De vierde etappe – donderdag 15 februari 2017

Een grijze dag. Om half zeven stap ik in de auto waarmee ik vooral vandaag een symbiotische relatie ontwikkel tijdens een kleine tournee door zes provincies. Met mij mee reizen mijn laptop en een 40 cm Dobson met toebehoren. Eerst werk aan de winkel: na een kantoorochtend in Ede en een leerrijk bezoek aan een webhostingbedrijf in Zwolle voert de Double Chevron mij naar het Centrum der Beschaving voor de cursus Zes Meter Naar Beneden Lazeren Aan Een End Touw. Na dit leerrijke samenzijn is het om negen uur tijd om uit Amsterdam te vertrekken richting de Afsluitdijk, waar ik iets na tienen Esther, Martijn en Klaas-Jan aantref die de blik reeds welgemoed ter zwerke hebben gericht.

Eerder die week heeft de facteur mij verblijd met een flinke doos met veel Vlaamse lucht, bubbelplastic en behold, het H-Beta filter, dat ik in een vlaag van verstandsverbijstering heb aangeklikt alvorens de knop “Afrekenen” te toucheren. Gunstige bijkomstigheid van deze ondoordachte daad is de mogelijkheid ook de wat mensenschuwe deepskyobjecten te kunnen observeren, omdat zij dankzij het filter verschoond blijven van het leeuwendeel van het spectrum van mijn afschrikwekkende voorkomen. Daarom vat ik vanavond het snode plan op om de Californiënevel en de Paardenkopnevel te bespieden vanachter mijn nieuwe aanwinst.

Bij het opbouwen blijkt de collimatie van geen kanten te kloppen. Iets verkeerd gedaan met de met trusses waarschijnlijk. Gelukkig biedt de derde collimatieknop deze keer uitkomst en twee minuten later staat de kijker alsnog op scherp.
Omdat NGC1499, de Californiënevel een omvangrijk object is probeer ik deze te vangen met behulp van de zoeker slash ultrawidefieldkijker, gebruik makend van mijn 24 mm 1.25″ Maxvision, die een beeldveld oplevert van ruim zeven graden. Daar zou Californië van Crescent City tot San Diego twee keer in moeten passen. Maar de hamvraag is natuurlijk: ga ik hem zien? Het zou voor mij de eerste keer zijn. Het blijkt dat het Astronomik H-Beta-filter geen loze investering is: een zwakke maar onmiskenbare langwerpige gloed verschijnt op de juiste plek, bij nog niet eens heel erg perifeer kijken. Eindelijk, beet.
Dan gaat de Maxvision-met H-Beta in de focuser van de Harroscope en de Plössl in de zoeker, en mik ik op Alnitak. Daar valt me een mooie Flame Nebula NGC2024 op. Vandaar uit gaat het zuidwaarts, naar de locatie van B33, de Paardekopnevel. Eerst probeer ik emissienevel IC434 te lokaliseren, en dat gaat, gewapend met het filter, zonder problemen. De bijna kaarsrechte gloed is perifeer goed te zien en beweegt mee met het beeldveeld. Dan de donkere nevel zelf. En verhip, bij het bewegen van de kijker valt me op de juiste positie een donker gebied op. Geen paardekop maar eerder een U-vormige uitloper van de donkere achtergrond onder IC434 die enigszins overhelt in noordelijke richting. En lap, alweer beet.

Na deze successen besluit ik maar eens een tekening te maken van de Californiënevel. Ik kom tot twee stippen, dan zie ik niks meer. Ongemerkt is er bewolking binnengetrokken. Jammer. Maar even later is het helder bij Auriga dus daar doe ik een poging op IC405, de Flaming Star Nebula. Helaas blijft het daarbij, ik kan niet onderscheiden of de vage neveligheid die ik zie wel echt is. Hetzelfde geldt voor IC417. Ondertussen is Esther al onderweg naar huis en komt er een heuse regenbui over. Veel stelt het niet voor, maar toch. Omdat inmiddels de hele hemel dicht zit besluiten we er een punt achter te zetten. En dan trekt het onderweg naar huis weer open. Bareuh. Gelukkig is deze sessie zeker niet helemaal mislukt want die twee H-Beta-objecten zijn toch maar mooi binnen.

