Dijkgatsbos, zondag 7 januari 2018

Geweldig om na zo’n lange grijze periode weer eens de hele dag naar een strakblauwe hemel te kijken. Zeker als die ‘s avonds strakblauw blijft. Om zeven uur arriveer ik op het parkeerterrein van het Dijkgatsbos waar Hans, Esther, Jan, Martijn, Nathan, kjrozema, en Michel inmiddels al volop aan het waarnemen zijn. Net na mij voegt Roeland zich bij ons. Een leuke, gezellige groep, waarvan een aantal gewapend met flinke kanonnen. Nu heb ik er zelf ook een en ik heb echt zin om hem nu eindelijk uit te laten.
Dat weet Murphy blijkbaar ook want mijn humeur komt even onder druk te staan door uit de kom rakende volgplatforms, uit elkaar vallende lampen en het niet in collimatie krijgen van de telescoop. Die eerste twee zijn zo opgelost maar die collimatie lukt echt niet. Vast iets met ingezakte trusses ofzo. Na drie keer trusses checken lukt het nog steeds niet en besluit ik gewoon te gaan waarnemen. Dan maar niet in collimatie. Los ik thuis wel weer op. Het voordeel van deze perikelen is wel dat ik het lekker warm heb gekregen.

Het beeld valt me nog niet tegen. De sterren zijn blobs maar de spiegel is vast nog warm van de auto. Vanavond ben ik van plan om wat objecten op te zoeken die ik eerder met de 10″ nauwelijks kon zien, ter vergelijking. Als eerste begin ik bij planetaire nevel PK104-29.1, beter bekend als Jones 1 in Pegasus. Het object snelt al snel westwaarts maar ik kan hem nog bijhouden, het valt me mee hoe hoog Pegasus nog staat, en ik zit nu mooi met de rug naar de stevige oostenwind. Met de 10″ kon ik hem nauwelijks zien maar met de 40 cm-plak van de Harroscope tekent zich heel duidelijk een ronde waas af met als je goed kijkt, twee verhelderingen. Ook iets over de datum is het Object van de Vorige Maand M74, maar ook deze staat er nog knap bij. Het kogelronde galaxy is verrassend helder en groot, met een felle kern en een goed zichtbare halo. Ik vergroot nog eens verder met mijn nieuwe aanwinst, een 18 mm Fujiyama-ortho die ik net samen met zijn 12.5 mm-broer heb overgenomen van Martijn. Groter is mooier, al zie ik nog geen spiraalarmen, maar de ortho geeft een mooi helder beeld. Meteen grijp ik de gelegenheid om de GSO-Barlow te proberen die Jan voor me heeft meegenomen, om te zien of ik daarmee wel in focus kom. Dat lukt met mijn Q-Baader niet maar met dit exemplaar van Jan wel. Deze Barlow wil namelijk naar buiten in plaats van naar binnen, en die kant op heb ik ruimte zat. Hetzelfde blijkt te gelden voor mijn eigen oude TS-Barlow, die waarschijnlijk precies hetzelfde is als die van Jan maar dan met een ander logo. Daarmee kunnen de trusses van de telescoop dus weer naar hun oorspronkelijke, maximale lengte en de Q-Barlow op de sectie Te Koop.

