat geen heldere sterren bevat is het altijd even zoeken; ik werk mezelf vanuit Auriga omhoog maar de locatie van het stelsel is uiteindelijk redelijk snel te vinden. En ik ben aangenaam verrast als ik het ding nog kan zien ook, vanop mijn stadstuin. Meer dan de heldere kern is het natuurlijk niet maar toch zie ik een puntvormige kern (of voorgrondster?) met een duidelijke halo. Daarom heet de IC in het Engels dus ook ICU.

Vlakbij, en ook op mijn menu, staat Tr (Trumpler) 3. Het blijkt een heel aardig object met vijf heldere sterren in de vorm van een omgekeerde vlieger, of zuiderkruis, vergezeld van een hele rits zwakkere sterren. Zeker de moeite waard.

Terwijl ik nog aan het starhoppen ben naar Tr 3 verschijnt in SkySafari een planetaire nevel in beeld. Het blijkt te gaan om alweer een IC, ditmaal getooid met het beeldschone nummer 289. Natuurlijk zou het mijn eer te na zijn om deze dan ook niet even analoog in beeld te zetten. Dit is een listige rakker en ik moet echt even ingespannen turen, maar zowel het UHC- als het OIII-filter weten het bescheiden sterresidu vanachter de coulissen te lokken. Wel blijkt het vrij lastig om de positie van de nevel ten opzichte van de twee zwakker veldsterren te bepalen – en om die twee sowieso te zien. Daarvoor met het filter er dus weer even af, en na wat kras- en correctiewerk op de veldschets heb ik het beeld uiteindelijk compleet.

Zo arm het grensgebied van Camelopardalis en Cassiopeia is aan heldere sterren, zo rijk blijkt het aan interessante deepsky-objecten. Mijn roodlichtende zwerkvorsapp vestigt mijn aandacht op open cluster Stock 23, dus ook deze wordt vereerd met een bezoek. De moeite waard, zo blijkt, dit is een heel leuk cluster bestaande uit een helder trapezium met een staart. Het doet me denken aan een pijlstaartrog. De “aanhechting” van de staart bestaat uit een fraaie dubbel.

Inmiddels staat Eridanus in het zuiden dus ik doe een tweede poging op NGC1407, ook deze avond weer zonder succes. Te laag, te veel licht, te zwak object. Maar dat zat er in, natuurlijk. Verdraaid, daarvoor wilde ik vanavond dus naar het Dijkgatsbos. Onder anderen. Maar niet getreurd, NGC1407 loopt niet weg. Volgende keer beter.

Wat wel lukt deze avond is een andere zeperd van de vorige keer, reflectienevel NGC1788 in Orion. Nu ben ik geen liefhebber van het gebruik van filters. Vroeger had ik mijn Gauloises ook het liefst zonder. Maar net als bij IC289 zorgen ze er wel mooi voor dat de reflectienevel zichtbaar wordt. Vreemd genoeg klaren zowel CLS en OIII de klus, terwijl UHC het hier laat afweten. Het kan verkeren. In elk geval zie ik de gloed nu duidelijk en herhaaldelijk op dezelfde plek verschijnen. Dat wil zeggen, het meest heldere deel, want NGC1788 is in werkelijkheid een stuk groter dan ik hem gezien heb. Maar ditmaal heb ik wel tot de essentie kunnen doordringen.

Zo, genoeg kuitenbijterij. Nu wat makkelijkers, een open cluster. NGC2186 in Orion. En ik vind hem stom. Tenminste, in eerste instantie. Maar bij nadere beschouwing blijkt er toch wat meer in te zitten dan op het eerste gezicht lijkt. Tussen en rondom de twee helderste sterren is perifeer te zien dat er veel meer hele zwakke sterren rondzwermen; helaas zijn de meesten te zwak om goed te lokaliseren. Op de schets heb ik deze dus weggelaten. Aan het Trapezium in M42 is te zien dat de seeing niet best is. Misschien dat een andere keer, bij betere seeing, NGC2186 ook beter uit de verf komt.

En dan vind ik het mooi geweest voor vanavond, de gezelligheid doet haar intrede. De volgende avond, dinsdag 27, ziet er veelbelovend uit maar al snel verschijnen er steeds meer voortjagende wolkenflarden. Ik heb net de kans om een poging te wagen op IC10 in Cassiopeia, maar het is niet overtuigend. Wel bekijk ik nog even een tweede keer NGC2186 en kan ik bovenstaande schets net nog even aanscherpen. Maar dan trekt het echt dicht en is het gedaan met de waarneempret. Naar binnen, naar de warmte. Al met al kan ik terugkijken op een mooie thuissessie.