Leiden, zondag 8 juli 2018

Examenfeestje van mijn zoon en een strakblauwe hemel. Terwijl in de tuin gezellig wordt gekletst zet ik de Dob in de speeltuin van onze U-vormige straat vanwaar de laagstaande Jupiter goed is te zien. Via de buurtapp bereid ik mijn buurtgenoten alvast voor op een enge vent die met een griezelig apparaat aan de gang gaat. Met als resultaat dat ik niet met de telescoop naar de overbuurvrouw kijk maar dat de overbuurvrouw door mijn telescoop komt kijken, samen met haar moeder. Ook twee buurmannen komen een blik werpen en even later komt ook het eindexamenfeestgezelschap door het oculair kijken. De oohs en aahs zijn niet van de lucht wanneer ze dit beeld zien:

Omdat in dit totaaloverzicht niet alle details tot hun recht komen, even deze uitsnede:


Jupiter is getekend met grafiet en doezelaars plus wattenstaafjes. De Grote Rode Vlek en de onderkant (Noord) van de Noordelijke Equatoriale Band zijn digitaal ingekleurd. Die laatste lijkt namelijk wat bruinig van kleur, terwijl de rest van die band en de overige banden grijs lijken. De GRV/GRS is klein maar fel oranjerood. Ook de afplatting van de planeetbol en de fade-out van de planeetranden zijn digitaal uitgevoerd. Dit om zo goed en zo kwaad als het kan,weer te geven wat er die zondagavond zichtbaar was. En dat was in één woord: indrukwekkend.
En dat vond niet alleen ik maar ook een aantal mensen die zoiets nog nooit hadden gezien. Een geslaagde avond.

Breezanddijk woensdagnacht 11 juli 2018

Lang heb ik moeten wachten- en met mij natuurlijk vele anderen – om dit jaar eindelijk de Objecten van de Maand M10 en M12 in Ophiuchus in de kijker te nemen. Rond elf uur kom ik aan op Breezanddijk, waar Esther net al is gearriveerd. Niet lang daarna komt ook Martijn aanrijden. Na een goede kop koffie van Esther en een smakelijke gevulde koek van Martijn is het wachten tot het goed donker is en dan kan de jacht beginnen.
M10 is makkelijk gevonden via het helder baken 30 Oph; in de zoeker is deze dan al als vage pluis te zien. Aan de andere kant van de aanwijsster is ook M12 makkelijk op dezelfde manier te vinden. En dat is mooi, want met een goed uitgelijnde zoeker kun je dan zelfs op hoge vergroting heen en weer zwiepen om die twee te vergelijken. Met de 8 mm Planetary op 225x is M10 een keurig nette bijna ronde bolhoop, die zich een heel end laat oplossen. Dat is wel een heel ander beeld dan de wollige, niet opgeloste pluis die ik ooit met de 25 cm zag vanaf de Knardijk. Een tien-tot-twintigtal heel heldere sterren lopen over de bol, die wordt gevormd door naar schatting enkele tientallen iets zwakkere sterren, een hele lading fijn poeder,  en de niet opgeloste achtergrond.
M12 is wat minder beschaafd, deze bolhoop lijkt wel een slordige rechthoek met een aantal uitlopers die het geheel een stervormige aanblik geven. Opvallend hier zijn donkere lanen die een heldere brede D-vormige kern scheiden van de rest van de hoop, die ook door die lanen vrij vlekkerig is. Net buiten de hoop, aan de zuidwestkant, staat een opvallend heldere ster die waarschijnlijk niet bij de bolhoop hoort.

En dan de hamvraag: spiegeltje spiegeltje in de scope, wie is de mooiste bolle hoop? Moeilijke vraag, ik vond beide objecten erg fraai en indrukwekkend. Boven verwachting, gezien mijn eerder waarneming uit 2015. De doorslag geeft wat mij betreft het grillige en eigenzinnige karakter van M12. M10 is mooi, fijn, elegant en braaf. Een beetje een meisjesbolhoop. M12 is meer een jongetje dat in bomen klimt, fikkie stookt en ballen door ruiten trapt. Beide bolhopen kunnen mij zeer bekoren maar de nipte winst gaat naar M12.

