In ons zonnestelsel komen twee soort planeten voor: gasvormige en rotsachtige planeten. Onze eigen planeet Aarde schijnt van het rotsachtige type te zijn, maar als je het grootste deel van je leven doorbrengt in Nederland dan ligt het bewijs daarvan niet voor het oprapen. Je zou eerder denken dat we leven op een kleiachtige, veenachtige of hoogstens zandachtige planeet. Daarom heb ik dit jaar met mijn gezin een expeditie op touw gezet om bewijs te vinden voor het rotsachtige karakter van onze planeet. Daarbij zijn we uitgekomen in Orpierre, in de Haute Alpes in Zuid-Frankrijk, op de grens met de Drôme. Bijkomend voordeel: het is er lekker weer en de natuur is er mooi, dus we hebben ons uitstekend vermaakt met wandelen, bekijken van natuurschoon, zwaardvechten in middeleeuwse citadellen en canyoning door de kookpotten van de duivel. En last but not least: het is er fantastisch donker. Zelfs al vanaf de camping straalt de Melkweg je tegemoet en raak je de kluts kwijt omdat je door de sterren de beelden niet meer ziet. Kortom: op astronomisch opzicht is dit een supergeslaagde vakantie geweest. Helaas kon de Harroscope niet mee omdat dit jaar alle vier de jongens nog mee zijn gegaan, maar met de 4.5″ heb ik me uitstekend widefield vermaakt.
Maar laten we bij het begin beginnen, want ook hier in Nederland was het begin augustus tropisch warm en helder.

Breezanddijk, zondagavond 5 augustus

Op zondagavond zijn we naar de Afsluitdijk geweest, en daarheen kon de 16″ natuurlijk wel gewoon mee. We zijn vanavond vijf man sterk met Hans, ArnoMark, Esther en Harro. Omdat ik nooit geduld heb om op de duisternis te wachten begin ik bij de planeten. Jupiter is mooi met vier manen op een rij plus een vijfde “maan” in de vorm van een veldster die precies in het verlengde van het Galileikwartet ligt. Nog indrukwekkender is Saturnus die geen boodschap heeft aan triviale zaken als seeing en een lage stand en gewoon een prachtige Cassinischeiding laat zien, en een scherpe schaduw van de ring op de planeetschijf. Ook zie ik zeker vijf manen: Titan, Rhea, Dione, Tethys en Iapetus, plus af een toe een vermoeden van Mimas.

Iets verder weg richt ik de kijker op de Ringnevel M57, nu het goed donker begint te worden. Het blijft een indrukwekkend object, deze planetaire nevel. Mooi ovaal, met het binnenste van de ring iets helderder dan buiten. Ook probeer ik de centrale ster te zien maar ook deze keer blijft de auteur van het kunstwerk anoniem. Inmiddels is het nu echt astronomisch donker en daarmee is er gelegenheid om wat heftiger objecten op de korrel te nemen. De keuze valt op M(inkowski) 2-9 in Ophiuchus, bijgenaamd de Butterfly Nebula. Niet gewapend met enige voorkennis zoek ik hem op en vergroot even flink door. Het object lijkt in eerste instantie stellair maar na even aandachtig kijken vallen me twee langwerpige uitsteeksels op. Bij een “vlindernevel” denk ik eerder aan brede vleugels, zoals bij Butterfly cluster M6, maar achteraf blijkt de vorm die ik zag te kloppen. Leuk object. Minder indrukwekkend vind ik buurman en soortgenoot Nassau 1, die bij een vergroting van 225x en 360x een kleine vormeloze vlek blijft.

