Lichtende nachtwolken belemmeren het zicht op de nachthemel die vrijdagavond. Daarom ben ik blij dat ik de dob die avond niet heb opgesteld, en heb genoten van de lichtende nachtwolken. Schitterend verschijnsel!

Zaterdagavond 22 juni 2019

De volgende dag ziet het er beter uit voor waarnemen. Gelukkig, want dat is er al een hele tijd niet meer van gekomen. Ik zet de hoofdspiegelbak dan ook om een uur of zeven in de achtertuin. Rond half elf stel ik de rest van de Dob op met shroud en een nieuwe lichtkap, die ik pas heb gemaakt uit een fitnessmat.
Tegen de tijd dat de eerste sterren zichtbaar worden, blijkt die eerste Vega in Lyra te zijn. Arcturus blijkt al voorbij de dakrand gedraaid, dus mijn plan om het Object van de Maand waar te nemen – dubbelsterren in Bootes – sneuvelt voortijdig. Nu telt Lyra ook een heel aantal leuke dubbelsterren dus ik besluit de Ossenhoeder in de wilgen te hangen en de Lier te bekijken.

De Double Double (ε Lyr) is snel gevonden vanuit Vega en is al op 75x met de 24mm Maxvision te scheiden. Met de barlow op 150x is hij mooier en is het vrijwel haaks op elkaar staande paar mooi te zien, met een piepster die er een gelijkzijdige driehoek mee maakt.

De volgende stop is de heel wijde dubbelster δ Lyr, die midden in het open cluster Stephenson 1 staat. Ik ben aangenaam verrast, dit is echt een heel mooi cluster, en ondanks de nog tamelijk lichte hemel ook heel mooi als zodanig zichtbaar. Het kleurrijke oranje/blauwwitte sterrenpaar is vergezeld van een stuk of twintig fraaie speldenprikken. Hier blijkt wellicht weer de kracht van een wat grotere telescoop in het weergeven van sterkleuren.

Minder wijd maar nog steeds in de zoeker te scheiden is ζ Lyr, een bi-xenonkoplampkleurig paar, net als de ook weer wijde dubbel β Lyr (Sheliak), die samen met twee zwakkere sterren een M73-achtige Y-vorm maakt.

De oplettende lezer zal zich misschien afvragen waarom ik ook niet even bij M57, de Ringnevel ben langsgegaan, nu ik toch in de buurt ben. Dat vroeg ik me zelf namelijk ook af dus heb ik het wel gedaan. Het verbaast me hoe makkelijk deze klassieke planetaire nevel te vinden is, zelfs in de zoeker. In het widefieldoculair is M57 mooi in zijn omgeving te zien, een spookachtige ring in een sterrijke omgeving waarvan op dit moment al veel te zien is. Mooier zelfs nog dan op 300x, waarbij de nevel denk ik beter tot zijn recht zal komen onder een donkere hemel.

Vanuit Sheliak trek ik de lijn over Sulafat door richting Albireo en zoek halverwege bolhoop M56 op. Maar dit cluster laat zich niet zomaar vangen onder de schemerhemel. Op 75x kan ik hem netaan detecteren in zijn steromgeving, maar als ik de Televue 6mm in de strijd gooi is hij perifeer te zien als een ronde vlek, waarin af en toe een handvol sterren fonkelt. Mooi gezicht, maar hij krijgt een herkansing onder een donkere hemel.

Albireo (β Cyg, de kop van de Zwaan) is natuurlijk een klassieker, en niet zonder reden. Dit oranje-bleekblauwe paar schittert op 75x en dat is voor deze heldere wijde dubbel meer dan genoeg.
Ondertussen is het alweer een stuk donkerder geworden en daarom ga ik nog even terug naar M57. De Ringnevel steekt nu alweer een stuk duidelijk af tegen de achtergrond en is op verschillende manieren mooi op 75x, 300x en 600x. Dat zegt wat over de seeing, want scherpstellen op de sterren in de omgeving gaat zelfs op die laatste vergroting zonder problemen. Het OIII-filter maakt hem nog contrastrijker maar niet noodzakelijkerwijs mooier. Het meest geniet ik uiteindelijk van het beeld op 75x in de sterrijke omgeving.

Ook al is het al vrij donker, starhoppen met het blote oog gaat nog niet. Daarom navigeer ik met de zoeker vanuit Albireo naar de Coathanger ofwel Brocchi’s Cluster (Cr 399). Vandaar uit zijn de sterren van Sagitta de Pijl eenvoudig te herkennen, en na de pijl te hebben gevolgd neem ik de afslag bij pijlpunt η Sge naar rechts. Natuurlijk ben ik op weg naar M27, de halternevel. Die is vervolgens snel gevonden. En ja, hij is goed te zien en mooi, maar nee, hij komt nu niet goed tot zijn recht. Toch is het alvast een leuk eerste weerzien voor deze zomer. Wordt vervolgd…

Diep in het zuiden is Jupiter inmiddels tot culminatie gekomen. En oei, wat staat die planeet laag. De Harroscope moet bijna plat. Het beeld is dan ook als een frisbee op de bodem van het zwembad, want blijkbaar zorgt de Leidse binnenstad na deze warme dag voor nogal wat thermiek. Toch is het een leuke eerste weerzien met de Grote Vriendelijke Reus deze zomer. Een citroengele equatoriale zone kan ik niet ontwaren; wel valt me op dat de Zuidelijke Equatorial band vrijwel lijkt verdwenen. Verder zie ik door de slechte seeing weinig detail maar wel vier of vijf banden. Van de manen zie ik er maar drie, allemaal aan de westkant van de planeet; Ganymedes blijkt er net achter verscholen.

Daarmee sluit ik een korte maar hele leuke waarneemsessie vanuit de tuin af. To be continued.