Mijn vorige waarneemverslag sloot ik af met de constatering dat mei statistisch gezien de beste waarneemmaand is, in elk geval in mijn statistieken. En daarin is de meimaand van 2018 nog niet verwerkt.

 

Een kleine twee weken later kan ik vaststellen dat mei 2018 alvast niet teleurstelt. Inmiddels ben ik vier waarneemavonden verder, waarvan twee thuis en twee op de Afsluitdijk. Ik heb mijn hart kunnen ophalen.
Het voorjaar is natuurlijk het seizoen bij uitstek om lekker galaxies te bekijken in het rondom het Virgocluster. Dat heb ik dan ook uitgebreid gedaan, de twee avonden in Leiden en het grootste deel van de eerste nacht in Breezanddijk. Het resultaat: zevenentwintig Herschel 400-galaxies met hier en daar een bijvangst. Daar kun je mee thuiskomen, voor zover ik dat nog niet was.
Ja, en dan ga je nadenken waar je die vangst gaat laten. Je komt dan al snel bij omschrijvingen als “een ovaal stelsel met een heldere kern”. Niets mis mee, maar zevenentwintig keer zoiets wordt wat saai. Daarom leek het me beter om de objecten hun verhaal zelf te laten vertellen.

 

Om toch enige context te bieden bij deze beelden leek het me leuk om deze eens in hun omgeving te plaatsen. De objecten bevinden zich allemaal in en rondom het Virgocluster, waarbij ik in de volgende zeven gebieden heb gekeken.

Gebied 1: Leo

Leiden, donderdagavond 3 mei

De cliffhanger van een aantal weken geleden was NGC3912, die me net niet meer lukte. Op dat moment dacht ik dat de opkomende sluierbewolking me parten speelde, maar nu vraag ik me af of dat het probleem was. Ook nu kost het me veel tijd en moeite om het object te zien. Achteraf begreep ik van mijn waarneemmaat @janbstar dat het gewoon een moeilijk object is, en ik kan het niet beter verwoorden dan hij, in zijn verslag: “Tegelijk is dit ook wel een heel moeilijk object, het vage loeder is mag 13,1 met bovendien weinig sterren in de buurt zodat je de positie dus niet precies weet. Dus in een relatief groot gebied perifeer zoeken naar het vlekje, maar was toch boven water te krijgen gelukkig.” volgens O’Meara is het zelfs een van de moeilijkste objecten van de Herschel 400. In onderstaande schets lijkt het object duidelijk genoeg; dat komt omdat ik hem in de tweede avond Breezanddijk nog een keer heb bekeken onder een donkere hemel, en omdat ik deze thumbnail-schetsen, in tegenstelling tot de “reguliere”, wat dikker aanzet om de objecten beter zichtbaar te maken. In dit verslag zijn alle thumbnails tevens geroteerd zodat het noorden boven is en ze dus overeenkomen met de objecten op de kaart. Voor zover de schetsen kloppen natuurlijk. Wat de kaarten betreft: deze zijn afkomstig uit het programma “Cartes du Ciel”.
NGC3912 lijkt een vrij heldere stellaire kern te hebben, of een voorgrondster. Of een te fantasierijke waarnemer.

 

Gebied 2: Coma Berenices

Vanuit Leo zak ik af in zuidoostelijke richting naar Coma Berenices. Daar tref ik als eerste NGC4350, een stelsel dat al in widefield te zien is. Ik vergroot door naar 225x met het 8 mm Planetary-oculair. Dat geldt overigens voor alle thumbnails in dit verslag. En daar heb je hem: NGC4350 is dus zo’n typisch ovaal stelsel met een heldere kern. In hetzelfde beeldveld van zestien boogseconden is ook de iets zwakkere ronde buur NGC4340 te zien. NGC4450 is van hetzelfde laken een pak albeit dertig graden geroteerd om zijn heldere kern. NGC4394 is eveneens ovaal maar kleiner, en hij heeft dan ook zijn grote broer M85 meegenomen omdat hij alleen een beetje te verlegen is om op de schets te gaan. NGC4293, tenslotte, is een mooi edge-on-stelsel, maar wel een zonder duidelijke kern.

 

Gebied 3: Virgo

Nog net in Coma Berenices maar op de rand van Virgo is NGC4689 te vinden, een grote ronde vlek zonder details, onder een ongelijke dubbelster.