Zuidelijker, in Scutum, mik ik op de Eagle Nebula M16 in een poging de beroemde Pillars of Creation te zien. Ik heb even moeite het object te herkennen en denk even dat ik een nabijgelegen open cluster te pakken heb. Mijn UHC-filter helpt me uit de droom, maar ik vind de neveligheid niet indrukwekkend. Aandachtiger waarnemen laat de vorm ervan welk goed zien, en op de plaats waar de “vingers” van de Pillars of Creation moeten zijn denk ik en verdonkering van de nevelachtergrond te zien. Overtuigend is het echter niet, dus dat moest ik later nog maar eens over doen. Een stuk indrukwekkender vind ik buurman M17, de Omega/Zwaannevel. Deze nevel springt er echt uit, en dat deed hij al in widefield toen ik keek of ik M16 wel echt in beeld had. Op vergroting, met UHC, is deze nevel echt imposant, met een prachtige checkmark-vorm.

Zij van WC-eend adviseren WC-eend, dus wij van Object van de Maand kunnen dan natuurlijk niet achterblijven en gaat de blik richting Cygnus voor de Crescent Nebula NGC6888. En nou, dat valt me niet tegen. Esther is me voor en in haar oculair is de nevel al goed te zien. Nadat ik wel eerst helemaal verkeerd kijk en dingen zie die er niet zijn, maar eenmaal terug in de realiteit is hij niet te missen. Later in mijn eigen oculair zie ik achtereenvolgens een horizontaal gespiegelde 3, een dito 9 en dan, heel vaag, een volledige β. De middenstreep denk ik te zien maar dat kan ook suggestie zijn van de heldere ster die op die plaats staat. Hier een gestyleerde digitale weergave die enigszins tracht weer te geven hoe het er in het oculair uitziet (ik heb geprobeerd de veldschets uit te werken op papier maar dat is helaas jammerlijk mislukt. Tenminste, dat vond de scanner. Daarom heb ik de nevel maar ingetekend met Gimp).

In de buurt zou volgens een oude volkswijsheid de H-Beta-zichtbare nevel IC1318 moeten staan. Op de aangewezen plaats zie ik overal en nergens neveligheid, H-Beta of geen H-Beta, dus blijkbaar is mijn visuele cortex even flink de kluts kwijt. IC1318? Busted.
Om mij heen wordt driftig geschoten op de planetaire nevel Abell 70. Zien schieten doet schieten dus ik begin met mikken. En dat valt nog niet mee, ik dacht dat ik de kunst van het starhoppen toch redelijk beheerste maar hier word mijn ego toch even flink op de proef gesteld. Na een poging of drie heb ik het loeder dan eindelijk in beeld. Was het de moeite waard? Als ik vanavond nog niet eerder een kleine vormeloze vlek had gezien misschien wel, maar wat mij betreft mag Abell 70 samen met Nassau 1 worden bijgezet in de koopjeshoek van de deepskydump. Maar leerzaam is het allemaal wel en vanavond heb ik genoeg moois gezien.

Achter mij roept de maan ondertussen dat het bedtijd is en gehoorzaam begin ik op te ruimen. Het was weer een heerlijke zomersessie op Breezanddijk.

 

Orpierre, vrijdag 10 augustus

Genieten van Franse baguettes en brie, natuurschoon en een pikdonkere hemel met zilverglanzende Melkweg. Mijn korte Elf is bij uitstek een kijker voor widefield-objecten, en een donkere hemel als hier leent zich prachtig voor objecten die ik in Nederland meestal links laat liggen: donkere nevels. Daarvoor heb je eigenlijk niet eens een kijker nodig want de Melkweg zit er vol mee, en dat zie je hier met het blote oog maar al te goed. De hele zilveren wolk zit vol met prachtige inhammen en structuren. Nochtans waag ik me met de kijker ook eens  aan B(arnard) 143 in Aquila, ook wel Barnard’s E genoemd vanwege zijn vorm. De vorige keer dat ik deze stofwolk opzocht was ik even goed de weg kwijt omdat de PSA deze aangeeft als een flinke nijptang direct tegen Tarazed aan. En da’s nie goe. Tenminste niet met deze optiek. De IDSA is een stuk preciezer, deze toont een veel kleiner object, een stuk van Tarazed af. Deze atlas geeft hem ook aan als Barnard’s E, hoewel hij er in de atlas eerder uitziet als Barnard’s Reclined Armchair. In het oculair, bij 21x, zie ik toch echt gewoon een hoofdletter E. Achteraf denk ik dat ik de leunstoel heb gezien in combinatie met de naastgelegen B142, waarbij mijn fantasie het ontbrekende deel van de verticale haal van de E keurig heeft aangevuld.
Vlakbij kan ik natuurlijk niet om Wild Duck Cluster M11 heen, die weliswaar niet zo indrukwekkend is als in een 10″ of 16″, maar toch nog steeds erg charmant is met die heldere ster en een wolk van zwakkere.

