Grandpré, 21 – 24 april 2017

Slingerend meandert de weg door de golvende gele koolzaadvelden. De afwisselend loodgrijze, melkwitte en staalblauwe hemel werpt een steeds variërende lichtval op het Noord-Franse landschap. Het uitzicht, in combinatie met de cadans van het terugschakelen, insturen en weer gasgeven heeft een bijna therapeutisch rustgevend effect. Het is nog maar dertig kilometer naar Grandpré. De reis is snel gegaan. Dankzij het inspirerende gezelschap van mijn reisgenote zijn zelfs de files bij Antwerpen en Brussel bijna ongemerkt aan me voorbijgegaan.

De cadans wordt onderbroken door een bijna nog rustgevender tafereel: een kudde koeien steekt de weg over. De Franse boer zwaait vriendelijk en gebaart naar ons om vooral een foto te schieten, en die gelegenheid laat Esther dan ook niet voorbijgaan. Het vakantiegevoel is compleet.

Vrijdag 21 april 2017

Aangekomen bij de gîte, het vakantiehuis, worden we verwelkomd door Tom(C) en maken we kennis met de rest van de groep, waarvan de meesten al de vorige avond zijn aangekomen. Onze eigen Jan was er zelfs als eerste. Met de komst van Petra iets later op de avond zijn we op volle oorlogssterkte.

Die laatste omschrijving is denk ik niet overdreven, gezien de uitstekende kok die we in de groep hebben in de vorm van David, en de begenadigde weerman Alexis.
Zoals verwacht is het die avond bewolkt. En eigenlijk vind ik dat wel best, want even op adem komen en chillen die eerste avond is helemaal niet verkeerd. De volgende twee nachten worden volgens Alexis namelijk kraakhelder en zoals zal blijken is die voorspelling helemaal juist. Deze avond houdt Tom een uiterst leerzame voordracht over de werking en toepassing van deepskyfilters.

 

Zaterdag 22 april 2017

Een stevige wandeling voert een groot deel van ons langs de mooie omgeving van Grandpré.

‘s Middags probeer ik wat uren slaap in te halen waarna David opnieuw een voortreffelijke maaltijd op tafel zet.

Die avond blijft de bewolking lang hangen, maar eens de astronomische duisternis is ingetreden blijkt door voorspelling van Alexis juist. Het is kraakhelder, en pikdonker. De fotografen staan beneden op het grasveld, de meeste visuele waarnemers hebben hun geschut opgesteld op het kersverse waarneemplateau met goed uitzicht op het zuiden. En dat is dan ook de plek waar ik als eerste heen wil, om de meest zuidelijke Herschel 400 te pakken. Nu heb ik niet de intentie om die lijst te “doen”, want ik ben niet van de lijsten, maar als inspiratiebron voor een waarneemlijst zijn ze soms wel handig. En daarom staat nu NGC3621 op het programma. Gewoon omdat het kan. Maar ik moet nog even wachten want hij staat nog achter de bomen. Daarom eerst helemaal omhoog, naar NGC2146 in Camelopardalis, waar Tom pas een fraaie schets van heeft gemaakt. De gebogen vorm zie ik er niet in, ik zie een recht edge-on galaxy. Ondertussen is de plek van NGC3621 achter de boom vandaan gekropen en een vlotte starhop brengt me bij het langwerpige stelsel met de bijnaam Frame Galaxy, vanwege de vier veldsterren waar het object tussen staat. Veel is er verder niet aan te zien, maar het blijft een leuke vangst omdat dit vanuit Nederland waarschijnlijk never niet gaat lukken. Datzelfde geldt helemaal voor planetaire nevel K1-22, bijgenaamd de Southern Own Nebula, waar Tom het pas over had. Ondanks zijn extreem lage stand van -34° declinatie weet ik de locatie van de nevel te vinden; het object zelf blijft echter aan mijn zicht onttrokken. Niet erg, ik ben al heel tevreden met NGC3621.

