Vrijdag 16 maart 2018

Wanneer ik Maastricht nader breekt de lucht en maakt de donkergrijze miezerregenlucht plaats voor lichtgrijs met zelfs een enkele blauwe plek. Wanneer ik voorbij Sedan even stop en mijn roaming mobiel internet aan de praat heb stroomt er een hele reeks berichten binnen van waarneemmaten die al in Grandpré zijn gearriveerd dat het er prachtig is. Bij aankomst zet ik mijn telescoop net als de anderen dan ook meteen in het veld.
Helaas blijkt het een loze belofte, bij het vallen van de schemering trekt cirrus binnen vanuit het zuiden. Dat kan niet verhoeden dat Nathan Venus en Mercurius heeft gespot. Mercurius staat een stuk hoger dan Venus, en dat vind ik maar curieus. De planeten zijn mooi zichtbaar door Nathan’s verrekijker op statief, en in zijn Dob is mooi de sikkelvorm van Mercurius te zien.

Wanneer het echt goed donker wordt is de zuidelijke helft van de hemel al bijna dicht; alleen een waterige Sirius en de andere sterren van het winterhexagon prikken door de sluier. Inmiddels zit iedereen al binnen aan het bier aan de pokertafel. Iedereen?
Nee, één eigenwijze gek blijft tegen beter weten in weerstand bieden aan de bewolking en gaat gewoon even Sirius B proberen. Zonder resultaat helaas, en al snel blijkt ook waarom: Zelfs Rigel B is maar nauwelijks te zien, en het Trapezium in de Orionnevel al helemaal niet. Vast iets met transparantie enzo. Maar ik heb niet voor niks zitten collimeren en de zoeker en RDF uitgelijnd. Dat bier loopt niet weg.
Enige mijmeringen later valt me op dat Orion toch een pak beter te zien is dan een kwartier geleden. Hogerop in de hemel ziet het er nog beter uit en vooral om en nabij Gemini lijkt het opeens goed opengetrokken. Ik aarzel geen moment en leg aan op M35. En nu weet ik meteen waarom ik ook alweer naar Grandpré ben gereden want deze donkere hemel staat het open cluster prachtig. Als Abraham een 16″ Dobson had gehad in de woestijn dan had hij alleen maar op M35 hoeven mikken om al uitgeteld te raken van het tellen van zijn nageslacht. En als hij alle sterren van de Messier al had kunnen tellen dan was hem ongetwijfeld nog die mysterieuze vlek opgevallen voorbij een Y-vormig asterisme. Ongetwijfeld had hij dan doorvergroot op NGC2158 tot 225x om deze prachtig op te lossen en was hij steil achterover van zijn waarneemstoel gevallen om zijn ontelbare kinderschare. En dan zullen we hem nog maar niet de ware aard verklappen van andere vlekken waarmee de hemel bezaaid is. Bijvoorbeeld in Ursa Major, maar daarover straks meer.

Nu lijkt het erop dat het doek definitief is gevallen voor vanavond want ook de noordelijke hemel trekt dicht. Ik besluit dat het mooi is geweest en bovendien heb ik nu best zin in een goudgele rakker. Ik neem dan ook de Harroscope minus volgplatform in de Rautekgreep om deze van het waarneemplatform naar binnen te verplaatsen. Net voor ik naar binnen wil komen TomC en iemand anders naar buiten omdat het helder zou zijn geworden? En bij nader inzien, rondom de Grote Beer begint het weer open te trekken. Goed. Dat bier loopt niet weg.

Enige minuten later staat de Dob weer opgesteld, deze keer op het terras direct achter het huis. Mijn maten haken al direct af en ongelijk hebben ze niet want de transparantie houdt niet over, er zit toch heel wat sluier. Toch ga ik het proberen, en ik begin bij NGC3898, in de pan van Ursa, in de buurt van Phecda. Het stelsel is duidelijk te zien, rond met een heldere kern. Nog dichter bij Phecda stuit ik op NGC3998, een ellips met een buurman die maar amper is te zien: NGC3990. Wie had dat verwacht, zowaar een bijvangst bij een Herschelhap. De laatste H400 die ik nog in beeld krijg is NGC3982, ditmaal weer een ronde pluis met een blanke pit.
Nu trekt het echt dicht en ik ben het nu zat. Tien minuten later staat de Dob in de gang en zit ik met een Hertog Jan in de warme kamer. Tijd voor napret, het uitwerken van de schetsen van de vorige keer Dijkgatsbos.

