Leiden, zondagavond 11 maart 2018

Kort maar hevig. Het ziet er in de middag goed uit dus de spiegelbak van de Dob mag voor het eten alvast buiten afkoelen. Na half negen is het astronomisch donker en ik ga even lekker ongecompliceerd shoppen in de 400 van Ome Willem. De Beer staat er al mooi voor maar ik begin even met het Object van de Maand: NGC3079. Het resultaat: een streep die onder een driehoek van heldere sterren hangt. Niet spectaculair maar toch in de maand van het object van de maand het object gezien. Later eens kijken of het onder een donkere hemel kan.

Dan de Herschel 400. Ik begin tussen Merak en Dubhe. NGC3610 is gelijk raak, een mooie ronde vlek met een heldere kern. In de buurt staat NGC3613, dit stelsel is wat ovaler. Nog iets verderop moet NGC3619, maar daar moet ik echt mijn best op doen. Uiteindelijk zie ik hem wel opflitsen, eerst als stellaire pit, dan als heel zwakke vlek. Ondertussen wordt het steeds heiiger, en dat merk ik als ik NGC3631 en NGC3729 wil proberen. Dat gaat dus niet meer, er begint nu echt bewolking binnen te trekken. Einde oefening.

 

Dijkgatsbos, woensdagavond 14 maart 2018

Zondag was het oefenen, nu is het menens. Het ziet er prima uit voor deze avond en ik kan op tijd weg, dus tegen half negen kom ik aan in het Dijkgatsbos waar Martijn, Esther, Youri , ArnoM, en Jan al zijn gearriveerd.
Zoals wel vaker heb ik vanavond even tijd nodig om op gang te komen. Geeft niks, ik heb de tijd. Collimeren is een kwestie van twee minuten maar het afstellen van de RDF en zoeker heeft wat meer voeten in de aarde. Ik neem Merak als referentie omdat ik daar toch ga kijken, maar twijfel of ik de juiste ster wel in beeld heb. Totdat in het oculair spontaan M97 in beeld verschijnt. En jawel, na even scrollen verschijnt ook M108 ten tonele in hetzelfde beeldveld. Mooi, dan zit ik in elk geval in de buurt. Na nog wat geklungel staan de RDF en de zoeker goed.

Nadat ik mijn thermoskan heb omgeschopt waardoor het binnenwerk aan smithereens ligt en ik tot twee keer toe m’n kop stoot aan de openstaande achterklep van de auto is het geklungel weer klaar voor deze avond. Het genieten kan beginnen.

NGC3079 snel gevonden. Enneh, die ziet er onder de hemel van Dijkgatsbos even iets anders uit dan thuis. De halo is helderder en strekt zich een heel pak verder uit. En wat me direct opvalt: hij is krom. En niet zo’n beetje krom, maar Chiquita-krom. Om er zeker van te zijn dat ik me het niet inbeeld roep ik buurvrouw Esther erbij en vraag of haar iets opvalt. Het antwoord: “Hij is krom!”. Mijn eerste indruk lijkt op niet geheel hallucinogene grond te stoelen. Ook anderen bevestigen het beeld.
Daarnaast valt me op dat de zuidelijke uitloper van de halo langer is en de noordelijke een pak helderder. De kern is wel duidelijk helderder dan de rest.

Ondertussen hoor ik Martijn over een buurstelsel, NGC3073, waarvoor dank. Dit stelsel valt in mijn schets buiten het beeldveld maar ik zie hem heel duidelijk.

Een waarneemlijst heb ik niet, ik ga vanavond gewoon lekker Herschelhappen. Alle H400s die nog niet mijn oculair zijn gepasseerd zijn galaxies tussen Merak en Spica. Mijn plan is om eens flink huis te houden in die lijst, maar van dat plan blijkt niets terecht te komen. Ik kom niet verder dan vijf H400s, maar dat is om een uiterst plezierige reden. Het blijkt namelijk, als je met een 40 cm gaat galaxyhoppen in de Steelpan, dan een doos van Pandora opentrekt in de vorm van bijvangsten. Hele leuke bijvangsten.

Het begint al bij NGC3610. Dit mooie rond stelsel is al meteen een pak groter dan in Leiden, de halo strekt zich behoorlijk ver uit. Skysafari laat in de buurt nog meer stelsels zijn, en ik ga die eens proberen. En verhip, PGC34602 is te zien. Heel zwak dan wel, maar het stelsel uit de Principal Galaxies Catalogue beweegt onmiskenbaar als vlekpit mee met het beeldveld.
Verderop is NGC3613 net zo ovaal als in Leiden maar duidelijker en groter. Opvallender is echter naaste buur NCG3619, die vanuit de achtertuin maar netaan te detecteren was, en hier gewoon helder en duidelijk. Wat zichtbaarheid betreft doet hij nu vreemd genoeg niet onder voor zijn twee buren: een grote ronde vlek met een heldere pit.