Een ander widefield-object bij uitstek is natuurlijk de Veil Nebula, en dan heb ik het over de gehele nevel bestaande uit NGC6992/95 en NGC6960. Het geheel past net in mijn 24 mm Maxvision, gewapend met UHC-filter. Aan de ene kant de heksenbezem aan 52 Cyg en aan de andere kant de Rivierkreeft. Sterker nog, in het midden denk ik ook een driehoekige verheldering te zien die Pickering’s Whisp moet zijn. Ook maandobject NGC6888 moet eraan geloven; de donkere hemel van Orpierre presteert het om het helderste deel van de Crescent zelfs in een 4.5″ zichtbaar te maken, op 63x met UHC.

 

Col du Perty, zondag 12 augustus

Met dank aan ArnoMark voor de tip, rij ik die avond naar een pas in de bergen in de buurt van Étoile St. Cyrice, voor een goede blik op het zuiden, en een nog donkerder hemel. Op de camping in Orpierre is de hemel al super, maar er is wel verlichting, zij het bescheiden, en Orpierre ligt in een dal dus lager kijken dan een graad op 20 lukt niet. Vanaf de Col du Perty kun je zo laag gaan als je wilt, hoewel er in het westen een dreigende wolkenlucht aan lijkt te komen. Gelukkig blijkt deze op afstand, hoewel ook laag aan de zuidelijk horizon bewolking zit. Lager dan Sagittarius-Zuid wordt het niet, maar dat kan niet verhinderen dat ik even kan genieten van M6 en M7, na een korte tour via Jupiter, Saturnus en de bolhopen M19 en M62 in Ophiuchus. Terug in Scorpius doet Butterfly Cluster M6 zijn naam eer aan: drie paar heldere sterren spannen de vleugels van de vlinder op terwijl de zwakkere exemplaren het patroon vormen. Heel leuk object, dat altijd de moeite waard is wanneer je in het zuiden bent. Open cluster M7 is hier echt niet te missen, ook met het blote oog vraagt hij aandacht zoals M44 en het Dubbele Cluster in Nederland onder een donkere hemel. Gewapend met de 4.5″ is op 63x ook bolhoop NGC6453 te zien “in” (lees:achter) M7. Ook de moeite waard is Trumpler 30, een heel fijn langwerpig open cluster dat zich net laat zien met deze kleine kijker. Ik ben benieuwd hoe deze er uitziet in een grotere kijker. Misschien wel zoals M35 en NGC2158? Misschien lijkt hij wel op een van mijn favoriete open sterrenhopen, NGC6802 bij de Coathanger?

