Verhip, het is helder. Ja, ik weet het. De maan staat aan de hemel. En toch ga ik waarnemen. Waarom? Omdat de maan best leuk is om waar te nemen. En dan is het best handig dat de maan aan de hemel staat.
Moet ik wel opschieten als ik mijn spullen aan de oostkant opstel want de maan nadert de dakrand. Maar ik heb nog even. Hij is mooi. Echt mooi. In Mare Imbrium maakt een berg een lange slagschadum. Donkere kraters met elk fel een verlichte bergtop in het midden. Een hele rits scherp afgetekende kraters langs de terminator. Mooie randen in de lavavlaktes. Zonder me nu druk te maken over de namen van al dat moois laat ik het tafereel op me inwerken. De maan, best de moeite waard.

Na zo’n kwartier te hebben getuurd naar onze schijnstaltige buurvrouw op 52x en 156x, neem ik mijn oog van het oculair en valt me op dat ik met dat oog opeens een veel donkerder beeld heb dan met het andere. Alsof ik door een zonnebril kijk. Oh ja, de maan is best fel door een telescoop. De vorige keer loste ik dat op met mijn zonnebril. Voortaan toch maar mijn zonnebril opzetten als ik naar de maan kijk zodat ik na het kijken naar de maan niet als door een zonnebril kijk.

Eens mijn nachtzicht is hersteld mik ik op de Hyaden, een van de Objecten van de Maand. Ik beperkt me hierbij tot de zoeker, waar de dichtstbijzijnde open sterrenhoop precies in past. Daarbij vallen me een aantal mooie geel-oranje sterren op: natuurlijk de lucida Aldebaran – die overigens niet tot het cluster behoort – , van de twee wijde sterparen elk één echtelied en de ster die de punt van de V vormt. Mooi!
Ook de Pleiaden sla ik niet over; mooi passen de sterrenmeisjes met de blauwe jurken in een beeldveld. Ook hier geniet ik weer even van het rossig-witblauwe echtpaar tussen Alcyone en Maia.

Na een korte starhopoefening op NGC1407 in Eridanus, om het niet af te leren, wip ik nog even langs bij open cluster NGC2186, die ik toch echt een keer vanop een donkere lokatie ga bekijken. Van hieruit geraak ik snel bij buurman NGC2194, voor mij een aangename kennismaking met een nieuw open cluster in Orion. In tegenstelling tot de kleine 2186 is deze 2194 een fors exemplaar, dat ondanks de stadshemel toch redelijk wat sterren laat zien.

Hetzelfde geldt voor open cluster NGC2420 in Gemini. Toen ik enige tijd geleden het boek Turn Left at Orion weer eens opensloeg, vond ik daar mijn uitgeprinte Bambi-lijst van twee jaar geleden. Het bleek dat ik nog een object miste, en wel deze open tweelingsterrenhoop. Inmiddels blijkt Bambi groot geworden want ik vind hem nog redelijk pittig voor een beginner. Maar ongetwijfeld komt dit object onder een donkere hemel beter uit de verf. Onder deze omstandigheden vind ik het cluster vergelijkbaar met NGC2194: een flinke jongen waarvan een redelijk aantal onderdanen zich door de Leidse lichtlawine weet te laveren.

Vanavond is het serieus koud en ik heb dan ook mijn handige wanten met omklapbare toppen aan. Vanwege de vele oculairwissels zijn die toppen de hele tijd omgeklapt en begin ik best koude fikken te krijgen. Gelukkig is de warme huiskamer op struikelafstand, het voordeel van een thuissessie.

Terug buiten probeer ik een object waar ik niet veel succes mee verwacht: reflectienevel NGC2185 in Monoceros. Na enige tijd zoeken en starhoppen bereik ik de plaats aan het firmament die SkySafari aanwijst voor de nevel. En warempel, ik zie iets… nee, het is een ster. Is het? Zonder filter ziet het er uit als een ster. Het CLS-filter maakt de ster pluizig; UHC maakt er een perifeer oplichtende vlek van en OIII eet hem finaal op. De schets is een contamisamentrekking van het beeld van respectievelijk het lucht-, CLS- en UHC-filter.

Bij controle achteraf of het hem wel echt is ontstaat enige verwarring, maar daarover heb ik het hier al gehad. Bij navraag op het astroforum blijkt dat NGC2185 uit meerdere delen bestaat. Het deel dat ik heb gezien is het helderste, meest noordoostelijke deel van NGC2185. Mooi, deze neming is echt waar.

Het behoeft geen betoog dat mijn vingers na al het geschroef van filters in oculairs inmiddels polaire temperaturen hebben aangenomen en hetzelfde geldt voor de onderdanen in het uiterste lichaamszuiden. De hete douche na afloop van deze korte maar mooie avond is dan ook een aangename wellnesservaring.