Het volgende object zoek ik op uit pure curiositeit; het heet ook Jones 1 maar het is een dubbelster in Pisces waar Skysafari mee kwam toen ik de gelijknamige planetaire nevel opzocht. De magnitude 10/11-dubbelster die ook bekend is als Tycho 2 1197-00782-1 of WDS 01231-1649 JNS 1, heeft een scheiding van 4.4″. Daarmee zou hij een goede test zijn voor het oplossend vermogen van de kijker – hij zou hem makkelijk moeten kunnen scheiden – ware het niet dat de collimatie even iets minder is vandaag. Ik zie dan ook maar één ster.
Snel richt ik de kijker omhoog voor een veel interessanter object: de planeet Uranus. Al snel staat de opvallende blauwe schijf in beeld, en de intentie is de vier helderste manen te zien. Helaas lukt ook dat niet onder deze omstandigheden maar wat in het vat zit verzuurt niet. Wat wel lukt is het uitpluizen van het Perseus Galaxy Cluster, Abell 426. En dat lukt goed ook. Maar daarover straks meer. Eerst even een showpiece, ik kan het even niet laten. Ik mik de RDF op M31 en en als snel verschijnt een helder stelsel in beeld. M110 🙂 Terwijl M31 in beeld scrollt word ik enthousiast. Ik zie geen stofband, ik zie er twee. Kijk, hier doe je het voor. Aan de kant van M110  zijn duidelijk twee onderbrekingen in de halo te zien. Ook heb ik nu bijzondere belangstelling voor NGC206. Met de 10″ heb ik die wel gedetecteerd,m aar niet meer dan dat. De Harroscope laat de sterrenwolk helder en duidelijk zien. De sterren lossen niet op maar vormen een mooie, enigszins kidneybeanvormige gloed.

Dan het Perseuscluster. Opzoeken vind ik toch maar moeilijk zonder zoeker, dus die gaat er zo snel mogelijk komen. Maar moeilijk is niet onmogelijk en even later zit ik op de juiste plek. Waar  vorig jaar met de 10″, met moeite vijf stelsels zichtbaar waren, zie ik er nu elf. En misschien nog meer die ik voor een ster aanzie. Te beginnen met die vijf van vorig jaar: NGC1275 ofwel Perseus A, NGC1272, NGC1278, NGC1270 en NGC1267. In het widefieldoculair zijn de helderste twee al te zien maar bij lekker uitvergroten zijn ze al snel allemaal te zien.

Inmiddels schijnt de Orionnevel precies tussen twee bomen door en ik onderbreek het Perseusgepluis even voor een blik op de Vleermuis M42. Nu schieten mijn contactlenzen bijna in mijn widefieldoculair want het beeld is, zoals men beneden de rivieren placht te zeggen, hallucinant. Naast blijkt Esther hetzelfde object in beeld te hebben en ze ziet kleur in de nevel. En inderdaad, het binneste is duidelijk blauwig; de rossige kleur in de uitlopers zie ik niet. Bij Esther in het oculair, met iets meer vergroting dan bij mij (100-120x ?) zie ik wel de E-ster en een vermoeden van de F. De seeing lijkt dus niet zo slecht vanavond.
Dan komt Martijn naar me toe met de vraag om door zijn bino een blik te werpen op de Flame Nebula. Nu verwar ik die altijd met de Flaming Star Nebula in Auriga, dus eigenlijk weeet ik niet helemaal wat ik ga zien. Ik werp een blik door de bino en zie aan de rand van het beeldveld een nevelig object, totdat Nathan me er vriendelijk op wijst dat ik in de verkeerde bino sta te kijken. Verkeerde bino, verkeerd object, Rem in de bocht. Waarschijnlijk heb ik nog wel meer verstrooide dingen gedaan, zoals lange mannen met capuchons door elkaar gehaald zonder te weten met wie ik eigenlijk te maken had. Het was Nathan toch wel? Enfin, eens ik bij de goede capuchonman en de goede bino sta, herpak ik mezelf en na enig zoeken lukt het goed om NGC2024 te zien. Eigenlijk is hij best duidelijk, een gloed links van Alnitak, met bijna verticaal een zwarte band. Mooi!
Terug bij mijn eigen openingskoortssymptoom geniet ik nog eens uitgebreid van het kunstzinnige filamenten werk van M42 en zie ik hoe groot het object eigenlijk is. Achter de onderste (N-)uitloper is zelfs een groot deel van het achterliggende gebied te zien. En M43, dat ding is groot… groter dan ik eerder heb gezien. M42 en M43 zijn nu duidelijk maar door een smalle donkere band gescheiden.