Dan opeens veel licht, koplampen, geblaf, drie auto’s draaien het terrein op. Een groep mensen van diverse leeftijden met een hond stappen uit de auto. Fransen, en het lijkt erop dat ze voor hetzelfde doel komen als ik, hoewel ze geen optiek hebben. Gewoon naar de sterren kijken. Nieuwsgierigheid wint het van reserve en ik loop naar een man van middelbare leeftijd, die met de hond. Ondanks mijn nogal gebrekkige Frans maak ik uit de woorden van de man op dat ze inderdaad naar de sterren komen kijken. Ik bied hem een blik door de telescoop aan, maar hij lijkt te druk met zijn hond. Een oudere dame (zijn vrouw?) en twee jonge meiden (de dochters?) zijn wel nieuwsgierig en ik laat ze M6 zien. De dames vinden het erg mooi en ook M13 valt goed in de smaak. Zo goed en zo kwaad als het kan probeer ik uit te leggen wat een bolvormige sterrenhoop is en dat ze aan de rand opgeloste sterren kunnen zien. Gelukkig heb ik de Franse termen voor de basale deepskytermen als eens opgezocht, dus dat helpt. Een galaxy is in het Frans gelukkig gewoon een galaxie dus M31 lukt wel, en een planetaire nevel klinkt van zichzelf al Frans dus ook M57 levert geen problemen op. De twee meisjes blijken inderdaad de dochters te zijn die op bezoek zijn bij hun ouders die hier in de buurt wonen, zelf wonen ze in Normandië. We genieten nog van de Melkweg, maar plotseling vervaagt die en is alleen Vega nog waterig zichtbaar. De bewolking heeft de pas bereikt.

De Franse familie houdt het voor gezien; nadat we afscheid hebben gekomen stappen ze in de auto en ruim ik op. Ik wil al bijna in de auto stappen maar dan blijkt het weer opengetrokken. Dag wolken, hallo Melkweg. Enfin, ik heb geen zin om de boel weer op te zetten en eigenlijk ben ik gewoon moe, dus ik houd het genieten van de Melkweg met het blote oog. En dat is lang niet verkeerd. Van Perseus tot Scorpius strekt de zilveren band zich uit, die zich ter hoogte van Cygnus in tweeën splitst en boven de tuit van de theepot van Sagittarius uitmondt in een heldere wolk. Boven Cygnus valt de donkere nevel Le Gentil 3 op: een heel donker rond “gat” in de heldere Melkweg. Met de zoeker in de hand probeer ik nog de Pipe Nebula LDN 1773 te zien, maar hoe ik ook kijk, ik zie helemaal niets. Wat ik wel zie, over de avond verspreid, is een heel aantal Perseïden, waaronder minstens zes van die hele vette met lichtspoor. De meeste vliegen netjes in een richting weg vanaf Perseus, maar één eigenwijs exemplaar vliegt de verkeerde kant op, van Pegasus naar Cassiopeia.

Vanavond heb ik genoten. Tijd om de haarspeldbochten terug naar Orpierre af te crossen voor een welverdiende slaap.

 

Col du Perty, dinsdag 14 augustus

Hier in de bergen kan het spoken en we hebben dan ook meerdere onweersbuien gehad. Maar vandaag is het weer een mooie dag en de maan is nog jong, dus ik besluit die avond om een laatste keer te gaan waarnemen op de Col du Perty. Tegen de schemering kijk ik met enige bezorgdheid naar het pak wolken in het noordoosten, bij een straffe noordenwind. Toch waag ik het erop, en eens aangekomen op de pas blijkt de bewolking netjes langszij te gaan. In het zuiden is de hemel deze keer kraakhelder, tot op de horizon. De wind is wel stevig en aan de frisse kant, dus ook al ben ik gekleed in meerdere lagen shirts en fleecetruien heb ik het best koud. Daarom rijd ik deze keer wat verder het terrein op; aan het eind is een klein gebouwtje van twee bij twee meter, met een deuropening zonder deur en twee raamopeningen zonder raam. Je vraagt je af waarom dat ooit is gebouwd maar in elk geval fungeert het voor mij nu als een prima windscherm.

In de schemering is mooi de samenstand van de maansikkel met Venus te zien, en verder naar het oosten ook Jupiter.