Zaterdag 17 maart 2018

Helaas kom ik die nacht moeilijk in slaap, en slaap de volgende ochtend een gat in de dag en in de planning van TomC, die een workshop schetsen zou houden. Gelukkig is de maestro geduldig genoeg om op me te wachten en de workshop blijkt uiterst leerzaam, waarvoor nogmaals dank! De rest van de dag houd ik me onledig met het vervangen van de motor van het volgplatform en het schrijven van het vorige waarneemverslag. En vooral lekker chillen. Het orakel Alexis voorspelt niet veel goeds voor zaterdagavond en zondagavond wordt al niet beter. Daarom besluit ik een dag eerder uit Grandpré te vertrekken want in Nederland wordt het zondagavond naar verwachting wel helder. Vandaag kan ik nog van het besneeuwde landschap genieten.

Zondag 18 maart 2018

Na een vlotte rit ben ik om drie uur weer thuis. Nadat ik vrouw en kinderen heb overtuigd van het nut van mijn missie naar Grandpré door middel van pains au chocolat en appelbeignets uit Grandpré is het alweer snel tijd om te vertrekken naar het Dijkgatsbos. Daar kom ik tegen negen uur aan, en het is echt prachtig helder. ArnoMark, ook vandaag teruggereden uit Grandpré, is al aanwezig met de fotosetup. Een mooie plaat van de Flame Nebula en een van de Paardekopnevel zijn al binnen; op het display van de camera ziet het er al veelbelovend uit. De eindresultaten mogen er ook wezen, zo zal later blijken.
De wind valt mee, vooral met strategisch geparkeerde auto’s. Collimeren en uitlijnen van de zoeker is snel gebeurd en het is tijd voor het eerste project: galaxies voorbij M44, een cosmic challenge uit het gelijknamige boek van Harrington. Een deepsky-object met daarachter een reeks deeper-sky-objecten.

