Dijkgatsbos, dinsdag 29 oktober 2019

Voor zondag wordt een weersomslag verwacht: het zachte weer moet plaatsmaken voor koude lucht uit een hogedrukgebied. De weersites geven al dagenlang unaniem helder weer aan voor dinsdagavond en die belofte wordt ditmaal niet gebroken. Dinsdag ziet het het er overdag al goed uit. Korte vliegtuigstrepen geven goede hoop voor de transparantie vanavond.
Wanneer ik rond acht uur aan kom rijden staan Roeland, Jan en Martijn al opgesteld. Na mij komt Mark de ploeg nog versterken en zijn we met vijf man. De felle Melkweg van Cygnus tot in Perseus valt op: met die transparantie zit het wel goed.

Na het collimeren en uitlijnen van zoeker en RDF, heb ik even tijd nodig om op gang te komen. De eerste starhops van een sessie gaan vaak wat moeizaam, maar eenmaal op dreef gaat het gesmeerd. Net als opwarmen bij het sporten. Of zoiets. Mijn opwarmer is het vinden van Stephan’s Quintet. Dat kost me enige moeite, maar gelukkig verschijnt de heldere NGC7331 op een gegeven moment als baken in mijn widefieldoculair. Nu ik daar toch ben, begin ik maar gelijk met de Deer Lick Group, die ik toch ook van plan was.

In navolging van Jan plaats hier ik een overzichtskaart uit Skysafari, waarop de objecten die ik heb bezocht staan aangegeven. Je ziet dat NGC7331 – en daarmee de Deer Lick Group – en Stephan’s Quintet vlak bij elkaar staan. Natuurlijk had ik Skysafari tijdens het waarnemen wel op rood staan, maar hier screenshots in dagmodus.

Deze avond slaag ik er voor het eerst in alle stelsels van deze groep te zien:

NGC7331 is natuurlijk niet te missen, dit bijna edge-on-stelsel springt zoals gezegd al in de 34 mm Maxvision in het oog bij 50x vergroting.
Oh ja, had ik al verteld dat ik mijn 2″ 24mm Maxvision heb verruild voor een 34mm? De 24 mm is een fijn oculair maar kwam in de praktijk niet uit de oculairkoffer omdat hij met zijn brandpuntsafstand net te weinig toevoegde aan de eveneens uitstekende dito 1.25″ versie. Daarom heb ik besloten de 2″ 24mm te verkopen en in plaats daarvan een 34 mm exemplaar aan te schaffen. En dat geheel budgetneutraal. Daarmee heb ik een net wat groter beeldveld: 1.3° in plaats van 1.1° (tegen 0.9° voor de 1.25″ 24mm). Daarmee passen objecten als het Dubbele Cluster, M33, M45, M44 en mooi in beeld, net als leuke combi’s zoals NGC6939/6946 of M97/M108. De uittreepupil is wel net wat te groot maar dat neem ik dan graag op de koop toe.

Anyway, NGC7331 laat zich goed zien in de 34mm en vervolgens werp ik die andere goede aankoop in de strijd: mijn Televue Radian 6mm. Ook hier bewijst dit oculair zijn waarde. De vergroting van 300x kan deze telescoop goed hebben met zijn lichtvangend vermogen, en eigenlijk is die ook nodig om het volle potentieel er uit te halen. Wat blijkt, want van de Deer Lick Group zijn alle vier de vlooien te zien. En natuurlijk speelt behalve de optiek ook de uitstekende transparantie van deze avond een rol.
NGC7335 is by far de helderste, die is perifeer niet te missen. NGC7340 is iets zwakker, maar is ook goed te doen. NGC7337 is een beetje tricky omdat hij volgens Skysafari ligt “ingeklemd” tussen twee sterren van ongeveer magnitude 11. Het gevaar is dan dat je zo’n tweetal aanziet voor het stelsel. Maar ik meende toch genoeg goed te zien om van een ware neming te kunnen spreken. NGC7336 tenslotte is de zwakste van het stel, en dat is er een waar je heel goed perifeer naar moet kijken, en dan knippert hij af en toe aan en uit. Maar overtuigend genoeg om hem in de zak te steken, en dat was me nog niet eerder gelukt.

