Het moet niet altijd deepsky zijn. Leuk hoor, galaxies bekijken door een open sterrenhoop heen, maar dichterbij huis is ook een hoop moois te zien. Daarom wil ik vandaag toch even een lans breken voor de maan, de notoire deepskyspelbreker, omdat deze zelf ook een erg interessant spel heeft te bieden. Om even in de beeldspraak van mijn vorige verslag te blijven, als die open sterrenhoop, M44, een kroonluchter is in je woonkamer dan liggen die galaxies in Zuid-Europa. Op diezelfde schaal leert een grove rekensom dat de maan dan, nou ja, ik zal maar zeggen, een molecuul proteïne is op het oppervlak van je hoornvlies.

Zondagavond 25 maart 2018

Vanavond is het kraakhelder en de halve maan staat scherp afgetekend aan de hemel. Ik kan de verleiding niet weerstaan en zet mijn grab&go 10 cm lenzenkijker buiten. Ooit heb ik de Lunar 100 uitgeprint en in mijn waarneemmap gestoken. Deze lijst van 100 details op de maan, in toenemende moeilijkheidsgraad, lijkt me een leuke leidraad om de maan te verkennen, want eigenlijk weet ik er nog maar bar weinig van. Vanavond lijkt me een goed moment om daar eens mee aan de slag te gaan.

Goed, ik begin bij Lunar 100 nummer 1: de Maan zelf. Toelichting: grote satelliet. Ja, zo’n joekel lanceren we niet even met een Falcon Heavy. Mijn eerste waarneming van de maan kan ik me niet meer heugen maar de eerste die ik me herinner zal ergens in 1973 geweest zijn, toen ik het gordijn van mijn slaapkamer openschoof en er uren naar keek, tot schrik van mijn moeder die vond dat ik eigenlijk moest slapen. Check.  Nummer 1 kan ik loggen. Nummer 2 is al iets minder triviaal: het asgrauwe schijnsel, geheel correct toegelicht als tweemaal gereflecteerd zonlicht: zon –> aarde –> maan –> aarde. Dit verschijnsel is vooral goed te zien bij een kleine maansikkel, waarbij je de rest van de maan ook heel vaag kunt zien vanwege het licht dat vanaf de aarde op de maan wordt weerkaatst – en weer terug. Daarom staat het verschijnsel ook wel bekend onder de naam earthshine. Vanavond is het niet te zien maar ik heb het al vaak gezien, ook al in jaren ver voor mijn astronomierevival. Check. Nummer 3 is het contrast tussen de maria (meervoud van mare = zee) en de hooglanden van de maan. Ook deze is bekend bij iedereen die de vlekken op de maan ziet, het “gezicht”, het “mannetje” of welke patronen je er dan ook op kunt zien. Check. Toch heb ik hierover vanavond iets bijzonders ontdekt, maar daarover straks meer.

Dan nu het echte werk, waar je wel een telescoop voor nodig hebt. Nummer 4. Behalve een gebergte in Italië zijn de Apennijnen ook een bergketen op de maan, en deze markeert de zuidrand van Mare Imbrium. Ook andere gebergtes die we op aarde kennen hebben een pendant op de maan. De Maanapennijnen zijn een mooi afgetekend gebergte dat een boog vormt om Mare Imbrium en eindigt met een flinke krater. Later blijkt deze krater de naam Eratothenes te hebben.
Vanaf nu sla ik hier en daar wat nummers over, omdat de bijbehorende maandetails zich ofwel in het donkere deel van de maan bevinden, ofwel ver in het lichte deel, waar het minder goed uitkomt. Maandetails zijn namelijk het mooist als ze in of dichtbij de terminator staan, de grens tussen licht en donker. Nummer 7 is daar even een uitzondering op, Rupes Altai. Deze staat in het lichte deel maar deze hoge klif is toch goed te zien. Helemaal in het zuiden van de maan vinden we nummer 6, krater Tycho. Deze is scherp afgetekend, ik heb er even een schematische krabbel van gemaakt.

Nog verder, richting de zuidrand van de maan is de grote krater Clavius te vinden. Het is een karakteristieke krater die zelf een aantal kleinere kraters bevat, ik zie een grote en twee kleinere.

Voor de volledigheid noem ik even nummer 8: de kraters Theophilus, Cyrillus en Catharina. Vanavond zijn die wel goed te zien maar niet zo goed als wanneer ze dichtbij de terminator staan. Mijn eerste kennismaling met dit trio, of beter het duo Cyrillus en Catharina was in 2014 toen ik net de hobby herontdekt had. In het strijklicht leken de twee kraters op een bril, vanwege een kloof die de twee verbindt. Namen van kraters vergeet ik altijd snel maar deze heb ik altijd kunnen onthouden vanwege een ezelsbrug: Catharina was een Russische tsarina, en schreef dus in Cyrillisch schrift.
Nummer 10 is Mare Crisium, en dit is weer een prima blote-oogobject. Zeker wanneer de wassende maan opkomt is deze scherp afgetekende, ronde mare duidelijk te zien als een ronde vlek bovenop de maan, en rechtsboven als de maan eenmaal hoog staat. Ik zou willen zeggen dat Mare Crisium eigenlijk het meest in het oog springende kenmerk van de maan als je hem met het blote oog bekijkt.
Een heel bijzonder detail op de maan door een telescoop is nummer 15, de Rechte Muur of Rupes Recta. Alsof een knappe jonge vrouw een wimper is verloren terwijl ze zich opmaakte en de maan als spiegel gebruikte.

