“Vera! Niet zo snel, ik hou het niet bij!”
“Ja zeg, even doorlopen Boudewijn, straks vinden ze ons nog”
“Phoeh, m’n conditie is niet meer wat hij geweest is, na zoveel jaar in een spiegelcel”
“Stel je niet aan, nog even volhouden en we zijn ver genoeg dat ze ons nooit meer kunnen vinden”
“Hijg, hijg”
“Zo, hier is een flinke graspol, hier zijn we safe. Zeg Bout, zie jij dat ook? Het is kraakhelder”
“Hijg… ja Veer, waarom denk je anders dat we hier zijn gekomen, duh”
“Maar nu zien we het zelf ook eens. Eindelijk, het enige dat wij al die jaren hebben gezien is kattenharen. Kijk, dat moet M31 zijn”
“En daar is M42. Maar toch vind ik het zielig voor dat meisie. En we hebben niet eens fatsoenlijk afscheid kunnen nemen van Radboud en Veerle, en van Baldwin en Guinevere”
“Niet zo fijngevoelig, collimatieboutje van me. Dat meisie staat naast een iemand met een 40 cm Dobson. En je weet van de plannen van Radboud en Veerle voor het Dijkgatsbos en van Baldwin en Guinevere voor Breezanddijk. Als het vanavond helder was geweest in het Noorden waren zij ons voor geweest. En kijk eens, daar staat Eridanus, precies in het zuiden. Moet je eens hier kijken, kijk, kijk dan!”
“Jeetjemina, doe effe rustig, overactieve springveer!”

Maar Vera is niet meer te stuiten. Terwijl ze tegen een grasspriet ademt vormt zich een kleine, kogelronde druppel ontdooid water aan de top van de spriet. “Kijk hier eens door, schattebout”
Boudewijn kijkt en kijkt. “Ik zie helemaal niks, er heeft net nog een of andere malloot met een zaklamp in mijn snuit staan sch… oh wacht, verhip, ik zie hem. Sterker nog, ik zie er twee. Da’s een beste widefieldwaterdruppel die je daar hebt geblazen, Veer.”

Plotseling wordt het tweetal opgeschrikt door een vreselijk geluid. “Beeeeeeh!”
“Iiiiiiikks!”, gilt Vera, terwijl ze in Bout’s armen springt.
“Vera! Dat is een schaap. We zijn hier in een weiland in Flevoland. Dat is normaal. En mag ik je nu weer neerzetten?”
“Oh ja, je rug, sorry”
“Met mijn rug is niets mis en jij bent zo licht als een veertje”
“Sorry hoor Bout, ik moet even wennen hier”
“Ja lieverd, het leven in de natuur is anders dan in een comfortabele rockerbox in een warme flat. We zullen ons moeten aanpassen. Straks bij jij een ganzenveer en ik een lamsbout”.

Inmiddels is Boudewijn op adem gekomen en gebruikt deze om een andere grasspriet van een waterdruppel te voorzien. Ditmaal een wat kleiner exemplaar dan de vorige van Vera. “Niet alleen in de wei zullen we aan beesten moeten wennen, maar ook aan de hemel boven ons” instrueert Boudewijn zijn vriendin. “Een schaap heb je daar ook, een mannetje in dat  geval, maar ook een haas. En volgens mij is die haas ook een mannetje, als ik dat zo zie”.

“Tsjonge zeg, wat een mannenwereld, die astronomie, al die beesten zijn mannetjes”.
“Welnee, wacht maar tot het lente wordt. De Maagd is echt een vrouwtjesdier. Tenminste, ze staat in de Dierenriem toch?”
“Ja, net als de Weegschaal. Allemensen, wat een beestenboel daarboven. Maarre, kunnen we effe on topic blijven, Bout? Kijk hier eens. Maar je moet wel h-e-e-l goed kijken”
“Nou Veer, ik ziet heulemaal nakkes. Rien de nada de niente de … wacht eens, I see something.”
“Haha, een 10 voor Bout. Wat zie je?”
“Volgens mij zie ik de kern van een galaxy:
“Haha, erin getrapt! De kern die je ziet is een voorgrondster. Heel vernoeucqueratief bij IC10. Ja, je pikt nog eens wat op in de spiegelcel van de telescoop van een astrowiki. Maar zie je ook de gloed eromheen? Goed perifeer kijken, Bout”
“Jaja, periveertje van me. Ik denk van wel maar misschien is het verbeel… He joh! Zit niet tegen die spriet te douwen!”
“En zie je hem nu, als hij een beetje beweegt?”
“Oh, euh, ja verhip, ik zie hem…”


“Zeg Veer, ik begin wel een beetje trek te krijgen ondertussen”
“Mooi, tijd voor een smakelijke Herschelhap. Kijk hier maar eens, een mooi open cluster in de Grote Hond”
“Eeh, ik zie wel een paar voorgrondsterren, en verder niks. Slappe hap hoor. Oh wacht, een hele vage gloed in het midden. Maar ik denk dat Baldwin en Guinevere er meer van gaan zien op de Afsluitdijk”.
“Ja, dat wel. Maar die zilte lucht daar, brrr, zij liever dan ik. Het roest loopt al over mijn rugspiralen”.


“By the way heb je nog wat anders dan al die flauwe vage objecten? Ik ben het effe zat, ik ga eens ergens anders kijken bij Fikkie. Kijk eens hier, dit ziet er veel aardiger uit. Veer, kun jij even verifiëren welk object dit is?”
“Verhip, Bout, je hebt Thor’s Helmet te pakken. Cool.”
“Haha, maar dan is Thor eenhoorn geworden, ik zie maar één uitsteeksel. Sorry hoor Veer, maar ik vind het eerder een badeend met een overontwikkelde kop”
“Ja, dat klopt, NGC2359 wordt ook wel The Duck Nebula genoemd”

“Ah, dat verklaart een hoop, Veripedia. Maar à propos, ik begin nu toch wel een bevroren schroefdraad te krijgen. Kijk, daar is een konijnenhol.”
“Nog even van de sterrenhemel genieten hoor, knapperd. Nu kan het eindelijk. Kijk, daar heb je Melotte 111 al. En straks komt M3 eraan. En M5. En…”