Dijkgatsbos, maandagavond 16 maart 2020

Eindelijk is het zo’n mooie koude heldere winteravond waarop we hadden gehoopt. Deze avond kan ik ook weg dus de keuze is snel gemaakt: inpakken en richting Dijkgatsbos. Als ik iets na achten het parkeerterrein oprijd staan Roeland, Hans, Jan en Martijn al opgesteld. Na een vlotte opbouw van de Dob, op veilige afstand, ben ik klaar om te beginnen.

Voor vanavond heb ik geen ambitieuze plannen, ik ga me voornamelijk richten op showpieces. Een van mijn favoriete eindewinterobjecten is het duo M35 NGC2158 in de Tweelingen. In mijn widefieldoculair, op 75x vergroting, staan de twee open clusters prachtig in beeld. De subtiele NGC steekt als fijn opgeloste waas af aan de rand van de grofkorrelige Messier. Natuurlijk vergroot ik ook nog even door op 2158 maar op 75x vind ik hem het mooist, juist omdat hij daarbij ook al is opgelost. Verderop in Gemini zoek ik NGC2392 op, de Eskimonevel. Deze gaat flink in de vergroting, op 300x en 600x. Ik zie een ronde vlek met een zwakkere, even brede rand daaromheen.
In de Kreeft heb ik snel genoeg het grote open cluster M44 in beeld want onder de hemel van het Dijkgatsbos is die al met het blote oog te zien. In beeld zetten is dus een kwestie van simpel de RDF op het cluster richten. Het Beehive-cluster past net niet in beeld, maar hier biedt de zoeker uitkomst. Bij 8x staat het midden in beeld maar als ik mijn 6 mm Radian erin steek dan zou de 20 mm F4-refractor een vergroting moeten geven van 33x. Daarmee zou het M44 mooi beeldvullend moeten zijn. Maar vreemd genoeg zie ik niks.

Wat blijkt: ongemerkt – voor mij tenminste – is bewolking binnengetrokken. Het lijkt te gaan om hoge sluier, en binnen no time is bijna de hele hemel bedekt met sluier. Bareuh. De wind komt uit het westen en naar die kant ziet het er niet hoopvol uit. Na het even te hebben aangezien sta ik op het punt om in te pakken en te vertrekken, ware het niet dat Roeland de kans nog altijd 5% schat dat het nog opentrekt. Ik besluit het even aan te zien en zwiep de kijker naar Venus, die nog net tussen de droezem doorschijnt. Dag nachtzicht, hallo halve maan. En verhip, na een klein halfuur van anderhalvemetergesprekken blijkt het pilspercentage sterk genoeg om de hemel terug te doen opentrekken. Even later is het weer volmaakt helder. Ik heb geen spijt dat ik ben gebleven.

Zo gaat de reis verder van M44 naar de zuidelijker regionen van Cancer. Ik mik de RDF op de goed zichtbare ster Acubens, en dan staat M67 al gewoon in de zoeker. Ik moet even meewarig denken aan mijn eerste star party met Sander op de Wassenaarseslag, waarbij ik een half uur bezig was met zoeken en hem nog steeds niet kon vinden, met de 11cm tafeldob. Tijden veranderen, en wederom vind ik het fijne cluster het mooist in widefield bij 75x.

Hoewel ik snode plannen had om Leo I en Leo II op te zoeken (toch nog een beetje ambitieus) laat ik deze voor wat ze zijn want de Leeuw is al vrij ver de lichtkoepel van kassen en datacenters geslopen. Daarom valt mijn keuze op collegaroofdier Beer, en daar richt ik direct richting Zenith op M81 en M82. Ook dat duo brengt herinneringen naar boven naar mijn eerste opzoekpogingen met de tafeldob, waarvan de eerste keren ook vruchteloos waren net als bij M67. Onder een donkere hemel is de volledige starhop gewoon met het blote oog te zien dus al snel heb ik een heldere pluis in beeld. M81 denk ik, en ik ga op zoek naar buurman M82, totdat ik me realiseer dat ik kijk naar NGC3077. Volgens mij is me dat al eens vaker gebeurd.
Snel heb ik alsnog M81 in beeld, en wat is dat ding dan altijd weer groot. Zodra M82 in beeld verschijnt, ben ik onder de indruk. Dit edge-on-stelsel blijf ik elke keer weer mooi vinden, met zijn twee inkepingen. Bij deze stelsels blijf ik even stilstaan, ook hier vind ik het duo het mooist op 75x. En voor het eerst zie ik nu bij M81 een hint van spiraalarmen; in elk geval zie ik, als ik heel goed kijk, een soort S-vorm. Genoeg om te overwegen mijn opvatting dat het om een elliptisch stelsel gaat, te heroverwegen. Verderop stuit ik quasitoevallig op het detailloze maar heldere edge-on-stelsel NGC2976.

