Klimmen en sterrenkijken in Catalonië, eind juli 2019

“Als je de standplaats niet kunt vinden, dan maak je er maar een aan een gewone clip”, heeft de gids gezegd. En daar ben ik nu erg blij om, want behalve een stuk touw dat uit een struik steekt, zie ik niets dat op een haak lijkt, en zeker geen dubbel anker. En een meter of vijf boven de laatste clip, op onregelmatige rots, wordt ik daar toch een klein beetje nerveus van. Carles (niet de echte naam van de gids) staat een meter of twintig lager, buiten mijn zicht, dus communiceren wordt wat lastig. Daarom klim ik behoedzaam terug naar de laatste clip en bouw daar een standplaats. Supertof dat de gids me laat voorklimmen, maar nu even niet.
Eenmaal gezekerd aan de standplaats haal ik de touwen in, en brul naar Carles dat hij kan naklimmen. Als de Catalaanse gids eenmaal boven is, blijkt dat dat stuk touw uit de struiken dus de volgende clip is. Hmm. De bouwers van deze route blijken nogal respect voor de natuur te hebben en wilden zo weinig mogelijk haken in de rots boren. Daarom hebben ze, waar ze dat mogelijk vonden, in plaats daarvan touwen om uitstekende rotspunten en struiken gebonden waar je je setjes aan kunt clippen. Ok, weer wat geleerd.

Onderweg naar l’Estartit. Iets suggereert dat ze het hier in Verges niet meer leuk vinden om bij Spanje te horen.

Voor de rest is het een geweldig leuke route. Het niveau is pittig, zodat het af en toe een puzzel is hoe je verder komt, maar de rotsen bieden voldoende houvast om met zelfvertrouwen voor te klimmen. Behalve dus als je je volgende clip niet kunt vinden, maar nu weet ik van die touwen. Het is een multipitch (meerdere touwlengtes) – route van in totaal honderd meter hoog aan de Rocamaura, een klif in de Catalaanse badplaats l’Estartit. Carles klimt de eerste en derde sectie voor en dan volg ik; de tweede en laatste sectie mag ik voorklimmen. Die tweede sectie is die waar ik even de weg kwijtraakte. De laatste sectie bevat een leuke overhang, maar de rots heeft daar ook een mooie spleet waar je lekker aan kunt hangen. Met enig gepuzzel maar zonder veel moeite kom ik erdoor en de top komt in zicht. Dan hoor ik achter me, een vrouwenstem in het Nederlands: “Hé, ze zijn daar aan het klimmen”. Naast de top van de route staat een zendmast met een uitkijkpunt, een groepje Nederlanders is daarheen gelopen. Een jongen maakt foto’s en ligt in een deuk als ik in het Nederlands antwoord dat rotsklimmen in Nederland nou eenmaal niet kan. En ik vraag hem maar meteen om de foto’s naar me te appen. Resultaat hieronder.
Al met al ben je toch een goede twee uur bezig met het bedwingen van deze rots, en ik heb me uitstekend vermaakt. Het is de rit naar l’Estartit meer dan waard. Mijn vakantie kan niet meer stuk.

 

Deze vakantie zijn we op een camping in Laroque des Albères, aan de voet van de Franse Pyreneëen, niet ver van de Middellandse zeekust. We vermaken ons met zon, zee en strand, de favoriete drie-eenheid van mijn illustere significant other, en verder dagtrips naar onder andere Carcassonne. Tijdens zo’n trip naar een grot in de Pyreneeën merkt Brendan deze mooie libelle op, terwijl we lekker pootjebaden in een snelstromend riviertje.

