Vrijdagavond 16 november 2018

Een heldere koude vrijdagavond. Binnen klinken de talenten van the Voice, buiten heb ik na een poos weer eens de 16 incher opgezet voor en thuissessie. Warm aangekleed en voorzien van een heel simpele oplossing voor het leesbrildilemma van vorige keer: de rechtercontactlens uit voor waarnemen en aflezen van Skysafari, de linkerlens in voor het richten van de RDF en ander blote-oogwerk.

De omstandigheden zijn verre van ideaal: een felle halve maan in het zuiden. Maar elk nadeel hep se voordeel, want dat ding kun je zelf gewoon ook waarnemen. Met een 16″ heb je dan gelijk een flinke sloot licht in je oculair, maar het geheel ziet er prachtig uit. Wel is al op lage vergroting van 75x duidelijk dat de seeing vanavond niet best is. Verder vergroten doe ik wel maar voegt niets toe. Maar bij die lage 75x is genoeg te zien. Mooi steekt krater Eratosthenes af, dicht aan de terminator, en verder naar het zuiden mag ook het trio Ptolemaeus-Alphonsus-Arzachel er wezen. Ook krater Plato ten noorden van Mare Imbrium mag er wezen, net als een hevig biberende amar fraaie Alpenvallei even ten oosten daarvan. Ook altijd mooi vind ik de mareruggen (als ik het juiste woord gebruik), de langgerekte ribbels op de lavavlaktes van de maan. Tenslotte valt de rechte muur, Rupes Recta me ook nu weer op, aan de oostelijke rand van Mare Nubium. Een mooi detail bij deze maanfase.
De maan loopt tegen de dakrand aan; nu is Mars aan de beurt. Maar daar kan ik kort over zijn bij deze seeing: bij 225x zie ik wel vat vlekkeringheid op het planeetei maar verder is het een dansende lavalamp.

Tijd voor deep sky, voor zover dat vanavond mogeljk is. Dubbelsterren zijn altijd goed natuurlijk en een van mijn favorieten, en tevens een geduchte concurrent van Albireo, is de oranje-blauwe Almach. Eenvoudige te vinden, al mooi bij lage vergroting maar nog geprononceerder bij hogere vergroting. De slechte seeing maakt van het duo twee pluizebollen maar hiermee lijken de kleuren juiste beter tot hun recht te komen.
Hoog naar het zenith staat NGC7662, the Blue Snowball. Bij deze hemel is het vinden nog lastig maar het lukt door de RFT grofweg in de top een gelijkzijdige driehoek met de bovenste twee sterren van het vierkant van Pegasus te mikken, en dan in de zoeker te kijken waar ik zit. Al snel vind ik met behulp van Skysafari een Y-vormig asterisme, rechtsonder daarvan vind ik al snel de lokatie van de de blauwe sneeuwbal. En sure enough, de Maxvision 24mm laat al snel een kleine maar felblauwe cirkel zien. Bij 225x is deze nog steeds duidelijk blauw, met in het midden een holte. Doorvergroten naar 360x laat hetzelfde zien maar niet meer, logisch met deze seeing. Deze planetaire nevel blijft een van mijn favorieten en is uitstekend geschikt voor een avond als deze.

Verder naar het oosten kom ik terecht in Cassiopeia, waarvandaan ik eerst even een uitstapje maak naar Perseus voor het Dubbele Cluster NGC869-884. Meteen vallen de vijf rode sterren op in NGC869, in de vorm van een wortel-teken of checkmark. Zo loont het toch de moeite om ook thuis de 16″ op te stellen, hoewel de verleiding soms groot is om even snel te 10cm refractor neer te zetten. Die sterkleuren, of die van een object als de Blue Snowball, komen toch heel goed tot hun recht met een deftige opening.
Object van de maand NGC457 is misschien wel het cluster met de meeste bijnamen. Uilcluster, ET-cluster, straaljager, Libellecluster (Stellarium)… en ik doe ook maar een duit in het zakje.


Ook bij het Duolingocluster laat de Harroscope weer kleuren zien: de linkerschouder en linkervoet van de taalvogel worden elk gemarkeerd door een rode ster. Hetzelfde geldt voor buurman M103: in dit cluster tonen de πr² van de hoofdspiegel één duidelijke rode ster in een driehoek van verder blauw-witte collega’s.

Terug naar ons eigen zonnestelsel zoek ik Uranus op, die momenteel uit het viswater beweegt om aan land te rammen. Ook hier weer een mooie blauwe stip; ik begrijp nu heel goed waar de term “planetaire nevel” vandaan komt, hoewel die natuurlijk niets met planeten te maken hebben. Dit is een echte en ik denk ook even manen te zien, maar nee. Een boogminuut is wat anders dan een boogseconde, dus ik blijk mijn beeldveld helaas foutief te interpreteren. Gewoon veldsterren, de manen verzuipen in het maanlicht.

Mijn volgende doel is cluster M34, en die zou grofweg tussen Almach in Andromeda en Algol in Perseus moeten staan, en dan een klein stukje naar linksonder. Net als bij de Blue Snowball pas ik ook hier het Mik- en Herken-algoritme toe. In de zoeker zie ik helaas niets herkenbaars, maar in het oculair zie ik duidelijk een deepsky-object. Wel een die veel kleiner is dan M34 moet zijn. Sterker nog, het lijkt eerder een galaxy dan een open sterrenhoop. Skysafari leert me dat het helderste galaxy in de omgeving NGC1023 is, en dat blijkt precies het object te zijn waar mijn dwaling me heeft gebracht. Het blijft lastig, links en rechts. En awel, toch nog een heus galaxy op deze maanverlichte avond.
Terug naar het midden tussen ALmach en Algol, maar nu wel naar linksonder in plaats van rechts, en al snel heb ik M34 in het vizier. Mooi cluster, en verhip, er lijkt wel een mini-NGC457-uil in het midden van dit cluster te staan.

Terug naar het westen zoek ik nog het enorme cluster NGC752 op. Hij past maar net in mijn widefieldoculair maar hij is de moeite waard. Achterliggend galaxy IC179 blijft verborgen in de maneschijn, en ik sluit af met mijn all time favorite, de Pleiaden, M45. Het blauw-witte cluster blijft imponeren, met die subtiele blauwwit-oranje dubbelster nabij het midden van het cluster.

Nog maar tien uur, en tijd voor een pint en gezelligheid. Op naar de volgende nieuwe maan.