Nummer 18 vermeldt de donkere randen van Mare Serenitatis. Als toelichting wordt gegeven: de verschillende oppervlakken van de maria met verschillende samenstelling. Ik kijken en verhip, er is inderdaad een duidelijk overgang te zien tussen Mare Serenitatis en Mare Tranquillitatis. Mare Tranquillitatis is wat donkerder, en die donkere tint loopt een klein stuk door in Serenitatis. Dit is me werkelijk nooit eerder opgevallen. Het kleurverschil blijkt te maken te hebben met de samenstelling van de bodem in de respectievelijke maria. Deze bevatten relatief hoge concentraties ijzeroxide (FeO) wat ze vrij donker maakt, wat bruinachtig. Maar Mare Tranquillitatis bevat daarnaast hoge concentraties titaniumoxide (TiO2) wat hem blauwachtig en nog donkerder maakt. En verhip, als ik er op let, zie ik inderdaad heel subtiel de wat blauwige kleur.Ook op andere plaatsen op de maan is dit her en daar te zien.

Nummer 19, de Alpenvallei is een lange rechte naaldvormige “barst” in het Alpengebergte ten noorden van Mare Imbrium. Deze viel me de vorige keer toen ik de maan waarnam al op en ook nu is hij goed te zien. Daar in de buurt is krater Plato, die zelf een aantal hele kleine kraters bevat en dat is nummer 83. Ik zie daarvan echter maar één dus dat moet ik nog eens beter bekijken. Wellicht zal ik daarvoor een keer de 40 cm Dob moeten opstellen want ik vermoed dat de optische kwaliteit van mijn bread and butter-refractor daarvoor tekortschiet. Wat deze wel heel goed laat zien is nummer 20, krater Posidonius aan de oostrand van Mare Serenitatis. Hij maakt zover van de terminator niet echt indruk dus die doe ik later nog eens over. Indrukwekkender vind ik de berg Pico, nummer 23, terug in Mare Imbrium onder krater Plato. Deze eenzame berg wordt van de zijkant belicht en daarom is maar een klein deel te zien. Zo ziet hij er uit als een scheefgezakte sneeuwpop met een lange slagschaduw.

Tenslotte vinden we iets leger in Mare Imbrium de grote kater Archimedes, nummer 27 op de lijst. Bijzonder kenmerk van deze krater is dat hij geen centrale berg heeft, zoals bijna alle andere kraters die hebben. Die schijnt te ontstaan door het terugverende oppervlak na de inslag van een meteoor, zoals water een zuil maakt nadat je er een zware steen ingooit. Archimedes moet het dus zonder doen.

Plotseling wordt de maan heel donker. Bewolking maakt een einde aan het waarneemplezier maar morgen is het maandag dus het wordt toch al tijd om op te breken.

 

Maandag 26 maart 2018

Wel drommels, alweer zo mooi helder. Scherp staat de eerder genoemde Mare Crisium afgetekend bovenaan de opkomende maan tegen de azuurblauwe hemel. Al snel zit ik achter de refractor naar Copernicus te  kijken, de vijfde telg uit de Lunar 100-familie,onder Mare Imbrium. Het is een grote krater met een terrasvormige rand en drie centrale pieken: middelgroot, klein en groot. Ongeveer zo: o ⋅ O
Nu ik toch in de buurt ben doe ik ook een poging op nummer 74: Copernicus H. Deze staat omschreven als “Dark-halo impact crater”. Juist ja. Ik kan er geen chocola van maken. En zo houdt een mens nog wat te wensen over voor later,na enige voorbereiding en gewapend met kennis van zaken.
Nummer 26 is dan weer makkelijk: Mare Frigoris, helemaal aan de noordkant van de maan. De koelkastzee strekt zich uit helemaal boven Mare Imbrium en Mare Serenitatis. Boven Frigoris, schuin tegenover krater Plato moet krater W.C. Bond te vinden zijn, nummer 76, omschreven als “Large crater degraded bij Imbrium ejecta”. Bond ziet er uit als een ruitvormige ondiepe krater, die inderdaad soort van ondergelopen lijkt. Shaken, not stirred.
In Mare Serenitatis valt me nu op dat de uitloper van de donkerdere Tranquillitatis zich rondom de onderkant van zijn buurman uitstrekt. Dergelijke overgangen van donker naar donkerder zijn ook te zien in de maria Fecunditatis en Nectaris.
Tenslotte valt me bij krater Clavius nu op dat hierin nog meer kleinere kraters te zien zijn die ik blijkbaar gisteren heb gemist. Misschien door de opgeschoven terminator? In elk geval zie ik nu twee grote kraters,waar een van die twee het begin is van een boog van vijf, en grootte afnemende kraters is. Alsof er iets in Clavius is neergestort dat heel hard om zijn as roteerde, loodrecht op de richting van inslag, en zo een boog vormde. Ik weet niet of die theorie verstand maakt maar in elk geval is het een heel bijzonder gezicht.

Bewolking waakt vanavond opnieuw over mijn nachtrust dus ik moet een eind breien aan de sessie. In elk geval ben ik een stuk enthousiaster over de maan dan voorheen, hoewel een lekkere portie deepsky natuurlijk ook niet is te versmaden. Alles op z’n tijd.