Met dank aan Brendan die deze mooie libelle opmerkte

Omdat Jesse (18) niet meer mee is op vakantie, is er ruimte om de grote telescoop mee te nemen, de 40 cm Harroscope. Maar helaas is onze vakantielokatie niet echt geschikt voor waarnemen. Tegen de avond hoopt zich veel vocht op in de atmosfeer, in de vorm van sluierbewolking, en ook de lichtvervuiling en laserbeams van de kustplaatsen helpen niet mee. Daarom besluit ik de andere kant van de Pyreneëen op te zoeken, alweer in Catalonië. Twee jaar geleden heb ik dat ook gedaan, toen we op een camping stonden in l’Estartit (waar ik deze vakantie dus heb geklommen). Toen ben ik de bergen in getrokken even ten noorden van Besalú. Omdat ik daar best last had van de lichtvervuiling uit die plaats, valt de keuze dit keer op het iets noordelijker gelegen Albanyà. Dat is goed aan te rijden vanuit onze camping, en ik kwam er toevallig achter dat in die plaats twee jaar geleden een publiekssterrenwacht is geopend, vanwege de donkere hemel daar. Klinkt dus als een goede waarneemlokatie.

Na een vlotte en mooie rit over snelweg en secundaire wegen rit bereik ik Albanyà. Voorbij deze plaats wordt de weg smal en bestaat uit bobbelige betonplaten. Na een stenen bruggetje over de rivier de Muga, waar mijn auto net tussendoor past, zie ik de koepel van de sterrenwacht, die naast een camping ligt. Albanyà ligt in een dal en al snel wordt me duidelijk dat dit niet mijn waarneemplek gaat worden: het zicht op het zuiden is beroerd. En dat terwijl ik juist graag objecten wil gaan bekijken laag in Scorpius en Sagittarius. Doorrijden dus. Voorbij de camping is er geen levende ziel meer op de weg, en dat zal de komende kilometers en uren zo blijven. Helaas lukt het me niet om een geschikte waarneemplaats te vinden; op een gegeven moment ben ik wel uit het dal en is Jupiter in het zuiden te zien boven een lage horizon. Maar het is een beboste omgeving en overal belemmeren bomen het zicht, ook op de schaarse plekken waar de weg zich even verbreedt. Vele kilometers en haarspeldbochten op de smalle weg, waar ik af en toe moet uitstappen om gevallen stukken rots uit de weg te ruimen, begin ik toch te twijfelen of ik dit nog leuk vind.

Af en toe even uitstappen om de weg vrij te maken

De enige tekenen van beschaving zijn borden op een omheining die aangeven dat het een privé jachtgebied is. Goed, hier zitten dus beesten. En onderweg kom ik inderdaad zekere vijftien herten tegen en twee vossen.

En dan is dit er nog maar één

Daarnaast kom ik af en toe nog een informatiebord tegen van de Generalitat de Catalunya (de Catalaanse overheid) als bewijs dat hier echt af en toe mensen komen.Zoals ook een enkele grapjas die leuk vond om anderhalve letter te schrappen uit het woord Generalitat (en dat zag ik pas een week later toen ik de foto nog eens bekeek).

Een grapjas heeft met de voettekst gespeeld. En ja, je moet blijkbaar wel geniaal zijn want ik begrijp die symbolen niet.

En dit is dan ook meteen de plaats die het moet gaan worden. Na een kilometer of twintig kronkelweg is hier eindelijk een open plek in het bos met een onverhard pad waar ik met mijn auto in kan. Het zicht op het zuiden is goed en de lucht is donker. Het sterrenbeeld Kleine Beer is in zijn geheel zichtbaar; alle sterren zijn zonder moeite te zien. In het zuiden staat Jupiter, en die planeet sla ik niet over. Het mooist is hij bij lage vergroting van 75x; hogere vergroting werkt niet vanwege matige seeing, ofwel een noig niet helemaal afgekoelde hoofdspiegel. Maar ook de lage vergroting laat mooi de wolkenbanden van de gasreus zien, en natuurlijk de vier manen, waarvan ik er één mis. Die staat vast achter de planeet.

De plaats delict

De Schorpioen staat mooi hoog en ik begin eenvoudig, bij de bolhoop M4 dichtbij Antares. En nu blijkt de kracht van een grote telescoop, want onder deze donkere zuidelijk hemel tekent de diffuse bolhoop zicht schitterend af, met de “ruggegraat” die verticaal midden door de bolhoop loopt. Buurman NGC6144, een kleinere bolhoop laat zich hier zien als een subtiele maar mooie nevel van net wel/net niet opgeloste sterren. Verder naar het noordwesten vind ik M80, ook weer een bolvormige sterrenhoop. In tegenstelling tot M4 is heeft deze bolhoop een kleine geconcentreerde kern met daaromheen een veel zwakkere halo.
Een stuk lager, in de staart van de Schorpioen, zoek ik het sterduo Shaula en Lesath op, en het nabijgelkegen open cluster Cr (Collinder) 338. Dat is weer heel wat anders dan een bolhoop, het is een vrij los cluster.