Dat is dan ook gelijk wat mij betreft even het laatste zuidelijke object want ik wil deze prachtige donkere hemel juist ook benutten voor het bekijken van hoger gelegen showpieces. Zoals bijvoorbeeld M51. Tevens is dit voor mij de ultieme test of ik werkelijk geen detail in galaxies kan zien, een beetje mijn frustratie van waarneemsessies in Nederland. Maar ook onder deze hemel met SQM 21 komma veel, zie ik na een tijd ingespannen turen niet meer dan een soort concentrische cirkels. Ik kan nu dus definitief de conclusie trekken dat het waarnemen van detail, met name in face-on galaxies, mij niet is gegeven. Het ligt niet aan de kwaliteit van de hemel maar aan mij.
Daarom niet getreurd, gelukkig is het aanbod van deepsky-objecten zo gevarieerd dat er voor elk wat wils is, en zelfs binnen het genre van galaxies zijn er ook nog de edge-on exemplaren. Die laatste kunnen me wel degelijk bekoren. En ook het detecteren van zwakke galaxies is een spel waar ik vaak plezier aan beleef.

Speaking of which, ik ga eens lekker rondstruinen in Markarian’s Chain. Heerlijk galaxyhoppen. Langs en onder de boog van M84 tot aan NGC4459 amuseer ik me met het opsporen van grote en kleine stelsels, rond en ovaal, teveel om op te noemen. Ook aan de andere kant van de ketting, rond M87, valt een hoop te zien en te beleven. Vanaf Virgo richt ik de kijker verder omhoog doorheen Coma Berenices, waar ik uitkom in het Coma Galaxy Cluster. Dit gebied bevat waanzinnig veel stelsels per vierkante beeldveld. Ik tel er drie: de meest prominente NGC4889 en 4872, plus de wat bescheidener NGC4921.

Verder richting het noorden in Canes Venatici, kom ik aan bij NGC4631, bijgenaamd de Whale Galaxy. Die naam heb ik veel horen vallen, maar op de een of andere manier is het er nooit van gekomen hem te bekijken. Nu is dat moment gekomen, en wel onder bijzonder goede omstandigheden. En hier ga ik mijn bovengenoemde uitspraak over galaxies wat nuanceren, want dit langwerpige edge-on-exemplaar is echt wel leuk. Face-on galaxies zijn stom. Hoewel zonder enig detail is deze echt leuk: een langgerekte speer vult ruim het halve beeldveld. Zijn lichtvoetige vriendinnetje NGC4627, iets links van het midden, maakt het tafereel nog extra charmant. Een heldere veldster tussen de twee stelsels maakt het feest compleet.

Vlakbij staat een ander, minstens interessant tweetal: hockeystick-galaxy NGC4656 en zijn eega NGC4657, die een verheldering vormt in het ietwat gebogen uiteinde van de hockeystick. Dankzij een tip van Alexis zie ik ook het zwakke andere uiteinde van de stick, die dus twee keer zo lang is als wanneer je daar niet op zou letten. Leuk! Waar een beetje detectievermogen al niet goed voor is. En natuurlijk een hemel van SQM 21 komma veel.

Een andere lijst die nog wel eens inspiratie biedt is de Caldwell-catalogus. Daarvan is nummer C21, ook bekend als NGC4449, een onregelmatig stelsel. Ik zie een pluis. Veel interessanter vind ik Object van de Maand NGC4490 met zijn lieftallige wederhelft NGC4485. Hoofdstelsel NCG4490, ook bekend als het Cocoon Galaxy, zou door de werking van gravitatie iets gebogen moeten zijn naar zijn begeleider; op foto’s is dit goed zichtbaar. Het pluizenpaar staat dan ook op de lijst van galaxies-met-een-tik als Arp 289.
Na een kort bezoek aan weer Caldwell-object C52 alias NGC4697, waar niet heel veel aan valt te zien, laaf ik me aan een aantal showpieces.