M44, het Beehive Cluster in Cancer, is natuurlijk snel genoeg gevonden want daar is onder de hemel van het Dijkgatsbos geen optiek voor nodig. En dat is natuurlijk gelijk de moeilijkheid bij het vinden van galaxies daarachter, want die mooie kroonluchter schittert vrij fel in het oculair van een 16″ Dob, wat het zoeken naar vage pluizen wat lastig maakt. En dat is natuurlijk ook de challenge van deze cosmic challenge. Helaas ben ik niet zo slim geweest om het boek of een uitgeprinte scan van de betreffende pagina’s mee te nemen, waarin de stelsels beschreven staan. Dus doe ik het met SkySafari, en ik begin in het hart van M44. Daar staat PGC 4546044 aangegeven, en die zie ik niet. Nou ja, even denk ik hem te zien, maar het lijkt meer op reflecties van twee heldere sterren van M44 aan weerszijden, en misschien gezien is niet gezien. Achteraf blijkt dat terecht want zelfs op astrofoto’s en in Aladin is de zevencijferige PGC niet zien. Evenmin als in het boek van Harrington trouwens. Vandaar dus volgende keer die scan.
Wat wel te zien is, even buiten het hart van M44, is IC2388, een klein ovaal stelsel dat met vier sterren een [ vormt. Verder naar buiten, helemaal aan de westrand van M44 vind ik NGC2625, een face-on-stelsel met een helder pit. Buurman NGC2624 laat zichzelf iets meer en profil zien. Iets terug naar het centrum van de Beehive zoek ik naar het paar PGC 24284 en PGC 2800946. Hier moet ik wel even stevig perenveren voor ik wat zie, maar warempel, uiteindelijk zie ik wat verschijnen, dan op de ene plek, dan op de andere. Skysafari laat het duo zien als twee edge-ons die vrijwel haaks op elkaar staan. Die vorm kan ik niet ontwaren maar het zijn er wel duidelijk twee. In Cosmic Challenge blijken de twee te luisteren naar de illustere naam CGCG 89-56. Catalog of Galaxies en Clusters of Galaxies. De Kat Krabt de Krullen van de Trap.
Bizar idee, dat je door een open cluster zit te kijken naar een stel galaxies die vele malen verder weg staan. Ik heb eens een eenvoudige rekensom gemaakt, op basis van de afstand van M44 (570 lichtjaar afstand) en die van de stelsels (honderden miljoenen lichtjaren afstand). Als je M44 op schaal zou vergelijken met een kroonluchter in je woonkamer in Amsterdam, dan sta je dus door die kroonluchter heen te kijken naar Parijs, Lyon, Barcelona en Málaga. Even voor het idee.
Aan de andere kant van het hart van M44 prijkt IC2390, al prijkt hij in bescheidenheid want het stelsel is netaan te zien. Een stuk lumineuzer is NGC2647 aan de oostrand van de open sterrenhoop. We hebben hier weer te maken met een face-on-galaxy met een heldere kern.Tenslotte richt ik de blik nog op het zuidelijke gedeelte van M44, met de 8 mm Planetary overigens, net als in de gevallen hierboven. Daar kan ik met enige moeite UGC4526 ontwaren: een naald die lijkt te staan tussen een ster en een dubbelster, waardoor het geheel er ongeveer zo uit ziet: ·· 0 ·, waarbij die 0 een stuk smaller is dan een 0. En die smalle 0 intrigeert me. Wat zou daar plaatsvinden? Zouden ergens, op een planeet in dat stelsel, twee vrienden in een café het glas heffen op een geslaagde Messiermarathon, hoe die lijst er daar dan ook uit zou zien? Zou in UGC 4526 een verlegen jongen met bonzend hart zijn liefde verklaren aan het meisje waar hij al een jaar verliefd op is? Zou een apetrotse vader in het verre stelsel zijn dochter van haar fiets tillen en boven zich zwaaien nadat ze voor het eerst zonder zijwielen heeft gereden? In die nauwelijks waarneembare vlek in het oculair van de 16″ Harroscope? Of vinden daar louter astrofysische processen plaats? We zullen het waarschijnlijk nooit weten. Wat ik wel weet is dat ik het het flink koud heb en dat ik zin heb in een bak hete koffie.

Zo, dat smaakt. Evenals de keihard bevroren stroopwafel, en ik heb ook nog wel zin in een paar sappige Herschelhappen. Die ga ik vandaag opzoeken in Leo, die inmiddels mooi hoog staat. Ondertussen heeft ook een derde Grandprévervroegdverlater zich bij ons gevoegd in de vorm van Roeland, die eerder in de Oesterput in Zeeland bewolking trof.
De reis voert vanavond naar de achterpoot van de Leeuw en een klein eind daaronder kom ik NGC3521 op het spoor, een stelsel met een helder kern en, als ik mijn eigen handschrift correct teruglees, enigszins langwerpig. Iets hogerop kom ik de volgende Herschel 400 tegen in de vorm van NGC3640, deze keer met een leuke bijvangst. NGC3641 staat zowat tegen zijn eennummerlagerige buurman aan maar ook de ovale NGC3630 laat zich zien. Mijn spijkerschrift suggereert dat ik ook nog NGC3613 heb gezien in deze buurt maar dat kan niet want die staat in Ursa Major. Waarschijnlijker is dat het gaat om NGC3643 of ik mag een ajuin wezen. Ik heb er zelfs nog iets naast gekrabbeld dat de vorm van het object moet voorstellen met veldsterren, maar naast mijn handschrift helpt ook een haperende pen niet mee – waarschijnlijk door de vrieskou. Volgende keer gewoon een potlood gebruiken. Het duo NGC3640/41 vind ik leuk genoeg om er een iets uitgebreidere krabbel aan te wijden; de enige vanavond want meer gaat niet met bevroren fikken.