Na dit laaghangend fruit vind ik het tijd om de diepte in te gaan. Als eerste staat NGC6302 op het programma, een planetaire nevel (i.e. ontplofte ster) met de bijnaam Bug Nebula. Ik ben benieuwd waar dit object zijn bijnaam aan te danken heeft. De starhop vanuit Shaula/Lesath verloopt soepel en al snel heb ik een stip in beeld die NGC6302 moet zijn. Het gebruikte oculair: de 24 mm Maxvision, die 75x vergroot. Blinken met het OIII-filter doet de pluizige stip fel oplichten – of beter gezegd: houdt hem helder terwijl de omliggende sterren verzwakken – en het is duidelijk dat ik beet heb. Dan grijp ik naar mijn 6 mm Televue oculaitr om door te vergroten. Helaas zie ik niks. Oeps, uit beeld geraakt? Ik probeer te starhop opnieuw te doen, maar ook in de zoeker zie ik niks meer. Pech, vanuit het zuiden komt bewolking binnentrekken. Dat betekent meteen het einde van mijn plannen om de diepte in te gaan met zuidelijk objecten. Jammer.

Gelukkig is de rest van de hemel nog mooi helder, ook nog boven Scorpius, in Ophiuchus de Slangendrager. Daar probeer ik de bolhopen M19 en M62 in de kijker te nemen, die vanuit Nederland moeilijk waarneembaar zijn. Wel heb ik ze eerder vanuit Frankrijk waargenomen, maar dat was met de kleine 11 cm-kijker. Hier doet ook de opening van 40 cm zich weer gelden. Waar M19 vanuit Nederland met de grote telescoop, en vanuit Frankrijk met de kleine, niet meer was dan een vage vlek, zie ik nu een bolhoop met veel opgeloste sterren aan de buitenkant en een ietwat vlekkerige structuur. En dat bij 300x vergroting, want ook nu gooi ik de Televue in de strijd. De lager gelegen bolhoop M62 is iets minder uitgesproken; perifeer zie ik netaan wat opgelost sterren. Maar wel zie ik dat de bolhoop wat asymmetrisch lijkt, met een heldere kern.

Ondertussen hoor ik van alles, en dan zit je toch niet helemaal relaxed waar te nemen. Geritsel in het bos is normaal, en ook de bloedstollende kreten herken ik nu gelukkig als die van vossen. Dat heb ik tijdens een van de eerste keren buiten waarnemen geleerd in het Dijkgatsbos. Maar toch. Bij wijze van voorzorg heb ik de slinger van de krik aan mijn riem gehangen, bij wijze van wapenstok. Met herten en vossen heb ik geen probleem, maar everzwijnen kunnen aggressief zijn. En ik weet niet wat er verder nog rondloopt waar ze hier graag privé op jagen. Enfin, waar de bewolking in de Schorpioen is opgerukt is de theepot van de Boogschutter nog buiten schot gebleven. En ja, ik realiseer me dat ik het risico loop dat er een busje komt als die laatste zin wordt gelezen door iemand die niet thuis is in de astronomie. Al is het enige busje in de verre omgeving een verlaten (?) camper die ik onderweg aan de kant van de weg tegenkwam. En daarmee het enige andere voertuig.

Omdat ik nu de grote Dob bij me heb besluit ik de bolhopen laag in Sagittarius de Boogschutter nog eens te bekijken, net als M19 en M62. De starhops ken ik nog dus M69 is snel gevonden. En nu kan ik mijn eigen handschrift niet meer teruglezen in de aantekeningen, maar uit mijn hoofd herinner ik me dat hier hetzelfde geldt als voor M19: waar ik voorheen alleen maar een vage ronde vlek zag, zie ik hier toch echt een volwassen bolhoop. Oh ja, nu kan ik weer ontcijferen dat hij enigszins opgelost is maar verder weinig structuur laat zien. Nou ja, dat is heel wat voor zo’n zuidelijke rakker. Verderop staat bolbroer M70 maar die laat minder van zichzelf zien. Opgelost? Een heel klein beeteje misschien, maar dat kan ik niet meer uit mijn hiëroglyfenschrift opmaken.