Onder deze hemel is bolhoop M13 in Hercules werkelijk indrukwekkend. De beroemde propellor laat zich duidelijk zien, en de vorm van de bolhoop is grillig te noemen, met een aantal uitlopers in verschillende richtingen. Flink doorvergroten helpt hierbij. Bij de Ringnevel M57 in Lyra valt me voor het eerst op dat de planetaire nevel niet rond is maar duidelijk ovaal, en dat het binnenste lichter is dan de omgeving. Tenslotte zie ik bij Halternevel M27 in Vulpecula voor het eerst  de “tweede laag”, de zwakke gloed die de leegtes in de halter opvult en de cirkel compleet maakt. Wat een heerlijk donkere hemel hier in Grandpré.

Had ik ook al verteld dat ik twee kometen heb gezien? Vast niet, en ik weet ook niet meer precies wanneer, maar ergens op deze avond heb ik nog 41P/Tuttle-Giacobini-Kresak gezocht, gevonden en bekeken in Hercules. Een fraaie ronde pluis. Eveneens momenteel in Hercules staat komeet C/2015 V2 (Johnson), die iets kleiner lijkt maar zeker zo helder. Ook lijkt deze komeet wat asymmetrisch: de kern staat niet helemaal in het midden van de halo maar enigszins uit het lood in de richting van waar volgens Skysafari ook de staart moet zijn.

De nacht loopt ten einde. En wat voor nacht. Na even napraten bij een frisse pint zoek ik mijn bed op voor de nodige uren slaap. De donkere hemel van Grandpré is vrijgevig geweest. Voldaan rol ik me in de slaapzak.

 

Zondag 23 april 2017

Deze dag is het zonnig, en uit de wind ook zelfs behaaglijk warm. Een prima gelegenheid om de zon is in de kijker te nemen met de 10 cm refractor met zonnefilter. Een mooie vlekkengroep siert het oppervlak van onze centrale ster. Al snel komt Jef op de proppen met een herschelprisma, en dat wil ik wel eens proberen. Ik moet wel even over een drempel om het zonnefilter te verwijderen van de op de zon gerichte telescoop, maar dat is toch echt de bedoeling bij een Herschelprisma. Het beeld laat de vlekken mooi zien, maar ook sierlijke fakkelvelden aan de rand van de zon. Helaas is de seeing te matig om het verschil te zien met mijn bescheiden Baaderfoliefilter, maar dat makt het plezier er niet minder om.
Ondertussen wordt er door diverse observatistas, waaronder mijzelf, druk gewerkt aan waarneemlijsten voor de komende nacht. Die belooft namelijk volgens onze weerman Alexis nog beter te worden dan de afgelopen nacht.

Een powernap en een voortreffelijke maaltijd van de hand van David verder, valt de schemering en een prachtige Venus belt verschijnt aan de oostelijke horizon. Vanaf het waarneemplatform is dit een prachtig gezicht boven de lieflijke omgeving van Grandpré, die een bijna Middle Earth-achtige aanblik biedt.

Nog in de schemering de astronomische duisternis invalt doe ik mij tegoed aan de aanblik van Jupiter. De seeing begint dramatisch maar wordt gaandeweg beter en bij vlagen zelfs goed. De Great Red Spot staat bijna in het midden en draait de goed kant op. Ik kan me niet herinneren dat ik de planeet zo mooi heb gezien. Tegenover de GRS zie ik op de noordelijk equatoriale band, als ik dat goed zeg, twee donkere plekken: de aanzet van festoons. Ook de banden naar depolen toe zijn scherp afgetekend.