Mooi. Dan verder naar die twee stelsels die zondagavond thuis niet wilden lukken. NGC3631 is rond en groot, ook weer meteen heldere kern. Maar daar blijft het niet bij, ook dit stelsel wordt volgens Skysafari vergezeld door een Pluis voor Grote Centrimetrages. En deze PGC34855 is best wel duidelijk ook. Hier hebben we het dus niet over detecteren maar gewoon perifeer zien: ook weer een rond stelsel met heldere pit. Ook de buurman een huis verderop, NGC3657 wil mee op de foto en laat zich in vergelijkbare hoedanigheid zien.

Tenslotte gaat de reis door naar mijn vijfde en laatste Herschelpluis deze avond. NGC3729 is in het widefield-beeldveld al snel gevonden maar opvallend is ook buurstelsel NGC3718, dat eigenlijk nog helderder lijkt en misschien wel is. En dit paar is echt heel indrukwekkend, zeker als ik de vergroting met de 8 mm Planetary nog opvoer naar 225x. Twee felle vlammen branden vanuit een ster respectievelijk een dubbelster. Dit is echt een aanrader, dit paar is absoluut de moeite waard.

Maar dit beeldveld heeft nog een verrassing in petto. Skysafari laat ten zuiden van NGC3718 een kleine groep UGCs en PGCs zien. Hmmmm, yummy. Daar moet ik meer van weten. Op de vergroting van 225x denk ik eerst een ster te zien. Maar die ster is er niet, en als ik weer kijk zie ik iets wat lijkt op één stelsel. Verder perifeer kijken laat uiteindelijk duidelijk twee heldere niet-stellaire pitten zien. Op een gegeven moment lijken het er heel even drie of vier te zijn, maar dat vind ik te onzeker om te kunnen bevestigen. Verder doorvergroten zit er helaas niet in omdat de motor van mijn volgplatform de geest heeft gegeven. Een nieuwe motor is al besteld bij Jimmy en ook al keurig geleverd maar helaas heb ik nog geen tijd gehad om deze te installeren. Inmiddels heb ik dit gedaan op een regenachtige zaterdag hier in Grandpré, maar dat is pas over drie dagen. Ik probeer het nog met de 4 mm Plössl maar dat sleutelgat is echt te klein om zonder volgplatform met enig fatsoen te kunnen waarnemen. Dit cluster gaat dus nog eens opnieuw onder het mes bij hogere vergroting.

Natuurlijk vraag ik me af of dit cluster nog een naam heeft. Dat blijkt het geval, sterker nog, het heeft twee namen: Hickson 56 en Arp 322. Hickson 56 is het hele cluster, bestaande uit PGC35609, drie stelsels die volgens Skysafari alle drie UGC6527 heten en dwars daarop het edge-on-stelsel PGC35631. Arp 322 is de eerste vier stelsels, zonder die edge-on. Het galaxycluster staat overigens ook gewoon onder die twee namen in de IDSA, aangegeven met een x. Overigens blijken de drie UGCs 6527 volgens een andere bron wel degelijk een eigen naam te hebben: van west naar oost respectievelijk PGC35615, PGC35618 en de echte Uppsala Galaxy Catalog nummer 6527. Ik weet niet zeker welke ik nu heb gezien maar ik vermoed het laatstgenoemde Smörrestälsel en PGC35609.

Inmiddels ben ik met ArnoM als laatste overgebleven en het is half een. Om het kruit voor Grandpré nog enigszins droog te houden besluiten we er een eind aan te breien. Wel merkt ArnoM nog op dat het soms toch nog wel lastig is om sterren te herkennen. We zien een heldere ster opkomen in het oosten, die ik eerst voor Jupiter aanzie, maar het blijkt Vega te zijn. Tussen de bomen door zie ik net de rest van Lyra onder de herbivoorster hangen. Het spel “Welke ster is dat” blijft altijd boeien. Ook als je al een paar jaar waarneemt.

Deze avond was de moeite waard, to say the least. Ik ben blij dat ik ben gegaan, deze sessie was Echt Heel Leuk. Voor herhaling vatbaar.