Vanuit de Deer Lick Group hoef je de bus niet te nemen om bij Stephan’s Quintet te komen want die staat er vlak naast. Toch is het even zoeken want de veldsterren om het vijftal zijn vrij zwak, maar als snel is in de Radian al te zien dat er “iets aan de hand” is op de aangewezen plaats.

Aandachtig nader turen laat uiteindelijk vier vlekken zien, en één daarvan bestaat vrij duidelijk uit twee delen; hij is een beetje achtvormig. Alweer loont het om op dit soort objecten flink te vergroten. Daarmee zijn alle vijf de galaxies van Édouard Stephan te zien.

Ondertussen ben ik alweer ruim een uur verder, want ik heb rustig de tijd genomen om deze twee galaxygroepen onder de loupe te nemen. En al was dit het enige, dan kon mijn avond al niet meer stuk.

Maar er is meer. Het Object van de Maand november is de ster-met exoplaneet HAT-P-6, in de volksmond ook wel bekend als TYC 3239-0992-1. En omdat de enthousiaste Object van de Maand-auteur het stuk al in oktober heeft geplaats mag ik het dus ook in oktober waarnemen 🙂 De starhop begint vanuit het Y-vormig asterisme in een bijna gelijkzijdige driehoek boven de bovenkant van het Herfstvierkant van Pegasus, dat hier vandaan al met het blote oog zichtbaar is. Hoppetee, RDF erop, de Y staat in de zoeker, even een paar keer een lichtjaar of wat heen en weer klooien om de aangegeven plaats te vinden en presto, dat zou hem moeten zijn. En verhip, af en toe wordt de ster net even wat minder helder, wat de exoplaneet verraadt die er voorlangs beweegt.
Oplettende lezers zullen opmerken dat die laatste zin natuurlijk volslagen onzin is, tenzij ik me in de ruimte zou bevinden met gevoelige apparatuur en minstens 3.8 dag zou blijven kijken. In werkelijkheid is het gewoon leuk om het verhaal achter zo’n ster te weten, en het feit dat er in een rivierdelta in West-Europa momenteel druk wordt gepolderd om paard en ruiter een naam te geven.

Nu ik toch hoog in Andromeda zit zou het ongemanierd zijn om NGC7662 niet even te bezoeken, beter bekend als de Blue Snowball Nebula. En vanaf de exoplaneetster is hij vlakbij. In de Maxvision bij 50x verraadt het object zich al snel door zijn felblauwe kleur. Is het bij deze vergroting nog een blauwe stip, in de Radian is het echt een kleine blauwe schijf, die me aan Uranus doet denken. Met de Barlow erbij en dus 600x vergroting zie ik een flinke bal die wat onregelmatig is, zowel aan de randen als aan het oppervlak. Een beetje het golfbal-idee. Ook lijkt de planetaire nevel in het midden wat donkerder. Ik heb er geen veldschets van gemaakt maar even uitgewerkt wat ik me herinner.

NGC7662 (Blue Snowball Nebula)

Op een gegeven moment raak ik met Mark in gesprek die M33 aan het bekijken is. Ik zet dit stelsel ook in beeld en daarin is ook duidelijk de emissienevel/HII-gebied NGC604 te zien. Een soort Orionnevel, maar dan twintig keer zo groot. Alsof de Orionnevel half Orion zou beslaan, als hij op die plaats stond.

