Leiden, zondag 13 september 2020

Het is leuk dat het groen is onze nieuwbouwwijk inmiddels flink is gegroeid maar voor mij als waarnemer ontneemt mij dat een flink stuk van de hemel. Gelukkig is er rond het zenith nog een heel stuk hemel over. En daar staan natuurlijk de bekende zomersterrenbeelden Lyra en Cygnus, maar omdat ik drukke plekken momenteel liever mijd wijk ik uit naar het rustige kleine sterrenbeeld Lacerta, de hagedis. Een paar jaar geleden heb ik daar ook al eens thuis een avond aan gewijd voor een stel leuke open clusters uit de Herschel 400. Die wil ik nog wel eens zien, maar de IDSA laat nog een paar andere interessante objecten zien.

Op de een of andere manier lukt het me maar niet om de RDF en zoeker uit te lijnen. Nadat ik Deneb, Sadr en Altair niet in beeld krijg lukt het uiteindelijk wel met de Poolster. Ik had al bijna de handdoek in de ring gegooid.
Maar het is nog maar elf uur en Lacerta staat mooi bijna recht boven me. Ik start van onderaf bij Teutsch 39. Niet spectaculair maar wel een leuk open cluster van een stuk of tien heldere sterren die een langwerpig asterisme vormen bestaande uit een ruit en een rechthoek. Misschien is hij onder een donkere hemel mooier, ongetwijfeld wel. Dichtbij ga ik op zoek naar NGC7330, een stelsel van magnitude 13.6. Omdat het kan. Dat blijkt, want ik zie hem. Netaan, maar goed genoeg.

Een stuk naar het noordwesten trof ik in de IDSA BL Lacertae aan. De naamgeving doet een variabele ster vermoeden en dat dacht de ontdekker dus ook. Maar later werd ontdekt dat het gaat om een actieve galaxy kern of blazar op 900 miljoen lichtjaar afstand, die varieert in helderheid. Daarmee is BL Lac direct een soort prototype voor vergelijkbare objecten (zoals δ Cep voor de Cepheïden). De magnitude van BL Lac varieert tussen 14 en 17, maar volgens sommige bronnen kan hij tot bij magnitude 12 komen. Ik heb mazzel, want ik zie de blazar duidelijk op 25 boogseconden ten westen van buurster GSC 3206-1047 die volgens Skysafari magnitude 13.2 heeft. BL Lac lijkt even helder als deze ster, ik heb hem dus te pakken op zijn maximum.

Verder naar het noorden tref ik NGC7209 aan, een leuk fijn cluster in de vorm van grofweg een hoofdletter D. En dan volg ik de zigzaggende hagedis verder omhoog naar planetaire nevel Merrill 2-2, bij Buurman en Buurman ook bekend als PK 100-08.1 . In het oculair zie ik een wazige ster, met veel vergroting kan ik er niet meer van maken. Maar hij reageert wel leuk op mijn OIII-filter, waarbij de veldsterren zwakker worden en de planetaire nevel bijna net zo helder blijft.

Bovenin de hagedis kom ik nog terecht bij het mooi open cluster NGC7243, waar ik jaren geleden een loopvogel in zag en nu een vraagteken of in elk geval een sierlijk gebogen vorm. Ik kan spreken van een geslaagd rondje Lacerta.

Inmiddels is het na twaalven en door de volwassen geworden bomen priemt een helder licht. In de zoeker zie ik veel bladeren en in het oculair een hele wazige Mars. Maar zodra de rode planeet eenmaal achter het blad vandaan is ben ik onder de indruk. Zo mooi heb ik Mars nog niet gezien. Voor het eerst zie ik de poolkap, en niet zo zuinig ook. Ook zie ik heel duidelijk details, alsof je naar een soort wereldkaart kijkt. Ik kan de vorm niet heel goed vastleggen, maar toch heb ik een poging gewaagd. Ik vergroot flink door tot 300x, en ondanks dat de planeet duidelijk onder water ligt kunnen de details de matige seeing blijkbaar goed hebben. Omdat de planeet zo fel is, lijkt de planeet eerder maangrijs met een rossige gloed dan echt rossig, en dat heb ik dan ook in de schets verwerkt.

Dijkgatsbos, dinsdag 15 september 2020

En dan is het weer hoog tijd voor een echte sessie onder een donkere hemel, en dan is het weer niet optimaal maar helder genoeg om de gok te wagen. Dat vindt Esther ook, en wie haar kent herkent haar natuurlijk direct op de foto hieronder. Recht boven haar hoofd staat Arcturus, verder omhoog Corona Borealis en helemaal rechts boven de staart van de Grote Beer.
Rond negen uur ben ik op de parkeerplaats van het Dijkgatsbos, nog gekleed in korte broek want het is nog goed warm. Ik heb net de kans mijn lange broek aan te trekken tegen de muggen als Esther aan komt rijden. Verder zijn er nog wat jongeren die heel stoer aan het spinnen zijn met een opgevoerde Opel Corsa. Gelukkig zijn ze vrij snel weg en hebben Esther en ik het rijk alleen.