Leiden, vrijdagavond 4 mei 2018

Virgoclusteren vanuit de Leidse achtertuin, ik heb het nog nooit gedaan. Wel geprobeerd, maar zonder succes. Deze keer is het raak, Markarian’s Chain is goed te zien. M84 en M86 zijn duidelijk genoeg en ook The Eyes, NGC4435 en NGC4438 zijn niet alleen om te zien maar ook om gezien te worden. Van de naburige M87 weten de fotonen hun weg door het oculair eveneens goed te vinden. Mooi, dat geeft goede moed voor de Herschelhappen in die regio. Die bevinden zich meer naar het oosten, richting Vindemiatrix, en als eerste mag de ovale NGC4596 zijn heldere kern laten zien. Met een Z-bocht kom ik via de mooie langwerpige NGC4698 en de bijna ronde pluis NGC4660, in een erg sterarm gebied, terecht bij het fraaie due NGC4754 en NGC4762. De zussen van der Naald passen net samen in een beeldveld. Je kunt zeggen van de Herschel 400-lijst wat je wilt, veel objecten zijn vrij saai maar je komt via zo’n lijst dan toch ook weer dit soort beauties tegen. Met een flinke zwiep kom ik bijna uit waar ik gisteren ben geëindigd, bij NGC4866. Nog net in Virgo geeft het langgerekte galaxy mooi de grens aan met Coma Berenices.

Vanavond wil ik het niet te laat maken, dus ik ruim vroeg op. Toch kan ik het niet laten nog even Object van de Maand M104 aan te doen, de Sombreronevel. Eigenlijk is het maar een klein stelsel, maar de ronde verheldering in het midden is goed te zien. Ook is de abrupte overgang te zien van licht naar donker, dat zal de stofband zijn. Aan gene zijde van wat een donkere streep moet zijn, zie ik echter geen tweede, zwakkere gloed.

 

Breezanddijk, zaterdag 5 mei 2018

De grote avond is gekomen: het is nog steeds strakblauw en het Noordelijk Zwerkvorskunstenaarscollectief is massaal uitgerukt. Met een man of vijftien komen we naar Breezanddijk, het wordt een gezellige drukte. Op het zelfde idee komen zwermen dansmuggen, waarvan een significant percentage zijn carrière ziet eindigen op de voorruit. Als ik arriveer zijn Nathan en Esther op de dijk bezig de ondergaande zon te fotograferen.

Helaas ben ik net te laat om de zon te zien ondergaan maar op de foto’s van Nathan en Esther zijn de groene kleurverschijnselen goede te zien. En nu snap ik ook wat wordt bedoeld met “insnoeringen” van de ondergaande zon. In elk geval kan ik in alle rust opbouwen en van de schemering genieten.

Ondertussen staat het terrein vol, na een goede kop koffie en een demonstratie door Hans van zijn mooie 35 cm zelfbouwdob valt de duisternis. Op mijn waarneemlijst voor vanavond staan een aantal nogal ambitieuze objecten. Een daarvan is komeet 74p/Smirnova-Chernykh, die mooi in een beeldveld met M66 zou moeten staan. Kort en goed: M66 is duidelijk genoeg maar geen Smirnova te bekennen. Veel te zwak. Zelfs op recente astrofoto’s op het forum is hij op de plaats die Skysafari aangeeft op de tijd van opname nergens te bekennen. Ook mijn poging op Palomar 4 levert een twijfelachtige waarneming op. En misschien gezien is niet gezien.
Goed, zwakke objecten zitten er vanavond niet in. Weet je wat? Ik ga gewoon weer lekker pretentieloos Herschelhappen. Maar eerst nog even een showpiece: M53.

In widefield is M53 al goed te zien als heldere pluis en ik besluit eerst even door te gaan naar zijn zwakke buur NGC5053. Daarvoor moet je beter je best doen en vooral doorvergroten. Op 225x zie ik in eerste instantie niks, totdat ik goed perifeer kijk en de telescoop iets beweeg. Opeens gaan er een heleboel sterretjes aan en uit, steeds opnieuw. Heel bijzonder een heel mooi om te zien, een soort visuele tinteling. Dan knalt M53 er echt uit, maar nu valt me op wat een mooi object dit ook is. Mooie fijne patronen laten zich zien in de bolhoop, die tot in de kern is opgelost. Minder succes heb ik met het scheiden van de zeer nauwe dubbelster Diadem (α Com) maar wel leuk is het nabij liggende asterisme Sand Shovel, dat eruit ziet zoals hij heet.Met dank aan @TomC voor de tip 😉