Terug bij Abell 426. De eerste vijf rakkers zijn binnen. Maar nu wordt het leuk, NGC1278 heeft een broertje, NGC1277. De twee staan vlakbij elkaar en ze overlappen zelfs, maar ze zijn heel duidelijk als tweetal zichtbaar. Naast NGC1272 is duidelijk NGC1273 te zien. Iets verder naar het oosten is NGC1281, een klein ovaal stelsel. Helemaal aan de ander kant, in het noordwesten, staat het due NGC1283 en NGC1282. En dat is nu het leuke van zo’n galaxycluster, hoe langer je kijkt, hoe meer stelsels je ziet. Helemaal naar het zuiden onder een L-vormig asterisme is nog mooi PGC12254 te zien. Aperture fever rocks.

Het is vanavond wat aan de frisse kant dus ik neem even een pauze om de balaclava onder mijn twee capuchons te trekken en heatpacks in mijn handschoenen te frommelen. In ontdooistand zwiep ik de telescoop naar Lynx om jacht te maken op een andere Jones. Maar voorafgaand daaraan richt ik mijn pijlen op een galaxyduo dat Jones en collega Emberson eens flink in de maling genomen schijnt te hebben: NGC2474 en NGC2475. Helaas meldt mijn smartphone dat de batterij critically low is: einde Skysafari. Gelukkig is de 5V USB-powerbank die bij de telescoop is meegeleverd voor de dauwverwarming, ook heel geschikt om een smartphone op te laden. Probleem opgelost.
Ook hier toont de ongecollimeerde zestienduimer zich van zijn beste kant: net als dat leuke duo in Abell 426 is ook hier een mooi tweetal te zien. Helemaal zeker van mijn zaak ben ik niet, want Skysafari laat zien dat er ook een magnitude 10.5-ster staat, middenin die twee stelsels. Dat moesten ze nu eens verbieden. Later nog maar eens overdoen bij goede collimatie. Anyway, hiervandaan is de rit naar Jones-Emberson 1 goed te doen. En die rit doe ik denk ik wel een keer of zeven, want Lynx staat ondertussen goed hoog en in die stand wil die zware hoofdspiegel de Dob graag achterover trekken tijdens oculairwissels. Gelukkig leer je daarvan en gaat de starhop vanuit 27 Lyn op een gegeven moment in een oogwenk. Ik volg het wijze advies om het UHC-filter te gebruiken en zie dan weer een cirkel met een gat in het midden, dan weer twee verhelderingen. Als je fantasie en waarneming optelt en door twee deelt lijkt me dat beet want de positie klopt. Meer detail dan dit haal ik er niet uit maar ook hier ben ik weer een stuk overtuigder dan de vorige keer met de 10″, in Grandpré.

Nu ik lekker in de buurt ben neem ik ook showpiece NGC2403 mee. Mooi stelsel tegen een voorgrond van drie heldere sterren. Doorvergroten laat niets zien want de Dob richt de blik weer zenithwaarts tijdens de oculairwissel en ik vind het wel even best. De Beer is in de boom geklommen en klimt gewoon door, ook al houdt de boom op. Ik besluit af te sluiten met mijn favoriete edge-on-galaxy M82 en zijn broer M81. Ook nu weet ik waarom ik ook alweer een zoeker wil maar na enige tijd heb ik het Ursatrio in beeld, inclusief NGC3077. M82 gaat mooi wel in de doorvergroting en ik weet ook waarom. Echt.Heel.Fraai.

Nou ja, vooruit, nog even een komeet dan. C/2017 T1 (Heinze) in Cassiopeia is snel gevonden, maar hij staat iets naast de positie die Skysafari aangeeft voor die tijd. Dat zegt niet zo heel veel want de app zit er wel vaker naast, en de pluis is toch echt duidelijk. Zie ik nu werkelijk een stuk staart, wel degelijk in de aangegeven richting? Esther dacht hem ook te hebben gezien. Cool, dan is dat voor het eerst dat ik een kometenstaart zie. Oh aperture…

Dan is het zomaar half een en ik vind het mooi geweest, net als inmiddels alle anderen. Er wordt ingepakt, afscheid genomen, motoren gestart, weggereden. Moe maar voldaan duik ik om half drie m’n bed in. Het was gaaf. Wanneer gaan we weer?