Hogerop in de Leeuw, net onder Chertan, staat NGC3593, haaks op een asterisme van een dikke en twee dunne sterren op een rij. Dit is een mooi groot, ovaal stelsel met een heldere kern en een halo die mooi uitloopt in de hemelachtergrond. Aan de andere kant van het tjing-tjing-boem-asterisme staat natuurlijk het prachtige Leo-triplet, M65-M66-NGC3628. Dit is even genieten, zowel in widefield met alledrie de stelsels in beeld, als individueel onder een sterkere loupe. TomC heeft hier pas een stel schitterende schetsen van gemaakt; ik houd het even bij deze gestileerde versie:

/ /

_

Hoger nog in de Leeuw, daar waar de rug overgaat in de volle maan, is het ovale stelsel NGC3655 te vinden, terwijl ten zuidoosten daarvan NGC3810 een mooie ronde pluim is aan des leeuwen staart. Dit vrij grote galaxy lijkt zelfs wat detail te tonen; ik durf niet te beweren dat ik spiraalarmen zie maar wel iets van helderheidsverschillen of concentrische cirkels.

En dan is het showpiece-time. Het is alweer ruim na twaalven, ArnoMark is inmiddels naar huis gegaan. De kou en vermoeidheid beginnen hun tol te eisen. Dus nog even knallen en dan de warme auto in. M81 en M82 blijven twee juwelen aan de hemel, zeker in een beeldveld met NCG3077. Bij 225x kijk ik nog eens goed naar de ovale M81, en even lijk ik een soort opgerolde vorm te zien. Het wekt bijna de suggestie van spiraalarmen maar dat kan natuurlijk niet bij een elliptisch stelsel. Het wordt tijd dat ik eens een eind aan ga breien aan deze sessie want ik begin nu dingen te zien die er niet zijn.
Maar zo makkelijk weet ik me niet los te scheuren van mijn kijker, eerst moet M101 er nog even aan geloven. Dat ding is vrij zwak maar wel groot, en ook hier lijkt wel wat structuur te zien. In overtreffende trap geldt dit natuurlijk voor M51, en hier zijn de spiraalarmen zelfs voor mij onmiskenbaar: een duidelijke S-vorm met hier en daar verdikkingen, stukken die helderder zijn dan de rest.

In mijn ooghoek valt me een heldere vlek op aan de hemel en dat is Melotte 111, het Coma Star Cluster. In de zoeker alias Gropescope is het V-vormige cluster prachtig te zien. Ik denk zelfs aan een schets maar dat gaat hem met koude handen niet worden. In plaats daarvan mik iok tenslotte nog even op het Virgocluster en maak een nachtwandeling langs Markarian’s Chain. Daar vallen me nu ook twee stelsels op dichtbij M84 en M86, die ik volgens mij nog niet eerder heb gezien: NGC4387 en NGC4413.

Het is een uur geweest en ik begin het wat fris te krijgen. Tijd om afscheid te nemen van Roeland en voor de warme auto. Toch mooi vier uur kunnen waarnemen onder een prachtig heldere hemel. De rit naar Nederland is het waard geweest.

Maandagavond 19 maart

Gelukkig voor degenen die tot dinsdag in Grandpré konden blijven is het daar een prima nacht. Het wachten is beloond. Zelf met ik dinsdag weer werken maar het is helder dus ik besluit deze avond de Dob in de tuin op te stellen. De spiegelbak gaat al voor het eten acclimatiseren; de rest volgt wanneer bij het vallen van de schemering blijkt dat de heldere hemel blijft. Even de verwachtingen aanpassen aan een thuissessie; deze keer geen diepe galaxies en interessante bijvangsten maar gewoon even ongecompliceerd Herschelhappen. In de Grote Beer gaat dat altijd uitstekend en ook Leo staat hoog genoeg boven de lichtkoepel van Leiden om met succes galaxies waar ten nemen, albeit zonder veel detail. Mijn waarneemlijst voor deze avond bevat een veertiental galaxies, voornamelijk langs de achterpoot van de arme Callisto die door jaloerse Juno in een beer werd veranderd en door Jupiter samen met haar zoon Arcas aan hun staart de hemel in werd gesmeten om ze te behoeden voor verdere wraakacties van vrouwlief.