Revanche – zaterdag 17 februari 2017

De maand februari is aardig voor zijn amateurastronomen. Zaterdag belooft het weer een heldere avond te worden en in tegenstelling tot donderdag, houdt zaterdag zijn woord. Ik ben blij dat we de gelegenheid hebben om de niet-helemaal-maar-toch-wel-een-beetje-in-het-water-gevallen-sessie van donderdag over te doen. Iets na achten land ik op het maanlandschap van Breezanddijk waar Jan en Petra al opgesteld staan aan het uiteinde van het havenhoofd. Vrijwel tegelijk met mij komt ook Roeland aan en even later voegen Harro, Michel en Nathan zich nog bij ons, vergezeld van iedereen die ik ben vergeten.

Bij het opbouwen blijkt de collimatie van geen kanten te kloppen maar deze keer de andere kant op. Iets goed gedaan met de met trusses waarschijnlijk. Gelukkig biedt de derde collimatieknop ook deze keer weer uitkomst en twee minuten later staat de kijker alsnog op scherp. Naast de 16″ heb ik vanavond ook de 4.5″ widefieldkijker mee, speciaal om eindelijk de Rosettenevel te grazen te nemen.
Ik ga meteen aan de slag, Orion staat nog mooi hoog nu ik eerder op de avond begin. De MaxVision-met-H-Beta mag gelijk aan de bak in de focuser van de Harroscope. Opnieuw is het raak met de Paardekopnevel, hoewel ik ook nu het precieze silhouet van het schaakstuk niet kan onderscheiden. Het blijft bij een kromme U maar ik ben dik tevreden en blij. Petra kan de waarneming bevestigen; zij ziet de Black Knight zelfs nog duidelijker dan ik dus ik heb geen fata morgana gezien.

Mooi. De beurt nu aan de Californiënevel. In de 5 cm F4 Gropescope is hij weer net zo duidelijk als gisteren; een mooie langwerpige gloed tekent zich af. Ik bekijk hem ook nog in de widefieldkijker waar hij net wel, net niet in het beeldveld past maar in de zoeker vind ik hem toch mooier. Ook Petra vindt hem heel duidelijk zichtbaar, ook hier weer heel duidelijk, dus NGC1499 kan met eer en deugd worden bijgeschreven op mijn kerfstok.

Van the west coast terug naar Orion. Van M42 de la stuiter kaboem zak ik iets af naar M43 want die schijnt met H-Beta bijzonder te zijn. En dat is hij, een prachtige Vodafone-druppel maakt dit beeldveld mede mogelijk. Maar gek genoeg vind ik hem zonder filter nog duidelijker, hoewel die kommavorm me niet eerder was opgevallen totdat hierover onlangs op het forum over werd gesproken. Ik herken direct de mooie schets die Esther pas heeft gemaakt. Behalve aan een komma doet het object me ook wel een beetje denken aan een embryo in zijn eerste ontwikkelingsstadium.
Een stuk hoger in Orion zoek ik IC2162 op, een object dat ook in H-Beta schjint te schitteren. Eigenlijk heb ik geen idee wat ik kan verwachten; ik zie een ronde waas om een vrij heldere ster.

Zo. En dan die dame waarmee ik nog een flinke appel te schillen heb, de Rosette Nebula. Al drie winters achter elkaar zie ik wel het mooie herkenbare open cluster NGC2244, maar de nevel wist zich altijd voor me te verbergen tot op de dag van vandaag. In het Engels bestaat daar een heel mooi woord voor: elusive. Wie heeft daar een mooie Nederlandse vertaling voor? Het probleem met Doornroosje is dat ze nogal wat beeldveld inneemt een dan kijk je er met een flinke kijker dwars doorheen. De zoeker zou wel eens te klein kunnen zijn dus daarom werp ik vanavond mijn goeie ouwe ex-tafel-Dob in de strijd. In deze kijker levert de Maxvision een beeldveld op van 3.2°, royaal genoeg voor de runaway bride waarvan de taillemaat een goede 1.5° bedraagt. Gewapend met OIII-filter zet ik NGC2244 in beeld. The battle is on. Ik trek alle registers open: perifeer kijken, de buis bewegen, en behold, een flauw schijnsel openbaart zich ter linkerzijde van de sterrenhoop. En bij flink heen en weer zwenken licht af en toe een complete vage cirkel op rondom het cluster. De flamencodanseres laat haar rokken subtiel maar gracieus wapperen.
Buurvrouw Petra’s camera staat inmiddels te draaien dus ook zij komt even kijken naar de Rosette. Ik ga toch eens aan haar vragen wat voor merk netvliezen ze heeft want ze begint al snel over details als lobben enzo. Enfin, mij hoor je niet mopperen, ik heb de Rosette bijgezet in het rariteitenkabinet.

