Dinsdagavond 21 maart 2017

Helder en duidelijk staat het stelsel in beeld. Toch nog gelukt, terwijl ik een kwartier geleden nog op het punt stond mijn boel op te ruimen toen een dik sluierpakket zelfs de Grote Beer aan het zicht onttrok. Gelukkig heeft een straffe bries uit het noordwesten het tij weten te keren, dus ik maak me er niet druk om dat ik mijn dauwkap niet kan gebruiken en dus best veel last heb van invallend omgevingslicht. Diezelfde bries verraadt ook dat er ergens in noordwestelijke richting van mij uit gezien stevig wordt geblowd, getuige de penetrante cannabislucht die mijn achtertuin vult.

Het voordeel van een tuinsessie is dat je je waarneming meteen even kunt checken, dus ik zoek NGC2782 even op in Aladin om te checken of ik werkelijk een waarneming heb gedaan of dat ik inmiddels stoned genoeg ben om galaxies te zien waar ze niet zijn. Maar gelukkig, computer says yes.

Een half uur eerder zag het er zoals gezegd, dreigend uit en omdat ik er rekening mee houd dat deze sessie tot een voortijdig einde komt, neem ik dan maar even een leuke dubbelster te grazen die ik in de IDSA (een sterrenatlas, red.) tegenkwam in de buurt van NGC2782. Σ1369 is een mooi paar dat ook nog eens vlakbij een derde ster staat en daarmee dus een mooi drietal vormt. Al wordt het vanavond niets meer, deze heb ik mooi door de sluier meegenomen.

Maar gelukkig klaart de hemel verder op. De sluierdeken trekt zich terug in zuidoostelijke richting en inmiddels is de Grote Beer weer helemaal in beeld. De transparantie is nog steeds niet om over naar huis te appen en ik heb dan ook nogal moeite om de Talitha’s te vinden, de klauw aan de voorpoot van de Beer. Normaal is dit damesduo met het blote oog te vinden maar nu kost het me enig geometrische hersengymnastiek vanuit Megrez en Merak om de starhopstartdames in de zoeker te sluiten. Eens het kosmisch duo in beeld staat is de starhop naar NGC2841 niet moeilijk meer, en ook de matige transparantie is niet in staat om de sterspiraal te verhullen. Het galaxy is voorzien van een vrij felle kern, omhuld door een halo waarvan de werkelijke grootte moeilijk vast te stellen is, zoals het een zichzelf respecterend stelsel betaamt.

De andere kant op vanaf de Talitha’s, volg ik met de zoeker de meanderende sterren van Lynx in zuidelijke richting tot ik bij α aankom, de punt van de staart van de haaroorkat. Op minder dan één graad van deze heldere ster staat NGC2859, maar deze staat net over de grens met het sterrenbeeld Leo Minor, de kleine Leeuw. Voor mij is dit nog onbekend gebied, dus ik pak de verrekijker erbij om dit sterrenbeeld eens in me op te nemen. Recht onder de Tania’s van de Grote Beer is een wybert van vier sterren te zien. Dat is hem dus, zo ontdek je steeds wat nieuws.
Vanuit α Lyn is NGC2859 snel gevonden en het stelsel lijkt rond met een heldere kern.

Omdat ik in de stad ben en de omstandigheden niet optimaal zijn besluit ik het bij ongecompliceerd Herschelhappen te houden.De ervaring leert dat zelfs de galaxies van deze lijst hier meestal goed te zien zijn, zolang ze maar hoog genoeg staan. Een declinatie van pak hem beet +20 is dan wel een vereiste, dus in deze tijd van het jaar vanaf Leo en hoger. De Herschel 400 bevat voor dit seizoen bijna alleen maar galaxies, maar gelukkig is het aanbod in het goede deel van de hemel royaal. Maar verhip, nu blijkt zelfs Alphard (α Hyd) enigszins waterig door de sluier te prikken, en Rem zou Rem niet zijn als hij niet stronteigenwijs de grenzen van het mogelijk zou opzoeken. Dus zwiep ik naar Alphard om vandaar een poging te doen op een vrij lage H400-hap in de vorm van NGC2811. De starhop verloopt met horten en stoten want de veldsterren zijn op een gegeven moment te zwak voor de zoeker. Maar ook met het widefieldoculair is de locatie van het galaxy te vinden. Het blijkt dat ik de grenzen van het mogelijke heb bereikt; het stelsel blijft verborgen.

Terug omhoog, de andere kant uit vanaf Alphard is NGC2974 te vinden, en dat lukt goed. Het stelsel bevindt zich net over de grens met Sextans, alweer een sterrenbeeld dat voor mij onbekend terrein is. Sterker nog, ik heb een tijd gedacht dat Sextans diep in het zuidelijk halfrond staat, waar zich wel meer sterrenbeelden bevinden die vernoemd zijn naar instrumenten die in die tijd zijn uitgevonden. Telescopium, Microscopium, Pyxis het kompas, in mijn beleving paste een sextant wel in die rij. In werkelijkheid staat Sextans aan de evenaar, tussen Leo en Hydra. Hoog genoeg in elk geval om zijn galaxies prijs te geven aan de sluierige Leidse stadshemel. NGC2974, die zowel door Skysafari als Aladin vreemd genoeg synoniem wordt gesteld met NGC2652, staat vlak naast een heldere veldster, een wat komeetachtig gezicht. Leuk!

Even verderop in Sextans vind ik NGC3115, die zijn bijnaam “Spindle Galaxy” deelt met NGC5866 in Draco. Ook hier weer een heldere kern voor het langwerpige stelsel, en een duidelijke halo. Een mooi object om te zien.

Als besluit van deze avond besluit ik nog een poging te doen op object van de maand komeet 41P Tuttle-Giacobini-Kresak, die ik eerder deze maand in het Dijkgatsbos heb gezien. Vanavond blijkt de komeet bij de ster Merak in de Grote Beer te staan, vlakbij surfplankgalaxy M108 en uilebalnevel M97. Met enige goede wil is het drietal in één widefield-beeldveld te zien. Vooral M108 is lastig maar niet onmogelijk, en M97 toont zijn ware grootte en helderheid met behulp van het OIII-filter. De komeet is met enige moeite te zien en lijkt op een zwak rond stelsel of een zwakke bolhoop.

Ondertussen is de heldere stip in het zuidoosten niet meer te negeren. Jupiter steelt de show in het oculair met zijn sierlijke banden, waar ondanks te matige seeing nog aardig detail in zichtbaar is. Geen rode vlek, wel wat wervelende stormwolken. Lang niet gek allemaal voor een tuinsessie die eerder in het water dreigde te vallen door de bewolking. Inmiddels is ook de cannabiswolk opgetrokken dus het zou zomaar kunnen dat ik de bovengenoemde objecten nog echt gezien heb ook.