Nog verder naar het oosten zijn ook Saturnus en een hele heldere Mars te zien. Die laatste komt net boven de boomtoppen uit. De planeten zien er door de telescoop niet uit, de seeing is niet best. Of oh ja, even collimeren, dat helpt ook. Nu het in het zuiden zo mooi kraak is begin ik eens even echt laag, wat ik eigenlijk vorige keer al wilde maar niet kon. Ik begin bij twee mooie wijde dubbelsterren, μ Sco en ζ Sco, helemaal onderaan de staart van het steekbeest. Daar in de buurt staat een leuk open cluster: NGC6231, in de vorm van de Griekse letter τ. Het is nog niet helemaal donker en van Collinder 316 zie ik alleen de helderste sterren. Helaas lukken open cluster Trumpler 24 en nevel IC4628 helemaal niet. Die moeten nog maar eens in de herkansing als ik vroeger in de zomer in het zuiden ben, want Scorpius staat nu in de schemering al flink laag in het westen. Wel zie ik van open cluster NGC6242 nog een klein dozijn sterren waarvan de helderste een Y-vorm volgen.

Het paar Shaula en Lesath is ook wel gekend als the Cat’s Eyes en als je er op een bepaalde manier naar kijkt kun je er wel een stel ogen in zien van een wat kritisch kijkend huisdier. Omhoog richting Antares in bolhoop M4 al goed te zien, maar bij hogere vergroting van 100x, met behulp van de 5 mm Ortho, is de bolhoop ronduit indrukwekkend. Opvallend is de verticale langwerpige kern; eigenlijk verdient deze bolhoop de bijnaam Cat’s Eye, of misschien beter nog Sauron’s Eye. Tot mijn verbazing is ook buurman NGC6144 goed te zien, in widefield al maar zeker met de 8 mm op 63x.

Mijn volgende project is de Rho Ophiuchi Nebula. Hier zal ik een stuk korter over zijn dan de tijd die ik er aan heb besteed, met alle filters die ik heb. Het ding is niet te zien. Hetzelfde zou ik bijna zeggen van de donkere nevel LDN1773. In eerste instantie zie ik niets, net als vorige keer. Maar na aandachtiger kijken, met behulp van de 24 mm Maxvision, begint het me te dagen. Je moet goed kijken, maar eens je het ziet is hij niet meer te missen: hier is een melkwegachtergrond van sterrengruis, daar is – behalve enkele voorgrondsterren – helemaal niets. En als je die begrenzing volgt, over een hele reeks beeldvelden, dan zie je een wolk in de vorm van een pijp. Zou dat hem kunnen zijn?

Puur voor de lol ga ik nog eens langs bij M6, M7, NGC6453 en Tr 30, en geniet.

Dan ga ik de volgende uitdaging aan: in mijn PSA staat bij Sagittarius een bolhoop geel gemarkeerd als gezien en met potlood doorgekruist omdat ik hem toch niet bleek te hebben gezien. Het gaat om NGC6558, en het feit dat ik hem in vet neertyp verraadt dat ik inmiddels met plezier het gum ter hand heb genomen. Tegelijk is me ook heel duidelijk waarom ik hem drie jaar geleden in de Dordogne niet heb gezien: hij is echt net aan perifeer te zien naast een zwakke ster, boven een driehoek van heldere sterren. In elk geval een hel stuk zwakker dan de veel helderder NGC6569, die vlakbij staat en die toen wel lukte.

