De afgelopen twee weken heb ik met mijn gezin doorgebracht in l’Estartit, Catalonië, voor een zon-zee-strand-vakantie. Niet ideaal voor onze hobby maar wel voor de welverdiende rust en ontspanning van vrouw en kinderen, en mijzelf natuurlijk. Niet dat ik astronomisch op een houtje heb zitten bijten want één avond heb ik mooi gebruik kunnen maken van een donkere zuidelijke hemel. Daarbij heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de 10″ reisdobson die ik mocht lenen van @cloudbuster. Maar daarover later meer.

Terrific

La Gola del Ter – zondagavond 16 juli 2017

Via een vraag op Twitter naar een goede waarneemlocatie in de buurt van de camping kreeg ik van een Catalaan de tip van La Gola del Ter (de keel van de Ter): de monding van de rivier de Ter, even ten zuiden van l’Estartit.

Zondag, twee dagen na aankomst, is het mooi helder en ik besluit deze low key waarneemlocatie eens te proberen. Het is aan de kust dus er is ook veel licht, maar het is een stuk beter dan in Nederland. Bij aankomst blijken er meerdere auto’s te staan: visliefhebbers, die aan de rivier in alle rust hun ding aan het doen zijn. Prima, daar kan ik me mee identificeren. De Schorpioen staat mooi hoog en met de verrekijker bekijk ik the Cat’s Eyes (Shaula en Lesath) en die andere dubbelster μ Sco. Ondanks de lichtvervuiling is de Melkweg goed te zien tussen Cygnus en Sagittarius; de kwaliteit van de hemel vind ik dan ook wel te vergelijken met bijvoorbeeld Knardijk. Het zuiden is minder maar vooral het oosten, boven zee. is goed,  Ik zet de reisdob op een vlak stuk terrein en na een vlotte collimatie richt ik de blik op Jupiter en Saturnus. De seeing is niet top of de spiegel is nog warm dus het beeld is niet geweldig. Maar dat hoort bij het begin van een sessie, geen probleem. Lastiger is de wind, die flink aantrekt, zodanig dat ik de telescoop echt moet vasthouden om hem niet te laten wegdraaien. Binnen een half uur neemt de wind toe tot stormniveau: dit heeft geen zin meer. Zo komt er een voortijdig eind aan deze waarneemsessie.

De daaropvolgende dagen is het wisselend bewolkt. Er is genoeg zon voor strand en zwembad maar teveel bewolking voor waarnemen. Gelukkig heb ik ook nog andere hobby’s die minder weersafhankelijk zijn.


Hier mijn jongste zoon in actie; even later heb ik zelf het genoegen deze route af te leggen.

Voor het eerst echte rots in plaats van de klimhal 🙂

 

Tinc tanta sang que a les cinc tinc son

Mare de Déu del Mont – vrijdagavond 21 juli 2017

Deze Catalaanse tongbreker leerde ik ooit van een meisje dat een tijd in Barcelona had gewoond. Vrij vertaald: ik heb zoveel bloed dat ik pas om vijf uur slaap krijg. Dat is wel van toepassing op deze nachtelijke waarneemsessie, waarbij ik de bergen van de Alta Garrotxa intrek, ver van het licht en de drukte van de kust. Het weer blijft wisselend maar deze keer zie ik genoeg kans om het erop te wagen. Van Martijn, van wie ik ook de reisdob heb geleend, krijg ik deze tip: een weersite specifiek voor bergen. Mijn keuze valt op de Mare de Déu del Mont, een berg in de Alta Garrotxa die dichtbij genoeg is om er in een goed uur heen te rijden, vergelijkbaar met Leiden – Breezanddijk, maar ver genoeg om donker te zijn.

De voorspelling voor deze berg even ten noorden van Besalú, waarvan de naam zoiets betekent als “Moeder van God van de berg”, is hoopvol. Ik besluit bijtijds te vertrekken om nog bij daglicht aan te komen zodat ik een goede plek kan vinden. Na een interessante rit via de haarvaten van het Catalaanse wegennet – iets meer dan een auto breed in haarspeldbochten waar de draaicirkel van mijn voiture net binnen valt – strijk ik neer op een onverhard zijpad met goed uitzicht op het dal in het zuiden.