Hoog, grofweg midden boven de pan is NGC3945 te vinden. Samen met een boog van drie heldere sterren van toenemende helderheid lijkt het stelsel wel de pootafdruk van een beer te vormen, Op 225x is een mooie ovaal met heldere kern te zien. Een stuk lager, iets onder Phecda, pronkt NGC3953, ook weer een aardige ovaal. In het widefieldoculair pronkt hij zelfs wat prominenter dan de uiterst zwakke M109. Hey, toch nog een bijvangst vanavond. Verder omlaag is de langwerpige ovaal NGC4026 heel duidelijk zichtbaar, met een dito langgerekte kern. Een heel stuk minder duidelijk is NGC3726, nog een end lager bij de knie van Ursa’s achterpoot. Maar hij is wel groot. Nog zo’n fuzzy is NGC3877, vlakbij de kniester. Ik moet toch eens leren schrijven, maar gelukkig kan ik net teruglezen dat ik mijn CLS-filter heb gebruikt, voor dit stelsel en alle volgende. Eerst kwam ik tot de conclusie dat dit filter vanavond niet helpt, totdat ik erachter kwam dat ik de CLS had opgeborgen op de plek van de OIII en vice versa. Goed, het CLS-filter blijkt prima te werken voor galaxies vanuit de stad, zolang het een CLS-filter is. NGC3877 toont zich als een spookachtige, ovale gloed. Spookachtig en ovaal is ook NGC3893, even boven de knie. In de knieholte zit NGC3949 verstopt, ook een lichte ovaal stelsel maar met een duidelijk afgetekende kern.
Verder naar beneden weer, kom ik NGC3938 tegen, maar daar moet ik goed voor kijken want het stelsel is niet meer van een amper zichtbare maar omvangrijke vlek. Een stuk duidelijker is het langwerpige galaxy NGC3675, dat ook alweer in een berenpootasterisme ligt, en bij de gebruikelijke 225x naast een heldere veldster aan een uiteinde. Lager, aan het scheenbeen van de omgekatte Callisto ligt NGC3665 die face-on-rond is maar ondanks dat ook heel duidelijk, met een heldere kern een mooi naar buiten vloeiende halo. Ook heel duidelijk is NGC3941, die op een versie van NGC3665 lijkt die door een goed uitgeruste ATMer tussen de bankschroef is gedraaid getuige zijn ovale voorkomen. Het laatste stelsel van vanavond in Ursa Major is NGC3813. Dit is weer een vage rakker; hij is amper zichtbaar met zichtbaar genoeg om langwerpig te zijn.
Net over de grens met Leo valt het starhoppen me zwaar maar gelukkig weet ik na enig zoeken toch NGC3900 te vinden, een klein stelsel dat zich toont als weer een spookachtige gloed. Tenslotte zoek ik naar NGC3912, het laatste object op de lijst van vanavond, maar het wil niet lukken. Ik zoek en vind de locatie, hoewel ook de sterren steeds vager worden. Als ik even omhoog kijk naar de hemel zie ik waarom: er is al enige tijd sluier binnengetrokken, nu gevolgd door echte bewolking. Einde oefening voor vanavond, nu begrijp ik ook waarom die starhop zo lastig ging. Jammer deze cliffhanger, maar volgende keer staat hij met stip op de waarneemlijst. Misschien wel weer onder een donkere hemel op een plaats als het Dijkgatsbos, en dan eens kijken of NGC3900 daar dan ook nog zo vaag is.

In elk geval heb ik een goede avond gehad, en gisteravond ook. Ondanks dat mijn rit naar Grandpré weinig waarneemresultaten heeft opgeleverd, ben ik uiteindelijk toch dik tevreden over dit weekend. Toch de gezelligheid met de waarneemmaten uit het Dijkgatsbos en die uit Vlaanderen, en een hoop geleerd over de schetskunst. Met als grand dessert toch nog twee mooie avonden. Tot ziens weer in april 🙂