Mijn volgende object is een heel sterrenbeeld: Corona Australis onder Sagittarius. Met het blote oog zie ik hem niet, want tegen do horizon zit toch wat lichtvervuiling. Van Sisteron? Of misschien helemaal van de Côte d’Azur? Hoe dan ook, met de zoeker lukt het heel goed, en zoals ik als in Skysafari had gezien is het een leuk sterrenbeeld. Een kroon op zijn kant, waarbij verschillende atlassen de lijnen verschillend verbinden. Ik vind de versie van Skysafari, met twee lange uiteindes, het mooist, en ik kan de boogvorm mooi volgen.
In het sterrenbeeld staan een paar leuke object zoals nevel NGC 6726/27/29. Op weg daarheen kom ik NGC6723tegen, net nog in Sagittarius. En wham, wat is dat ding helder, en groot… ik ben benieuwd hoe dat ding er uitziet met een grote kijker.
NGC6726/27 zie ik niet; wel zie ik een heldere ster op die plek. NGC6729 is zwak maar onmiskenbaar, een langwerpig object diagonaal in het beeldveld. En NGC6726/27, zie ik daar wel een heldere ster, of is dat de nevel zelf? Daar ben ik niet helemaal uit. Waar ik wel uit ben is IC1297, verder naar het zuidoosten. Hij is stellair bij 63x, maar duidelijk; blinking met het OIII-filter versterkt hem ten opzichte van zijn omgevingssterren.

Mooi, het is showpiecetijd. M8 is met UHC indrukwekkend, met een flinke inham. M20 is subtieler; ik denk structuur te zien maar met deze kleine kijker voegt ver doorvergroten weinig toe dus de lanen kan ik niet herkennen. M28 is een heldere bolhoop maar M22 is echt indrukwekkend, grotendeels opgelost en vooral heel groot. Open cluster M25 doet met denken aan een Michelinmannetje en soortgenoot M23 vind ik ook leuk, een soort 8 met open bodem.

Vanavond heb ik het laat gemaakt om alles uit deze avond te halen, maar nu begin ik moe te worden. Ik sluit af met opnieuw een keer Object van de Maand NGC6888, maar vreemd genoeg lukt het me niet om de kijker te richten; ik krijg hem niet in het zenith, waar Sadr staat. Niet in het zenith? Dat is me nog nooit gebeurd met een Dob. Hoe kan dat? Oh ja, mijn Maxvision ligt nog in de rockerbox. Tja, dat blokkeert de boel. Enfin, met een Dob kom je dus altijd in het zentih. Ook nu laat de Crescent zijn helderste delen zien, linksonder van de krakeling.

Nadat ik de boel heb ingeladen kan ik het niet laten om nog een laatste blik te werpen op de Melkweg, die zich ook nu van horizon tot horizon uitstrekt, met al zijn grove en fijne donkere structuren. Ik probeer me een driedimensionaal beeld te vormen van ons sterrenstelsel, gezien vanaf onze positie, met de band als centrum waarvandaan de sterren die wij individueel kunnen zien uitwaaieren. Het begint met een beetje te duizelen. Het is ehm eh… nogal indrukwekkend.

Op de terugweg naar de camping moet ik nog even in de ankers voor een overstekend hert. Eenmaal terug stap ik meer dan voldaan in bed.

 

Verder is het een mooie vakantie. Terwijl de jongens spelen in de rivier de Méouge zit ik even lekker onderuit op een grote steen met mijn voeten in het water en geniet van het landschap. De maansikkel steekt boven de boomtoppen uit. Een rondcirkelende roofvogel trekt mijn aandacht. Plotseling valt me een witte stip op naast het dier. Het staat te stil om een vliegtuig te zijn. Een satelliet? Nee, zou het Venus zijn? Gezien de positie ten opzichte van de maan klopt het. Maar nu, overdag, om drie uur ‘s middags? Toch is hij, hoe vaker ik kijk, niet te missen. Het is hem. Nooit geweten dat dat kon, met het blote oog, bij klaarlichte dag.Zo biedt deze vakantie wel meer toevallige ontmoetingen. Herten, planeten en zelfs Maurice Toet in de campingwinkel in Orpierre, die in een dorp vlakbij prachtige foto’s zit te maken.

En wat betreft onze missie? Hier onderzoek ik of de stelling dat onze planeet rotsachtig van aard is, op waarheid berust. Op sommige plaatsen blijkt dat inderdaad het geval. Missie geslaagd.