En passant richt ik de kijker nog een keer een stuk lager op de Sombrero M104 in Virgo, om te kijken of ik wat meer detail zie dan in Leiden. Dat valt tegen; ik denk de stofband iets geprononceerder te zien met een hint van de gloed aan de andere kant van de kern, maar het blijft vaag. Er zijn edge-ons die ik indrukwekkender vind,

Gebied 4: Coma Berenices

De Herschel-400 lijst laat nog een aantal galaxies zien in het haar van Bernice. Daar helpt geen Head and Shoulders tegen maar een 16″ Dobson blijkt daarentegen tamelijk effectief. NGC4725 geeft zich in elk geval snel gewonnen, met als bonus de kleine buur NGC4712. Twee ovalen voor de prijs van één. Een eind naar het oosten staat de rest van de Herschelhaarklovers, waarvan NGC4448 nog indit gebied past. Een flinke net niet edge-on met wel een vrij geprononceerde kern.

 

Gebied 5: Coma Berenices

Vanuit NGC4448 maak ik een U-bocht via de kleine ellips NGC4251, de ronde pluis NGC4245 en de grote ovaal NGC4274. Dan gaat hij even in zijn achteruit voor  NGC4278, een sociaal beest dat alleen samen met zijn kogelronde broer NGC4283 en zijn kleine elliptische zusje NGC4286 op de schets wil. Nog zo’n gezelschapsgalaxy is NGC4314, dat samen wil met zusje NGC4308 of helemaal niet. Dat die twee niet in een beeldveld passen, daar heeft meneer geen boodschap aan. Dan rek ik mijn beeldveld maar op. Enfin,’s lands wijs, ‘s lands eer. Rare jongens, die Comaberenicianen. NGC4414 is dan weer zo’n ovale ijdeltuit die per se in het midden van het beeldveld wil staan, omringd door zijn veldsterren.

 

Gebied 6: Canes Berenices

Nee, dat sterrenbeeld bestaat niet maar het mag toch eens – al is het maar één keer – gezegd worden dat Bernice niet alleen haar heeft maar ook een gezicht. Bovendien staat ovaal NGC4203 nog net in Coma Berenices. Wel in Canes Venatici staat de mooie ovaalmethelderekern NGC4214. Interessant in NGC4151, drie graden naar het oosten, die een heldere veldster heeft precies op de plaats van de kern. Daarmee lijkt het een soort Irisnevel on steroids, die als echo NGC4156 heeft in hetzelfde beeldveld.

 

Gebied 7: Canes Venatici

Tenslotte drie Herschelgalaxies die wat verder uit elkaar staan, dus daarmee is dit gebied wat groter. NGC4618, onder de rook  van M94, heeft een zusje waarmee hij graag in de draaimolen van vier veldsterren zit. Een mooie edge-on is NGC5033. Nog verder naar het westen in het tref ik de laatste Herschelhap van vanavond: NGC5273, een rond stelsel met een heldere kern, samen met zijn kleine broer NGC5276. Daarmee is dit tevens het laatste Herschel 400-object dat nog niet eerder door mijn oculair heeft gekeken.

 

Om mij heen is het ondertussen steeds rustiger geworden, we zijn nog met zijn drieën. Ik voeg me even bij een aantal mensen dat op de dijk naar de opkomende maan staat te kijken. Nathan reikt me zijn Swarovski-verrekijker, en nu snap ik wel de waarde van zo’n instrument. Wat een prachtig beeld, de kraters springen je tegemoet.
Terug bij mijn kijker ga ik nog even door de knieën om Jupiter en Saturnus te zien. Jupiter is scherp met mooie details; een van zijn manen staat een stuk uit het lood. Wist niet dat dat kon… Saturnus laat netaan de Cassinischeiding zien aan de uiteindes van de ringen, en ook een mooie bruine rand op het gele planeetoppervlak.

Als laatste probeer ik nog de beruchte Draco-dwarf UGC10822 in beeld te krijgen. Dat lukt uitstekend, alleen ik zie hem niet. Veel te groot en veel te zwak. Maar gezien het feit dat op DeepskyLog slechts een vijftal topwaarnemers dit object wel heeft kunnen zien kan ik daar niet wakker van liggen, al zou dat voor de rit terug naar huis wel van pas komen. Terug op de A7 stop ik nog even bij het monument om een foto van de maan te nemen en zijn mysterieuze spiegeling in het IJsselmeer.

Gelukkig helpt stevige muziek ook om de vangrail te ontwijken en om 5:10 raak ik mijn kussen.