Het uitlijnen van zoeker en RDF gaat vanavond een stuk vlotter dan vorige keer en een klein halfuur later ben ik klaar om de blik omhoog te richten. Wel zet ik meteen de dauwverwarming van de vangspiegel aan want het is zo vochtig dat de laserstraal duidelijk zichtbaar is tijdens het collimeren. Ook hoog in de atmosfeer zal veel vocht zitten want de transparantie lijkt niet optimaal. Maar allez he, ik ben weer eens lekker onder de sterren.

En oh ja, sinds kort heb ik een smartphone die voorzien is van een heuse Astrophotography mode. In combinatie met een gorilla-statiefje dat ik al had met Bluetooth-afdrukdinges, kan ik daarmee nu foto’s nemen zoals deze. Wel heb ik de kleuren wat naar het blauw getrokken want de oorspronkelijke foto’s zijn viesbiljartlakengroen. Hieronder de Harroscoop en de standaard, met rechtsboven Perseus. Het Saxophone Cluster (Mel 20) is goed te zien bij Mirfak. Net boven de standaard zie je Capella en Menkalinan van Auriga en boven de telescoop Muscida, de neus van de Grote Beer.

En nee, ik word geen astrofotograaf want van de zomer heb ik in Frankrijk met een geleende Canon 450D, 10×10 lights gemaakt van aangrenzende delen van de Melkweg van Saggitarius tot Perseus, en 2×10 darks. Ondanks zorgvuldig scherpstellen bleken alle lights onscherp. Conclusie: van die hobby word ik niet blij, en ik heb nog meer respect voor degenen die hem wel met succes beoefenen.

Waarnemen dus. Die middag heb ik weer even in de IDSA gekeken of er in en rondom Lacerta nog leuke objecten zijn. En natuurlijk zijn die er. Zo viel mijn oog bijvoorbeeld op Hu (Humason) 1-2, een planetair nevel in Cygnus, vlakbij Lacerta. Blijkt dat Esther die ook op haar waarneemlijst heeft. Terwijl zij eerst M27 en M76 te grazen neemt en op papier zet, ga ik als een echte vent recht op mijn doel af en zet Hu 1-2 in beeld. Gelukkig ben ik het starhoppen nog niet verleerd, en het sterveld in mijn oculair komt goed overeen met de plaats waar de planetaire nevel is aangegeven. Toch twijfel ik, want Skysafari geeft vlak naast Hu 1-2 een veldster aan, Milburn 899. Volgens de app is deze van magnitude 11, waar Hu 1-2 het met 11.8 moet doen. Daarom vrees ik dat ik de ster zie in plaats van de nevel, ook al is het een wat langwerpige ster. Maar wanneer Esther een blik door mijn oculair werpt, en de nevel even later zelf in beeld heeft, is ze overtuigd dat dit geen ster is. Ik vergroot nog even door van 300x naar 600x met de Barlow, en ja, dan is Milburn 899 wel erg wazig en uitgerekt. Misschien dat de veldster het langwerpige aanzien van de nevel versterkt maar ik ben overtuigd genoeg dat we Hu 1-2 hebben gezien.

De Melkweg is goed te zien, ondanks de matige transparantie. Zelfs mijn smartphone weet er met zijn slimme software wat van te maken. Hier is Cygnus te zien met Deneb onder, en Vega van Lyra boven.

Een uitstapje binnen het zonnestelsel brengt me naar komeet 11P/Tempel-Swift-LINEAR, in Pegasus, met magnitude 10.2 . Moet ik kunnen hebben dacht ik, maar helaas zie ik op de aangegeven plaats helemaal niks. Nu weet ik dat Skysafari met posities en magnitudes van kometen nogal eens affreus naast de pot kan piesen. Terug naar de diepe hemelen.

Mijn grootste liefhebberij bij het deepsky-waarnemen is het uitpluizen van galaxyclusters. Vanavond valt de keuze op Abell 2634. Voor wie een IDSA heeft: detailkaart D27. Het  hoofdstelsel van dit cluster is NGC7720, en dat is dan ook de enige die ik zie. Ik zie wel veel meer, maar dat is hoogstwaarschijnlijk ruis van mijn netvlies. Dit galaxycluster blijft dus op mijn verlanglijst staan voor een transparantere nacht.

En voor je het weet is het alweer tegen twaalven. Ik laat de uitdagende objecten verder voor wat ze zijn en ga over op showpieces. Het Andromedastelsel M31 blijft altijd indrukwekkend en ik zie duidelijk een stofband aan de noordoostkant. En ook de kleine buren M32 en M110 geven acte de présence. Ook de smartphone weet M31 te vinden en ook het Dubbele Cluster dringt door tot de kleine camerelens. Die laatste NGC884 en NGC869 zijn natuurlijk een stuk indrukwekkender in het oculair en ik word weer erg blij van het weerzien.

Dat het najaar eraan komt blijkt wel uit de Pleiaden die net boven de boomtoppen uitkomen.

De foto hieronder is genomen door de zoeker maar is nog geen schaduw van het visuele beeld. En dat vind ik gelijk het mooiste van deze hele avond, het Zustercluster boven de groene boomtoppen tegen een diep-donkerblauwe hemel. Absoluut indrukwekkend.

Boven de noordelijk hemel is de hele Grote Beer ondertussen op zijn pootjes geland. Het is al na twaalven en Esther gaat opruimen. Ook ik vind het mooi geweest, ik kan tevreden terugkijken op een een mooie waarneemavond.