Heerlijk zo’n rit. Da’s waar ook, dat is nog een andere stiekeme hobby van me. Gelukkig waren er geen tegenliggers. Waar deze berg zijn naam aan te danken heeft weet ik niet maar ik ben in elk geval moederziel alleen. Alleen het gesnerp van de krekels, het geblaf van honden (gelukkig ver weg) en de bellen van koeien in de verte verraadt de aanwezigheid van leven op deze plaats.

En dan maar wachten tot het donker wordt. Collimeren: check. Jupiter staat al achter een boom maar Saturnus is precies goed te zien, zij het matig zo aan het begin van de sessie. M13 is al mooi zichtbaar, zeker bij hoge vergroting vliegen de sterkettingen je om de oren.
Eens het goed donker is begin ik in Scorpius. Helaas is het in het lage zuiden nevelig dus lager dan Shaula wordt het niet. Cr316 is dan ook helaas niet te zien. Nog wel zichtbaar is het iets hoger gelegen open cluster NGC6242, klein maar fijn. Dan trekt de nevel hogerop en binnen afzienbare tijd is heel Scorpius bedekt door wolken. Snel probeer ik het hogerop te zoeken en mik op Object van de Maand NGC6229. Met mijn nieuwe Maxvision 82°-oculair heb ik hem vlot in beeld: een mooie heldere vlek in een driehoek met twee heldere sterren. Helaas gaat de oculairwissel van deze antitankgranaat naar mijn lichte 8 mm Planetary niet heel soepel en is mijn object helaas uit beeld. Ondertussen rukt de bewolking op en binnen vijf minuten zit het ganse zwerk potdicht. Alleen Saturnus laat zich nog net door de wolken zien. En deze keer is hij mooi. Echt heel mooi. De seeing is goed, de afkoeling ook en blijkbaar is het collimeren ook goed gegaan want ik zie een ragscherpe planeetschijf met bruine band en en duidelijke Cassinischeiding, Saturnus op zijn mooist, dit is echt genieten.

Ook de manen zijn duidelijk, ik zie er wel vijf.Titan, Iapetus, Rhea, Dione, en welke nog meer? Ik weet het niet meer, maar ze zijn er duidelijk. Totdat ik opeens alleen nog maar V-vormen zie. Ik check mijn collimatie: vangspiegel OK. Hoofdspiegel, jawadde, ik kan de middenstip niet  eens meer vinden. Wat heb ik hier verkeerd gedaan? Het blijft een raadsel, en hoe ik het weer goed krijg het komende halfuur ook. En dat terwijl het vanuit het zuiden weer mooi open begint te trekken. Mijn onhandigheid en gebrek aan ervaring met een trussdob wreken zich hier. Maar ik weiger op te geven, ik ben nu hier en waarnemen zal ik.
Enfin, een half uur en veel gedraai aan de beide collimatiebouten verder is het me op de een of andere manier gelukt om de middenstip weer in de ring te manoeuvreren. Het beeld is scherp en de hemel is helder. Scorpius is achter de boom en de heuvels verdwenen maar Sagittarius staat er des te mooier voor. Het mooiste van deze nacht moet nog komen.

Mijn ambities voor deze nacht zijn niet hoog, dus deze keer geen exoten zoals Abells en Hicksons. Gewoon showpieces, en in Sagittarius heb ik nog wat leuke zomerse Herschelhappen tegoed. Ik begin bij open cluster NGC6520, een mooi fijn cluster dat mooi afsteekt tegen de toch erg sterrijke achtergrond. De nabijgelegen bolhoop NGC6540 is heel subtiel, deze heeft wel aandachtig perifeer kijken nodig om hem van zijn achtergrond te onderscheiden.
Iets noordelijker, dichtbij M8, zijn de bolhopen NGC6553 en NGC6544 te vinden, in een asterisme dat wel wat wegheeft van een miniatuur-theepot. Bovenin de “theepot” staat NGC6553 die helder afsteekt tegen de melkwegachtergrond. Links onderin is de subtielere NGC6544 te zien, bijna een beetje spookachtig. Twee open clusters zijn NGC6568 en NGC6583. Net als de vorige twee bolhopen is dit ook weer een Laurel and Hardy-stel. Waar NGC6568 zich laat zien als een grote verheldering in de achtergrondsterren is NGC6583 een subtiel, fijn cluster, dat zich evengoed helder aftekent tegen zijn omgeving.
Op zoek naar de laatste Herschelhap NGC6629 stuit ik op een knots van een heldere vlek. M22, dat kan niet missen. Allemensen, wat is dat ding helder en groot. Maar stick to the point, eerst door naar planetaire nevel NGC6629. Al in het widefieldoculair is een duidelijk niet-stellair object te zien. Gelukkig lukt de oculairwissel hier wel, en op 150x is de ronde planetaire nevel mooi te zien. OIII haalt het sterontplofsel nog verder op dus het is hebbes.