Het is een uur of elf, en ik heb nog best tijd en energie om even door te gaan. Een stuk naar het noorden, in Cassiopeia, ligt NGC7635 ofwel de Bubble Nebula. Ook bekend als Caldwell 11, is dit object me nog nooit gelukt. Nu is het supertransparant en ben ik gewapend met kaliber 16″, dus ik doe gek en waag het erop. Ook hier is mijn munitie weer de 6 mm Radian en verhip, het is raak. Om een heldere ster in het aangegeven asterisme – de bovenste in de schets – is duidelijk een waas te zien. Al zonder filter. Met UHC en OIII is deze kommavormig, met de bol rechts en de “staart” in een kromming linksom naar linksonder. Ik vind het beeld het best met UHC. Op foto’s is deze “komma” ook te zien als helderste deel, maar loopt deze helemaal rond. Vandaar de naam.
Ook hier weer een herinneringschets.

NGC7635 (Bubble Nebula)

Na deze vangst mik even even heel laag naar het westen, precies in het slechtste deel van de hemel hier vanwege de lichtvervuiling van kassen en dergelijke. Het zal Neptunus een zorg wezen; fier prikt de blauwe stip dwars door de oranje kaslampen. Met de Radian is een mooie kleine schijf te zien. Hee, waar heb ik dat eerder gezien vanavond? Helaas lukt het me ook nu niet om de maan Triton te spotten, maar dat is in deze omstandigheden natuurlijk ook niet zo gek.

Hoger en donkerder ga ik op zoek naar Uranus. Maar omdat ik zo dicht bij ben zou het ongepast zijn om M74 links te laten liggen, en dan ben ik even oprecht verbaasd. Zie ik nu detail in dit zwakke face-on-stelsel? Ik zie duidelijk vlekkerige structuren. Ok, als ik niet zou weten dat het spiraalarmen zijn dan zou ik niet op het idee komen dat M74 spiraalarmen heeft maar wetende dat dat wel het geval is kan ik ze er met enige fantasie wel in zien. Het moet niet gekker worden. In elk geval is dit een heel ander gezicht dan de drabbige vlek die M74 was bij eerdere waarnemingen. Transparency rules 🙂

En dan Uranus. Deze planeet is heel makkelijk te vinden met de zoeker, al snel zie ik een blauwige stip in de Maxvision en vervolgens in de Radian een kleine maar fiere blauwwe schijf. Hee, waar heb ik dat eerder gezien vanavond? Deze keer zie ik wel manen, twee stuks. Ik vermoed dat het gaat om Titania en Oberon. Daarnaast zie ik nog een veldster die ook mee wil doen, maar daar trap ik niet in. GSC 0633-0083 is groot genoeg om voor zijn eigen exoplaneten met manen te zorgen.

Op zoek naar mijn volgende slachtoffer kan ik het niet laten om M31 in beeld te zetten. Die staat er namelijk zo vlakbij, dat dat niet beleefd zou zijn. Machtig mooi met die 34 mm-knots. Een stofband is te zien als een abrupte rand aan de gloed van het Andromedastelsel, en misschien wel twee. En dan het volgende object zelf: komeet C/2018 N2 (ASASSN). Vinden is niet moeilijk want hij is best helder. In de verschijning van het zachte pluisje herken ik niets van het moordzuchtige karakter dat zijn naam doet vermoeden. Eigenlijk is hij niet te missen, een minibolhoop in de arm van een Y-vormig asterisme.

Het is alweer na twaalven en ik zou de hele nacht wel door kunnen gaan, maar morgen is gewoon een werkdag en ik besluit af te sluiten met de M45 (de Pleiaden). Ook hier bewijst de 34 mm Maxvision zijn waarde, de hele damesfamilie past in beeld. En altijd weer leuk vind ik dat dubbelsterretje tussen Alcyone en Maia, waarvan er één rossig is, tussen al die blauwe sterren. Voor de rest: altijd indrukwekkend, dit cluster.

Om half een zit het er echt op en rijden we huiswaarts. Dit is weer zo’n dijk van een star party die ik me zal blijven herinneren.