Eens het goed donker is waag ik me aan een viertal Arp-galaxies. Arp 12 ofwel NGC2608 in Cancer is een langwerpige pluis. In Camelopardalis stuit ik op Arp 9 ofwel NGC2523, een ovaal stelsel meteen heldere kern. In Lynx vinden we Arp 6, het Bear Paw Galaxy ofwel NGC2537. Het stelsel is rond en zou iets vlekkerig kunnen zijn maar dat weet ik niet zeker. Tenslotte is Arp 5 alias NGC3664 in Leo een ronde of ovale pluis. In geen van de stelsels zie ik enig detail, waarmee naast face-on galaxies ook de Arp-galaxies voor mij afvallen als waarneemwaardige categorie objecten. De wijze lessen van Grandpré.

Aan de andere kant van de medaille leert Grandpré mij ook dat Hickson-galaxygroepen juist bij uitstek een categorie objecten is die mij ligt. Bij Esther werp ik een blik op Hickson 44 in de hals van de Leeuw, die ik zelf al eens heb gezien vanuit het Dijkgatsbos. Zeker onder deze donkere hemel zijn de drie helderste galaxies moeiteloos te zien op een rij, maar ook de zwakkere broeder NGC3187 verschijnt perifeer snel en duidelijk in beeld. Aan de andere kant, bij Tom, heb ik het genoegen kennis te maken met een andere Hickson die ik nog niet eerder heb gezien, Hickson 37 in Cancer. Het helderste stelsel NGC2783 springt meteen in het oog, daarna volgt de langwerpige NGC2783B. Bij intensief perifeer kijken flitst ook het zwakke maar ook kleine stelsel PGC 26004 meerdere malen aan. Leuk! Dit drietal ga ik in de toekomst ook zeker zelf opzoeken.
Ook heel fraai is het vlijmscherpe edge-on galaxy dat Tom me in zijn C11 laat zien. Ik weet niet meer welke het was maar ik vermoed dat hij afkomstig is van de EVAC Bright edge-on-lijst. Op basis van de lessen van Grandpré mag deze lijst zich in de toekomst in mijn warme belangstelling verheugen.

Weer bij mijn eigen Dob doe ik NGC3626, een langwerpige stelsel met een dito heldere kern. Vlakbij staan NGC3607/08, twee heldere ronde pitten. Zuidelijker, in Hydra, doe ik een poging op planetaire nevel Abell 33, uit Cosmic Challenge. Onder een heldere veldster moet de grote nevel staan, maar de gloed die ik zie is waarschijnlijk de reflectie van die ster. Het object blijft verborgen.

Terug bij een object van gisteravond, de Whale Galaxy NGC3641, probeer ik deze op schets te zetten omdat dit stelsel helder is en zo’n leuke begeleider heeft. Ook buurman hockeystick NGC4656 en zijn maat mag poseren voor het papier. Helaas mislukken beide schetsen jammerlijk, net als het waarnemen van detail is ook het weergeven daarvan boven mijn macht. Dat had ik eerder al ondervonden toen ik ooit de sluiernevel trachtte te schetsen. Ik neem vanavond dan ook het besluit om een punt te zetten achter het schetsen. Veel van mijn schetsen bestaan uit een handvol veldsterren plus ergens een vage pluis, en dat wordt nu wel  more of the same. Interessantere schetsen zitten er simpelweg niet in. Maar ook hier niet getreurd, want op een avond als dit geniet ik van het spel van het starhoppen op zich, en het vinden van object na object.

Dan is het tijd om weer eens zo’n mysterieus kruis uit de PSA te onderzoeken. Waar ik twee jaar geleden in april de quasar 3C273 heb opgezocht, is het nu de beurt aan Copeland’s Septet in Leo, ook bekens als Hickson 57. En Hicksons zijn leuk. Het vinden is makkelijk, maar zien is hier de kunst. Ik zie rechtsboven de “centrale ster” van de groep direct duidelijk een gloed, die bij nader kijken uit twee stuks lijkt te bestaan. Met de hulp van Tom, die komt meekijken denk ik links van de ster een derde stelsel te ontwaren maar dat weet ik niet zeker. Ik heb werkelijk geen idee welk stelsel wat is, daar kan ik alleen maar naar gissen. Maar ik ben al heel blij dat ik wat van het zevental kan zien. Deze Hickson ga ik later zeker nog eens bekijken.