Terug via de rug van de beer ga ik op zoek naar M101. Ook hier wordt ik even op het verkeerde been gezet door een buurstelsel, ik denk NGC5474. Als ik iets naar het zuiden ga vind ik M101 alsnog, en ook deze keer lukt het me niet vrienden te worden met dit verwaaide vogelpoepje. Een stuk beter lukt met dat als ik de Beer diagonaal oversteek naar de Uilnevel, M97. Voor het eerst lukt het me nu ook om met enige overtuiging de “ogen” te zien in de fors uitgevallen planetaire nevel. De plaats en richting van de donkere plekken die ik meen te zien ten opzichte van een naburige veldster, blijkt overeen te komen met wat Skysafari aangeeft.
Vlakbij, bijna in één beeldveld met M97 sla ik natuurlijk het mooie edge-on-galaxy M108 niet over. Het lijkt bijna een remake van mijn eerste keer Dijkgatsbos, waarbij ik deze objecten in Ursa Major voor het eerst opzocht.

Volgens Skysafari staat er ook een komeet van magnitude 0.0 in de Grote Beer, genaamd 289P/Blanpain. Tenminste dat herinner ik me, maar dat blijkt de Leeuw te zijn. Terug dus even naar de megapoes. Magnitude 0.0 is natuurlijk onzin, en ook 3.5 wat Skysafari aangeeft kan natuurlijk niet, want dat zou nog steeds blote oogwerk zijn. Toch is mijn nieuwsgierigheid gewekt, dus ik zoek hem op. Dat opzoeken is snel gebeurd, maar zien, no way. Ook hier blijkt dus dat Skysafari af en toe flink naast de pot piest. Op het moment dat ik dit schrijf, geeft Skysafari inmiddels een magnitude van 21.3 aan. Dat lijkt me een stuk plausibeler, Gelukkig heb ik de komeet niet gezien want anders zou ik aan mezelf gaan twijfelen.

Terug in de Beer ga ik nog even op bezoek bij een face-on-stelsel waarmee ik inmiddels wel vrienden ben geworden: M51. En natuurlijk hoort daar de onafscheidelijke NGC5195 bij. Hier vergroot ik wel flink door, de 6mm Televue Radian levert 300x. Waar ik voorheen alleen maar een soort concentrische ringen zag, kan ik in Dob de spiraalarmen nu goed zien. Een mooi en indrukwekkend gezicht.

Het loopt tegen twaalven en besluit het hierbij te laten. Nog even geniet ik na van de heldere hemel. Helder staat het Coma(ster-)cluster (Mel 111) in het zuidoosten. Daarachter komt Bootes al vrij hoog op met zijn heldere aanvoerder Arcturus. Aan de oostelijke horizon straalt Vega met de Lier en zijn zelfs de staartveren van de Zwaan al te zien. Een waardige afsluiting van de winter.

 

Leiden, zondagavond 22 maart 2020

Even een herkansing voor de komeetfarce van afgelopen maandag. Het is helder maar ik kan niet weg want mijn significant other-met-vitaal-beroep heeft nachtdienst. Maar de komeet die ik op het oog heb staat gunstig aan de hemel en is een stuk helderder dan die rare Blanpain. Natuurlijk heb ik het over C/2019 Y4(ATLAS) en hij staat vlak naast de starhop naar M81/82, dus vinden is snel gebeurd. Jammer dat ik hem maandag in het Dijkgatsbos niet heb opgezocht, want toen had ik nog niet van deze komeet gehoord, maar ook hier in Leiden is de hij goed zichtbaar. Na lang turen meen ik zelfs enige asymmetrie te zien, en de richting daarvan blijkt te kloppen. Leuk, dat was het opzetten van de Dob waard.