Breezanddijk, dinsdag 8 mei 2018

Maandagavond gaat er een groep naar het Dijkgatsbos maar de thuissituatie staat even niet toe dat ik van huis ga. En ik ben nog moe van zaterdag. Gelukkig is het de dag daarna nog steeds kraakhelder dus ik besluit naar Breezanddijk te gaan, desnoods alleen. Gelukkig laat Martijn weten dat hij ook die kant op komt, zij het later in de avond. Ik ga vroeg om nog een poging te wagen op de groene flits en deze keer ben ik wel op tijd, om negen uur. Als ik aan kom rijden zie ik bij de dijk een auto staan, en er loopt een man met twee honden. Terwijl ik even twijfel wat te doen zie ik dat de man zijn woefpoezen in de auto laadt; ik zie nu ook een vrouw met een camera. Als ik uitstapt groet de man mij vriendelijk en het is duidelijk dat het stel hier net als ik komt voor de mooie zonsondergang.

Dit keer geen insnoeringen en dus ook geen live groene flits. Wel een schitterende zonsondergang die de vroege komst naar Breezanddijk meer dan waard is.
Aan de IJsselmeerkant is het bijzondere verschijnsel te zien van een naadloze overgang van water naar hemel. Alsof je in het niets kijkt.

Nu heb ik natuurlijk alle tijd om de boel op te bouwen. Ondertussen komt er een auto aanrijden. Hij stopt bij de pijpleiding, een man stapt uit en loopt mijn kant uit. Opnieuw goed volk: de man, ik zal hem voor het gemak Theo noemen, heeft gehoord dat er vanavond noorderlicht zou zijn en wil dat fotograferen. Dat zal vanavond niet lukken maar wel zal hij mooie foto’s van de sterrenhemel maken. Als ik vertel dat ik voor de sterren kom is Theo direct erg geïnteresseerd en ik laat hem alvast de laagstaande Venus zien.Hij ziet al direct de ellipsvorm van de planeet. Even later is Theo erg onder de indruk van Jupiter en zijn manen, hij ziet ook duidelijk de wolkenbanden.

Om een uur of half elf zet ik de kijker op M13. Veel te vroeg natuurlijk, het is nog lang niet donker. Toch is het Herculescluster al prima te zien, ik zie zelfs de propellor al. Ook Theo is onder de indruk van het beeld, en onder het genot van een kop koffie praten we wat over onze respectievelijke hobby’s.

Om een uur of elf arriveert ook Martijn, en zo hebben we toch een groep van drie man vanavond. In Virgo zoek ik een asterisme op dat ik in de IDSA tegenkwam en van plan was tussen de Herschel 400 te bekijken. Dat ben ik straal vergeten, dus doe ik het nu. Het asterisme Llano 1 kan ik nergens anders vinden dan in de IDSA, niet op internet, niet in DeepskyLog en niet in Skysafari. Nochtans is het een fraai T-vormig asterisme. Nochtans. Toch leuk, zo’n woord dat in Nederland allang in onbruik is geraakt maar in Vlaanderen nog thans wordt gebruikt.

Om zeker te weten dat mijn waarnemingen wel ware nemingen zijn zoek ik NGC3912 in Leo nog eens op. Hier onder de donkere hemel is hij zwak maar duidelijk zichtbaar. Hetzelfde doe ik met de twee stelsels NGC4085 en NGC4088 in Ursa Major, die vanuit Leiden echt netaan perifeer zichtbaar waren. Hier is ook dit kosmisch duo duidelijk zichtbaar, zelfs al in widefield in één beeldveld.

In het oosten staat Vega al vrij hoog aan de hemel. Ik aarzel dan ook niet om M57, de deepsky Lord of the Rings, in beeld te zetten. Volgens Martijn zou hij blauw moeten zijn, en als ik goed kijk valt me op dat de ring inderdaad wat grijsblauw van kleur is. In elk geval een schitterend object op 225x. Geen centrale ster, wel duidelijk zichtbaar is de elliptische vorm van de planetaire nevel, en het binnenste dat minder helder is dan het buitenste maar helderder dan buiten het buitenste.

Vanavond staat er opnieuw een komeet op het programma, deze keer waag ik een poging op C/2016 N6 (PANSTARRS). Gelukkig is dit exemplaar een pak helderder dan die Smirnov van zaterdag, en dus heb ik nu meer succes. De pluis is goed te zien en met enige goede wil is ook de kern te onderscheiden.