Buurman Roeland heeft ondertussen zijn 45 cm Dob op Sirius gemikt op jacht naar de Pup. En daarin is hij uitstekend geslaagd. Nog nooit heb ik Sirius B zo duidelijk gezien. Waar de pup normaliter af en toe tussen de sparkles uit springt is het nu andersom: af en toe valt hij even weg maar verder is hij continue in beeld, precies onder een spike. Whoa, ik wist niet dat het zo kon in Nederland.
Aan de andere kant verderop, is Jan geconcentreerd bezig de mooi donkere noordelijke hemel af te speuren. Ik heb onderhand zin in koffie dus ik trek de thermoskan en espressosticks en geniet even van de mooie heldere hemel.

Nu ik toch bezig ben met elusive nevels waag ik een poging op de Seagull Nebula, ook weer met de 4.5″ widefield-Newton en OIII-filter. Dit is wel een listige maar ik denk toch echt wel enige neveligheid te zien. Het helderste deel lijkt te zitten aan de zuidkant, parallel aan een lange rij sterren. Toch is het niet de glare van die sterren want bij even heldere sterren elders zie ik geen vergelijkbare neveligheid. Ook aan de noordkant zie ik af en toe wat oplichten. Heel spectaculair is het allemaal niet maar wederom hoor je mij voorwaar niet mopperen.

Het loopt alweer tegen elven en ik begin het koud te krijgen. Toch wil ik nog even verder dus ik besluit tot onorthodoxe maatregelen: ik ga even rennen. Ik zet er even flink de vaart in en een minuut later heb ik het lekker warm en dat houdt de rest van de avond stand. Experiment geslaagd. Wel is het eigenlijk best eng om in het donker te rennen omdat je wel eens een obstakel over het hoofd zou kunnen zien en frontaal op je plaat zou gaan. Volgende keer daarom maar eens push-ups proberen. Iets safer.

Vlakbij in Canis Major zit NGC2359 alias Thor’s Helmet. Verschillende vergrotingen met OIII-filter laten duidelijk de bol van de helm te zien en de zuidelijke hoorn. De noordelijke hoorn zie ik helaas niet, maar dat mag de pret niet drukken, dit object is de moeite waard.

Hoger in Auriga willen IC405 en IC417 opnieuw niet lukken. De neveligheid die ik wel of niet zie vind ik niet overtuigend genoeg om van een positieve waarneming te kunnen spreken. Wat wel lukt is de Medusanewvel Abell 21, die zich perifeer als een D-vormige gloed laat zien.

En dan is het showpiecetijd. De kijker gaat naar de Grote Beer, waar M81 al snel in het beeld van de zoeker verschijnt. In de 82° Maxvision is en blijft het toch een machtig gezicht, de twee felle stelsel M81 en M82 bij elkaar in een beeldveld, met als finishing touch nog NGC3077 als je heel even doorscrollt. Eigenlijk vind ik ze zo gewoon het mooist. Natuurlijk zoom ik even in om me stuk te bijten op de vermeende spiraalarmen van M81. Na enige minuten perifeer turen moet ik constateren dat M81 een elliptisch stelsel is met een heldere kern. Spiraalarmen à mon houla. M82 is en blijft natuurlijk schitterend op een brute vergroting met twee inkepingen aan de zijkant. Toch vind ik het Ursatrio het meest betoverend in widefield.
Vanaf de snuit van de Beer Muscida ga ik op zoek naar een ander showpiece, in Camelopardalis: NGC2403. Dit stelsel is misschien wel een van de best bewaarde geheimen van de noordelijke hemel. In eerste instantie zie ik niet veel meer dan een rommelige gloed om een paar heldere sterren, maar na enige tijd rustig kijken begin ik zowaar wat detail te ontwaren. Uiteindelijk zie ik een wat vlekkerige ellips, een ovale gloed met hier en daar wat donkere plekken. Fraai, een aanrader.

Nou ja, ik heb het toch nog lekker warm. Nog één dan om het niet af te leren. Geïnspireerd door Jan probeer ik de Integral Sign-galaxy UGC3697, ik ben toch in de buurt. Als eerste stuit ik op het veel helderder ronde stelsel UGC3714, maar na even goed periverifiëren verschijnt ook UGC3697 als een mooie dunne streep in beeld. Het blijft bij een minteken, want de krullen van de integraal blijven aan het zicht onttrokken.

En dan is het twee uur. Michel en Nathan zijn al een tijd geleden vertrokken; Jan en Petra zijn ook alweer op weg naar huis en ik neem afscheid van Roeland. Terwijl hij wegrijdt besluit ik om ook maar eens op te breken.
Dit zijn de betere star parties, van het kaliber waar je jaren later nog aan terugdenkt. Leuke hobby toch, dit. Met dank aan februari.