Zoals ik van plan ben doe ik ook nog een aantal andere bolhopen aan in Ophiuchus: M14, M9 en de vlakbij liggende NGC6356, en M107. Allemaal kunnen ze niet in de schaduw staan van de titanen M10 en M12. Charmant als ze zijn, oplosbaar zijn ze niet of nauwelijks. Opvallend vind ik wel dat NGC6356 zeker zo helder is als zijn Messierpendant M9. Maar ja, ik begrijp ook dat er maar 110 objecten op de Messierlijst passen.

Een komeet die nu goed te zien is luistert naar de naam 21P/Giacobini-Zinner en staat in het sterrenbeeld Cepheus. Het lokaliseren van dit sterrenbeeld aan de hemel kost me altijd enige moeite maar als ik hem eenmaal heb geef ik de kijker een flinke zwiep om de richten op de ster Alderamin – alleen ben ik nu Cepheus weer kwijt. Volgensm mij doet ie het expres, de stinkerd. Enfin, na een hernieuwde poging blijk ik beter vanuit de driehoek δ-ζ-ε Cep te kunnen beginnen, waarvandaan de komeet eenvoudig is te vinden. En helder is ie, de vuile sneeuwbal is niet te missen. Martijn, die ook even komt kijken, ziet meteen de richting van de komeet. Ik weet hem omdat ik hem in Skysafari heb gezien, maar dat is natuurlijk een beetje flauw. Maar gegeven het feit dat ik handel met voorkennis, denk ik toch ook de aangegeven richting te ontwaren.

Voor de rest van de avond ben ik van plan gewoon lekker showpieces te bekijken. De hernieuwde kennismaking met M10 en M12 met de 40 cm is me namelijk uitstekend bevallen. Dus even geen faint fuzzies. Of toch wel? Op weg naar M92 kom ik bij het starhoppen in Skysafari een heldere driehoek van sterren tegen, en dan verdwaal ik in de zoeker. Ik kijk, en beweeg heen en weer, en ik zou toch goed moeten zien. Maar ik zie maar twee sterren en geen drie. Toch eens kijken wat dan die “heldere” derde ster is in de hopapp. Het blijkt te gaan om komeet C/2017 M4 (ATLAS) en hij blijkt lang niet zo helder te zijn als de “ster” is aangegeven. Met magnitude 14.2 is hij echt netaan perifeer te detecteren. Goed, ik ging dus voor showpieces. Maar toch leuk, zo’n spontane bijvangst.

M92 dan, ik vind hem mooi, en indrukwekkend. Ik vind hem eigenlijk lijken op een spiraalstelsel, en als ik dat met mijn maten deel blijkt Esther dat ook te vinden. Een pointillistische weergave van M51? (Dat woord heb ik even opgezocht want van kunst heb ik geen verstand). Een spiraalstelsel in Van Gogh-stijl. Mooi!

Ondertussen hebben Esther en Martijn zeevonk gespot in de Waddenzee waarvan Esther ook nog een mooie foto heeft gemaakt. Zelf ben ik aan de kijker gekluisterd, het volgende zwerkkunstwerk is de Ringnevel M57 in Lyra. Makkelijk te vinden, en hij lust een flink pak vergroting. 225x, 360x, 450x, een prachtige ovale ring. In Sagitta houd ik halt bij M71, de mooie bolhoop-die-het-haar-heeft-losgegooid. Hij is goed oplosbaar in tientallen sterren. Een object dat best wat meer aandacht verdient. Ik volg de pijl en sla aan het einder rechtsaf naat Vulpecula voor de Halternevel M27. Dat ding is mooi, groot en indrukwekkend, ook nu weer met de twinkelende sterren op de halter, inclusief Halter Centraal. Maar nu valt me op de halter links en rechts wordt opgevuld met zwakkere nevel, waarmee het object de vorm krijgt van een rugbybal. Hij is dan breder dan hoog. Dit is voor het eerst dat ik het zie, cool. Het UHC-filter versterkt dit effect, maar naturel vind ik het mooier. Leuk ook hier weer een oude bekende herontdekt dankzij zwaarder geschut.

Inmiddels is het na twee uur en het begint herfst te worden: Pegasus staat al een stuk boven het IJsselmeer. Ik besluit de nacht dan ook met M15. Ik maak er nu geen studie van maar geniet even van de mooie details in de vorm van uitlopers en sterkettingen in de heldere bolhoop. Zo, dat had ik even nodig, weer eens lekker ongegeneerd waarnemen op een donkere lokatie.
Om half drie neem ik afscheid van Esther en Martijn; om vier uur stap ik moe maar tevreden in bed. En dan komen de donkere nachten er weer aan…