Om en nabij Corvus en Crater doe ik nog enkele pluizen aan, waar ik verder geen detail in zie. Volledigheidshalve: het gaat om NGC3962-3887-4027-3981-4038-4039. DIe laatste twee, de antennae, zijn oude bekenden; samen vormen ze en aardige hartvorm.

Ondertussen is Tom bezig met en schets van M83. Dolenthousiaste kreten klinken over de balk en andere details die hij ziet. Ik mag door zijn oculair kijken enne, schiet mij maar lek. Ik zie een langwerpig stelsel, en dat blijkt de bewuste balk te zijn. Ook zie ik na enige tijd perifeer kijken dat de hemelachtergrond aan weerszijden van die balk iets lichter is. Wanneer ik de veldschets van Tom zie valt mijn muil dan ook op het waarneemplatform. Allemensen, wat een details weet Tom hier uit te krijgen, en wat ziet zo’n onuitgewerkte ruwe veldschets er al mooi uit. Het niveau van de schetsen op het forum is naar een hoog niveau gestegen, ik kijk al uit naar de uitgewerkte versie!

Een ander PSA-kruis, Wild’s Triplet alias Arp 248, blijkt boven mijn macht. Van Caldwell bezoek ik nog C45 ofwel NGC5248, een ovaal met een heldere kern. Interessanter vind ik C29, ook gekend als NGC5005. Dit stelsel is langwerpig, bijna edge-on. Een leuke stelsel om mee af te sluiten, want nu is het bolhopentijd…

Lekker. Hydra. NGC5694 is een heldere bolhoop, waarvan ik waarschijnlijk alleen de kern zie. Staat deze kroonluchter al laag, NGC5834 in Lupus, of all places, staat nog achter de bomen. En nu wordt het lachen, want mijn starhop eindigt precies daar, in de boom. Maar langzaam draait de sterrencontext achter de boom vandaan, en daarmee op een goed moment ook een miniscule pluis. Deze is echter duidelijk niet stellair, ondanks de matige seeing op die lage hoogte. Hebbes, heerlijk om zo’n lekker onmogelijk object te pakken.

Verder naar het oosten kom ik alweer in Ophiuchus terecht. De zomer is nu echt aangebroken, maar het loopt ook al tegen vieren. Een kleine maar fijne planetaire nevel is NGC6369. Net niet stellair, en met OIII nog duidelijker zichtbaar. Dan een subtiele bolhoop die vanaf de Afsluitdijk nooit is gelukt: NGC6325. Hier lukt het wel, en hij is duidelijk ook: een fijne pluis. Datzelfde geldt voor NGC6401, ook deze zuiderling laat zich in Frankrijk graag zien.
Ik sluit af met een open cluster net over de grens in Scorpius. NGC6451, bijgenaamd het Tom Thumb Cluster, is absoluut de moeite waard. Een rijk stelsel, vol van ragfijne sterren tegen een driehoekige gloed. De sterrenhoop doet me daarmee wat aan M67 denken.

Ondanks dat het de tweede lange nacht is voel ik me verbazend fit, maar het wordt toch echt tijd om te gaan slapen. Gelukkig lukt dat uitstekend.

 

Maandag 24 april 2017

Rond half elf ben ik wakker en na koffie en ontbijt laad ik de auto in met mijn spullen en die van Esther. Dat gaat voorspoedig en om twaalf uur is het tijd om afscheid te nemen van de groep. De rit voert ons weer door de gele koolzaadvelden. De foto’s zijn van de hand van Esther.

Het is een geweldig weekend geweest. Met dank aan alle medewaarnemers voor de gezelligheid en inspiratie, en in het bijzonder aan Tom voor de organisatie, David voor de uitstekende cuisine, Alexis voor de haarscherpe weeranalyse en Esther voor de gezelligheid onderweg. Voor herhaling vatbaar!