De volgende bolhoop op het menu is M54, en ik heb hem al bijna in beeld, als ik weer driftig geritsel hoor in het bos. Het zit me niet lekker en ik richt mijn hoofdlamp op het bos in de richting waar het geluid vandaan komt, een meter of twintig verderop. Wat ik zie is bizar. Een paar felle ogen, en nog een, en nog een. Net als in een tekenfilm, maar dan echt. En ze gaan heen en weer, en op en neer. Het is een bijzonder en mooi schouwspel, maar ook, zoals de Britten zouden zeggen, slightly unsettling. Welk beest heeft zulle fel reflecterende ogen? Een kat, for all I know. Maar hier zitten geen katten, en het zijn er veel, minstens vijf. Nee niet overdrijven, wel zes of zeven. Nu begin ik toch een beetje nerveus te worden en uit voorzorg stap ik in de auto. Daar besluit ik dat ik dan net zo goed eens kan kijken wat voor beesten het zijn, en ik draai de auto die kant op, rij er een stuk heen en zet het grootlicht aan. Guess what: herten. Zes, zeven reeën, die op hun dooie gemak door het bos kuieren.

Goed, M54. Het is maar een klein bolhoopje met een dichte kern. Klein maar fijn. Een stuk groter is verre buurman M55, nog steeds in Sagittarius. En deze is ook weer duidelijk opgelost in sterren.

Terug richting Scorpius probeer ik nog M6 en M7 mee te pakken. M7 is snel gevonden. Een machtig grote, sierlijke open sterrenhoop, die met het blote oog al is te spotten. Binnen dit cluster – of beter gezegd, er achter – bevindt zich ook weeer een bolhoop, NGC6453. Deze bolhoop heb ik eerder waargenomen vanuit Frankrijk met de kleine kijker, maar nu met de grote kijker kan ik hem maar netaan zien. Nu begin ik te twijfelen aan mijn eerdere waarnemingen met de kleine telescoop. Maar een blik door de zoeker laat de ware aard zien van de teleurstellende waarneming: de bewolking is opgerukt deze kant op, en al snel zie ik heel M7 niet meer. Daarmee valt ook M6 helaas af.

Ondertussen is het al tegen één uur en ik wil het niet te laat maken, omdat ik ook weer terug (of van de navigatie verder) moet, over deze kronkelige betonplaatweg in the middle of nowhere, waarvan ik niet weet hoeveel kilometer hij nog doorgaat voor ik weer de bewoonde wereld bereik. Hoog boven me is de hemel nog mooi helder en superdonker, dus ik poak nog twee showpieces mee, M13 en M92.
Het Herculescluster M13 is natuurlijk een klassieker, het Carcassonne van de zomerhemel. Indrukwekkend tekenen de poten en sterkettingen van het cluster zich af, en ook de donkere lanen in propellorvorm zijn heel duidelijk te zien. Het alternatieve Herculescluster M92 doet weinig tot niet onder voor zijn illustere buurman. Ook dit cluster is heel fraai opgelost, met een slinger van sterkettingein in de vorm van een gespiegelde Z of scherpe S die door de kern heenloopt.

Dan is het toch echt tijd om op te ruimen. Als dat is gebeurd richt ik nog een laatste blik op de hemel, wat wordt beloond met een felle meteoor. Ook is Andromeda inmiddels zichtbaar in het oosten, het het Andromedastelsel M31 is duidelijk te zien met het blote oog als een vage ellips tegen de donkere hemelachtergrond. Een waardige afsluiting van deze ietwat bijzondere waarneemsessie.

De kronkelweg duurt nog wel een paar kilometer maar aan alles komt een eind, en ik ben opgelucht als er weer glad asfalt onder me wegrolt. Het was allemaal de moeite waard. Mijn vakantie kan niet meer stuk.