Afgelopen zaterdag was Esther erg enthousiast over NGC4559, het Koi Fish Galaxy. Ze gaf dan ook als tip om deze te gaan bekijken. En zo gezegd, zo gedaan. Het stelsel is vrij helder; het is dus duidelijk te zien dat het er is maar ik vind de vorm moeilijk te onderscheiden. Ik zie een ronde U-vormige blob, en een moment denk ik een snal uitlopende “staart” te zien vanaf de bovenkant van de blob. Later zie ik dit niet meer en lijkt de blob gelijkmatig uit te lopen, of helemaal niet. Met de staart en sterren om het object, en vooral die drie aan de voorkant, lijkt het object inderdaad wel wat op een vis in een kooi. Maar zonder dat doet het me meer aan het voorste deel van een doormiddengetorpedeerde onderzeeër denken, of Barbapappa in het midden van een metamorfose naar een niet nader gedefinieerd voorwerp.

Onderweg naar de Siamese Twins stuit ik op NGC4565, the Needle Galaxy. Jongens, wat is dat toch een machtig object. Op 225x is hij beeldvullend, de vlijmscherpe naald splijt het beeldveld letterlijk in tweeën. Schitterend, hiervoor rijd ik nou graag naar de Afsluitdijk.
Dan de Siamese twins, NGC4567/8. Kaasvlinder, oester, mossel? Ik vind het vooral lijken op twee hele zwakke fuzzies die onder een hoek van 60° staan. Met groot respect voor degenen die hier zelfs detail in zien.

Hoog in het zenith daar staat M101. In widefield een mooie witte vlek, bij doorvergroten, eh, hee wat heb ik nou in beeld? Een zwak buurstelsel? Nee, verhip, het is hem wel. Een verregende meeuwenflats op een vuile autoruit. Goed, volgend object. Als we dan toch zwakke dingen bekijken, dan maar meteen IC2574, onder intimi bekend als Coddington’s Nebula. Via M81 en M82 en NGC3077 (mooi, met zijn drieën bijna in een beeldveld) bereik ik de plaats waar het loeder zou moeten staan,en daar geeft hij zich heel zwak gewonnen, binnen de holte van een soort P-vorm van veldsterren.

Goed, showpiece time. M5. Als ik een man van superlatieven zou zijn dan zou ik nu een superlatief gebruiken. Wat.Is.Dat.Ding.Gaaf. Dat was hij in mijn vorige 10″ al maar nu ik hem met de 16″ zie: Merveilleux. Maravilloso. Marvelous. Niet onaardig. Opgelost tot in de kern, waarvandaan lange sterkettingen uitlopen als tentakels ver de ruimte in. Ook zwiep ik even naar M3 als vergelijking en ook deze is uiterst indrukwekkend, al lijkt hij wat lichtvoetiger en heeft hij niet die lange tentakels.

Niet ver van M5, in Serpens, heb ik nog oogcontact met Seyfert’s Sextet, alias de familie NGC6027. In mijn ogen is het echter Seyfert’s Triplet, een driehoek van hele zwakke perifeerpluizen. Dat zullen de drie helderste zijn, ik vermoed dat het gaat om NGC6027 A, NGC6027 E en NGC6027 naturel.

Ondertussen is Theo vertrokken, nadat hij zich uitstekend heeft vermaakt onder de sterren. Ook Martijn zet er een punt achter. Dat ben ik ook van plan, maar Jupiter en Saturnus lonken.
Op 225x is Jupiter mooi, maar nog mooier is hij met de 12.5mm Ortho bij een wat bescheidener vergroting van 145x. En werkelijk, zo mooi heb ik de bandenreus nog nooit gezien. Met een Grote Rode Vlek op een derde van de planeetbreedte, duidelijk gescheiden van de zuidelijke equatoriale band met een stukje wit. Twee vlijmscherpe festoons lopen vanuit de noordelijke equatoriale band naar het midden, waarbij de ene zich lijkt uit te strekken over de andere. In werkelijkheid loopt hij waarschijnlijk uit in de smalle band op de evenaar. Een uitstulping is te zien op de noordelijke equatoriale band, en naar de polen toe zijn nog meer fijne dunnen banden te zien. Echt een schitterend gezicht, en bij vlagen ook nog haarscherp.
Saturnus komt net boven het dak van mijn auto uit maar laat toch ook weer af een toe een stuk Cassinischeiding zien en zijn bruine band.

Rond drie uur ruk ik me los van al dit moois en zet er een punt achter. Onderweg word ik nog getrakteerd op een knaloranje maan aan de horizon die me de hele rit vergezelt. Dit is weer zo’n avond met alles er op en er aan. Mei is goed voor mij.