Dan M22. Ook hier vergt de oculairwissel het uiterste van mijn beperkte fijne motoriek maar gelukkig, het gaat goed. En wat is dat ding groot, en mooi. Als dit object noordelijker zou staan dan zou M13 alle reden hebben om zich zorgen te maken. Ik zet mijn Barlow nog even in om de vergroting op te schroeven naar 340x. Barwow. Beeldvullend is een understatement. Het is dat mijn zitpositie op een met lege weekendtassen gevulde trolley op onregelmatig aflopend terrein, op gespannen voet staat met mijn anatomie, want anders zou ik hier heel lang naar kunnen kijken. De matige waarneemergonomie dwingt me helaas om af en toe even de benen te strekken, wat me weer dwingt tot variatie in mijn objectkeuze. M20, het andere Object van de Maand, is zwak, maar zelfs ik zie onmiskenbaar de drie lobben, gescheiden door donkere lanen in de vorm van het logo van een autobouwer uit Stuttgart die zijn merknaam baseerde op de Spaanse naam van zijn dochter. Ook de al eerder genoemde M8 ontspringt de dans niet, dit blijft toch een mooie combinatie van een open cluster met een nevel. Ook stuit ik nog op een UDO (Undefined Deepsky Object) dat er prachtig uitziet maar ik heb geen idee welke het is. Waarschijnlijk een bolhoop of een heel fijn open cluster.

De klapper van de nacht vind ik wel M11. Wat is dat ding gaaf onder zo’n donkere hemel, waar hij nog hoog staat ook. Een uitgestrekte driehoek van fijn sterrenstof, aangevoerd door een enkele heldere ster, met donkere “gaten” op bijna regelmatige afstand. Het doet me bijna denken aan een hip industrieel vormgegeven roestvrijstalen designstrijkijzer in volle actie.
Aan de andere kant van het hemelgewelf is ook M31 al flink omhooggekropen. Bam, beeldvullend in de Maxvision, met een M32 en ook M110 die bijna je nachtzicht naar de gallemiezen helpen. Goed, dat laatste is iets gechargeerd maar ze zijn duidelijk. Omdat lang stil blijven staan bij dit wonderbare schouwspel ergonomisch niet haalbaar is scroll ik verder noordoostwaarts naar het dubbele cluster NGC869/884, wat ook al weer geen straf is met de kersverse widefieldmunitie. Het beeldveld omvat de beide clusters plus een stuk van hun omgeving. Daardoor vallen de clusters zelf in het centrale deel van het beeldveld, waar de stervervorming minimaal is en de sterren ragfijn in beeld staan. Je raadt het al: hier kan ik wel even van genieten, en dat doe ik dan ook, zolang spieren en pezen dit toelaten.

Ondertussen is het alweer drie uur en tussen de oostelijke boomtoppen schitteren de Pleiaden. Hoe later op de avond, hoe schoner het zwerk. Maar voor mij zit het er op, al voel ik me nog lang niet moe. Iets met veel bloed enzo. Maar ik heb nog wel een interessante rit voor de boeg, deze keer zonder daglicht. Maar met nachtzicht, dat ik helaas wel even moet vernaggelen om op te ruimen. Een kwartier later leef ik me uit op haarspeldbochten en ben ik weer helemaal in mijn andere element. Voor zover ik mijn naam eer aandoe, doe ik dat zoveel mogelijk op de motor om de remschijven te sparen. Veel in zijn een en twee dus, totdat ik van de berg af ben en de hoofdweg bereik. Tegen half vijf arriveer ik terug op de camping om een half uur later voldaan in mijn bed te stappen.
En inderdaad, nu ook moe. In die Catalaanse tongbreker zit een kern van waarheid.