Leiden, vrijdagavond 5 maart 2021

Vanuit huis ben je natuurlijk aangewezen op objecten die weinig last hebben van lichtvervuiling. Planeten, planetoïden, open clusters en planetairenevels zijn dan bij uitstek geschikt, en dubbelsterren niet te vergeten.

Die dag verheug ik me op een avond chillen op de bank. Blijkt het heel irritant kraakhelder te zijn 😉 Daarom zet ik rond half vijf alvast de spiegelbak buiten. Om zeven uur bouw ik de telescoop op en ga ga daarna gewapend met smartphone en statief even een veldje op valkbij huis om Mars en de Pleiaden vast te leggen. In close-up wordt het niks maar de widefield is nog redelijk gelukt, in zijn soort, compleet met Orion.

Ondertussen krijg ik bericht van Jan dat de seeing goed is en de E- en F-sterren van het trapezium goed te zien zijn. Terug bij de telescoop blijkt dat ik al te laat ben; Ik kan nog net Betelgeuse naar de dakrand zien draaien. Ook de geplande IC418 (Spirograph Nebula) schiet er bij in. Dan maar meteen recht op het doel af: Sirius staat mooi op de meridiaan.
De seeing blijkt zo goed, dat hij op 150x in de Fujiyama 12.5mm ortho, duidelijk te zien is, lange periodes achter elkaar. De kleine maar felle pit prikt dapper door de sparkles van de hoofdster heen. Dit is daamee meteen een van de betere waarnemingen van Sirius B; alllaen op Breezanddijk heb ik de pup in 2018 duidelijker gezien, door de telescoop van Roeland.
Op lagere vergroting lukt het bij 75x niet, 100x (18mm ortho) met moeite; op hogere vergroting bij 300x (Radian) en 360x (5mm ortho) met moeite.
Dus 150x is wel het optimum, voor deze telescoop en deze waarnemer.

Niet ver van Sirius, een stuk naar het westen maar nog goed bereikbaar, staat planetaire nevel IC2165. Na een starhop via Sirius’ buurman (of vrouw?) Mirzam/Murzim bereik ik het gebied waar het object moet staan. De hemelachtergrond is erg licht, zo laag boven de stad, dus op een gegeven moment is het widefieldoculair (75x) niet meer voldoende en moet ik het laatste stuk van de starhop uitvoeren met de 6mm Radian op 300x. Gelukkig is de nevel goed als zodanig te herkennen; hij is duidelijk niet stellair maar pluizig. Daarbij reageert hij goed op het OIII-filter: de hemelachtergrond wordt een stuk donkerder en veldsterren vervagen, maar IC2165 blijft fier overeind, zonder aan helderheid in te boeten.

Daarmee ben ik voor vanavond klaar met laagstaande objecten, ik ga nu een flink eind omhoog richting Gemini. Onderweg houd ik halt bij NGC2264, het Christmas Tree Cluster. Dit mooie cluster heb ik te lang al niet bezocht. Onterecht want het is een fraai object. Bij 75x past hij mooi in een beeldveld met zijn vooral blauwige heldere sterren maar ook een paar oranje-achtige. Een beetje een kitch-kerstboom dus, maar allez he, over smaak valt niet te twisten.

In Gemini de Tweeling ga ik voor drie objecten op een rij: dubbelster Wasat (δ Gem), NGC2392 de Eskimonevel en open cluster NGC2420.

Wasat is gewoon met het blote oog te zien en de starhop bestaat dus uit het mikken van de RDF. Het is een vrij nauwe dubbelster (afstand 5.4″) met ook nog eens een kleine 5 magnitudeverschil. Een beetje een Sirius B-light. Maar met de 12.5 ortho is hij prima te scheiden, een heldere hoofdster met een kleine maar felle pup.
De Eskimonevel NGC2392 is welbekend; ook onder deze stadshemel laat hij zich goed bij 300x zien als een heldere ster met een wijde ronde kraag van neveligheid. Detail daarbinnen zie ik niet, daarvoor zal ik weer een keer een donkere lokatie moeten bezoeken.
NGC2420 is een klein maar fijn open cluster, enigszins trapeziumvormig met een handvol heldere sterren op 300x op een achtergrond van perifeer zichtbare zwakkere exemplaren en sterrengruis. Qua karakter doet het cluster me een beetje denken aan M67.

Iets lager in Gemini ga ik nog op zoek naar een planetoÏde, na een korte starhop heb ik het genoegen kennis te maken met (15) Eunomia. Nu is er weinig spectaculairs aan een planetoÏde, waargenomen vanaf de aarde want je ziet een sterretje. Maar toch leuk om zo’n object eens in het echt te zien.

In Cancer de Kreeft ga ik op zoek naar dubbelster φ2 Cnc, die zich vanaf Pollux vrij makkelijk laat vinden. Het blijke een nauwe (5.2″) maar vrijwel gelijke dubbel, die al op 75x goed is te scheiden maar beter tot zijn recht komt in mijn dubbelsterkiller, de 12.5mm ortho.

Inmiddels is het al tien uur. In het zuidoosten is de Leeuw al flink aan het opkomen. Zelfs Leo’s derrière komt al boven de boomtoppen uit, en daar staat een tweede planetoÏde: de bekende (4) Vesta. Hij staat dichtbij de ster Chertan dus is de starhop niet moeilijk. Toch krijg ik het voor elkaar om de weg kwijt te raken en te verdwalen bij 300x. Ok, even terug het widefieldoculair erin, en oh ja, daar was ik gebleven. Vesta ziet er natuurlijk gewoon uit ais een heldere ster maar daar is het een planetoÏde voor.

Ondertussen ben ik vrij moe en koud maar eenmaal in Leo beginnen de lentekriebels zich te roeren. Daarom probeer ik nog even een galaxy mee te pikken. Ik starhop vanaf Vesta omhoog en krijg daar de heldere NGC3607 in beeld. Mooi! Zo. Laat de lente maar komen.