Leiden, zondagavond 3 februari 2019

Voor de rit naar het Noorden is de weersverwachting te onzeker, en ik te net-wel-net-niet-grieperig. Maar voor een bescheiden tuinsessie is het helder genoeg. Dik ingepakt zit ik na drie maanden eindelijk weer eens achter de Dob. Een haperende collimatietool in combinatie met een vangspiegel die zich weigert te laten stellen zorgen ervoor dat ik het al snel warm genoeg heb. Maar ook mijn waarneemmaten blijken die avond te kampen hebben met autopech, recalcitrante katten en uitgedraaide collimatiebouten. Vrolijk 2019! Maar het begin is er, er is weer waargenomen.

Goed opgewarmd richt ik op het object van de maand, NGC1788 in Orion. Gelukkig ben ik het starhoppen nog niet verleerd en al redelijk snel staat het de reflectienevel in beeld. Heel vaag maar onmiskenbaar is een vormeloze vlek te zien; dit object vraagt duidelijk om een donkere hemel. Dan verder naar het object van de maand van februari 2015, Jonckheere 320 a.k.a. PK 190-17.1 . De planetaire nevel is eenvoudig te zien en reageert duidelijk op OIII-blinking, waarbij de omliggende sterren zwakker worden en de PN zijn helderheid behoudt. De nevel blijft stellair, ook op hoge vergroting (360x); ik zie wel een soort vlek maar dat lijkt meer op slechte collimatie en/of seeing. Rigel B ziet er ook niet uit, is de collimatie zo slecht? Nee, ik blijk door de takken van de knotwilg te kijken. Okeeh…. De Orionnevel M42 staat gelukkig net boven die takken en dat is weer een aangenaam weerzien. Zowel in widefield als ingezoomd is en blijft deze klassieker indrukwekkend, zelfs vanuit de stadstuin. Ook het Trapezium is goed te zien, en bij de juiste vergroting zijn met moeite zelfs de E- en F-ster te zien. Daarvoor blijkt onder deze omstandigheden de 12 mm Fujiyama Ortho het meest geschikt, die een vergroting levert van 150x.

Hogerop zoek ik een ander oude bekende op, de supernovaknalwolk M1. Net als NGC1788 ligt dit object op de rand van de zichtbaarheid, maar gelukkig net aan de goede. Inmiddels is Rigel achter de takken vandaan en Rigel B staat nu crispy clean boven (bezuiden) zijn moederster. Ondertussen ben ik alweer flink afgekoeld en ik sluit de avond af met open cluster M35 in Gemini. Ook deze klassieker blijft wat mij betreft altijd zijn charme houden, zeker ook vanwege zijn kleine (of beter gezegd vijf keer zo verre) broer NGC2158. Die laatste is met een hoop moeite net te zien, met af en toe een paar speldenprikken.

Zo, dat was lang geleden. Gelukkig kan ik het nog. Volgende keer weer naar het Noorden 🙂